Tegenlicht, een triptiek naar Pierre Bonnard

Auteur(s): Gabriel Josipovici
Taal: Nederlands
0,25/5
2 recensies
Tegenlicht, een triptiek naar Pierre Bonnard
Tegenlicht, een triptiek naar Pierre Bonnard
Tegenlicht, een triptiek naar Pierre Bonnard

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
5/5

Ingehouden woede en teleurstelling

De eerste zin:

“Ik had niet verwacht jullie ooit nog terug te zien.”

Recensie

Een jonge vrouw bezoekt na lange tijd nog eens haar ouders. Vader zit de krant te lezen en kijkt amper op. Moeder neemt haar mee naar de keuken, maar ook met haar kan ze geen zinnig gesprek voeren. Het is allemaal de schuld van die moeder, bedenkt de dochter nadien. Zij heeft nooit een kind gewild, ze kon het gewoon niet aan. Die keer, toen ze haar moeder in bad zag liggen terwijl haar vader haar schetste, besefte ze dat ze nooit deel uit zou maken van hen. Dat ze niet veel later naar een kostschool werd gestuurd, versterkte dat gevoel allen maar.

In Tegenlicht, beschrijft de Frans-Britse Gabriel Josipovici de vierkant draaiende relatie tussen een schilder en zijn vrouw. Hij baseerde zich daarbij op het leven van Pierre Bonnard en diens vrouw Marthe, die zelf kinderloos waren, maar in het boek wel degelijk een dochter hebben – of misschien ook weer niet. In drie delen laat hij zijn drie personages vanuit hun standpunt weergeven waar het allemaal fout liep, waarbij Bonnard slechts in een brief gericht aan Matisse aan bod komt, een brief waarin hij zijn verdriet omwille van de dood van Marthe beschrijft.

Marthe leed aan tuberculeuze laryngitis en smetvrees en bracht daarom niet alleen een groot deel van haar leven in bad door, ze wou na verloop van tijd ook niets meer te maken hebben met Bonnards intellectuele vriendjes. De schilder vereenzaamde daardoor, en toonde hoe je de wereld in een huis kunt vatten. Je zou Bonnard de tegenhanger van Picasso kunnen noemen, die tegenover de sterke, grote en assertieve wil van deze schilder zijn eigen stille teruggetrokkenheid plaatste.

Tegenlicht is een boek vol ingehouden woede en teleurstelling, dat net als Bonnards schilderijen in dat ene huis op het platteland speelt. Maar het graaft ook pijnlijk diep in de psyche van de personages, die op zoek zijn naar de zin en de schuldigen van hun leed. Alleen zijn die er niet. Het is allemaal zinloos en niemand is schuldig, of iedereen. Er is alleen het niets dat de schilder zijn leven lang op doek wil vastleggen:

“Er gebeurt niets, er gebeurt niets, er gebeurt niets en plotseling is er een heel leven voorbij en besef je dat dat niets eigenlijk alles was.”

3 vragen aan Gabriel Josipovici

Waarom een roman over Pierre Bonnard?

Josipovici: “In feite zei Bonnard me niet veel. Al mijn schilderende vrienden waren gek op hem, maar ik vond hem heel klassiek Frans, een twintigste-eeuwse Renoir. Toen hoorde ik toevallig op de radio dat hij zoveel vrouwen in bad had geschilderd omdat zijn vrouw smetvrees had en daarom iedere dag uren in bad doorbracht. Dat detail maakte iets in me los. Ik begon een paar ideetjes neer te schijven en voor ik het wist had ik genoeg stof voor een roman. Het is een van mijn enige boeken waarin zowat alles vanzelf op zijn plaats viel. Ik wist van in het begin dat het een triptiek moest worden bestaande uit drie stemmen. Er moest een dochter zijn, een vrouw en Bonnard zelf. Toen ik ontdekte dat Bonnard helemaal geen dochter had gehad, maakte dat geen verschil. Voor mij had hij er gewoon een. Punt. Dat was mijn dichterlijke vrijheid. Ik merkte bovendien al gauw dat ik Bonnard niet zelf aan het woord kon laten, dat wrong. Toevallig stootte ik op die brief aan Matisse, en toen had ik het derde paneel van mijn triptiek.”

Grappig dat u ‘paneel’ zegt, want uw roman gaat niet echt over Bonnard, het ís toch gewoon een Bonnard, maar dan gemaakt van woorden in plaats van verf?

Josipovici: “Dat was inderdaad mijn bedoeling. Ik wou absoluut geen biografie van Michelangelo of Van Gogh schrijven, je kent ze wel, die verschrikkelijke boeken over mannen die hun oor afsnijden (lacht). Dus schreef ik over een Engelse kunstenaar die in het zuiden van Frankrijk woont en die op zich niets te maken heeft met Bonnard. En toch moest iedere lezer weten dat het Bonnard was, door er hetzelfde bij te voelen als hij zou voelen wanneer hij naar het werk van Bonnard keek.”

En u geeft ook zijn pijn weer, want hoe kleurrijk Bonnards doeken ook mogen zijn, je voelt toch ook steeds de pijn van de man?

Josipovici: “Die bevreemdende combinatie sprak me meteen aan in zijn werk, en dan vooral in zijn latere schilderijen. Mettertijd worden de doeken waarop zijn vrouw in bad zit steeds grimmiger. Bonnard was een gekwelde ziel, maar niet gekweld zoals Munch dat was toen hij het stond uit te schreeuwen op een brug. Nee, Bonnards kwelling was naar binnen gekeerd, ze was verstild, en daar hou ik van.”

Eerder verschenen op Knack

Recensie door: Elisabeth Francet

De geest van Bonnard

[Recensie] Vernon, 2017. Door het raam op de eerste verdieping kijk ik de lange, aflopende tuin in. Op dit uur van de dag reflecteert het kabbelende water van de Seine het licht verrukkelijk. Ik sta in het huis waar de Franse kunstenaar Pierre Bonnard (1867-1947) het interieur en de groentinten van zijn tuin talloze malen vereeuwigde. De badkuip, waarin het lichaam van Bonnards vrouw en muze Marthe diffuus licht spiegelde, staat er nog steeds. Er ligt een stuk Savon de Marseille in. Ik daal af naar de tuin, loop in Bonnards voetsporen naar de oever van de rivier, langs de rails waarover hij zijn bootje aan land trok. De huidige eigenaars van dit huis en deze tuin kozen ervoor de nalatenschap, de blik en de nog steeds rondwarende geest van de kunstenaar af te schermen voor de buitenwereld. De plek heeft daardoor iets intiems en aandoenlijk broos.

“Er is een formule die perfect past bij het schilderen: talloze kleine leugentjes veroorzaken samen één grote waarheid.” (Pierre Bonnard)

De gloednieuwe uitgeverij Kievenaar kwam zopas met een primeur: de eerste Nederlandse vertaling – door Eva van Oudshoorn – van de Britse schrijver en criticus Gabriel Josipovici (1940). Tegenlicht, een drieluik naar Pierre Bonnard is een wondermooie, verstilde roman over de blik van een kunstenaar en de perceptie door vrouw en kind, die zich een leven lang in de ooghoek van de schilder bevonden, de een als deel van het interieur, de ander quasi onbestaand. Geheel in de geest van Bonnard, op wiens leven het boek gebaseerd is, wierp Josipovici licht en tegenlicht op wat binnen het gezin onbespreekbaar bleef, maar op doek subtiel werd onthuld.

Het eerste luik belicht het perspectief van de naamloze dochter, die na onbepaalde tijd terugkeert naar het ouderlijk huis. Ze ging weg omdat er geen plaats meer voor haar was. Ook nu is ze niet welkom. Moeder Anna ontvangt haar koel, vader Charles, een kunstschilder, negeert haar. De katten zijn weg.

Haar vader zit binnen, “bij het raam, naar buiten kijkend, of naar binnen, de kamer in”. Hij kijkt en tekent, wil vastleggen wat zich aan de rand van zijn bewustzijn afspeelt. Terwijl hij naar de mimosa kijkt, is er licht en “beweging, zoals de hond die de kamer binnenkomt”. De teckel Freddy was er altijd al, niet altijd dezelfde. Toen hij stierf namen ze een andere teckel, noemden hem ook Freddy.

Charles heeft geen atelier maar werkt in de gang, waar iedereen doorheen loopt. Voor hem gebeurt er in één kamer meer dan genoeg om zich een heel leven mee bezig te houden. Anna schermt hem af voor alles en iedereen: zijn vrienden, zijn dochter, zichzelf. Zelf beweegt ze aan de rand van wat hij waarneemt. Beiden lijken volkomen onafhankelijk van elkaar maar hebben elkaar nodig als zuurstof.

Wat ze met hun dochter aan moesten, wisten ze niet. Ze stuurden haar op kostschool. Het leek of Anna en Charles elkaar in bescherming namen, tegen haar. Vele jaren later praat de dochter met haar eigen reflectie in het raam van haar appartement. In haar verbeelding spreekt ze tot haar moeder, zegt alles wat ze niet eerder heeft gezegd.

Liep het fout op de dag dat ze haar moeder in het bad zag liggen en haar vader, zittend in dezelfde ruimte, met het schetsboek op zijn knieën? Ze leken zich niet bewust van haar aanwezigheid. Hun eenheid verpletterde haar. Had er toen iets gezegd moeten worden?

“Ik zou willen dat mijn nek brak onder jullie gewicht, dan zou ik weten dat ‘het’ iets echts is, niet een door mij opgeroepen geest.”

Na Charles’ begrafenis keert zijn dochter terug naar het huis van haar ouders. Ze loopt door de kamers, gaat de tuin in. Nog steeds wordt de plek gedomineerd door haar moeder, hoewel die er al lang niet meer is. Tot haar dood volhardde Anna in haar ongeluk (heeft een moeder wel het recht ongelukkig te zijn?) en bleef, immer blootgesteld aan zijn blik, het vuil van zich af schrobben. Zij, de dochter, kon alleen maar van buitenaf toekijken. Zij maakte geen deel uit van die intieme taferelen.

Beseften ze dan niet dat ze van haar een hersenschim gemaakt hadden? Heeft ze voor hen wel bestaan? Ze confronteert haar vader met de pijnlijke vaststelling dat haar komst – wederom – zinloos is. Zijn antwoord is formeel en helder: ”O,’ zei hij. ‘Jij zoekt naar zin.” Zijn leven lang bleef hij trouw aan de wereld van het zichtbare; uitzoeken wie er schuldig was en wie niet, was voor hem ondenkbaar.

Het tweede luik van de roman is een smeekbede van de moeder, gericht aan de dochter:

“Mijn dochter.
Het kind dat ik heb afgewezen.
Die niet naar mij terug wilde komen.
Die me wilde straffen voor mijn wandaden.
Zeg me wat ik had moeten doen?”

Anna vertelt haar dochter over haar leven met Charles. Elke ochtend maakt hij een wandeling. Hij moet eerst in zijn hoofd beslissen hoe de delen van een schilderij zich tot elkaar zullen verhouden, moet ze heen en weer schuiven en ruimte geven. Misschien zal hij “een stoel terug in de schaduw zetten of een been op de voorgrond plaatsen””. Haast heeft hij niet. De tijd ziet hij louter als een verzameling mogelijkheden om de wereld werkelijk te maken.

Ook vertelt ze over zichzelf (zenuwziek, zeiden ze). Meermaals per dag gaat ze in bad liggen om het vuil van haar huid te weken. Ze doet haar ogen dicht, wenst zich onzichtbaar voor Charles’ ondraaglijke blik. Ze weet dat hij haar ontrouw is (waarom ook niet?). In haar dochters ogen, nog voor ze kon praten, ontwaarde ze een stil verwijt. Nu is haar dochter weg en rest slechts de stilte. De leegte. En het geluid van zijn potlood. Op een keer, toen hij ging wandelen, stroomde het bad over. “Misschien wilde ik dat hij mij vermoordde. Dat zou voor alle betrokkenen beter zijn.”

Dan komt er een frappante, verrassende wending in het verhaal. Er gebeurt iets – bijna onmerkbaar – waardoor het licht, waarin de kamer en Marthe baden, tegenlicht wordt. Wat is werkelijk? Is het belangrijk te weten wat werkelijk en wat waar is? Verantwoordelijkheid, schuld, geluk: waar moet je ze zoeken, bij wie en waarom zou je? En wat toont en verbergt de kunst in dit verhaal?

Het derde luik is een brief van Charles aan een vriend. Kort. Hij meldt het overlijden van zijn vrouw, vraagt zich af hoe zijn werk kan goedmaken wat hij verloren heeft.

Eerder verschenen op Geendagzonderboek

Samenvatting

Terwijl een dochter zich afgesneden voelt van de liefde van haar ouders, wordt al snel duidelijk dat de kern van "Tegenlicht" wordt gevormd door de moeder, die zich door haar schilderende echtgenoot buitengesloten voelt. Er woedt een stille strijd – geheim, geluidloos, nauwelijks opgemerkt: zij probeert het schilderen uit zijn leven te bannen om haar eigen plek veilig te stellen. Hij vecht voor het behoud van zijn roeping, al is er geen werkelijke reden voor een conflict: na een lang huwelijk is zij nog altijd de bron waaruit hij schilderend put.

De roman meandert langs verbitterde, pijnlijke monologen van de dochter en de moeder. Badend in het licht waartegen de hoofdpersonen zijn geplaatst worden het paradoxale verschijningen: monumentaal en fragiel, eeuwig en vluchtig, als de haast mythische figuren op de schilderijen van Pierre Bonnard.

"Tegenlicht" roept stemmen op, licht, echo's en schaduwen. Het is een onderzoek naar familierelaties en een portret van een modern kunstenaar.

Gabriel Josipovici is schrijver van romans, korte verhalen, toneelstukken en literair-kritisch proza. Hij werd geboren in Frankrijk, groeide op in Egypte en studeerde Engels in Oxford. "Tegenlicht, een drieluik naar Pierre Bonnard" is zijn eerste boek in Nederlandse vertaling.

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 10 juli


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789083046709
Verschijningsdatum
januari 2020
Druk
1
Aantal pagina's
210 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Uitgeverij Kievenaar

Vertaald door
Eva van Oudshoorn

Meer van deze serie

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden