Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Wij zijn licht

Auteur(s): Gerda Blees
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Wij zijn licht
Wij zijn licht

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

Bevrijding door versterving

De eerste zin:

“Wij zijn de nacht.”

Recensie

De dood van Elisabeth had volgens haar zus Melodie, en Muriël en Petrus, de drie mensen waarmee ze samen de woongroep Klank en Liefde vormt, niet mooier kunnen zijn. Het was de voleindiging van een natuurlijk en spiritueel proces. Elisabeth was eindelijk vrij. Alleen ziet de huisarts die bij het lijk geroepen wordt het anders. Hij haalt er het parket bij en Melodie, Muriël en Petrus worden tot hun ontsteltenis in voorlopige hechtenis genomen. “Moet je die botten zien,” zegt de forensisch patholoog met een glinstering in de ogen wanneer hij het lijk van Elisabeth op zijn snijtafel krijgt, “Prachtig toch eigenlijk, zo’n duidelijke skeletstructuur. Zo zie je ze niet vaak.” En gelijk heeft hij natuurlijk, want aan het skelet van de lijken die hij normaal onder ogen krijgt, hangen nog wel wat spieren, en aan dat van Elisabeth niet. De vrouw is immers verhongerd.

In Gerda Blees’ debuutroman Wij zijn licht staan de vier leden van de al genoemde leefgroep Klank en Liefde centraal, en hoe deze via versterving bevrijd proberen te geraken uit hun lichaam en finaal zelfs uit hun leven. Melodie, die ooit voorbestemd was om een succesrijke celliste te worden, maar keer op keer faalde, is de leidster van de groep, al zou ze dat zelf ontkennen. We volgen allemaal onze eigen weg, houdt ze vol, alleen weet zij wel precies hoe die weg kronkelt, en dat ze die maar beter samen afleggen, zonder bemoeienis van buitenaf.

Of het drietal in voorhechtenis een proces aan het been krijgt wegens verwaarlozing met de dood als gevolg, is bijzaak in Wij zijn licht. Veel belangrijker is de analyse die Blees maakt van de psychologie achter de leefgroep en hoe zelfkastijding en euforie samengaan. Ze maakt die door ieder van haar vijfentwintig hoofdstukken vanuit een ander perspectief te vertellen, soms vanuit dat van buren of familieleden, andere keren vanuit dat van Melodies sokken of de eerste boterham die Muriël in de gevangenis eet. Echt grandioos is de stream of consciousness die door het hoofd van Elisabeths dementerende moeder gaat wanneer ze te horen krijgt dat haar dochter gestorven is. Beginnend in de nacht uit de eerste zin en eindigend in het licht uit de titel, laat Blees haar personages een duidelijke evolutie doorlopen, van verblinding over ontnuchtering tot zelfbewustzijn. En misschien wel tot bevrijding.

3 vragen aan Gerda Blees

In het nawoord van je roman schrijf je dat je uitgangspunt een krantenartikel was over een sterfgeval binnen een leefgroep. Wat sprak je daar zo in aan?

Blees: “Het was een combinatie van zaken. Zelf woon ik al bijna tien jaar in woongroepen, waardoor ik die manier van samenleven ken. Zoals ook al uit mijn verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet mocht blijken, ben ik geïnteresseerd in extreme situaties en wat ik in dat artikel las, hoe zo’n groep helemaal ontspoort, sprak me dus meteen aan. Ik wou ontdekken hoe de groepsdynamiek verloopt, zodat er een dergelijk dramatisch einde kan volgen. Een andere factor was de obsessie met eten van die mensen. Eten is een basale behoefte en het fascineert me dat sommige mensen die proberen te ontstijgen en dus heil zoeken in de ontkenning van hun fysieke bestaan. En ik hield ook wel van de ambiguïteit van die specifieke leefgroep, die neigt naar een sekte, maar het ook weer niet is. Melodie profileert zich niet als een goeroe, maar ze neemt wel die rol op zich.”

Heel opvallend zijn de verschillende vertelperspectieven. Waarom vond je dat die erin moesten?

Blees: “Toen ik aan het boek begon, wist ik dat ik mijn verhaal uit verschillende gezichtspunten wou vertellen. Ik wou bijvoorbeeld de buren aan het woord laten om de lezer een blik te gunnen op de maatschappelijke context van de woongroep. Ik vroeg me af wie die woongroep wel allemaal zou kunnen observeren, en zo kwam ik uit bij de nacht in het openingshoofdstuk, en vervolgens bij andere niet-menselijke perspectieven. En toen dacht ik dat ook ieder perspectief een eigen stem moest hebben, en een eigen karakter. In het hoofdstuk dat uit het perspectief van een pen is geschreven, had die pen aanvankelijk geen echte persoonlijkheid. Bij het nalezen ontbrak er iets aan, merkte ik, dus gaf ik haar een eigen manier van zijn en denken.”

Waarom koos je ervoor om expliciet zaken onbenoemd te laten? Er wordt bijvoorbeeld vaak gesuggereerd dat er iets is misgelopen in de kindertijd van Elisabeth, maar de lezer komt nooit te weten wat.

Blees: “Omdat ik het in feite zelf ook niet wist. Ik schrijf om achter dingen te komen, en hier kwam ik gewoon niet achter. Iets verzinnen zou niet passen in het verhaal, voelde ik. Een kloppende, logische verklaring had Elisabeth onrecht aangedaan.”

Eerder verschenen in Knack

Recensie door: Anke Cuijpers
4/5

Boeiende en intelligente mozaïekroman

[Recensie] In Wij zijn licht van Gerda Blees sterft een vrouwelijk lid van een spirituele woongroep aan ondervoeding. Het verhaal begint terwijl deze Elisabeth op een luchtbed in de woonkamer sterft. De drie overige leden van de woongroep zitten om haar heen, en doen in feite niets anders dan wachten tot ze dood is. Blees heeft zich voor haar debuutroman laten inspireren door de werkelijkheid. Een krantenbericht over een spirituele woongroep waarvan een van de leden stierf aan ondervoeding, omdat de groep meende van licht en liefde te kunnen leven. Elisabeth, bij leven een uiterst zwijgzaam karakter, houdt er in deze roman een hart aan over dat net zo veel weegt als een hondenhart.

In vijfentwintig hoofdstukken, en met evenzovele vertellers, schetst Blees het delict en de nasleep ervan. De drie overige leden van de woongroep zijn plots verdachten geworden in een strafonderzoek. In hoeverre hebben zij schuld aan de dood van Elisabeth? De roman bevraagt de grenzen waar de verantwoordelijkheid voor je naaste overgaat in bemoeizucht, of juist onverschilligheid, en nalatigheid.

In elk hoofdstuk is telkens een andere wij aan het woord. De nacht is een wij, een sinaasappelgeur is een wij, maar ook twee sigaretten zijn een wij, of de Hellinkjes, familieleden van de twee zussen uit de woongroep. Het huis is een wij, al is het huis inmiddels veranderd in een plaats delict:

“Wij zijn de plaats delict. Nog niet zo lang geleden waren we gewoon een huis, nauwelijks verschillend van alle andere huizen in de wijk, al hadden we dan een paar merkwaardige bewoners en een licht afwijkend uiterlijk. Maar sinds er iemand in ons is doodgegaan en de politie is gekomen, heten wij plaats delict.”

De taal van Blees is lichtvoetig en precies. Sinds iemand in ons is doodgegaan, heten wij anders, zijn wij iets anders. De nauwgezette opmerkingsgave van de dichter, die Blees ook is, laat zich hier zien. Binnen de veelstemmige structuur van de roman komt dit talent goed tot zijn recht.

Elke entiteit, elk hoofdstuk, werpt een nieuw licht op de vraag wat een groep bepaalt, wat de grens is tussen wij en de ander, en hoe wij die grens bewaken. Een doodgewone, bruine boterham vraagt erom opgegeten te worden door Muriël, een van de leden van de woongroep die in eenzame opsluiting vastzit. Voor Muriël is dit een gewetensvraag. Het eten van een boterham druist tegen de afspraken van de woongroep in. Die afspraken in de woongroep worden voornamelijk door Melodie bedisseld. Zij is de oudere zus van Elisabeth, en oprichtster van de woongroep. Haar dominantie ervaart ze zelf als engelengeduld:

“’Het vergt heel wat, om met al jullie emoties om te moeten gaan,’ zegt ze tegen de anderen als die moeten huilen of boos worden of geen zin hebben om te praten. ‘Ik heb soms het gevoel dat ik beter weet wat er in jullie omgaat dan jullie zelf. Dat voelt als een hele verantwoordelijkheid, dat begrijpen jullie ook wel.'”

Vooral het mannelijk lid van de woongroep, Petrus, vindt het heerlijk om de verantwoordelijkheid over zijn woedeaanvallen uit handen te geven. Al realiseert hij zich niet dat hij daarmee ook zijn vermogen tot het uiten van kritiek uit handen geeft.

Bijzonder grappig is dat eindweegs deze roman het verhaal zelf opduikt als een verteller, en ironisch commentaar geeft op zichzelf. Het is op dat moment dat je zelf, in de hoedanigheid van lezer, sluw binnen de wereld van dit verhaal wordt getrokken. Binnen een wij waaraan geen ontsnappen is, want hoe loopt het af, wat gaat er nog gebeuren in de roman. Vragen die mijn lezershoofd bezighouden tijdens het lezen van een goed verhaal.

De roman is geen gefictionaliseerd verslag van een hongerdood. Het is een literaire bevraging van de werkelijkheid, en van groepen die zich overal en steeds opnieuw vormen. Die zich vormen uit een paar feiten, uit een dementie, uit het licht dat ons niets laat vergeten. De roman evolueert van het wij dat een nacht is, naar het wij dat het licht uit de titel is. De hongerkunstenaar van Kafka stierf door een gebrek aan aandacht, zijn kooi stond op het einde van het verhaal in een donker hoekje van het circus. De in tweestrijd verkerende Muriël, zal ze ontsnappen of blijven, staat in het strelende licht, en daarmee in de hoop gezien te worden. En waar Kafka’s hongerkunstenaar als oud stro bij elkaar wordt geveegd, wordt Elisabeth na haar dood zeer liefdevol ontleed. Door de patholoog, en door de schrijver. Het zijn de originele invalshoeken, het talent om het absurde in alledaagse dingen te signaleren en de nauwgezette taal van Blees die deze roman tot een zeer aan te bevelen roman maken.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles

Samenvatting

Midden in een zomernacht sterft Elisabeth, de oudste bewoonster van Woongroep Klank en Liefde. Haar drie huisgenoten worden aangehouden: het streven van de groep om te stoppen met eten en van licht en liefde te gaan leven, lijkt Elisabeth fataal te zijn geworden. Van wereldvreemde idealisten aan de rand van de maatschappij zijn de drie plotseling verdachten in een strafzaak geworden.

Door de ogen van de nacht, de buren, de twijfel, de vader van een van de huisgenoten, een sinaasappelgeur en vele andere personages en entiteiten zien we hoe elk van de betrokkenen een ander antwoord geeft op de vraag hoe Elisabeth kon overlijden. Wie is er schuldig? En heeft de woongroep nog een toekomst?

Wij zijn licht is een beklemmende en tegelijkertijd hoogst vermakelijke roman over kleine mensen in een grote wereld, en hun verbindende maar ook vernietigende verlangen om in verheven idealen te geloven.

Gerda Blees (1985) debuteerde met de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet. Lovende kritieken vielen haar ten deel, alsook het C.C.S. Crone Stipendium. In 2018 verscheen haar poëziedebuut Dwaallichten, genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs.

Toon meer Toon minder
€ 21,00

Verwachte leverdatum: vrijdag 22 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789057590009
Verschijningsdatum
april 2020
Druk
1
Aantal pagina's
224 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Podium Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden