Houthakken

Auteur(s): Thomas Bernhard
Taal: Nederlands
1 recensie
Houthakken
Houthakken
Houthakken

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Elisabeth Francet

Beerput der kleinburgerlijkheid

[Recensie] Twintig jaar lang heeft hij de echtelieden Auersberger gehaat. Tot hij hen onverhoeds tegenkomt op de Graben in Wenen. En wat doet hij, karakterloze domkop? Ingaan op hun uitnodiging voor een “kunstzinnig avondmaal”, waar de meest kleinburgerlijke en stompzinnige mensen die hij kent, aanwezig zullen zijn.

De verteller, schrijver en vijftiger, is in de val van de sentimentaliteit getrapt. Joana, een gemeenschappelijke vriendin en gemankeerde artieste, heeft zich zopas opgehangen en de Auersbergers hebben deze situatie misbruikt door hem uit te nodigen. Tot zijn grote ergernis gaat hij op de afgesproken tijd ook daadwerkelijk naar diezelfde Auersbergers die hem begin jaren vijftig in een bestaanscrisis gebracht hadden, hem zelfs in Steinhof hebben doen belanden.

Nu zit hij daar in een oorfauteuil, aan de beschaduwde rand van het gebeuren, inwendig te foeteren op alles en iedereen, vooral op de grote vergissing die hij maakte om de uitnodiging aan te nemen, en te wachten op de Burgacteur die beloofd had na de voorstelling van De wilde eend (een toneelstuk van Ibsen) de maaltijd te vervoegen. Twintig, vijfentwintig jaar geleden, toen hij nog bevriend was met de Auersbergers, bracht hij hier geregeld tijd door, aria’s zingend aan de Steinway piano. Toen zag hij alleen hun façade en liet zich gewillig imponeren.

Schuld van deze vergissing treft natuurlijk Joana. Door zich op te hangen heeft zij deze “weerzinwekkende fataliteit” op haar geweten. “Het heeft geen zin nu naar je hoofd te grijpen.” Gelukkig verstaat de verteller de kunst om met rust gelaten te worden. Beschermd door het halfdonker speelt hij zijn spel als observator in de oorfauteuil. In zijn hoofd fileert hij dat hele ‘kunstgespuis’, inclusief zichzelf. Meer dan maskers en omhulsels van wie ze ooit waren, zijn ze niet. “Kunstmarionetten zijn het.” Ook hij veinst. Met kunst heeft deze hele vertoning niets te maken. En dan dit kunstzinnig avondmaal, een “perverse gewoonte uit pure verveling en stupide zelfzucht.”

Onvermoeibaar laat de verteller in gedachten zijn minachting neerplenzen op de hoofden der genodigden. Nadat de Burgacteur gearriveerd is, wordt er druk gepalaverd over het theaterwezen in Wenen. Weerzinwekkende anekdotes vliegen over en weer over de dis. De “beerput der kleinburgerlijkheid” gaat open. Hoe verfoeit de verteller Wenen, die “immer draaiende kunstcarrousel die jaar in jaar uit kunsten en kunstenaars vermorzelt”. En dan de walgelijke vertoning van de stomdronken Auersberger, die zijn ondergebit uit zijn mond neemt “om het de Burgacteur als een trofee voor zijn gezicht te houden met de opmerking dat het leven kort was, de mens zwak, de dood niet ver meer.” Dat alles doet hem bijna stikken in weerzin.

Geheel onverwacht brengt de Burgacteur een filosofisch element in het spel door het ineens over de weldaad van het houthakken te hebben. ‘Een dissonant!’ denkt de verteller verheugd. Precies omgekeerd als gebruikelijk, was nota bene deze gehate Burgacteur van een masker een filosoferende mens geworden. Geroerd door deze wending, valt de verteller ten prooi aan een kortsluiting in het hoofd. Ten afscheid geeft hij de Auersbergerse een kus op het voorhoofd en zegt haar dat alles hem vanavond zeer goed bevallen is.

Beter had hij haar een kopstoot gegeven! Onderweg naar huis, wandelend door de ingeslapen straten van Wenen, beseft hij dat hij geen haar beter is dan deze lieden, “met wie hij zo weinig mogelijk te maken wil hebben, terwijl hij voortdurend met ze te maken heeft en net zo is als zij”. Alvorens zijn kortstondige ontroering en liefde voor deze stad en voor deze mensen vervliegen, rept hij zich naar huis om Houthakken te schrijven.

Eerder verschenen op Geendagzonderboek

Samenvatting

In Houthakken. Een afrekening doet de ik-verteller verslag van zijn waarnemingen, associaties, herinneringen, gedachten en gevoelens tijdens een avondmaaltijd bij het echtpaar Auersberger in de Gentzgasse in Wenen. Op deze avond komt hij na meer dan twintig jaar zeer tegen zijn zin weer terecht in de kring van kunstenaars waartoe hij als beginnend schrijver zelf ooit behoorde. Die dag hebben ze een van hen, Joana, begraven, die zich van het leven beroofd heeft. Als eregast hebben de Auersbergers een acteur van het Burgtheater uitgenodigd, die pas na middernacht arriveert omdat hij eerst nog als de Ekdal in De wilde eend van Ibsen moet optreden. De avond ontwikkelt zich tot een beproeving voor de ik-verteller, die het gezelschap vanuit een oorfauteuil observeert en zich naarmate de uren verstrijken meer en meer opwindt over wat er van het gezelschap en van hemzelf in de loop van de tijd geworden is.

De leukste roman die ik ooit las blijkt na herlezing ook een van de pijnlijkste te zijn. (Bas Heijne, NRC)

Waarom is Bernhard hier buiten zijn toneelwerk nauwelijks bekend en waarom is zijn boek Holz­fällen nog steeds niet vertaald? (Jeroen van Kan /Wim Brands)

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: zaterdag 29 februari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789086841851
Verschijningsdatum
juni 2019
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: speciale kenmerken
  • Vertaalde fictie
Categorieën

Uitgever
IJzer

Vertaald door
Chris Bakker, Pauline Bok

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden