Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Het geheim van mevrouw Grünwald

roman

Auteur(s): Diana Tjin
Taal: Nederlands
0,175/5
2 recensies
Het geheim van mevrouw Grünwald
Het geheim van mevrouw Grünwald
Het geheim van mevrouw Grünwald

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jannie Trouwborst
3,5/5

Historische roman over Suriname en WOII

Surinamemaand 2018

[Recensie] Een boek over Suriname met in de titel Mevrouw Grünwald bevreemdde mij. Dat klinkt toch Duits? Maar het klopt helemaal. In de loop van een paar eeuwen is de inheemse bevolking van Suriname uitgebreid met vele nationaliteiten. Daar hoorden ook Duitsers bij.

Een gemêleerd gezelschap

De oorspronkelijke inwoners van Suriname, vroeger ook wel indianen genoemd, woonden voornamelijk in de binnenlanden. Inmiddels vormen zij een minderheid in Suriname. In het oerwoud woonden ook de  marrons, afstammelingen van slaven die van de plantages weggelopen waren om in het regenwoud een nieuw bestaan op te bouwen. Tegenwoordig vormen zij een aparte bevolkingsgroep in Suriname, die duidelijk anders is dan de andere groepen.

De oorspronkelijke slaven kwamen uit West-Afrika. De afstammelingen van deze slaven zijn de creolen. De term ‘creool’ betekent ‘in eigen huis geboren’. De term werd vroeger al gebruikt voor toenmalige slaven die in Suriname geboren waren. De creolen hebben een ‘westerse’ levensstijl, hoewel er onder hen ook steeds meer aandacht is voor hun traditionele gebruiken en religies. De meeste creolen wonen in Paramaribo.

Na afschaffing van de slavernij haalde men in de 19de eeuw contractarbeiders naar Suriname om op de plantages te werken: Hindostanen uit India en Javanen (de meesten moslim, maar ook met traditionele geloofsovertuigingen). Ze mochten gratis terug naar hun thuisland, maar de meesten bleven.

Dan zijn er natuurlijk nog nazaten van de plantagehouders: Nederlanders, Fransen, Engelsen, Portugezen. En tenslotte de zendelingen van de Evangelische Broedergemeente, ook wel hernhutters genoemd, met wortels in Duitsland. In Suriname is de Evangelische Broedergemeente nog altijd het grootste protestantse kerkgenootschap met zo’n 60.000 leden. En zo kwamen de voorouders van Mevrouw Grünwald in Suriname terecht.

Een Duits paspoort

De voorouders van meneer en mevrouw Grünwald kwamen al 200 jaar eerder naar Suriname. Maar het nageslacht behield het Duitse paspoort, uit sentimentele overwegingen. En dat breekt op, als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Dat de Duitsers zich schandelijk misdroegen in Nederland, net zo als de Japanners in Indië, daar zijn genoeg aangrijpende boeken over geschreven. Maar het leek altijd of er in het buiten de oorlog gebleven Suriname niets aan de hand was. Dat dat toch heel anders lag, laat Diana Tjin ons zien in deze roman, die gebaseerd is op feiten en verhalen van slachtoffers.

Anna is negentien, als haar grootmoeder haar naar Mevrouw Grünwald stuurt met een brief. Ze heeft geen idee waarom. Ze mag blijven logeren. Thuis gaat het niet goed en ze is blij er een paar dagen tussen uit te zijn. Twee verhalen heeft de schrijfster dooreen geweven: het oorlogsverhaal van Mevrouw Grünwald en het dramatische verhaal dat zich bij Anna thuis afgespeeld heeft. Uiteindelijk komen ze samen, als het Anna duidelijk wordt, waarom haar grootmoeder haar juist naar deze vrouw gestuurd heeft.

Kamp Copieweg

Mevrouw Grünwald vertelt Anna over haar tijd in Kamp Copieweg. Hoewel de verschillende bevolkingsgroepen in Suriname vreedzaam naast elkaar leven als de oorlog uitbreekt, wordt van hogerhand bevolen dat iedereen met een Duits paspoort geïnterneerd moet worden. Eerst alleen de mannen, later ook de vrouwen en kinderen en zelfs gevluchte Duitse Joden en dienstweigeraars uit Zuid-Afrika (Boeren die nog een Nederlands paspoort hadden). Na heen en weer gesleept te zijn tussen verschillende tijdelijke onderkomens, komen ze allemaal terecht op Kamp Copieweg. De ontberingen zijn schrijnend. Met de moed der wanhoop en soms met een beetje hulp van oude vrienden buiten het kamp, worstelen ze zich door de jarenlange, ellendige gevangenschap heen. Maar als Nederland allang bevrijd is, verblijven zij nog in het interneringskamp. Pas in 1947 komen ze weer vrij. Ze kennen Parimaribo niet meer terug. Dankzij de bauxietindustrie is het een welvarend land geworden, waardoor veel mensen er een luxe leventje op na kunnen houden. De Amerikanen die de bauxiet nodig hadden voor de vliegtuigindustrie in de oorlog hebben asfaltwegen aangelegd en voor werkgelegenheid gezorgd.

Mevrouw Grünwald denkt haar gewone leven weer op te kunnen pakken, ze heeft zelfs haar huis terug, waar de buren goed voor gezorgd hebben. En iedereen is heel behulpzaam. Maar dan wordt ze geconfronteerd met iets dat met het geheim uit de titel te maken heeft.

Met haar drie kinderen vertrekt ze naar Amsterdam, om te ervaren dat ze ook daar bepaald niet met open armen ontvangen wordt.

Anna’s verhaal

Zo goed als het verhaal van Mevrouw Grünwald te volgen is, zo duister is dat van Anna, haar broer Simon en haar vader, moeder en grootmoeder. Niet alleen moet de lezer veel raden en zelf zien in te vullen, symboliek speelt er ook een grote rol in. Duidelijk is dat er sprake is van heftige ruzies en kindermishandeling en uiteindelijk moord. En dan wordt duidelijk waar de verhalen elkaar raken: ook in het kamp was er sprake van een vader die zijn zoon uithongerde en mishandelde tot de dood erop volgde. Zijn dochter was al voor de oorlog zwanger naar Nederland gevlucht. En langzaam begint het tot Anna door te dringen waarom haar grootmoeder haar juist naar deze vrouw toegestuurd heeft.

Twee belangrijke Surinaamse thema’s

Het debuut van Diana Tjin mag er zijn. De schandelijke internering van goedwillende Surinaamse burgers zonder enige nazisympathieën en de mensonterende manier waarop ze gevangen gehouden zijn tot ver na de bevrijding is een schandvlek die niet onopgemerkt mag blijven. Diana Tjin heeft het goed beschreven.

Maar minstens zo belangrijk is de aandacht voor het andere thema: kindermishandeling. Het komt in veel Surinaamse boeken voor en niet voor niets. Wie mishandeld is als kind, heeft een grote kans zelf ook tot mishandelen over te gaan. De vreselijke verhalen over de behandeling van slaven staan in genoeg boeken beschreven. Maar blijkbaar moet het nog vele generaties na de afschaffing van de slavernij duren, voor deze keten doorbroken wordt.

Het zal best ingewikkeld geweest zijn deze thema’s dooreen te weven. Ook voor de lezer is het een uitdaging Anna’s verhaal te duiden en het verband tussen beide verhalen te achterhalen. Het besef, dat hier de vinger gelegd wordt op een hardnekkig Surinaams probleem, laat mij als lezer verslagen achter.

Over de auteur

Diana Tjin (1961) is geboren in Amsterdam. Haar ouders zijn afkomstig uit Suriname. Aan de Universiteit van Amsterdam studeerde ze klassieke talen. Ze is werkzaam als catalografe bij de Universiteitsbibliotheek.

Eerder verschenen op Mijnboekenkast

DLVA medewerker Jannie Trouwborst riep september 2018 uit als Surinamemaand. We publiceren haar plannen en recensies. Lees hier haar blog over Surinaamse literatuur.

Recensie door: Jona Lendering

Duitse Surinamers

[Recensie] Ik mag dan wonen in de Amsterdamse Dodedichtersbuurt, met straten die een rijk literair leven suggereren, de buurt zélf lijkt niet vaak te zijn beschreven. Ik was daarom meteen geïnteresseerd toen ik hoorde dat Het geheim van mevrouw Grünwald, de debuutroman van Diana Tjin, zich voor een groot deel afspeelt in Amsterdam-West. En inderdaad, we bezoeken een huis aan de Van Lennepkade, wandelen onder de arcade langs de Kinkerstraat en doen inkopen op de Ten Katemarkt. Een feest der herkenning.

Wat ik dan weer niet herken, en waarom ik het boek niet alleen leuk maar ook interessant vond, is het verhaal van de Duitsers die in de jaren dertig woonden in Suriname en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse gouverneur Johannes Kielstra werden geïnterneerd op plaatsen waarvan de namen me tot nu toe weinig zeiden: in de voormalige plantage Mariënburg, in een ressort Groningen en aan de Copieweg. Twee andere interneringskampen, de Jodensavanne en Fort Zeelandia, komen terloops aan bod – en de laatste naam is natuurlijk bekend van de decembermoorden. Het feit dat ik in deze alinea al zeven links aanbreng illustreert dat ik Het geheim van mevrouw Grünwald minder heb gelezen als roman over een jonge vrouw die een familiegeheim ontdekt dan als een verslag over een mij niet heel goed bekend stuk koloniale geschiedenis.

Maar het is natuurlijk in de eerste plaats een roman, waarin vier verhaallijnen door elkaar lopen. Dat lijkt complexer dan het is. Om te beginnen is daar de raamvertelling over de jonge Anna, die ergens begin jaren negentig op bezoek gaat bij de stokoude mevrouw Grünwald. De laatste komt wat meer uit de verf dan de eerste, maar zij is dan ook de eigenlijke hoofdfiguur van de roman. Ook Anna heeft echter een eigen verhaal – ze komt uit een disfunctionerend gezin – dat eveneens uit de doeken wordt gedaan en dat, vanzelfsprekend, iets te maken blijkt te hebben met de wederwaardigheden van mevrouw Grünwald.

De derde en meest wrange verhaallijn is hoe mevrouw Grünwald in de jaren vijftig naar Nederland kwam: een land dat in meer dan één betekenis kil was voor de nieuwkomers, die als Duitsers (“moffen”) en als Surinamers (“zwarte wilden”) openlijk werden gediscrimineerd. En tot slot is er het vierde verhaal, waar het (getuige de documentatie achterin het boek) Tjin het meest om is te doen: dat van de internering van de Duitse Surinamers. Overigens waren zij niet de enigen die hun vrijheid tijdelijk verloren, want ook dienstweigeraars, nazi’s en de opvarenden van een Duits schip werden in verzekerde bewaring gehouden. Plus degenen die door gouverneur Kielstra om andere redenen werden verdacht, zoals het Surinaamse Statenlid Wim Bos Verschuur.

Ik ga ervan uit dat wat Tjin hierover vertelt, grotendeels waar is. Bijvoorbeeld dat de detentie zeven jaar duurde: niet van mei 1940 tot mei 1945, maar tot februari 1947. Bijvoorbeeld dat de meeste Duitse Surinamers nooit in Duitsland waren geweest. Bijvoorbeeld dat de gedetineerden in Mariënburg regenwater moesten drinken, hoewel de Surinaamse gezondheidsdiensten dat al in de jaren dertig voor consumptie hadden afgeraden. Bijvoorbeeld dat in een land dat volop vers voedsel produceerde, de geïnterneerden zich moesten behelpen met conserven. En bijvoorbeeld de absurditeit dat prins Bernard, die toch ook Duitser was, in 1942 op bezoek kwam in Paramaribo.

Uiteraard was de detentie onvergelijkbaar met wat er is gebeurd in de Jappenkampen en de Duitse concentratiekampen. Het aardige van de roman van Tjin is dat ze mooi toont hoe de detentie toch traumatisch kon zijn. Voor een mevrouw Grünwald, die zichzelf ziet als het hoofd van een keurige familie en die er zelfs na de dood van haar man in slaagt somberheid en verdriet op afstand te houden, is het allemaal een enorme vernedering. En dan moet het verblijf in Nederland nog komen, waar Grünwalds kinderen het heel moeilijk krijgen.

“Zonder dat ze iets zeiden, slingerden onbekenden, gewoon wildvreemde mensen, hen van alles naar het hoofd. Sommigen werden bovendien handtastelijk. Later is men dat racisme gaan noemen. In die tijd kenden we die term niet. Het lag niet aan hen. Hoe netjes gekleed ze ook gingen, of hoe voorbeeldig ze zich ook gedroegen, hun getinte huid maakte hen tot een mikpunt van spot en woede.”

Zoals ik al zei: de verhaallijn over de aankomst van Grünwald in Nederland is het wrangste deel van het boek. De detentie in Suriname mag dan vernederend zijn geweest, maar daar was tenminste begrip:

“In de ogen van de Surinamers waren we helemaal geen Duitsers en dus geen vijanden. We waren Surinamers, toevallig in het bezit van de Duitse nationaliteit, zoals er wel meer bevolkingsgroepen hun eigen nationaliteit hadden behouden.”

Tijdens het lezen had ik een wonderlijke ervaring. Dit boek is fictie, maar het speelt tegen een achtergrond die feitelijk juist is en daarom presenteer ik in dit blogstukje gegevens uit de roman als historische feiten. Dat is net zoiets als erkennen dat er weliswaar geen occulte verschijnselen zijn in Sneekse cafés, maar dat café wel zoeken. Of accepteren dat Don Quichot fictie is, maar wel aannemen dat de ridderromans die hij leest hebben bestaan. Of weten dat Harry Potter is verzonnen maar geloven dat heksen vliegen op bezemstelen. Ik heb vaker over deze kwestie geblogd en ik weet eigenlijk niet goed waarom ik de grens tussen fictieve personages, zoals Anna en mevrouw Grünwald, en reële personages, zoals gouverneur Kielstra, redelijk accuraat denk te trekken.

Nog een laatste opmerking: ik had het idee dat Tjin in haar verhalen moest groeien. Aanvankelijk ogen vooral de dialogen wat stijfjes, maar ze worden soepeler naarmate de verhalen vorderen. Ik heb Het geheim van mevrouw Grünwald met veel plezier gelezen – niet zozeer omdat het deels afspeelt in mijn buurt of omdat het Surinaamse deel mij als historicus interesseerde, en ook niet omdat ik Tjin bij twee of drie gelegenheden kort heb gesproken, maar ook en vooral omdat het gewoon een heel prettig boek is. Ik kan trouwens de gedachte niet onderdrukken dat dit boek, met dat leuke contrast tussen het Suriname van de jaren veertig en het Amsterdam van 1990, ronduit schreeuwt om verfilming.

Eerder verschenen op Mainzer Beobachter

Samenvatting

Zomer 1990, Amsterdam Oud-West. Mevrouw Grünwald, een oude Surinaamse vrouw, vertelt de negentienjarige Anna haar levensverhaal. Over hoe ze in 1940, meteen na de Duitse inval in Nederland, in Suriname met haar man en drie kinderen wordt geïnterneerd in Kamp Copieweg, omdat haar familie uit sentimentele overwegingen nooit afstand heeft gedaan van de Duitse nationaliteit. Bijna zeven jaar lang brengen zij en haar gezin er in gevangenschap door. Pas in februari 1947 mogen ze het kamp weer verlaten. In het Nederland van de jaren vijftig begint ze een nieuw leven. Naarmate het verhaal vordert, begrijpt Anna waarom haar grootmoeder haar juist naar deze vrouw heeft gestuurd.

Over de vergeten en verzwegen geschiedenis van de internering van mensen met een Duitse nationaliteit in Suriname ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is amper geschreven. De mensen die het betrof werden als 'staatsgevaarlijk' beschouwd. Decennialang is aan deze periode geen woord vuil gemaakt. Maar de barakken, de wachttorens en het prikkeldraad zijn in de herinnering gebleven van hen die het meemaakten. Juist door er een román over te schrijven, die weliswaar op feiten is gebaseerd, ziet Diana Tjin kans dichter bij het leed en de schande van die dagen en de jaren die erop volgden te komen.

Diana Tjin is geboren in Amsterdam (1961). Haar ouders zijn afkomstig uit Suriname. Ze heeft klassieke talen gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en is werkzaam als catalografe bij de Universiteitsbibliotheek. Het geheim van mevrouw Grünwald is haar romandebuut.

Toon meer Toon minder
€ 18,50

Verwachte leverdatum: dinsdag 26 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789062659548
Verschijningsdatum
april 2017
Druk
1
Aantal pagina's
232 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
Knipscheer, Uitgeverij In de

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden