Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De handen van Cicero

Taal: Nederlands
1 recensie
De handen van Cicero
De handen van Cicero

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Cyril Lansink

Retorische antwoorden op de retoriek van onze tijd

[Recensie] Als dé bezorger van een reeks klassieke werken over de retorica, heeft de Historische Uitgeverij ook een klein maar fijn boekje laten verschijnen over het belang, het gebruik en de doeltreffendheid van de retoriek in de huidige tijd. Veertien Nederlandse auteurs gaan in essayvorm in op allerlei aspecten van de kunst van de welsprekendheid zoals die in politiek, rechtspraak en het maatschappelijke debat wordt beoefend. De titel mag dan verwijzen naar de beroemde Romeinse redenaar uit de eerste eeuw voor onze jaartelling, de hoofdrolspelers in dit boekje zijn vooral de politici, beleidsmakers, advocaten en andere verleiders uit de 20ste en 21ste eeuw. Hoe proberen ze hun toehoorders en -kijkers mee te krijgen met hun verhaal, hoe overtuigen ze hen van hun boodschap en hun gelijk?

Het onderwerp is breed, de auteurs zijn vrij gelaten, en ze reageren niet op elkaar. De essays staan dan ook op zichzelf en kunnen in willekeurige volgorde gelezen worden. Op het eerste gezicht is er dan ook niet veel samenhang in de bundel te ontdekken.

Zo probeert Bas Heijne de taal van de emotie (de woede, het ressentiment) te duiden die hedendaagse populisten als voedingsbron gebruiken om zich een blijvende plek op het politieke toneel te verschaffen. Jan Kuitenbrouwer daarentegen focust meer op specifieke manieren waarop retorisch taalgebruik werkt. Hij wijst bijvoorbeeld op het belang van kairos – woorden moeten op het juiste moment en bij de juiste gelegenheid worden gebezigd om effect te hebben op het publiek. Een moderne vorm daarvan: wie in de verbale strijd hoge gooien wil gooien moet zijn onderwerpen via slim gekozen woorden en begrippen goed weten te framen. Liesbeth Zegveld kiest een hele andere weg om te laten zien hoe je kunt overtuigen. Ze voert een man op, die als elfjarig jongetje seksueel is misbruikt door een pater. En laat hem ten overstaan van de rechter een emotioneel-rationeel pleidooi houden om in zijn geval de verjaringsregels op te schorten. Het kan niet billijk zijn de daad te laten verjaren als de pijn niet verjaart. 

Luuk van Middelaar gaat vooral in op de vraag of en wanneer iemand in een gezagspositie – een koningin, een staatsman, een politicus – in zijn toespraken er al dan niet in slaagt om de aangesprokenen (volk, burgers, parlement) werkelijk te raken en voor zich te winnen. Improvisatie, waarachtigheid en authenticiteit vormen de sleutelwoorden in zijn met sterke voorbeelden gelardeerde betoog. In de bijdrage van Henk te Velde is het politieke debat het onderwerp. Idealiter staat daarbij de uitwisseling van argumenten om ideeën, plannen en standpunten kracht bij te zetten of aan te vallen centraal. In de praktijk ontaardt het niet zelden in “een voortzetting van twitter met andere middelen”. Dat retoriek meer omvat dan het gesproken of geschreven woord maakt Arjen van Veelen mooi duidelijk als hij in een korte tekst de lichaamstaal van Trump beschrijft.  Om te weten wat voor leider hij is en wil zijn, heb je aan zijn handen genoeg, betoogt hij. “Het zijn wapens. […] Hij klauwt, priemt, hakt; hij spreidt vaak zijn armen als Jezus.”[…] ”Een president met als een van zijn favoriete gebaren een schietbeweging – laat het bezinken.” Het waren niet alleen de tweets waarmee Trump zijn aanhang bedwelmde, het zat ook in zijn gebarentaal, in zijn hele voorkomen – de macht samengebald in een vingerknip.   

Een veelheid aan aspecten en invalshoeken dus om de betekenis van de retoriek in onze tijd zichtbaar te maken. In de laatste bijdrage weet Casper de Jonge, universitair hoofddocent klassieke retorica en antieke literatuurtheorie, deze veelheid op een soepele manier toch bij elkaar te brengen. En wel door alle voorgaande essays te lezen in het kader van de drie overtuigingsmiddelen en de vijf regels voor het spreken in het openbaar die al in de klassieke retorica (van 2000 jaar geleden) zijn uiteengezet.

Die drie middelen zijn logos, ethos en pathos. In gewoon Nederlands: door goede argumenten te geven, door betrouwbaar en authentiek over te komen en door in te spelen op emoties kan een spreker overtuigen en het publiek aan zijn kant krijgen. In Zegvelds pleitrede van de misbruikte man zijn ze alle drie op voorbeeldige wijze aanwezig.

In de wereld van de politiek lijkt de logos er echter soms nauwelijks toe te doen. Argumentatie legt het af tegen emotie; wie zich opwerpt als de spreekbuis van de angst, de boosheid en de rancune, scoort in onze tijd hogere ogen. Hoe je overkomt is belangrijker dan wat je met welke redenen zegt. Met feiten en cijfers win je geen verkiezingscampagnes of -debatten, het gaat erom dat je ‘echt’ bent, dat je de emoties van je potentiële kiezers aanvoelt en weet aan te wakkeren, dat je je tegenstanders kunt framen als elitair, wereldvreemd of leugenachtig, en dat je het momentum ziet en weet te pakken.

Retoriek is van belang. Maar al met al is het in veel gevallen niet meer dan een weinig verheffend middel. Een middel om je gelijk te krijgen, een middel om de grootste te worden, om je macht veilig te stellen, om je agenda door te drukken, om te winnen. Maar gelijk krijgen is niet hetzelfde als gelijk hebben. Wat is die winst eigenlijk waard? “Retoriek is leuk, maar we willen ook waarheid, visie en inspiratie,” zo sluit De Jonge af. Soms gaan die dingen samen, vaak ook niet. Hoeveel retoriek staat niet haaks op het zoeken naar de waarheid? De retoriek van de mooipraterij, van de valse belofte of van het schoonvegen van het eigen straatje: politici weten er wel raad mee. Hoe dan ook wordt in “het spiegelpaleis van de moderne retorica” (Van Middelaar) het zicht op het ware, het juiste en het goede er niet meteen duidelijker op.

Misschien is dit dan ook uiteindelijk de belangrijkste conclusie die je uit deze essays moet destilleren: de kunst van het overtuigen maakt je nog niet per se tot een goed mens (c.q. politicus).

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Mondigheid kenmerkt ons tijdsgewricht. En dan doelen we niet op het zogenaamde post truth tijdperk. Voorbij de waarheid waren we immers al langer. Maar dat we voorbij de autoriteit moeten denken is een nieuwe noodzaak. Niet door een gebrek aan autoriteiten, maar juist door een teveel. We weten niet meer wie of wat we moeten volgen of vertrouwen. Het resultaat lijkt te zijn dat autoriteit verdacht is geworden, en in deze autoriteitscrisis ontbreekt het ons ten enenmale aan een antwoord op de vraag hoe het eigenlijk hoort.
Het is in dit historisch moment dat we zelf het woord moeten voeren in de meest uiteenlopende situaties en rollen. En voor al deze rollen lijkt een specifiek redenaarsscript te zijn ontstaan. Niet alleen hebben de politicus, de wetenschapper, de jurist, de journalist allemaal hun eigen retorica ontwikkeld, maar ook de burger, de leek, het slachtoffer, de geïnterviewde, of zelfs de ouder in de klasse-appgroep hebben elk een eigen redeneerkunst ontwikkeld.
De macht uitdagen is niet zonder risico. Cicero was als spreker bij de openbare rechtbankprocessen op het Romeinse Forum een ware publiekstrekker, niet in het minst vanwege zijn dramatische voordrachtstechniek. Cicero's genialiteit als redenaar is hem evenwel noodlottig geworden. Zijn politieke opponent, Marcus Antonius, nam ten slotte wraak op de redenaar, niet alleen door hem te laten onthoofden - dat deed hij bij meer tegenstanders, maar ook door Cicero's handen af te laten hakken en tentoon te stellen. Gebaren kunnen immers net als woorden ingezet worden om te prijzen, te overtuigen, en ook om te beledigen. Een gebaar, een blik, minieme handelingen maken direct deel uit van het retorisch 'handwerk', en de handen van Cicero staan symbool voor de macht en de onmacht van het woord.
Een hachelijke ambivalentie die zich dagelijks uit in de retoriek van onze tijd. Iedereen die het woord wil kan het woord nemen, en ieder die het woord succesvol heeft gevoerd kan er een dag later mee worden gevloerd. Om de macht over het woord in onze tijd niet te verliezen zullen we te rade moeten gaan bij de retorici van weleer, maar niet zonder ook de retorische antwoorden te blijven oefenen op de grote vragen van onze tijd. In die oefening tonen de auteurs van deze bundel hun autoriteit.

Toon meer Toon minder
€ 20,00

Verwachte leverdatum: woensdag 21 april


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789065540652
Verschijningsdatum
september 2019
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
323: Literaire essays
Categorieën

Uitgever
Historische Uitgeverij Groningen

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden