Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De hemel boven Parijs

Auteur(s): Bregje Hofstede
Taal: Nederlands
0.15/5
2 recensies
De hemel boven Parijs
De hemel boven Parijs

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jannie Trouwborst

“Soms moet je gewoon iets durven”

[Recensie] Bregje Hofstede (Ede, 1988) woont in Brussel, volgde haar studies kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn, en sloot die af met een onderzoeksmaster in 2012. Ze ontving de Hollands Maandblad aanmoedigingsbeurs 2012/2013 voor haar korte verhalen en essays. Ze doceert kunstgeschiedenis aan de Radbouduniversiteit en werkt als redactrice. De hemel boven Parijs is haar debuutroman.

Ruim een maand voor verschijning kreeg ik haar boek toegestuurd van Cossee met het verzoek het niet voor 8 september [2014/red.] te bespreken. Dat gaf me dus alle tijd het zorgvuldig te lezen, twee keer zelfs. Eén keer om me mee te laten slepen door het intrigerende verhaal en eenmaal om materiaal te verzamelen voor de bespreking. Beide keren met evenveel plezier trouwens.

Samenvatting

“De comfortabele routine van Olivier, professor in de kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, raakt ontwricht wanneer zijn baas hem vraagt om als mentor van een uitwisselingsstudente op te treden. De stugge Nederlandse rakelt een geschiedenis op die Olivier had willen vergeten, maar die tegelijk het kostbaarste is dat hij bezit.

Tegen beter weten in zoekt hij toenadering tot de studente, en geeft haar een advies dat hij zelf nooit heeft opgevolgd. Maar Fie heeft haar eigen leven. Zij worstelt met een onmogelijke keuze: streven naar het allerhoogste, en eraan kapot gaan – of nooit beginnen om niet te falen. Ze voert koppig verzet tegen haar eigen levensangst en daagt Olivier uit hetzelfde te doen.

De hemel boven Parijs gaat over de leugens die wij voor onszelf bedenken om niet te hoeven doen wat we het meest verlangen. Bovendien is het een van de meest opvallende liefdesverhalen van de Nederlandse literatuur van nu.” (Cossee)

Wat is er heerlijker dan je mee te laten slepen door een intrigerend verhaal, zonder er steeds uitgehaald te worden omdat je aantekeningen moet maken. Al snel werd het duidelijk: dit boek moet twee keer gelezen worden.  En dus heb ik er eerst maar eens even van genoten. Daarna met een zucht dichtgeslagen, maar niet los gelaten: in gedachten bleef ik er mee bezig. Eerst met de psychologie van het verhaal, daarna met de verbanden tussen de verschillende verhaallijnen en tenslotte met de symboliek en de thema’s. En dat alles in een structuur die geraffineerd in elkaar zit. Pas toen dat allemaal een beetje bezonken was, werd het tijd voor een tweede lezing, die een hoop bewondering opriep voor het eindresultaat! Er valt over dit boek zoveel te zeggen, dat ik me afvraag of iedereen daar wel op zit te wachten. Daarom dit keer eerst maar mijn conclusie en daarna pas het uitgebreidere verhaal.

De hemel boven Parijs is een droomdebuut: alles klopt! Bregje Hofstede heeft een eigenwijze stijl, die opvalt door originele beeldspraak en verrassende woordkeus. “Het was een ingedroogd schepsel met knijprimpels rond haar mond”. Of: “Het was zo koud, dat je Parijs niet rook, tenzij je langs een metrorooster liep wanneer de stad de lucht van kleinverpakte mensen opboerde”. Of: “In het late zonlicht had de doos een aureool van stof” (de doos met foto’s van een verloren geliefde). De uitstekende sfeertekening en haar vlotte pen zorgen voor een plezierige leeservaring, zowel voor wie alleen een bijzonder en spannend verhaal wil lezen over een niet alledaagse relatie en de psychologische consequenties van het al dan niet de juiste keuze maken, als ook voor wie graag op zoek gaat naar een diepere laag: filosofie, kunstgeschiedenis, literatuur, psychologie, historie, het zit er allemaal in. Ik wil dan ook niet beweren, dat ik alles al ontdekt heb na twee keer lezen. Een prima leesclubboek dus!

N.B. Na dit boek las ik Philippe Claudel – Rivier van Vergetelheid en Georges Rodenbach – Brugge-de-dode. Ik ontdekte onverwachte overeenkomsten en een schitterende eigen uitwerking. Zie daarvoor op deze link: Driehoeksverhouding:

En dan nu de uitgebreidere versie van mijn leeservaring.

Het motto is zeer toepasselijk en trof me om een heel persoonlijke reden extra: het is een gedicht van Hanny Michaelis uit de bundel Onvoorzien (Van Oorschot, 1966). Niet opgegroeid met poëzie was dit de eerste dichtbundel die ik ooit zelf kocht, nadat Kees Fens er tijdens de les uit voorlas. De felgele bundel is intussen helemaal stuk gelezen (en heeft gezelschap gekregen van vele andere bundels). Het past zo goed bij de inhoud van het verhaal, dat het bijna lijkt of het er de inspiratie voor gevormd heeft.

“Met de jaren
moet er veel worden weggegooid.
De gedachte bijvoorbeeld
dat geluk mild is en duurzaam
iets als een zuidelijk klimaat
in plaats van een blikseminslag
die levenslang gekoesterde
littekens achterlaat.”

Het boek heeft een typerende indeling: er zijn genummerde hoofdstukken en hoofdstukken met de titel Sofie. Daarnaast zijn er nog stukken in een afwijkende typografie. Dat heeft alles te maken met de knap verknoopte verhaallijnen. Zo is er de verhaallijn van Olivier, zowel over zijn leven nu, als over het leven van vroeger, met zijn grote liefde Mathilde en de grote vergissing die hij destijds gemaakt heeft. Deze hoofdstukken zijn genummerd, alsof ze naar een climax moeten leiden. Dan zijn er de hoofdstukken met erboven Sofie. Ze worden verteld vanuit het perspectief van Sofie: weinig over haar vroegere leven, veel meer over het heden en hoe ze zich haar toekomst voorstelt. De laatste twee hoofdstukken nummeren echter door en wie het verhaal leest, zal begrijpen waarom dat zo blijft terwijl hier toch Sofie aan het woord is. Dan zijn er nog de stukken met de afwijkende typografie. Het zijn brieven en e-mails, maar belangrijker: het gaat ook om de derde verhaallijn: het essay waaraan Sofie werkt, met aanwijzingen van haar professor Olivier. De inhoud ervan en het onderwerp spelen een symbolische rol in het totaal en spiegelen de levensvragen waarmee Olivier en Sofie zelf worstelen.

Het essay, dat vele malen herzien wordt (al dan niet op aanraden van Olivier) is gebaseerd op een boek van Balzac: Chef-d’oeuvre inconnu (Het onbekende meesterwerk). Het draait om kunstenaars die er voor terugdeinzen een kunstwerk (af) te maken of er überhaupt een te maken, omdat ze vrezen te falen en het afronden ervan zolang uitstellen dat het bijna onmogelijk wordt. Het legt een duidelijk (symbolisch) verband met het drama in het leven van Olivier en zijn eindeloos durende worsteling daarmee.

Als Olivier Sofie voor het eerst ziet zitten tijdens een college is hij direct van slag: ze lijkt sprekend op zijn eerste en enige echte liefde: Mathilde. Hij probeert afstand te bewaren, ook al dringt zijn baas er bij hem op aan haar een beetje onder zijn hoede te nemen.  Ook Sofie gedraagt zich  nogal afstandelijk, maar via de gesprekken over het essay en de behoefte van Sofie aan andere woonruimte, leren ze elkaar beter kennen en gaat er bij Olivier steeds meer door elkaar lopen. Hij vraagt zich af: “Wat zijn echte herinneringen en wat is verzonnen?” Hij ziet in Sofie vooral de jonge Mathilde en niet de unieke persoon die ze is. Zonder haar te vertellen wat er gebeurd is waardoor hij en Mathilde uit elkaar zijn gedreven, probeert hij toch haar te behoeden voor de fouten die hijzelf ooit maakte. Die gesprekken gaan vaak via de bespreking van haar essay over de kunstenaars die hun meesterwerk niet voltooien: “Soms moet je gewoon iets durven, zei hij”.

Hij vindt nieuwe woonruimte voor haar, die ze moet delen met een andere student, Mark. Hij betrapt zichzelf op de gedachte: “Mathilde” heeft eindelijk een plek gevonden. Het proces van afstand bewaren en contact zoeken zet zich voort. Het ijs breekt als ze tijdens een wandeling volop meegaat in zijn fantasie: een denkbeeldige hond uitlaten, aanhalen. Weer iets waarin ze op Mathilde lijkt. Als hij haar tenslotte vertelt over Mathilde en dat hij nog steeds aan haar denkt, vindt ze het sneu dat hij daarin is blijven hangen. Maar zelf is ze gevlucht voor haar moeder, die niet alleen kan zijn en teveel op haar leunt. Om te merken, dat ze zelf ook moeilijk alleen kan zijn. Maar de relatie die ze aangaat met Mark, omdat Olivier zei: “Soms moet je gewoon iets durven”, voelt niet goed. En dan komt alles plotseling in een onmogelijke stroomversnelling terecht, zowel voor Sofie, als voor Olivier.

Ik vind het moeilijk de kwaliteiten van dit boek te bespreken zonder de plot weg te geven. Dat kan haast niet anders dan in vage bewoordingen. Er zijn verschillende stukken aan te wijzen waar één van de kunststromingen van de laatste 150 jaar raakvlakken heeft met  de schrijfstijl: Impressionisme, Expressionisme, Magisch-realisme en Surrealisme. Die laatste 2 vond ik terug in mijn favoriete en heel bijzondere scene.

Sofie heeft in een doos met foto’s van Mathilde haar nieuwe adres gevonden en neemt het besluit haar op te zoeken. De manier waarop dat uitgewerkt wordt, is vernuftig. Ze gaat op weg, dwaalt eerst nog wat in de Tuileries, ziet een foto voor zich waarop Mathilde op de rand van de fontein zit. Hoe dat was, kon ze zich herinneren, alsof ze het zelf had meegemaakt. “Het idee, dat ze kon kiezen uit verschillende verledens, net als tussen mogelijke toekomsten, had iets aanlokkelijks.” Het verhaal gaat verder, maar als lezer weet je op den duur niet meer zo goed, wat er echt gebeurt en wat er zich afspeelt in het hoofd van Sofie. Ze wil Mathilde bezoeken om te zien hoe haar toekomst na Olivier verlopen is, om te weten hoe zijzelf haar leven in zou kunnen richten.  Ze hoopt bij Mathilde haar eigen toekomst te kunnen zien. Maar als ze eenmaal binnen is bij Mathilde, trekken de mogelijke uitkomsten van die vragen op surrealistische wijze  aan haar voorbij, wisselen heden en verleden of een ander heden elkaar af. Is ze wel echt bij Mathilde of speelt alles zich af in haar hoofd? Klinkt nog al abstract, maar het komt heel echt over. Ze heeft haar (onuitgesproken) besluit genomen en keert terug naar Olivier.

De hemel boven Parijs: om de titel te duiden moeten we terug naar ergens midden in het verhaal èn naar het eind van het boek. Olivier zegt tegen Sofie, dat je iets nodig hebt wat je verbindt met deze aarde omdat je anders de oneindige diepte van het heelal wordt ingezogen. Na alles wat er gebeurt is, vertrekken ze samen  vroeg in de morgen uit Parijs. Symbolisch: “Alleen de vuilnismannen zijn al op, en vegen de straten schoon. Parijs is dood en wordt gebalsemd. De ramen zijn zwart, de straten leeg. Hier woont alleen geschiedenis.” Opnieuw komt de hemel boven Parijs ter sprake. Maar of dat eind goed al goed betekent?

Ook daarom is dit een fantastisch leesclubboek: er blijven genoeg vragen en discussiepunten over. Terwijl er alle ruimte is om daar je eigen invulling aan te geven.

Eerder verschenen op Mijn boekenkast

Recensie door: Monique van Gaal
3/5

Mooie zinnen maken nog geen meesterwerk

Bregje Hofstedes debuutroman De hemel boven Parijs beschrijft de samenvloeiing van een onvoltooid verleden en een gewaand nieuw begin: man van middelbare leeftijd verliest zich in de herinneringen aan zijn oude geliefde, en valt als een blok voor haar veel jongere evenbeeld. Een basaal verhaal, vaardig verheven tot kunstwerk door de verrassend fraaie zinnen. Toch staan zelfs de allermooiste zinnen niet garant voor een meesterwerk.

De hemel boven Parijs is als een lofzang op de Franse hoofdstad. Parijs lijkt opgesloten in het verleden, en dat geldt evenzeer voor de hoofdpersoon in dit boek, Olivier. Olivier is professor kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, inmiddels tweeënvijftig jaren oud, maar tragisch blijven hangen in die mooie, bruisende studententijd, toen hij en zijn geliefde Mathilde een stel waren. Die liefdesgeschiedenis heeft hij bij lange na nog niet afgesloten.

Wanneer hij op een dag de Nederlandse uitwisselingsstudente Sofie (Fie voor intimi) ontmoet, en zij het evenbeeld van Mathilde blijkt te zijn, begint zijn wereldje te draaien en te wankelen. Als hem dan ook nog eens wordt gevraagd haar onder zijn hoede te nemen en haar wegwijs te maken, en hun omgang steeds vertrouwder en frequenter wordt, lijkt er voor hem geen ontkomen meer aan.

‘Ze irriteerde hem. Er was iets helemaal verkeerd aan haar. Steeds opnieuw gaf ze hem een schok, een fysieke schok, zoals wanneer je een slok thee neemt en het blijkt koffie te zijn. Ze deed niets vreemds en niets verkeerd maar hij kreeg rillingen van haar. Ze leek op haar; ze was het niet.’

Oliviers latrelatie met collega-docent Sylvie lijdt er flink onder, maar als we het goed lezen, was die toch al niet veel soeps. ‘”Stoor ik?” Hij schudde zijn hoofd. Natuurlijk stoor je. Je zou thuis slapen vannacht.’ En spannend al evenmin.  ‘Ze zou kreunen en zuchten, en intussen opletten of haar buik niet kwabde.’

Geleidelijk aan dringt Fie met al haar wezen zijn leven binnen, en wordt Olivier heen en weer geslingerd tussen zijn herinneringen aan Mathilde, zijn liefde voor de Mathilde in Fie, en zijn leugenachtige vadergevoelens, ‘Ze is als een dochter. Ik ben alleen beschermend.’ Eigenlijk tussen alles wat wel of niet mag volgens de fatsoensnormen, ‘Hij moest zich dwingen oud te zijn om haar niet vast te grijpen.’

Mooie zinnen

Bregje Hofstede maakt prachtige zinnen, zoals ‘We, zei ze, en hij tuimelde dat woordje binnen.’ Ook haar beeldspraak getuigt van een rijke verbeeldingskracht: ‘een toren als een nooit geslepen potlood’. De rustige opbouw, de zelfverzekerde wijze van vertellen, het is prettig lezen. Ook de gespiegelde scènes zitten knap in elkaar; nadat een voorval eerst vanuit het oogpunt van Olivier is verteld, lezen wij vervolgens ook hoe Sofie dat moment heeft beleefd.

Toch is het boek voor mij niet dat meesterwerk dat het had kunnen zijn. Want juist in al die schitterende formuleringen schuilt ook een bezwaar: ze hebben de kracht om te verdoezelen dat het hier in wezen om een vrij simpel verhaal gaat. Zo nu en dan konden zelfs die mooi gevonden frases niet voorkomen dat mijn gedachten afdwaalden, wanneer het verhaal te traag werd, of er te veel herhaald werd, te veel Mathilde, te veel Sofie, te veel ‘Dat deed Mathilde ook.’, te veel gelijkenis en toevalligheden. Want niet alleen lijken de twee qua uiterlijk op elkaar, ook hun labiele stemmingen en hun omstandigheden versmelten als waren zij een en dezelfde persoon.

Ultiem meesterwerk

In de essays die Fie ter goedkeuring aan Olivier voorlegt, vertelt zij over kunstenaars die ernaar streefden het ultieme meesterwerk te creëren, en eraan kapot gingen, omdat ‘de kloof tussen idee en uitvoering’ vaak zo reusachtig groot is. De museumbezoekjes van Olivier en Fie, tezamen met deze essays, tonen Hofstedes vertrouwdheid met de kunst; ook zijzelf studeerde kunstgeschiedenis in Parijs. De dialogen over kunst zijn heerlijk luchtig:

‘En ze moest lachen om drie blote dames van Rafaël, arm in arm, die alle drie peinzend naar een zware koperkleurige kogel in hun andere hand keken. “Ze vragen zich af welke rivale ze als eerste de schedel moeten inslaan.”  (-)

“Fie, je iconografie is belabberd. Dat zijn de drie gratiën. Ze hebben gouden appels in hun hand.” “Het zijn vrouwen! Zo gaat dat.” Ze keek hem vorsend aan. “En – vind je de hand van Rafaël nou zo bijzonder?”

Tijdens het lezen ben je steeds benieuwd naar het einde, en je tikt jezelf op de vingers als je eventjes probeert te spieken op de laatste bladzijden. Toch wordt je nieuwsgierigheid uiteindelijk niet helemaal gestild, en zetten sommige zinnen je zelfs onterecht op scherp: ‘Ze haalde de foto verder tevoorschijn en voelde haar keel opzetten van schrik. De kleine wereld van Mathilde, waarvan ze flarden had bekeken, viel plotsklaps samen met de hare.’ Fie herkende het decor in de foto, maar met welk gevolg? Daar wordt verder niet meer op ingegaan.

Met je eigen voorspellingen over de afloop wordt ten slotte grondig korte metten gemaakt als het verhaal ineens in een sneltreinvaart belandt, Parijs plotseling een klein gehucht blijkt te zijn waar oude vrienden je faux pas met alle geweld proberen te beteugelen, en eigenlijk alles ineens heel onwaarschijnlijk wordt, als in een bedrieglijke droom.

Al met al mag De hemel boven Parijs dan wel geen meesterwerk heten, een buitengewoon stijlvol debuut is het toch zeker wel.

Samenvatting

De comfortabele routine van Olivier, professor in de kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, raakt ontwricht wanneer zijn baas hem vraagt om als mentor van een uitwisselingsstudente op te treden. De stugge Nederlandse rakelt een geschiedenis op die Olivier had willen vergeten, maar die tegelijk het kostbaarste is dat hij bezit.

Tegen beter weten in zoekt hij toenadering tot de studente, en geeft haar een advies dat hij zelf nooit heeft opgevolgd. Maar Fie heeft haar eigen leven. Zij worstelt met een onmogelijke keuze: streven naar het allerhoogste, en eraan kapot gaan – of nooit beginnen om niet te falen. Ze voert koppig verzet tegen haar eigen levensangst en daagt Olivier uit hetzelfde te doen.

De hemel boven Parijs gaat over de leugens die wij voor onszelf bedenken om niet te hoeven doen wat we het meest verlangen. Bovendien is het een van de meest opvallende liefdesverhalen van de Nederlandse literatuur van nu, en een betoverende entree van een jonge auteur.

Toon meer Toon minder
€ 15,00

Verwachte leverdatum: zaterdag 22 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789059367418
Verschijningsdatum
mei 2017
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Cossee, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden