Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Magda is overal

Auteur(s): Christian Jongeneel
Taal: Nederlands
0,2/5
3 recensies
Magda is overal
Magda is overal
Magda is overal

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Roeland Dobbelaer
4/5

Geraffineerd spel met identiteiten, met Rotterdam als middelpunt van de wereld

[Recensie] Op pagina 201 van Magda is overal, het romandebuut van de Rotterdamse wetenschapsjournalist Christian Jongeneel (1969, Sumatra) begint er een nieuwe roman. Zo lijkt het althans, want wat sfeer, stijl en inhoud betreft lijkt het gedeelte dat dan start totaal niet op de voorgaande 200 pagina’s.

Als het tweede stuk te beschrijven is als een rustig ritje in een langzame stoomtrein van rond 1900, dan lijkt het eerste stuk op een achtbaan waarbij je na de zoveelste looping moet uitkijken niet totaal duizelig uit je stoel te vallen. Dat eerste stuk beschrijft het jonge leven van het wereldberoemde Rotterdamse fotomodel Magda en haar broer Dede. Het duo, een tweeling, zijn kinderen en kleinkinderen van de smeltkroes die de Nederlandse havenstad is. Overgrootvader was Fries, overgrootmoeder Chinees-Javaans, vader is Marokkaans, opa Surinaams-Hindoestaans, et cetera. Van elke windstreek hebben de kinderen wel wat genen en bloed geërfd. Wat hun identiteit precies is daarom niet vast te stellen. Als de hele wereld de komende eeuwen het maar met elkaar doet, wordt zo uiteindelijk het probleem van etnische identiteit opgelost, moet Jongeneel hebben gedacht. Magda en haar broertje zijn voorbeelden van deze nieuwe werkelijkheid. Over Magda lezen we: “Blanken zien in haar bleke Friese huid, de speelse sproeten van [grootmoeder] Femke. De Singhs, Gandhi’s, Gupta’s en hoe ze ook mogen heten roemen Magda om haar gladde chocoladebruine huid […]. Arabieren spreken van gazelleogen gelijk de maagden in het paradijs. Chinese prijzen haar voorkomendheid, gans Afrika loopt weg met haar Ethiopische trekken. […] Dit is de magie die van Magda het meest gevraagde fotomodel van de wereld heeft gemaakt.”

Oom Frits, een geraffineerde zakenman, voert de regie over haar carrière en sluit de meest fantastische miljoenendeals. Haar broertje Dede – ‘broertje’ want Magda is de eerstgeborene van de tweeling – escorteert haar op al haar reizen en heeft zicht benoemd tot haar persoonlijke bewaker. Terwijl Magda iedereen inspireert om het goede te doen, radicaliseert Dede en wordt hij aanhanger van Osama Bin Laden. Het boek begint als de Twin Towers worden aangevallen, 9-11, het is tevens de avond dat hun grootmoeder Femke sterft, bijna 100 jaar oud. Dan volgen er 200 pagina’s achtbaan, met allerlei gebeurtenissen, de ene nog fantastischer dan de ander, waarbij Jongeneel alles uit de kast haalt wat hij maar rond het leven van een fotomodel kan verzinnen. We reizen van Rotterdam, naar New York, van New York naar Brazilië, en dan weer naar Europa terug, dan naar Nepal enzovoort. We gaan van het ene feest na het andere, van de ene photoshoot naar de andere. Alles wat Magda aanraakt wordt goud, er worden miljoenen verdiend en het leven rond het fotomodel wordt een enorm rondreizend circus. Alles is megagroot en supervet. “Megalomaan”, dacht ik hier en daar over deze roman, “gewaagd”, dacht ik op andere pagina’s, in ieder geval erg on-Nederlands, mogelijk een parodie op onze tijd, of toch een protest tegen de gehaastheid van onze samenleving en het ongebreideld neo-liberalisme waarin niemand meer idealen heeft en alleen de wetten van het grote geld gelden. Broertje Dede ontwikkelt in een rap tempo een hekel aan alles waardoor zijn zus wordt bezoedeld: het seksisme van de modellenindustrie, de lege feesten met drugs en drank, al die mannen die haar willen veroveren en seks met haar willen, het grote geld dat zelfs van Unicef een corrupte geldverslindende NGO maakt. Dede ziet het met lede ogen aan en wil een totaaloplossing voor een wereld op drift. Hij kiest voor geweld en deinst er niet voor terug om de al te lastige mensen, met name mannen die Magda willen veroveren, te vermoorden. Als de tweeling door toedoen van Dede in grote problemen zit, komt de achtbaan tot stilstand en start Jongeneel de langzame stoomtrein. Dan volgt deel 2 van zijn roman, waarin we in alle rust en in een geheel andere stijl – een echte schrijver waardig- de familiegeschiedenis van moederskant van de tweeling voorgeschoteld krijgen.

Jongeneel schets dan een stil en ingetogen portret van een jongeman, de jongste van vijf, geboren en opgegroeid op een boerderij in de buurt Bolsward, in een streng protestants gezin waar de Bijbel het antwoord is op alle vragen. Als hij volwassen wordt krijgt hij te horen dat er voor hem geen toekomst op de boerderij is en besluit hij naar Amerika te gaan. “Heb je God om raad gebeden,” vraagt zijn vader. Door een ongeluk in de Rotterdamse haven mist hij letterlijk de boot naar New York en blijft hij noodgedwongen in de havenstad. Hij ontmoet er de Chinees-Javaanse Li en is op slag verliefd. Li is weggevlucht uit Indonesië omdat haar ouders bij een anti-Chinese oproer zijn vermoord. Het stel krijgt een dochter, Femke, de grootmoeder van Magda en Dede. We volgen haar naar Suriname waar ze gaat lesgeven, uiteindelijk verliefd wordt op een Surinaamse man en er voor zorgt dat de dynastie nog meer kleur en variatie in genen en bloed krijgt. Jongeneel neemt ons mee naar de binnenlanden van Suriname en vertelt ons de geschiedenis van deze voormalige Nederlandse kolonie. Als haar man overlijdt, keert Femke met haar kinderen terug naar Rotterdam.

Natuurlijk komen de twee ‘romans’ samen in een derde deel van Magda is overal en wel op een totaal onverwachte, maar hele intrigerende en actuele manier. Niet alleen vallen alle puzzelstukjes op hun plaats vallen en begrijp je meer over deze bonte familie, maar ook het domein van genderidentiteit wordt nog even aangeraakt en krijgen we en passant een cursus journalistiek met een eerdere vorm van fake-nieuws in de hoofdrol. Of deel drie, een achtbaan of een langzame stoomtrein is, dat mag de lezer zelf ontdekken.

Magda is overal is een indrukwekkend en gelaagd boek over identiteit en het ontstaan van de multiculturele samenleving in onze moderne steden. Als de vader van Sytse zijn zoon vraagt of het wel verstandig is om met een Chinese te willen trouwen, antwoord de jongen: “Toch gebeurt het, overal waar rassen elkaar ontmoeten. Overal waar onze kapers en kooplieden kwamen, hebben ze bastaards gemaakt. Nu komen de negers, Chinezen en Hindoes hierheen. Li en ik zijn simpelweg de eersten die de nieuwe tijd verwelkomen.” Honderd jaar kijkt niemand meer op van een kleurtje meer of minder in onze steden en is elke wereldstad een bonte verzameling van etniciteiten.

Jongeneels debuut verveelt nergens en is tot de laatste pagina verrassend en origineel. Deel 1 had wat minder gemogen, te vaak over de top, maar later snap je waarom Jongeneel dat zo heeft aangepakt. Deel twee en drie maken alles goed. De portretten van overgrootvader Systse, overgrootmoeder Li en grootmoeder Femke zijn ontroerend en mooi geschreven, de verhalen doen recht aan de geschiedenis van eenvoudige mensen die vanwaar ze ook kwamen ons land hebben opgebouwd en gevormd. En Rotterdam is het middelpunt van de wereld in deze roman en dat is in ieder geval al een verademing, want al die verhalen over Amsterdam, dat kennen we nu onderhand wel.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Opmerking: de auteur van Magda is overal, Christian Jongeneel, ken ik al een jaar of twintig. Hij schrijft als freelance journalist artikelen in technische vakbladen waar ik uitgever van was en tegenwoordig weer ben. Jongeneel is tevens recensent van deze site. Ook al ken ik Christian niet echt persoonlijk, helemaal onpartijdig ben ik waarschijnlijk niet. Desalniettemin was ik benieuwd naar zijn debuut.

Tijdens de komende DLVAlive, januari 2019 in Utrecht en Rotterdam, is Christian Jongeneel de gast en praten we over zijn debuutroman. Kijk hier voor meer informatie.

Recensie door: Marjon Nooij

Magdaïsme

[Recensie] Met Magda is overal heeft Christian Jongeneel zijn romandebuut geschreven. En wat voor een! In het eerste razendsnelle en duizelingwekkende deel, maken we kennis met Magda en Dede Singh, kleinkinderen van oma Femke Singh.

Het is 11 september 2001 en de familie staat aan oma’s bed in het Dijkzicht Ziekenhuis op het moment dat ze tweemaal – ja, tweemaal – haar laatste adem uitblaast. Die datum staat ons natuurlijk in het geheugen gegrift vanwege de aanslag op het WTC en deze gebeurtenis speelt een cruciale rol in het verhaal. Dede is degene die aan het woord is en ik ben meteen alert. Omdat je bij een ik-verteller nooit meteen weet hoe betrouwbaar die is, is het zaak bij de leesles te blijven.

Magda en Dede zijn tweeling, kinderen van Dieuwertje en de Marokkaanse Hamid. Daar oma Femke getrouwd was met een Surinaams-Hindoestaanse man en háár moeder weer van Chinees-Javaanse afkomst is, hebben Magda en Dede van alle genen iets meegekregen. Het resultaat mag er in Magda’s geval zeker zijn. Ze is een bloedmooie vrouw met een prachtige chocoladebruine teint en de gefortuneerde oom Frits ziet er wel iets in om haar schoonheid te exploiteren.

“Dede: ‘[…] Magda was de enige die mijn verhalen niet meteen vergat. We waren op elkaar aangewezen. Ik herkende mezelf in Magda, zij zichzelf in mij. En toch wisten we hoe anders de rest van de wereld daar over dacht. Wij waren een twee-eenheid die alleen voor onszelf zichtbaar was.”

De tweeling reist de gehele wereld over en in alle landen zien de fans wel iets in haar om zich mee te identificeren. Er worden miljoenen omgezet en Dede stelt alles in het werk om het voor Magda zo goed mogelijk in banen te leiden. Hij heeft zichzelf uitgeroepen tot haar waakhond, wat op zijn minst een wat obsessief karakter krijgt. Hij lijkt haar met niemand te willen delen en schroomt niet om enkelen van haar opdringerige aanbidders een ‘kopje kleiner’ te maken. De invloed die 9/11 op Dede heeft is zorgelijk te noemen wanneer hij – Kameraad Kalasjnikov – sympathie lijkt te krijgen voor Osama bin Laden.

In dit eerste deel is de toon regelmatig hilarisch en absurdistisch te noemen. Het schuurt en grenst op veel punten aan het ongeloofwaardige. De vele flashbacks hebben een duizelingwekkende uitwerking. Met razende vaart reist het stel de wereld rond en belandt in de meest vreemde situaties. Om extra informatie aan het verhaal toe te voegen, worden de ietwat incoherente ontwikkelingen in de relatie van hun ouders beschreven.

En dan keert in het tweede deel van het verhaal de rust terug. De schrijfstijl verandert – er zijn zelfs romantische passages – en er wordt voor de diverse gebeurtenissen ruim de tijd genomen.Het is 11 september 1901 en het perspectief verschuift naar Sytse en Li de ouders van Femke, de overgrootouders van Magda en Dede. De vele wisselingen in tijd en plaats vertellen de verhaallijnen van Sytse, Li en hun dochter Femke. De grote droom van Sytse om naar Amerika te gaan valt in het water. Het verlies van haar ouders heeft Li doen besluiten om haar vaderland vaarwel te zeggen en de oversteek te wagen naar Nederland. Deze passages en haar ontmoeting met Sytse aan de kade van Rotterdam worden prachtig beeldend uitgewerkt.

“Een pareltint van mist hing in de haven en de haren van de Chinese. […] De mist dempte de geluiden, haastige voetstappen op weg naar een kroeg, een ratelende kar, water dat tegen de kade sloeg wanneer een bootje voorbijgleed, geschreeuw dat overal vandaan kon komen. Een misthoorn loeide door de haven als een drachtige koe. Sytse had zijn cadeautje op de bolder voor de Chinese gezet. Het kon haar niet ontgaan, ook niet nu ze diep weggedoken in haar jas de nevel in staarde. Twee uur lang stonden ze naast elkaar.”

Wanneer Femke haar studie aan de Kweekschool heeft voltooid, vertrekt ze naar Suriname om daar les te gaan geven. Ze ontmoet er Suresh en de twee trouwen. ‘Een gruwel in de ogen des Heeren’. Hierdoor verliest ze tot groot verdriet haar baan. Groot is de vreugde wanneer ze op haar veertigste toch nog zwanger wordt.Toch zal ook Femke terugkeren naar Rotterdam.

In deel drie is Burcu – student journalistiek – het prominente personage dat de familiegeschiedenis reconstrueert en op zoek gaat naar Dede. Alle losse eindjes en lagen komen op een geraffineerde manier samen om naar een onverwacht einde toe te werken en de rol van de tapir duidelijk te krijgen.

Jongeneel is er uitermate goed in geslaagd om me tot het einde van het boek geboeid te houden. De verhaallijnen meanderen door het boek, evenals de verspringingen in tijd. Met dit zeer verrassende verhaal, gelaagd en divers in schrijfstijl, heeft hij een zeer vol boek geconstrueerd. Hij heeft zich overduidelijk zeer goed geïnformeerd over (de samensmelting van) culturen, migratie, Nederlands-Indië en Suriname aan het begin van de twintigste eeuw, de oorlogsjaren in Rotterdam en vooral de onzekerheid die 9/11 teweeg heeft gebracht.

Dit is een verhaal met een hoge mate van originaliteit. 
Ik kan er niets anders van maken… Ongeëvenaard. Briljant!

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken/SANIS LIBRIS, VITA lACUNA

Recensie door: Jona Lendering

De Grote Rotterdamse Roman

[Recensie] Ik hou van havensteden: Palermo, Iskenderun, Hamburg, Istanbul, Napels, Antwerpen, Thessaloniki, Pula, Sidon… de hele wereld spoelt er aan. Zeg “havenstad” en je hebt het over kosmopolitisme, met alle mooie en lelijke kanten. Dat geldt ook voor Rotterdam: een stad vol mooie moderne architectuur (om een droevige reden), multicultureel, met de grootstedelijke problematiek én de grootstedelijke vrijheid van een wereldhaven. Een stad met humor ook: het is waar ik ooit, kort na de beruchte uitspraak van Geert Wilders, een Marokkaanse marktkoopman hoorde roepen “Marokkaanse sinaasappels, willen jullie meer of minder?!”

Rotterdam treft me steeds opnieuw als de stad waar in Nederland de tegenstellingen het scherpst zijn. Dat maakt het boeiend. Christian Jongeneel, met wie ik aan het Weena weleens een biertje heb gedronken, moet hebben geweten dat hij goud in handen had toen hij zijn stad maakte tot hoofdpersonage van zijn debuutroman Magda is overal. Voeg toe dat Jongeneel als journalist een geroutineerd schrijver is – dit pamflet is viralgegaan – en u weet dat Magda is overal niet mislukken kon.

Het boek begint in Rotterdam, maar met een gebeurtenis in New York: de terroristische aanval op het World Trade Center. De twaalf voorafgaande jaren was het Westen ongebreideld optimistisch geweest: ik herinner me The Lexus and the Olive Tree van Thomas Friedman, waarin globalisering en vrede hand in hand gingen. Een wereld waarin je kon zijn wie je wilde, je eigen identiteit kon vormen: de Imaginary Homelands van Salman Rushdie. De familie Singh die in Magda is overal centraal staat, is er letterlijk de belichaming van: alle verenigde naties zijn vertegenwoordigd.

“Hij was een Fries, een Sikh, een Surinamer, een immigrant, een journalist, een natuurkundige, wat maar in hem opkwam. Dat deed ik ook. Ik was een joodse moslim, of een islamitische Jood, of gewoon een Rotterdammer met een grote neus.”

Dit is de stad waar supermodel Magda carrière begint te maken. Ze heeft al snel de wereld aan haar voeten en weet uit iedereen het beste boven te halen omdat iedereen zijn of haar verlangens in haar ziet belichaamd. Haar avonturen kwamen op mij wat overdreven over en ik meende aanvankelijk dat Magda een allegorie was voor de liberale droom, waarin immers ook iedereen het zijne zag. In het derde deel van het boek bleek Magda geen allegorie te zijn, maar een groot deel van de roman gaat wel degelijk over de bevrijdende kant van de globalisering.

Dat blijkt ook in het tweede deel, waarin we een eeuw terug gaan, naar een Rotterdam waarin de multiculturele samenleving begint te ontstaan: een gelovige, net iets te naïeve Fries uit Bolsward trouwt met een Chinese uit Surakarta. Ze zijn een van de gezinnen waardoor in de twintigste eeuw de middenklasse begon te groeien en in die zin heel normaal, maar tegelijk is een gemengd huwelijk dan nog ongebruikelijk: ze zijn echter “simpelweg de eersten die de nieuwe tijd verwelkomen.”

Niet dat de culturele verschillen geen problemen veroorzaakten, maar je kon dromen dat die verschillen weg zouden gaan. Zeker als de Fries-Chinese dochter in Suriname komt en op haar beurt een cultuuroverstijgend huwelijk sluit met een Hindoestaan (overigens Jongeneels enige personage dat niet uit de verf komt). Het is het paradijs niet, maar het geschetste dorpje is een inclusieve samenleving, waarin de roomse priester niet te beroerd is een protestantse dienst te leiden met hindoestaanse en islamitische elementen. Want waarom ook niet?

Zoals bekend sloeg de gebeurtenis in New York de illusie van een bevrijdend kosmopolitisme aan duigen: traditionele ideeën bleken, op een nogal onaangename manier, vitaler dan de globalisten hadden gedacht. Dat geldt ook voor onze Rotterdamse familie, waarin hoofdpersoon Dede Singh begint te sympathiseren met het islamitische fundamentalisme. Radicalisering, zoals dat tegenwoordig heet. Niet dat hij veel weet van die islam: als hij agressief is, is het niet om dat geloof te verbreiden of de Grote dan wel Kleine Satan te bestrijden, maar omdat mensen verkeerd naar zijn zuster Magda hebben gekeken. Dede representeert minder het moslimfundamentalisme dan een ontspoorde tweede generatie. Eigenlijk heel Nederlands.

Zo is de wereld in feite één groot Rotterdam, met zijn scherpe tegenstellingen. Het is een beetje zoals Schrödingers Kat, die in Magda is overal verschillende keren voorbij komt: de multicultureel wordende wereld kan twee kanten op groeien – bevrijdend of in permanente crisis – en we weten nog niet wat het zal worden. “Wat als de hele wereld uit vreemdelingen bestaat?”, zoals een van Jongeneels personages overdenkt.

Ik zou Magda is overal tekortdoen als ik het typeerde als ideeënroman.  Jongeneel heeft althans meer willen doen, heeft zijn personages met veel liefde uitgewerkt en heeft de diverse steden mooi beschreven. Ook schrijft hij heel poëtisch (“De winter legde aan.”), zonder dat het krullendraaierij wordt. Ik heb in tijden niet zo’n fijn boek gelezen: over Rotterdam, over de Nederlandse koloniën, over de wereld, over onzekerheid, over religie, maar vooral over mensen, met al hun mooie en lelijke kanten. Aanrader.

Eerder verschenen op Mainzer Beobachter

Samenvatting

Rotterdam, 11 september 2001. Terwijl New York de torens van het WTC ineen ziet zijgen, ligt in het Rotterdamse Dijkzigt Ziekenhuis Femke Singh-Jelgersma op sterven. Die twee gebeurtenissen staan niet los van elkaar, meent haar kleinzoon Dede, professioneel fantast en zelfverklaard bewonderaar van Osama bin Laden. In het kielzog van zijn zus, het alom bewonderde supermodel Magic Magda Singh, reist Dede de wereld over, met steeds meer bloed aan zijn handen – een krankzinnige tocht die alleen in zelfdestructie kan eindigen. Maar dan is dit indringende verhaal over ontworteling en terreur nog lang niet ten einde.

Christian Jongeneel (1969) groeide op in Indonesië, maar woont al meer dan een half leven in Rotterdam. Hij schrijft onophoudelijk sinds zijn dertiende: duizenden artikelen in kranten en tijdschriften, een dozijn korte verhalen in literaire tijdschriften en twee boeken over wetenschapsfilosofie. Magda is overal is zijn romandebuut.

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: woensdag 22 september


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789082723199
Verschijningsdatum
november 2018
Druk
1
Aantal pagina's
300 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Uitgever
Douane, Stichting Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden