Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Het recht van de snelste

Hoe ons verkeer steeds asocialer werd

Taal: Nederlands
0,1/5
2 recensies
Het recht van de snelste
Het recht van de snelste

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jos Dijk van

Het probleem van de heilige koe

[Recensie] In de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen actiegroepen op allerlei gebied als paddenstoelen uit de grond kwamen, was er ook flink wat beweging voor meer verkeersveiligheid, voorrang voor fietsers, voetgangers, schoolkinderen en een autovrije binnenstad. En allemaal tegen de ‘heilige koe’, de auto. Zo was er de actiegroep ‘Stop de Kindermoord’, die opkwam voor veilige speelruimte voor kinderen in de woonomgeving. Om verwarring met de anti-abortusbeweging te voorkomen werd dat later de Stichting Kinderen Voorrang. Die stichting organiseerde jaarlijks een Nationale Straatspeeldag.  Buurtgroepen en bewonerscomités eisten overal snelheidsbeperkingen, drempels, bredere trottoirs en groen in de oudere wijken. In nieuwe woonwijken werd gebouwd rond woonerven waar auto’s niet of alleen stapvoets mochten rijden. Naast de ANWB kwam er voor de promotie van de fietsersbelangen een ENWB, de Eerste Echte Nederlandse Wielrijdersbond, de voorloper van de nu nog bestaand Fietsersbond. Mede dankzij deze fietsactivisten is Nederland verrijkt met 37.000 kilometer steeds bredere en comfortabeler fietspaden.

In Het recht van de snelste verwijst Thalia Verkade, journaliste voor De Correspondent, naar dit actieverleden. Ze legt ook de vinger op de zere plek bij de behaalde resultaten: heel veel nieuwe verkeersvoorzieningen laten de dominantie van de auto intact. Sterker nog: veel voorzieningen voor het niet-autoverkeer zijn juist bedoeld om de doorstroming van auto’s te bevorderen. Buiten een beperkt aantal autovrije zones is de openbare weg een autoweg. Om te rijden en om te parkeren. Niet om te spelen of elkaar te ontmoeten. Een dag per jaar mag er op straat gespeeld worden. Ook voor een straatfeest eens per jaar moet je vergunning aanvragen. De coronacrisis heeft ook op dit gebied een ander beeld dan het vertrouwde laten zien: kinderen namen de straat zonder autoverkeer in bezit met stoepkrijt en stepjes. Voor even.

Wegomlegging

Thalia Verkade kwam op zoek naar informatie over fietssnelwegen in contact met ‘fietsprofessor’ Marco te Brömmelstroet, die daarover zo zijn bedenkingen bleek te hebben. Samen met hem verkent ze de hedendaagse verkeersproblematiek vanuit verschillende invalshoeken, zoals de planologie, de verkeerskunde, de verkeersveiligheid, de psychologie, het taalgebruik en onze normen en waarden. Dit boek is niet anti-auto, benadrukte ze in De Volkskrant. Ze pleit “voor een wegomlegging in ons denken”. Maar op weg naar die verandering moeten we wel 264 pagina’s lang verhalen verwerken die allemaal uiterst kritisch zijn over de pijnlijke vanzelfsprekendheid van het autogebruik en de positieve discriminatie van dit toch niet onschuldige vervoermiddel.

Waarom zou je niet anti-auto mogen zijn? Wordt het niet hoog tijd voor een fundamenteel andere benadering van de verkeersproblematiek? Gegeven alle schade door de CO2 uitstoot, de milieuverontreiniging die de gezondheid van omwonenden aantast, het aantal doden en gewonden met blijvend letsel, en dan ook nog de inbeslagname van de publieke ruimte en de verloedering van steden en natuurschoon? Als de auto niet 100 jaar geleden, maar pas nu zou worden uitgevonden, zou die nooit worden geaccepteerd, veronderstelt Verkade. Ik mag hopen dat haar “wegomlegging naar een ander denken” dus ook gaat leiden tot een verandering in gedrag, niet alleen van autogebruikers, maar ook van de planologen, verkeerskundigen en al die anderen die het primaat van de auto als vervoermiddel zo vanzelfsprekend vinden.

Taalgebruik

De vanzelfsprekendheid van de doorstroming van het autoverkeer blijkt ook uit ons taalgebruik. Verkeersberichten zijn autoverkeersberichten, ‘bereikbaarheid’ staat voor  bereikbaarheid per auto. Een verkeersopstopping duidt op te veel auto’s tegelijk op hetzelfde stukje weg.

Het is ook een kwestie van framing van verkeersproblemen, zegt Verkade. Bijvoorbeeld in de verslaggeving over verkeersongelukken. Is het kind “onder de brommer gelopen”, of heeft de brommer het kind aangereden? Zelfs ouders van kinderen die zijn aangereden reageren doorgaans met vertwijfelende vragen over wat het kind anders had moeten doen. Het schuldige slachtoffer. “Flink wat oponthoud door aangereden voetganger”, luidt de kop van een bericht over een 74-jarige die is aangereden door een automobilist. Rottig, die files. Maaltijdbezorgers lopen gevaar in “het verkeer”, waarschuwt de krant, naar aanleiding van de dood van de 15-jarige Utrechter Ruiz Meijer. Daarom moet de leeftijdsgrens voor dit werk worden verhoogd. Waarom de automobilist die hem aanreed op de Amsterdamsestraatweg 80 km. per uur kon rijden vertelt het verhaal niet. Het aantal doden in het verkeer is gedaald, maar is twee doden per dag maatschappelijk wel acceptabel?

Om over na te denken

Thalia Verkade stelt in het heel persoonlijk beschreven verslag van haar zoektocht nog veel meer vragen om over na te denken. Over de framing van autoverkeersongelukken, maar ook over het beleid. Een berekende winst van 45 seconden reistijd, schrijft ze, wordt aan de politiek gepresenteerd als een welvaartswinst. “Want als er elke dag een paar duizend automobilisten 45 seconden reistijdwinst maken, dan tikt dat aan op jaarbasis. Dat zijn minder ‘voertuigverliesuren’.” Nederland is een handelsland. Het vervoer staat bovenaan de prioriteitenlijst. Het snelse voertuig krijgt daarom de meeste ruimte.

Verkade stelt de vraag niet expliciet. Maar is het bredere probleem niet de ongeremde mobiliteit die in een dichtbevolkt land op een gegeven moment wel op grenzen moet stuiten? We raken daar aan een gevoelig punt. Mobiliteit is vrijheid. Een vrijheid die velen bij het huidige welvaartsniveau vanzelfsprekend vinden. Beperking van die vrijheid ligt politiek gevoelig, zoals we nu ook in de reacties op de coronamaatregelen zien. Maar betekent dit dat iedereen boven de 18 met de hoogste snelheid in een minimum van tijd de afstand van A naar B moete kunnen afleggen?

Asociaal

Hoe ons verkeer steeds asocialer werd is de goed getroffen ondertitel van het boek. Verkeer betekent ook zoiets als omgang tussen mensen. Dat idee is volledig verdrongen door de dominantie van machines, een inrichting van de openbare ruimte die vooral bepaald wordt door ingenieurs en technici, en een meerderheid van politici die maar één ding op het netvlies hebben: doorstroming. Het is hoog tijd voor bijdragen uit andere invalshoeken, sociale wetenschappen, de pedagogie, en de ethiek. Het boek dat Thalia Verkade met assistentie van Marco te Brömmelstroet schreef is een goed begin van een noodzakelijke maatschappelijke discussie.

Eerder verschenen op Sargasso

Recensie door: Rijkert Knoppers
2/5

Hoe ons verkeer steeds asocialer werd

[Resensie] “Laat mensen één keer per week de fiets naar het werk pakken en de files zijn al zo goed als verdwenen.” Deze stellige uitspraak staat in het eerste hoofdstuk van Het recht van de snelste, het recent verschenen boek van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet. Veel essentiële vragen op het gebied van de verkeersproblematiek komen hierbij aan de orde. Om te beginnen de wezenlijke kwestie waarom het wenselijk zou zijn om zo snel mogelijk naar de plek van bestemming te kunnen reizen. En: wie heeft er eigenlijk het recht om de straat te gebruiken: de buurtbewoners of degenen die met de auto vanuit de woning naar het werk willen rijden? Waarom moeten kinderen in een schoolgebied wachten op het autoverkeer, zou het niet logischer zijn dat automobilisten hun vaart minderen en kinderen voorrang verlenen? Hoeveel energie kost het wel niet om je te verplaatsen in een voertuig dat tien tot twintig keer zoveel weegt als je zelf?

Dit zijn onder meer de vraagstukken die journalist Thalia Verkade (1979) aanroert, de rol van Te Brömmelstroet, die zowel op de voorpagina als in het colofon als medeauteur staat genoemd, is minder duidelijk. Af en toe komt deze hoogleraar Toekomsten van Stedelijke Mobiliteit via tweets aan het woord, er zijn her en der enkele korte interviews met hem en Thalia Verkade gaat bij hem op bezoek, maar het staat vast dat zij het boek vooral in haar eentje heeft geschreven.

Een van de oplossingen voor het fileprobleem is volgens het boek de aanleg van fietssnelwegen, die volgens Verkade in ons land zouden ontbreken. Wel een opvallende misser, een beetje meer onderzoek had opgeleverd dat er in 2008 al een fietssnelweg tussen Den Haag en Zoetermeer bestond, in 2015 waren er inmiddels twaalf fietssnelwegen in ons land, en de website van de ANWB meldt dat er momenteel maar liefst nieuwe 74 fietssnelwegen in aanleg zijn. Zo biedt het boek wel meer ongefundeerde of foutieve uitspraken. Zoals op pagina 130 de mededeling dat nog nooit zou zijn onderzocht of fietshelmen veilig zijn. Zeker vergeten om op internet te kijken, waar tientallen studies op dit vlak te vinden zijn. De introductie van de autogordel was niet in 1975, al vanaf 1971 moesten alle nieuwe auto’s uitgerust zijn met autogordels. En de hierboven geciteerde uitspraak (“Laat mensen één keer per week…”) is zonder bronvermelding niet meer dan een losse flodder.

In het tweede deel analyseert Verkade deskundig hoe gevaarlijk ons huidig verkeersysteem is en hoeveel slachtoffers ons vervoersstelsel dagelijks opeist. Geen gezellige leeskost. Het blijkt daarbij dat er buitengewoon weinig informatie over verkeersslachtoffers naar buiten komt. “Dat we elkaar doodrijden blijft niet alleen buiten beeld in de nieuwsberichten, maar ook in de statistieken,” aldus Verkade, die er vervolgens op wijst dat er natuurlijk wel cijfers over ‘botspartners’ bestaan, maar die blijken nauwelijks voor het publiek toegankelijk te zijn. Belangrijke constatering is ook dat bij twee derde van de verkeersongelukken mensen betrokken zijn die zelden of nooit een snelheidsovertreding hebben begaan. Verkade concludeert terecht: “het systeem is in zichzelf moorddadig”.

Het laatste deel, dat oplossingen ten aanzien van allerlei aspecten rond de verkeersproblematiek belooft, komt niet verder dan het lanceren van enkele ideeën. Zo passeert bijvoorbeeld het fenomeen woonerf de revue, een stedenbouwkundige ingreep die tot doel had de leefbaarheid te vergroten door in woonwijken de snelheid van het autoverkeer aan banden te leggen. Veelzeggend is dat inmiddels het aantal woonerven drastisch is verminderd, de term is zelfs uit het verkeersreglement verdwenen. Zouden we volgens Verkade woonerven opnieuw moeten introduceren? Het antwoord blijft vaag. Ook andere mogelijke benaderingen komen aan bod, zoals het gebruik van een fiets tijdens het voor- en natraject naar een treinstation. Vervolgens komt er informatie over Mobility as a Service, ofwel MaaS, dat refereert aan de mogelijkheid om vervoermiddelen te delen. Wellicht in bepaald opzicht een aantrekkelijk concept, maar welk verkeersprobleem lost dit op? Het zijn zonder uitzonderingen voorstellen, die eventueel kunnen bijdragen tot een verbetering van de verkeerssituatie, maar erg overtuigen doen ze niet, al was het maar omdat de genoemde plannen vooral beperkt blijven tot de stedelijke omgeving. Alsof er op het wegennet buiten de steden geen ongelukken gebeuren en alsof daar de lucht niet vervuild raakt door het verkeer. Alles is een keuze, zegt Thalia Verkade aan het eind van haar vlot geschreven boek, ze beseft nu dat ze invloed kan hebben op de inrichting van haar woonomgeving. Een magere slotconclusie, wat meer visie over de beschreven problematiek was wenselijk geweest.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Steekt een hert de weg over of rijden wij dwars door zijn bos heen? Waarom moeten we op een knopje drukken als we de straat over willen steken? En hoe kan het dat we steeds sneller reizen, maar geen seconde eerder thuiskomen? 

Van files tot fietssnelwegen, van drempels tot deelauto’s: hoe we ons verplaatsen heeft enorme invloed op de inrichting van onze straten, onze steden én onze samenleving. Het bepaalt zelfs hoe we met elkaar omgaan.

In dit boek gaan journalist Thalia Verkade en wetenschapper Marco te Brömmelstroet op zoek naar een antwoord op die ene belangrijke vraag: van wie is de straat? Ze ontdekken dat het verkeer onze publieke ruimte heeft overgenomen –  en laten zien dat een radicaal andere inrichting mogelijk is.

Reacties:

'Thalia Verkade is er zo eentje die verder graaft waar anderen ophouden, en uiteindelijk met de meest prachtige en vooral verrassende ontdekkingen en inzichten weer boven komt. Lees alles wat zij schrijft.'

- Joris Luyendijk

‘Thalia Verkade bezit de gave om opnieuw te kijken naar dingen die je dacht te kennen. Zoals je eigen straat, fiets of leven. Dit boek is een aanstekelijk pleidooi voor een rustiger, rijker leven.’

Arjen van Veelen, schrijver

‘Ook feiten over de publieke ruimte zijn op normen gebaseerd. Dat laat dit inzichtgevende boek goed zien.’.

- Trudy Dehue, wetenschapsonderzoeker

Toon meer Toon minder
€ 20,00

Verwachte leverdatum: dinsdag 11 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789083000718
Verschijningsdatum
juni 2020
Druk
1
Aantal pagina's
264 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Samenleving en sociale wetenschappen
  • Samenleving en cultuur: algemeen
  • Sociale kwesties en ethische kwesties
Categorieën

Uitgever
De Correspondent BV

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen