Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Ik ben een eiland

Auteur(s): Tamsin Calidas
Taal: Nederlands
2 recensies
Ik ben een eiland
Ik ben een eiland
Ik ben een eiland

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke

“Ik merkte na verloop van tijd wel dat steeds meer vrouwen mijn voorbeeld gingen volgen en ook ‘mannenwerk’ begonnen te doen”

Over de auteur

Tamsin Calidas is een dertiger met een baan in de media, die in de hippe Londense wijk Notting Hill woont. Niks bijzonders. Tot zij en haar man besluiten hun leventje in de stad te verruilen voor het ruige en onbekende van een klein Schots eiland in de Hebriden. Ze gaan er schapen fokken. Landelijk, rustig en idyllisch, is het beeld dat ze voor ogen hebben. Weg van het eeuwige jachtige. Maar wanneer de eerste betovering is verbroken, blijkt het allerminst idyllisch. De gesloten eilanders zitten helemaal niet te wachten op de komst van zo’n stel stedelingen, het kind waarnaar ze verlangden komt maar niet, het weer is onstuimig en het leven zwaar. Hun huwelijk overleeft de storm niet en loopt op de klippen. En dat is nog maar het begin van de pure, bittere ellende die Calidas zal moeten doormaken. Armoede, een traumatisch verlies en ziekte stellen haar op de proef en het onherbergzame land brengt zijn eigen uitdagingen met zich mee. Naarmate de tijd verstrijkt verliest Calidas zich meer en meer in het landschap om haar heen, en het is precies die natuur die verlossing brengt. Calidas trekt alle registers open in dit rauwe, openhartige boek, dat een ode brengt aan het menselijke overlevingsinstinct en barst van de prachtige beschrijvingen van die wilde wereld. Ik ben een eiland is een verhaal over het buitengewone vermogen van de natuur om, wanneer je alles verloren hebt, in je behoeften te voorzien. Een magnifiek boek over eenzaamheid, veerkracht en zelfontdekking.

Over het boek

Zeventien jaar geleden beslisten Tamsin Calidas en haar man om naar een afgelegen Schots eiland te verhuizen. Het liep uit op een strijd tegen haar omgeving en tegen zichzelf, beschrijft ze in Ik ben een eiland, een strijd waar ze sterker uit is gekomen.

[Interview] “Dozen vol reacties heb ik inmiddels,” zegt ze, “voor mij het bewijs dat mijn boek echt wel iets gedaan heeft met zijn lezers. Kijk hier, ‘Beste Tamsin,’ schrijft deze lezeres, ‘Ik kreeg je boek als kerstcadeau en ik durfde het aanvankelijk niet te lezen omdat ik de confrontatie vreesde. Ik heb hetzelfde meegemaakt, ik herken je gelukkige en je vreselijke momenten, maar ik ben zo blij dat jij doorgezet hebt, waar ik heb opgegeven. Ik heb mijn huis verkocht en het eiland verlaten.’”

Wat Tamsin Calidas gedaan heeft is tegen het tij in zwemmen en er als een sterkere vrouw weer uitkomen. Zeventien jaar geleden besliste ze samen met haar man Rab om Londen in te ruilen voor een Schots eiland met hoop en al 120 bewoners. Ze had een succesrijke carrière uitgebouwd als fotografe. De sky leek de limit tot ze een auto-ongeval kreeg en werkonbekwaam werd. Met alleen het inkomen van Rab konden ze niet in hun bevoorrechte wijk blijven wonen. Dus verhuisden ze, kwamen ze in een heuse gang war terecht, werden ze afgedreigd en werd er bij hen ingebroken. Dat was geen plek om een kind te laten opgroeien, waren de toen goed en wel vier maanden getrouwde Tamsin en Rab het eens. Dat zou veel beter lukken in Schotland, waar ze trouwens allebei familie hadden. En dus kochten ze op een eiland een croft, een kleine boerderij met heel wat bijgebouwen op een stuk land van 9 hectare, en dat voor de prijs waarvoor ze in Londen nog  geen flat met één slaapkamer gehad zouden hebben. De boerderij had vijf jaar leeg gestaan en er was water noch elektriciteit, maar dat vonden Tamsin en Rab geen probleem. Ze hadden al eerder huizen gerenoveerd. Wat echter wel een probleem werd, was de kleine gemeenschap waarin ze terechtkwamen en die zich meteen bijzonder vijandig opstelde. Het eiland vormde immers een kleine wereld op zich. Er was geen dokter, geen politie, geen café en ook geen winkel die het woord waard was. Mensen zorgden er voor elkaar, maar niet voor indringers.

Over de voorbije zeventien jaar schreef Tamsin Calidas het boek Ik ben een eiland. Het is het hartverscheurende verhaal over een jonge vrouw die een na een haar zekerheden weg ziet vallen. Na een paar jaar zwoegen bleek ze geen kinderen te kunnen krijgen. Rab kon niet aarden op het eiland en verliet haar, net op het moment dat haar twee handen gebroken waren, de een door een valpartij en de ander door huiselijk geweld. Maar Tamsin zette door. Ze trok zich op aan haar enige vriendin op het eiland, Cristall, tot ook deze na een jaar stierf en ze weer moederziel alleen was. Haar geld raakte op, haar kweekram stierf onder verdachte omstandigheden en ga zo maar door.

Vandaag is de sfeer er anders, vertelt Calidas me, maar toch wil ze niet dat de naam van het eiland in de krant komt. “Over het algemeen werd mijn boek er goed ontvangen,” zegt ze, “Al waren sommigen het niet eens met mijn relaas. Zij hebben wellicht nog wat werk om met zichzelf in het reine te komen over wat er in het verleden is gebeurd, en ik wil geen olie op het vuur gooien.”

Wat ging er mis?

“Dat we iets kochten in de gemeenschap. Rab en ik hadden al eerder in kleine gemeenschappen gewoond, maar we hadden nooit een huis gekocht. Wanneer je iets huurt, toon je dat je niet zal blijven. Wanneer je een boerderij koopt, ga je niet meer weg. Zeventien jaar geleden waren er ook geen jongeren op het eiland. Die hadden het allemaal verlaten om te studeren en werk te vinden. En dan kwamen wij daar toe en kochten een boerderij die veel oudere bewoners veel liever naar hun kinderen hadden zien gaan. Bovendien kwamen we met onze koop in een burenruzie terecht die al jaren aansleepte. Iemand had een stuk land gewild dat een ander had gekocht. Iedereen noemde onze boerderij ‘Hector’s croft’, naar de vorige eigenaar en sommigen meenden er aanspraak op te kunnen maken. Je mag niet vergeten hoe belangrijk grond is voor een boer. Die zorgt niet alleen voor een inkomen, maar ook voor status. Wat we ook deden, er was gewoon een minderheid die ons daar niet wou, en die dat ook duidelijk liet blijken.”

Was het als Londense vrouw ook niet lastig om in een strenge patriarchale cultuur terecht te komen? Je diende je plek te kennen?

“Nadat Rab vertrokken was, hoopten veel mensen dat het me te veel zou worden en ik er de brui aan zou geven, waarna de croft en het land terug zouden gaan naar iemand van de gemeenschap. Maar dat gebeurde dus niet. Meer zelfs, ik behaalde prijzen met de schapen die ik kweekte, zowel met mijn lammetjes die voor de slacht bedoeld waren als met mijn kweekram, en dat stak sommigen pas echt de ogen uit. Tradities slijten heel langzaam in kleine, afgelegen gemeenschappen. Bepaalde zaken waren alleen voor bepaalde groepen weggelegd, zoals de omgang met schapen bijvoorbeeld, die was gereserveerd voor mannen, maar wanneer je teruggaat in de tijd was dat juist heel lang een vrouwenzaak geweest.”

Het idee dat ik tijdens het lezen van je boek kreeg is dat tradities afsluitingen zijn die bepalen wie erbij hoort en wie niet. Had je ook dat gevoel?

“Ze creëren inderdaad een binaire wereld. Een derde weg is uitgesloten, terwijl die nodig is om die oude binaire situatie open te breken. Ik merkte na verloop van tijd wel dat steeds meer vrouwen mijn voorbeeld gingen volgen en ook ‘mannenwerk’ begonnen te doen. Dat gaf me moed om door te gaan met het slopen van die tradities.”

Heb je er ooit aan gedacht om het op te geven?

“Nooit. Dit was een liefdesproject. Toen Rab en ik hier aankwamen was het land een woestenij. Nu is het een plek waar allerhande wilde dieren zich thuis voelen. Ik heb de juiste omstandigheden gecreëerd voor passerende trekvogels. Momenteel zit er een nestelende houtsnip in een van mijn bosjes, een bedreigde vogel die misschien wel helemaal van Siberië naar hier is gevlogen. Het is fantastisch om zien hoe het land op die zeventien jaar veranderd is. Waarom zou ik dat willen achterlaten?”

Maar je hebt toch ook heel barre tijden meegemaakt, toen je geen geld meer had om je huis te verwarmen en je bladeren at?

“Zelfs al had ik toen weg gewild, dan had ik het niet gekund. Wanneer je huwelijk op de klippen loopt, wordt alles een tijd lang in lockdown geplaatst. Daarna had ik geen geld meer om te vertrekken, en ook geen wilskracht. Verhuizen vergt veel van je. Het is als een storm die over het eiland trekt. Het is geen goed idee om middenin die storm naar buiten te gaan. Nee, je kunt beter ter plekke blijven, de storm uitzitten en datgene wat je vreest omhelzen.”

Je hebt toch een paar keer op de rand van de zelfmoord gestaan?

“Ik werd intens aangevallen door bepaalde mensen. Bovenop alle andere zorgen werd het daardoor te veel voor mij. Ik heb toen even langs de zelfmoord geschuurd, dat is waar, maar nu zie ik het als deel van mijn reis, een fase waar ik sterker uitgekomen ben. Toen ik me in zee wou verdrinken hunkerde ik ernaar om ergens thuis te zijn en me weer een vol mens te kunnen voelen. Het was bijna iets spiritueels, en ik ben blij dat ik er doorheen gegaan ben. Heel veel mensen ondervinden een dergelijke periode in hun leven, wanneer ze het niet meer zien zitten. We zijn allemaal eilanden, om naar de titel van mijn boek te verwijzen. En we staan allemaal voor de uitdaging om het leven in zijn totaliteit te omarmen, in zijn goede en slechte periodes. Uitdagingen uit de weg gaan heeft geen zin, want ze verdwijnen niet. Je moet er mee leren omgaan. Wanneer je de bodem hebt bereikt, besefte ik die keer op het strand, is er maar een uitweg, terug naar boven.”

Het eiland heeft een ander mens van je gemaakt?

“Ik zie die voorbije zeventien jaar als een bevredigende spirituele reis die een wijs, veelzijdig en vol mens van me heeft gemaakt. Ik heb dat vooral aan de natuur te danken, en aan de zee. Ieder zaadje heeft de winter nodig om in de lente te kunnen ontkiemen. Zo ook had ik mijn winter nodig om te kunnen openbloeien. Ik zie iedere moeilijkheid als een kans om beter te worden, ook de coronacrisis. Waar we vroeger misschien dachten dat het leven ons iets schuldig was, zijn we nu hopelijk gaan inzien dat het leven iets van ons vraagt en dat het niet alleen maar geeft.”

Vond u troost in de natuur omdat mensen die niet wilden geven?

“Omdat er zo veel gedaan moest worden op de boerderij, stond ik constant in contact met de natuur. Dat werd nog sterker nadat Cristall  gestorven was. Toen was er niemand meer om me vast te houden. Ik bezocht toen de tuin die we samen aangelegd hadden en vond daar enorm veel troost, in onze planten, maar ook in de wolken die voorbij dreven. We staan alleen en sterven alleen, zag ik toen. Rouwen doe je alleen. Je mag nog zoveel mensen om je heen hebben, de rouw eist alles van je, en daar kan niemand iets aan veranderen. Mijn boek gaat over het vinden van een stem, een wildere stem, die van onze instincten. Wanneer we daarop voortgaan, weet ons lichaam perfect wat goed voor ons is.”

Eerder verschenen in de Morgen en in Bazarow Magazine

Bazarow Magazine verloot 3 exemplaren. Kijk op de link voor de voorwaarden.

Recensie door: Jan Koster

Tegenslag op tegenslag en toch doorgaan

Kenmerkend voor een eiland is dat het een stuk land is dat los ligt van de omgeving, geen (bovenzeese) verbinding heeft met ander land. Dit gaat in zekere zin ook op voor Tamsin Calidas, de auteur van Ik ben een eiland, een veelzeggende titel. Op het eiland waar zij is gaan wonen heeft zij ook vrijwel geen band met de andere bewoners en daar is zij ook niet hard naar op zoek. Zij moet wel heel wat tegenslag overwinnen en stormen doorstaan om tot dat besef te komen en zich daarmee te verzoenen.

Vlucht uit de werkelijkheid, een droom die snel in duigen valt

Calidas lijkt het helemaal voor elkaar te hebben. Ze heeft fijn werk, een goed huwelijk en het stel woont in een hippe buurt. In korte tijd verandert alles. Zij kampt met de naweeën van een zwaar auto-ongeluk, de buurt gaat achteruit. Bovendien krijgen zij te maken met intimidaties, vandalisme en bedreigingen. Zij besluiten te verkassen en nemen een drastische en enigszins impulsieve beslissing. Een advertentie van een te koop staande vervallen boerderij op een klein eiland is genoeg om hen tot een verhuizing te verleiden.

Het blijkt allesbehalve de idylle waarop zij hoopten. De boerderij blijkt een wespennest, bron van lokale conflicten. Tegenslag op tegenslag volgt. Het geld is op voordat de boerderij bewoonbaar is. Het lukt Calidas niet om te integreren, iets wat haar man Rab beter afgaat. Te goed, zo blijkt, als hij een relatie aanknoopt met een andere vrouw. Er volgen hevige ruzies,  zij breekt daarbij beide handen, haar man gaat weg, terug naar het vasteland en zij staat er alleen voor. Kortstondig heeft zij een goed contact met een ouder echtpaar, vooral met de vrouw. Je kunt erop wachten: de man overlijdt na een ernstige ziekte en de vrouw krijgt op het vasteland een fataal verkeersongeluk. Dan kan zij met recht verzuchten: Ik ben een eiland, want contact met de andere eilandbewoners is er nauwelijks. Vervolgens gaat zij door diepe dalen, maar opgeven heeft zij blijkbaar uit haar woordenboek geschrapt na de eerdere vlucht.

Stijfkoppigheid of bewonderenswaardig doorzettingsvermogen?

Je kunt er op meerdere manieren naar kijken. Waarom in hemelsnaam roeit zij zo eigenwijs tegen de stroom in. Acceptatie, laat staan integratie, zal er niet van komen. De meeste eilandbewoners moeten haar niet, onder meer door haar houding en helaas ook om haar licht getinte uiterlijk. Veel moeite doet Calidas ook niet, tot zij op zekere dag met een tot mislukken gedoemd wanhoopsoffensief komt. Je kunt je afvragen waar die stijfkoppigheid vandaan komt. Waarom doet iemand zichzelf dit aan, waarom kiest zij de weg van de onoverwinnelijke weerstand?

Je kunt ook bewondering hebben voor haar doorzettingsvermogen, haar overlevingsdrang. Ook dat zou terecht zijn. Het is bewonderenswaardig hoe zij weet te overleven in een vijandige omgeving, op een eiland met een soms meedogenloos klimaat, vrijwel geïsoleerd van de rest van de wereld, met alleen maar een slome internetverbinding om contacten te onderhouden. Met gedoogd worden door de andere bewoners als hoogst haalbare resultaat.

Ik ben er nog steeds niet uit wat ik ervan moet vinden en ik zie dat er ook niet van komen.

Stroef begin, daarna meeslepend

Ik ben een eiland begint stroef. Dat ligt niet aan het verhaal, wel aan de stijl en soms ook de vertaling. Aan het begin doet Calidas te goed haar best om mooi te schrijven. Van zinnen als “Ik luisterde naar de stilte en voelde de adem van het alleen-zijn zich om me heen winden” of “Daarboven is de Melkweg, uitgeworpen over een overgangsleegte, een glinsterend, ontploffend oplichten” word ik niet vrolijk.

Ook de vertaling is niet altijd even soepel. Een zin als “terwijl mijn strakke huid ontspant en op begint te rekken” loopt niet lekker. Een zeugma als “Elke ochtend word ik wakker met het gevoel de weg kwijt en alleen te zijn” is niet mijn smaak.

Gaandeweg wordt dat gelukkig een stuk beter. Het voelt minder gekunsteld, oprechter, natuurlijker. Of je nu wel of niet begrip kunt opbrengen voor haar doen en laten moet iedereen voor zichzelf uitmaken, maar Ik ben een eiland is na dat stroeve begin een pakkend, meeslepend verhaal over iemand die na een helse strijd zichzelf opnieuw moet zien uit te vinden en daarin slaagt.

Eerder verschenen op JKleest

Lees ook het interview van Marnix Verplancke met de auteur van Ik ben een eiland

Samenvatting

Tamsin Calidas is een dertiger met een baan in de media, die in de hippe Londense wijk Notting Hill woont. Niks bijzonders. Tot zij en haar man besluiten hun leventje in de stad te verruilen voor het ruige en onbekende van een klein Schots eiland in de Hebriden. Ze gaan er schapen fokken. Landelijk, rustig en idyllisch, is het beeld dat ze voor ogen hebben. Weg van het eeuwige jachtige. Maar wanneer de eerste betovering is verbroken, blijkt het allerminst idyllisch. De gesloten eilanders zitten helemaal niet te wachten op de komst van zo’n stel stedelingen, het kind waarnaar ze verlangden komt maar niet, het weer is onstuimig en het leven zwaar. Hun huwelijk overleeft de storm niet en loopt op de klippen. En dat is nog maar het begin van de pure, bittere ellende die Calidas zal moeten doormaken. Armoede, een traumatisch verlies en ziekte stellen haar op de proef en het onherbergzame land brengt zijn eigen uitdagingen met zich mee. Naarmate de tijd verstrijkt verliest Calidas zich meer en meer in het landschap om haar heen, en het is precies die natuur die verlossing brengt. Calidas trekt alle registers open in dit rauwe, openhartige boek, dat een ode brengt aan het menselijke overlevingsinstinct en barst van de prachtige beschrijvingen van die wilde wereld. Ik ben een eiland is een verhaal over het buitengewone vermogen van de natuur om, wanneer je alles verloren hebt, in je behoeften te voorzien. Een magnifiek boek over eenzaamheid, veerkracht en zelfontdekking.

Vertaald door Hans Kloos

Toon meer Toon minder
€ 22,99

Verwachte leverdatum: donderdag 24 juni


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789083095387
Verschijningsdatum
april 2021
Druk
1
Aantal pagina's
320 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Biografie en non-fictieproza
  • Waargebeurde verhalen: algemeen
Categorieën

Uitgever
Uitgeverij Pluim

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden