Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Het eind van de kaart

Auteur(s): Albert Helman
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Het eind van de kaart
Het eind van de kaart

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Ko van Geemert
4/5

De magie van het oerland

[Recensie] Lou Lichtveld (1903-1996), de later onder het pseudoniem Albert Helman beroemd geworden Surinaamse schrijver, werd in 1955, hij was net de 50 gepasseerd, door de vijftien jaar jongere en buitengewoon ambitieuze ingenieur Bob Zonneveld gevraagd mee te gaan om het binnenland te verkennen. Doel van deze expeditie was te onderzoeken of de vorming van een kunstmatig stuwmeer mogelijk zou zijn, in verband met het opwekken van elektriciteit.

Van Blommestein (1905-1985), professor, doctor, ingenieur, was met dit gigantische plan gekomen, maar vrijwel niemand zag er iets in. Dat gold niet voor Lichtveld/Helman: “van het allereerste begin af, toen nog niemand in hem geloofde, ben ik bij zijn plannen betrokken geweest.”

Zoals we allen weten werden de dam en het meer – aanvankelijk Van Blommesteinmeer en nu Brokopondostuwmeer genoemd – in de jaren zestig werkelijkheid. Door de verwezenlijking hiervan zouden ongeveer vijfduizend bewoners moeten verhuizen en Helman lijkt zich daar, wanneer hij ter plekke is, toch wel enige zorgen over te maken:

“Wat schreeuwerige politici, sentimentele damescomités en godsdienstige ijveraars er ook van mogen zeggen, het is vast beter de boslandbewoners, of het nu Indianen of Djoeka’s zijn, stilletjes in hun natuurlijk milieu en zoveel mogelijk met rust te laten. Wat hun aan westerse uiterlijkheden wordt opgedrongen, pakt toch faliekant uit.”

Helman vertrekt onder leiding van Bob, die hij buitengewoon waardeert, in april 1955. Hij houdt een dagboek bij waaruit blijkt dat de reis, die enkele weken zou gaan duren, hem zwaar valt: “Was ik nog maar een jongeling! Voorlopig heb ik een stevige hoofdpijn, en de opgelopen schrammen en steken zijn pijnlijk.”

Het wordt er allemaal niet beter op, hij kan op een gegeven moment bijna niet meer lopen. Door Indianen wordt hij geholpen: “Ondanks mijn westerse ideeën kreeg ik vertrouwen in de uitwerking van zo’n kruidenkompres. Had de wildernis deze mensen soms geen eigen kennis, misschien effectiever dan de onze, bijgebracht?”

De ontberingen in het binnenland brengen hem tot zelfinzicht:

“Ik ben een ander mens geworden, in wie het laatste restje bijgeloof in al de fraaiigheden van westerse beschaving, van geleerdheid of techniek, van sociale en economische functies zoals me die van jongs af aan zijn aangepraat, volledig vernietigd zijn. Restloos verdwenen. Ik heb mij overgegeven aan de magie van het oerland.”

Of dit inzicht blijvend was, vertelt het verhaal niet.

Merkwaardigerwijs doet dit dagboek zo nu en dan aan de dagboeken van Hans Warren (1921-2001) denken, vooral daar waar de heren in de spiegel kijken. Merkwaardig omdat de dagboeken onder zulke uiteenlopende omstandigheden en in zulke verschillende werelden (dorpje in de Nederlandse provincie Zeeland en de binnenlanden van Suriname) werden geschreven.

Ontegenzeggelijk ontroerend is de passage waarin Helman een kleine nederzetting bezoekt waar een oudere vrouw, met “fletse ogen en verkreukelde borsten”, de vinger naar hem wijst en zegt: “Jij bent een van ons!”

Later bezoekt hij haar nog eens, waarbij zij hem een sinaasappel aanbiedt, “een geweldige schat, haar uiterste, onbeschrijfelijke berooidheid in aanmerking genomen”: “Voor anderen is dit misschien een onnozele episode, maar mij heeft het machtig ontroerd.” Dat geldt evenzeer voor de lezer.

Helman schreef dit reisjournaal in 1955, maar het boek zou pas in 1980 verschijnen in de reeks Privé-Domein van uitgeverij De Arbeiderspers. Nu heeft In de Knipscheer dit dagboek, gelukkig, opnieuw uitgegeven. Er is een nawoord toegevoegd van Michiel van Kempen. Hij publiceerde in 2016, ook bij uitgeverij In de Knipscheer, de biografie van Helman, Rusteloos en overal.

Op de allerlaatste bladzijde van Het eind van de kaart vinden we, hoe toepasselijk, een kaart van Suriname. Is dit een kaart die in de uitgave van 1980 gebruikt werd? Of is deze speciaal voor deze publicatie vervaardigd…?

In het laatste geval is een kans gemist een wat uitgebreidere kaart te presenteren, waardoor de reisroute beter te volgen zou zijn geweest.

“Dat is het,” schrijft Helman aan het einde van zijn dagboek, “We moeten nog ontdekken wat er bestaat aan het eind van de kaart. Nu alles achter de rug is, zie ik pas de zin van deze reis, die zo vaag begon: een grens te overschrijden, mijzelf te confronteren met het ongewisse van een nog niet getraceerde, onbeschreven wereld.”

Conclusie: Het eind van de kaart is een buitengewoon boeiend boek voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Suriname. En in Helman uiteraard.

Eerder verschenen in Parbode

Recensie door: Tea Lierop van
4/5

Een geografische en innerlijke expeditie

“Eindelijk dan over vandaag, de eerste volle dag van onze terugtocht, – een maar driekwart volle zou ik eigenlijk moeten zeggen. De anderen zijn al naar bed, terwijl ik hier nog altijd bij het zacht-gouden licht van onze stormlantaren zit te schrijven, – een immense vachtig-dikke stilte om mij heen.”

[Recensie] Reis mee met de auteur en onderga het weergaloze gevoel ondergedompeld te zijn in het Surinaamse binnenland zoals dat was in 1955. Dit boek is een journaal of een dagboek, maar het woord journaal past zo mooi in de tijd waarin Helman zijn ervaringen opschreef. Zijn aantekeningen van zes weken lange avontuurlijke tocht door de binnenlanden van Suriname werden direct na terugkomst verwerkt, zo vertelt Helman in zijn voorwoord van het boek dat pas in 1979 zou verschijnen. Het doel van de tocht was het instellen van onderzoek naar “[…] het waterdebiet van de nog niet of slechts onvoldoende in kaart gebrachte stromen in het zuidoosten, opdat kon worden vastgesteld in hoeverre zij dienstbaar konden zijn bij de vorming van een kunstmatig stuwmeer, dat achter de thans sinds jaar en dag voltooide Brokopondo-dam zou moeten ontstaan.”

Er was behoefte aan veel elektriciteit om de pas gevonden bauxiet te verwerken tot aluminium. Bauxiet werd onder andere gevonden in het district Marowijne in het noordoosten van Suriname, de gelijknamige rivier vormt de grens met Frans-Guyana. De afbeelding op de omslag is een detail van de Kaart van Suriname, Ministerie van Opbouw (1966).

Dit is niet alleen een verslag van de tocht, de auteur schrijft in zijn voorwoord dat hij tijdens deze reis het inzicht verwierf dat hij leed aan een gebrek aan bescheidenheid en dat dit besef hem later goed van pas kwam. In tegenstelling tot de tijd waarin hij het voorwoord schreef (1979, dus een jaar of 25 na de tocht) was er in 1955 nog weinig in kaart gebracht over het gebied. Er waren wat ruwe schetskaarten, maar verder was het blanco. In ‘79 was de wildernis al een heel eind gekrompen, in plaats van over het water te reizen zijn er er landingsbaantjes aangelegd en er wordt gebouwd, ook voor de toeristen.

De expeditie zal per boot geschieden. Vrouwen gaan niet mee, dit is een mannenaangelegenheid. Beschrijvingen van de overweldigende natuur maken een substantieel deel uit van dit reisverslag, niet dat alles geromantiseerd wordt, er is wel degelijk aandacht voor tegenslag. Het eerste stuk gaat per motorboot, het begin is nog makkelijk te bevaren; ‘s avonds kun je op het dak zitten en al mijmerend naar de sterren kijken. Keerzijde van de motorboot is dat hij zoveel deining veroorzaakt dat de kleine korjalen dreigen om te slaan wanneer er geen vaart geminderd wordt. Het is ook erg donker op de vaarweg, korjalen hebben meestal geen verlichting, wel zie je aan de wal overal lichtjes.

In Albina wordt de motorboot verruild voor zeven kleinere houten boten. De expeditie bestaat uit 36 man en er moet veel vracht mee. Wat volgt is een bijna dagelijks verslag van de tocht. Vele obstakels zullen de reis bemoeilijken. De rivieren laten zich niet eenvoudig bedwingen, vanwege de vele hoogteverschillen worden de boten vaak uit het water getild om elders weer te water gelaten te worden. Ook de auteur zal uiteindelijk de slag te pakken krijgen om deze routinehandelingen onder de knie te krijgen. Het grootste deel van de expeditie zal achterblijven in de buurt van Affisti, er wordt gewerkt aan een verbinding tussen het Marowijne-gebied en het stroomgebied van de Suriname-rivier. Voor lezers die niet alle geografische kennis paraat hebben kan dit boek een uitdaging zijn hier wat aan te veranderen. Met Google bij de hand zijn de genoemde plaatsen makkelijk op te zoeken. Plekken zoals de Tosso-kreek, de Sara-kreek en de plaats Drietabbetje zijn moeiteloos te vinden en zijn een mooie aanvulling op het boek. Het kaartje achterin het boek vind ik wat summier, had wat uitgebreider gemogen.

Eerder verschenen op Metdeneusindeboeken

Samenvatting

Het eind van de kaart is in alle opzichten een unicum in het toch al zo veelzijdige, grote oeuvre van Albert Helman.

Albert Helman (Lou Lichtveld) schreef het reisjournaal Het eind van de kaart in 1955, maar het boek zou pas 25 jaar later in 1980 verschijnen in de prestigieuze reeks egodocumenten Privé-Domein van Uitgeverij De Arbeiderspers. In 1955 waren hele stukken van de kaart van Suriname nog wit, oningevuld, onbekend, behalve in het hoofd van de bewoners van het diepe binnenland: inheemsen (Indianen) en marrons (nakomelingen van slaven die eeuwen geleden de plantages ontvlucht waren). Mensen die het binnenland in kaart probeerden te brengen, waren dus werkelijk pioniers, en Helman trok er ook zelf op uit hen aan het werk te zien, verkenningen die hij neerlegde in een tiental verhalen die later in Verdwenen wereld (1990) werden gebundeld. Maar bovenal is Het eind van de kaart een verkenning van zijn eigen psyche en zijn eigen fysieke onvolkomenheid in een omgeving waar hij is overgeleverd aan an¬deren. Helman laat zijn cynisme varen en geeft zich over aan 'de magie van het oerland'.

Helmans reisverslag wordt tegenwoordig beschouwd als een van de allerbeste en leesbaar gebleven boeken van Albert Helman. Aan deze editie is een Nawoord toegevoegd van prof. dr. Michiel van Kempen.

Albert Helman (1903 -1996) heeft een uitgebreid oeuvre aan romans, verhalen, essays en toneelstukken op zijn naam staan. Begonnen als onderwijzer, componist, organist en muziekcriticus bewoog hij zich in de jaren dertig van de vorige eeuw steeds meer in de richting van polemische en sociaal en politiek uiterst strijdbare journalistiek. In Spanje vocht hij aan republikeinse zijde. Al in diverse romans en verhalen voor de oorlog gaf Helman blijk van interesse voor West-Indië, de Caraïbische regio. Na de tweede wereldoorlog was hij enige tijd minister in Suriname.

Van Albert Helman verschenen eerder bij Uitgeverij In de Knipscheer de verhalenbundels Verdwenen wereld en Peis noch vree, de romans Mijn aap lacht, Chieftains of the Oayapok!, De G.G. van Tellus, Zomaar wat kinderen, de poëziebloemlezing Mexico zingt en de 'ecologische geschiedschrijving' Kroniek van Eldorado (2 delen).

Over Albert Helman/Lou Lichtveld verscheen in 2016 van de hand van Michiel van Kempen de geprezen biografie Rusteloos en overal.

Toon meer Toon minder
€ 19,50

Verwachte leverdatum: woensdag 04 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789062657605
Verschijningsdatum
april 2019
Druk
Onbekend
Aantal pagina's
254 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
Knipscheer, Uitgeverij In de

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden