Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Kom Atir kom

De legendarische voetreis met een giraffe van Marseille naar Parijs in 1827

Auteur(s): Agnita de Ranitz
Taal: Nederlands
0,15/5
2 recensies
Kom Atir kom
Kom Atir kom
Kom Atir kom

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Sanne Wortman
2/5

Aan de wandel met een giraffe

[Recensie] Stel je voor dat je nog nooit een giraffe, of zelfs maar een plaatje ervan hebt gezien, en dan komt er opeens eentje door jouw dorpje wandelen. Dan is het toch wel een heel raar beest! 

Een van de eerste giraffe’s in Europa was een geschenk van de gouverneur van Egypte aan de Franse koning Karel X. Zij arriveerde in 1826 per boot in Marseille en reisde vanaf daar te voet verder naar Parijs, begeleid door een entourage van een wetenschapper, verschillende verzorgers en koeien. Onderweg trokken ze overal flink wat bekijks. Over deze reis gaat het boek Kom Atir, kom

Wie is Atir? 
Het onderwerp van dit boek is dus best leuk en ook nog eens gebaseerd op een waargebeurd verhaal: de exotische giraffe die 880 kilometer lopend door Frankrijk trok waar de meeste mensen nog nooit een giraffe gezien hadden. Het verhaal wordt verteld vanuit twee perspectieven: dat van wetenschapper Étienne Geoffroy Saint-Hillaire en dat van Atir, de Soedanese verzorger van giraffe. Op basis van de titel van het boek had ik verwacht dat de giraffe Atir was, maar de giraffe bleek Zarafa te heten. 

Saint-Hillaire is een bevlogen wetenschapper die Zarafa persoonlijk bij de Franse koning af wil leveren. Atir is met de giraffe meegestuurd en is als zwarte man ook wel een bezienswaardigheid in het Frankrijk van de negentiende eeuw. Uiteraard ontstaat er een voorspelbare bijzondere vriendschap tussen deze twee mannen. 

Niet voor wandelaars
Verder gebeurt er in het boek niet bijzonder veel. Duidelijk is wel dat de schrijfster onderzoek gedaan heeft naar de reis die Zarafa, Saint-Hillaire en Atir maakten. Ze noemt vele dorpjes, plaatsen en personen bij naam, waardoor het verhaal soms meer feitelijke opsomming is dan een lekkerlezende roman. De hoofdpersonen krijgen een klein beetje te maken met tegenslag, deels gebaseerd op miscommunicatie, grotendeels gebaseerd op de slechte gezondheid van Saint-Hillaire. Hij had het kennelijk erg zwaar met het lopen, maar het is niet duidelijk of dit historisch accuraat is of dat de schrijfster dit geprojecteerd heeft. Achterin het nawoord schrijft ze dat ze medelijden had met Saint-Hillaire, die als 55-jarige 41 dagen achter elkaar zo’n 20 kilometer per dag moest lopen. Daarom heeft ze hem voor het laatste deel van de reis een rijtuigje ‘gegeven’. Dan moet ik toch denken aan de vele 55-plussers die bij de Nijmeegse Vierdaagse met gemak 40 of 50 kilometer per dag lopen. 

De schrijfster heeft de route zelf niet gelopen, schrijft ze, maar met de auto afgelegd. Ik betwijfel of ze verder veel wandelervaring heeft. Dit blijkt namelijk niet uit hoe het boek geschreven is, wat enigszins frustrerend is als je zelf wel graag en veel loopt. Het is totaal niet herkenbaar en dat was toch wel leuk geweest in een boek dat over een wandeltocht gaat. 

Voor wandelaars is dit boek dus geen aanrader. Voor wie dan wel? Misschien voor mensen die van giraffen houden en het niet zat worden om keer op keer te lezen wat een raar beest het is, en hoe het enthousiast onthaald wordt door mensen die nog nooit zo’n dier hebben gezien. Of voor mensen die eindeloze opsommingen van het Franse land leuk vinden, inclusief de planten die er groeien, de dieren die je er tegen kan komen, de dorpjes die er staan.

Historische context
Hoewel er dus duidelijk wel onderzoek gedaan is, ontbreekt toch historische context. Waar de relaties tussen een Egyptische gouverneur en een Franse koning een prima aanleiding zijn om de internationale politiek erbij te pakken en het verhaal wat spanning en diepgang mee te geven, wordt dit haast volledig genegeerd. Wel wordt er veel aandacht gegeven aan hoe weinig men in die tijd wist over bepaalde diersoorten in het algemeen en giraffen specifiek. Maar dat weet je na een of twee keer herhalen wel. Het verhaal blijft dus oppervlakkig en weinig historisch. In het nawoord blijkt ook dat de ontmoetingen met de meeste ‘echte’ personen verzonnen zijn en is niet helemaal duidelijk wat er dan wel allemaal echt is aan het verhaal. 

Helemaal achterin staat nog een lijstje met historische gebeurtenissen per hoofdstuk. Deze zijn helaas niet heel duidelijk gelinkt aan de tekst en zijn vaak zo summier dat het lastig is om iets met deze informatie te kunnen. 

Het historische aspect had dus zeker duidelijker en uitgebreider gekund, maar dat is natuurlijk geen vereiste voor een goed boek en bovendien een kwestie van smaak. Voor mij is het niet zo belangrijk hoe elk dorpje heet, en hoeveel mensen er steeds kwamen kijken naar de giraffe, maar het is goed mogelijk dat andere mensen hier heel blij van worden. 

Tijdlijn 
Het vervelendste aan Kom Atir, kom was de tijdlijn. Het perspectief springt zoals gezegd heen en weer tussen Saint-Hillaire en Atir, maar hierbij springt het vaak ook een stuk terug in de tijd. Hierdoor lees je bepaalde gebeurtenissen opnieuw, wat interessant kan zijn als een ander perspectief iets toevoegt, maar dat was hier bijna nooit het geval. Het maakte het dus vooral heel saai omdat je al weet wat er gaat komen. 

Sommige mensen kunnen vast van dit boek genieten, maar ik ben niet een van die mensen. De opsommende schrijfstijl, gebrek aan degelijke historie en een overdaad aan herhaling maakten het een oninteressant geheel, ondanks het in essentie interessante onderwerp. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marjon Nooij
4/5

Voetreis naar Parijs met een gedisproportioneerd dier

[Recensie] Voor de historische roman Kom Atir kom is de veelzijdige auteur Agnita de Ranitz (1952) bijna tweehonderd jaar teruggegaan in de tijd, heeft ze honderden kilometers (gemotoriseerd) gereisd om in de voetsporen te treden van een giraffe – Zarafa genaamd – en heeft ze zich vier jaar lang gestort op het achterhalen van de details van deze buitengewone voetreis van Marseille naar Parijs. De feiten heeft ze, zoveel mogelijk conform de realiteit, gebruikt als geraamte voor het verhaal. Haar eigen fantasie voorziet het van meer psychologische verdieping. Hiervoor is ze teruggegaan naar het Frankrijk van 1827. 

In 1825 besluit Mehmet Ali Pasha, Pasja van het Ottomaanse Egypte, om de Franse Koning Karel X als diplomatiek geschenk een jonge giraffe te sturen, ter aansporing om de Franse steun aan Griekenland te staken. Zarafa is één van de twee giraffen die hij dat jaar naar Europese staatshoofden stuurt. Daartoe wordt er een schip geprepareerd door een gat in het dek te maken, zodat de lange giraffennek daar doorheen kan steken. Daar de giraffe vijfentwintig liter melk per dag nodig heeft, gaan er twee koeien mee. Ook een antilope, een paar moeflons en twee doorgewinterde verzorgers – de jonge, vrijgekochte Soedanese slaaf Atir en Hassan, een bedoeïen uit de woestijn – zullen meereizen.

Op 30 september 1826 varen ze de haven van Alexandrië uit om ongeveer een maand later voet aan wal te zetten in Marseille, waar het gezelschap met Zarafa de winter doorbrengt.

In Parijs krijgt natuuronderzoeker en zoöloog Étienne Geoffroy Saint-Hilaire (15 april 1772 – 19 juni 1844) het opwindende nieuws te horen en wordt hem, uit hoofde van zijn functie als directeur van de Ménagerie du Jardin des Plantes (dierentuin Parijs. m.n.), gevraagd om de voetreis te begeleiden. Met zijn 55-jarige leeftijd en zijn reumatische klachten geen peulenschil, maar zijn besluit staat vast; hij gaat! Op weg naar het zuiden maakt hij zich zorgen over het koude, regenachtige weer.

“Stel dat de giraffe tijdens de reis kou vat. Daar moet ik niet aan denken. Het is wellicht verstandig een regenjas met capuchon te laten maken. Op maat natuurlijk! Van dat nieuwerwetse gegomde doek. Het zal geen sinecure zijn zoiets te vervaardigen, maar de prefect weet vast en zeker wel een bekwame kleermaker in de stad.”

Saint-Hilaire ziet er in het begin weinig been in om de zwarte Atir mee te nemen tijdens de voetreis. Hij stelt meer vertrouwen in Hassan, maar gaandeweg wordt zijn band met Atir sterker en vriendschappelijk, en leert hij hem de Franse taal. En Hassan… gaat op een goed moment zijn boekje te buiten ten koste van Atir.

De personages zijn door de auteur voortreffelijk uitgewerkt. Atir´s verbazing over alles wat zo anders is als in zijn thuisland, zijn islamitische geloof, zijn eenvoudige taalgebruik. De Ranitz heeft zich kunnen uitleven in het kleur brengen aan dit personage, want over hem is hoegenaamd niets bekend. Zijn katholieke antagonist is de erudiete en geaffecteerde Saint-Hilaire, en omdat het een gerenommeerd en bestaand persoon was heeft de auteur kunnen putten uit wat er over hem bekend is. Doordat beiden in afwisselende, korte hoofdstukken aan het woord komen, is de tekst en het vocabulaire verschillend geschreven, passend bij het personage. De hoofdstukken overlappen elkaar geregeld, alle twee hebben hun eigen waarheid en de lezer wordt meegesleept in hun beider gedachtewereld. Zo is Saint-Hilaire bijvoorbeeld uiterst content met de regenjas en de in Lyon gemaakte schoenen voor Zarafa en vindt Atir het maar belachelijk dingen, waar hij zich voor schaamt. ‘Ze moesten het in Soedan eens weten’. Saint-Hilaire heeft onderweg flink te kampen met zijn reuma en uit pure wanhoop dat hij de reis niet zal kunnen volbrengen gaat hij het bos in op zoek naar mierenzuur, in de hoop zijn pijnklachten  ermee te verzachten. Atir volgt hem bezorgd en kijkt verbijsterd toe.

“Langzaam stroop ik mijn broek af en trap mijn voeten uit de pijpen. […] dan kijk ik naar mijn onderbroek. Wat zal ik doen? Aanhouden of uitdoen? Mijn hart klopt in mijn keel. Ik kijk om me heen en laat hem afglijden. Even blijf ik besluiteloos staan en sla een kruis. Een frisse wind waait langs mijn geslachtsorgaan.'”

“Van schrik sla ik mijn hand voor mijn mond. […] Zijn benen zijn zo wit als de ivoren slagtand van een olifant! Wie had dat kunnen denken!
Plots schiet hij naar voren, recht door een groep hoge planten die tot ruim boven zijn knieën komen. […] Dan laat hij zich neervallen en rolt met zijn lijf door het groen. Maar dat zijn die vreselijke prikplanten. Brandende netels zoals Youssef die noemt!”

De auteur trakteert de lezer bijna ongemerkt op allerlei wetenswaardigheden over de giraffe en over bijzonderheden van het Frankrijk aan het begin van de negentiende eeuw. Ze heeft daarvoor veel onderzoek gedaan. Zo heeft ze dagen doorgebracht in bibliotheken, is ze afgereisd naar Kenia om de giraffe te bestuderen, heeft ze geprobeerd in dezelfde auberges te logeren, stadspoorten opgemeten en vond ze in Macon een stal met vier meter hoge deuren – met luchtgat – waar de giraffe tijdens de voetreis heeft overnacht. Nog altijd zijn er op de route aanwijzingen te vinden die bewijzen dat de giraffe daar is gepasseerd. Het verdient aanbeveling om na het interessante nawoord ook de noten te lezen.

Tweeënveertig dagen heeft het gezelschap erover gedaan om de 880 km te voet af te leggen en onderweg werd er zelfs een moufflonkalf geboren. Opzienbarend was de eerste giraffe op Franse bodem en de bevolking liep massaal uit, wanneer de optocht voorbij kwam. De middenstand haakte handig in op de ‘giraffenhype’. Coiffeurs ontwikkelden zelfs een ‘giraffencoupe’. Ondanks dat het monstrueuze dier als angstaanjagend werd beschouwd, was de bevolking ook zeer welwillend, want wanneer er onderweg een tekort aan melk dreigde te zijn, boden dorpsbewoners à la minute volle emmers aan. En Zarafa ondergaat het allemaal heel gemoedelijk.

De Ranitz heeft met deze roman een prachtige prestatie geleverd. Feit en fictie gaan vloeiend in elkaar over en het is duidelijk dat ze weet waar ze over schrijft. Nu kan het niet anders dan dat het boek ook in het Frans vertaald zou moeten worden (Door de auteur zelf? Ze woont immers al meer dan veertig jaar in Frankrijk). Voor de Fransen zal het een herkenbaar verhaal zijn, met de beschrijvingen van la campagne en de vele kunstenaars die genoemd worden.

En hoe is het Zarafa verder vergaan?

Ze is door de koning in ontvangst genomen en heeft haar onderkomen gevonden in de dierentuin van Saint-Hilaire, waar ze een kassucces bleek. Frankrijk liep uit om haar te bewonderen. Toen ze op 21-jarige leeftijd overleed, is ze opgezet tentoongesteld in Musée d´Histoire Naturelle te Parijs waar ze later,  door plaatsgebrek, ruimte moest maken en in de vergetelheid is geraakt, totdat een conservator van Musée d´Histoire Naturelle te La Rochelle bekend maakte dat ze vermoedelijk daar was. De vlekken op haar huid komen overeen met die op het schilderij dat Nicolas Huet van haar heeft gemaakt, maar het is niet duidelijk of deze tijdens het opzetten zijn bijgetekend.

De sprekende zwart-wit cover is een oude ansichtkaart, waarop iemand staat met een emmer melk voor de giraffe en ongedurige kinderen die niet lang in dezelfde houding konden blijven om duidelijk afgebeeld te worden, vanwege de lange afsluitertijd.

Een prachtig verhaal. Een interessante geschiedenis. Een schat aan wetenswaardigheden.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Samenvatting

‘Kom Atir kom’ is een geschiedenis uit 1827 over de legendarische voetreis van Marseille naar Parijs om de giraf Zoraféh - een geschenk van de pasja van Egypte - naar de Franse koning te begeleiden.

€ 20,99

Verwachte leverdatum: woensdag 21 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789078905196
Verschijningsdatum
februari 2020
Druk
1
Aantal pagina's
350 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
342: Historische roman (populair)

Uitgever
Brouwerij Uitgeverij de

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen