Voor 23:00 besteld, overmorgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Teveel

Overbevolking, biodiversiteit, stadsvossen en de pandemie

Auteur(s): Jelle Reumer
Taal: Nederlands
1 recensie
Teveel
Teveel
Teveel

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Cyril Lansink

Eenzijdig demografisch perspectief

[Recensie] Dat we het hoofd moeten bieden aan grote wereldwijde problemen is een open deur. De coronapandemie is daarvan op dit moment de meest urgente. Maar het is een illusie te denken dat het overwinnen ervan ons een tijdje rust zou gunnen. Terug naar normaal is een misleidende frase, omdat die suggereert dat er met de wereld vóór corona weinig mis was. Sterker nog, in die normaliteit floreren die andere bedreigingen voor mens en aarde die door het coronavirus voor even naar de achtergrond werden gedrongen: de klimaatverandering, de teloorgang van de biodiversiteit, de massale vernietiging van soorten en al de praktijken die hiermee samenhangen: ontbossing, overbevissing, de stikstofuitstoot, de ongebreidelde, economisch gedreven uitputting van landbouwgronden, enzovoort.

Jelle Reumer, bioloog en emeritus hoogleraar paleontologie, laat geen van deze problemen onbenoemd in een prikkelend essay. In stijl laconiek en lichtvoetig is de inhoudelijke boodschap ervan dat allerminst. Reumer luidt de noodklok. De aarde dreigt in de komende eeuw te veranderen in een dystopisch oord: een plaats waar je niet wilt en kunt zijn. We zijn haar aan het ‘uitwonen’ en er is geen tweede ‘huis’ waar we daarna kunnen intrekken. Er is geen planeet B. (De auteur moet dan ook niets hebben van de krankzinnige plannen om werk te maken van het koloniseren van Mars.)

Reumer overtuigt als hij uitlegt waarom het niet evident is dat we de ernst van de problematiek tot ons laten doordringen en ernaar  handelen. Het besef van die ernst blijft vaak vaag en vertaalt zich maar slecht in daadkracht. Ten eerste: zo lang een probleem op afstand staat, ver van ons bed, blijven we het gemakkelijk bagatelliseren en gaan we onbekommerd door met ons leven. We nemen er kennis van – Wuhan, waar ligt dat? – maar betrekken het niet op onszelf. Iets zet ons pas op scherp als het dichtbij komt. Als het virus ons zelf dwingt om langdurig het bed te houden of een dierbare op een ic-afdeling doet belanden.

Ten tweede: het is ook verleidelijk de kop in het zand te blijven steken als een probleem zich pas in een moeilijk voorstelbare toekomst ten volle zal manifesteren. Vooral bij de klimaatverandering speelt de tijd als abstracte categorie een grote rol. Over tachtig jaar zal de aarde twee graden warmer zijn waarschuwen de wetenschappers, met alle gevolgen van dien. Maar wie dan leeft, wie dan zorgt. Over vier jaar zijn al weer de volgende verkiezingen en die moeten ook worden gewonnen. En over een half jaar willen we wel weer eens met het vliegtuig naar de zon. Hallo, we leven nu toch? En dan nog: hoe erg zijn die twee graden eigenlijk? Is de aarde in het verleden al niet veel warmer geweest?

Ten derde: de referentiekaders waarmee we bepalen wat voor ons normaal en aanvaardbaar is, verschuiven. We zijn onderhevig aan wat met een Engelse term het shifting baseline syndrome heet. Door die verschuiving merken we bijvoorbeeld het verlies van biodiversiteit niet eens op, laat staan dat we het kunnen betreuren. Er is geen kind dat met de kuifleeuwerik opgroeit, zoals Reumer vroeger, want die is in Nederland uitgestorven. En er is straks ook niemand meer die die vogel zal missen. We passen onze verwachtingen aan: een merel fluit ook mooi. En hebben ondertussen steeds minder in de gaten hoeveel armer het landschap in de afgelopen decennia is geworden. Elke volgende generatie vindt normaal wat voor de vorige nog ondenkbaar was.

Ten slotte: wat de aanpak van de grote wereldproblemen ook in de weg staat is de onzichtbaarheid ervan. Het weer voelen we elke dag aan den lijve, maar klimaatverandering nemen we amper waar – ze is er zonder dat we die direct zien of voelen. (Sterker: als er dan eens een paar weken strenge vorst is, kunnen we die hele klimaatverandering weer fijn ontkennen.) Ook een pandemisch virus blijft, de volle ziekenhuizen ten spijt, iets abstracts houden. Het bestaat, maar het is als een gevaar dat niemand ziet. Het is onder ons, maar niet als een concrete tastbare dreiging waarvoor je hard wilt weglopen. En wat de massa-extinctie van soorten betreft: het is dat we erover lezen, maar we merken er niets van. Erger: er sterven soorten uit waarvan we het bestaan niet eens wisten.

Veel minder overtuigd ben ik van Reumers centrale these in zijn essay: dat al die grote crises – met betrekking tot gezondheid, klimaat, biodiversiteit – uiteindelijk het “gevolg zijn van een onderliggende plaag: de menselijke overbevolking”.

“We zijn simpelweg met te veel,” houdt de bioloog ons voor. Het grote ‘succes’ van de soort homo sapiens – vanaf de Industriële Revolutie gingen het aantal exemplaren ervan exponentieel omhoog tot de 7,8 miljard van tegenwoordig – is totaal niet meer te rijmen met de draagkracht van de aardkloot.

Dat ‘simpelweg’ is me echter veel te simplistisch. Alsof het aantal mensen op zich al een afdoende verklaring geeft voor de staat van crisis waarin de aarde zich bevindt. Volgens Reumer is de overbevolking de olifant in de kamer. Maar in zijn verlangen deze oorzaak op de voorgrond te plaatsen, ontneemt hij zichzelf en ons het zicht op de economisch-normatieve en machtspolitieke oorzaken die minstens zo belangrijk zijn. Het gaat er niet alleen om dat we met te veel zijn op de wereld, maar dat we kennelijk niet in staat zijn er op een goede manier te zijn, dus om hoe we deze aarde bevolken. Hoe we met elkaar samenleven, hoe we ons economieën inrichten, door welke waarden we ons willen laten leiden, hoe we de rijkdommen van de aarde beheren en verdelen, of we ons willen laten regeren door geld, macht en de eindeloze begeerte naar meer, of dat we onze verlangens afstemmen op wat de natuur aan kan en van ons vraagt – aan dit soort vragen komt Reumer in zijn essay niet of nauwelijks toe. Maar de antwoorden daarop lijken me vooralsnog veel bepalender voor de vraag of we een uitweg uit de mondiale crises zullen vinden dan een strikte bevolkingspolitiek die gericht is op het terugdringen van het vervangingsgetal (het aantal gemiddelde nakomelingen dat een vrouw baart).

Het is in dit verband bijvoorbeeld tekenend dat Reumer een file van zeventien kilometer (tussen Weert en Eindhoven) in verband brengt met overbevolking en niet met een totaal op hol geslagen mobiliteitssysteem dat we met zijn allen ‘normaal’ zijn gaan vinden. Bijkomend effect is dat hij zo – waarschijnlijk ongewild – die normaliteit in stand houdt en legitimeert. Niet de auto zelf én dat we er zoveel gebruik van willen en moeten maken, is immers het probleem, maar ‘simpelweg’ dat er te veel mensen (met auto’s) zijn. Waarom niet de vanzelfsprekendheid van het autorijden zelf ter discussie te stellen in plaats van te verzuchten dat het veel prettiger rijden is als de snelweg een stuk leger zou zijn?

Het aanwijzen van de overbevolking als dé oorzaak van alle problemen zorgt er ook voor dat we licht vergeten dat de impact van mensen op die problemen totaal ongelijk is. Reumer laat met cijfers zien dat het continent Afrika tegenwoordig de grootste bijdrage levert aan de wereldbevolkingsgroei. Vervangingsgetallen van boven de 5 zijn geen uitzondering. En dat kun je met de auteur zeker dramatisch noemen. Maar de ecologische voetafdruk (de maat voor het beslag dat iemand op de aarde legt) van de gemiddelde westerling is vele malen groter dan die van de gemiddelde Afrikaan. Nee, het ene kind is het andere niet. Door te fixeren op het ‘teveel’ aan mensen op zich mist de auteur, en de lezer met hem, het drama van deze ongelijkheid.

Al met al overheerst bij Reumer een eenzijdig demografisch perspectief – een perspectief waarmee hij zaken zichtbaar (en de olifant in de kamer bespreekbaar) maakt, maar dat verabsoluteerd ook kampt met grote blinde vlekken en juist kwesties aan het oog trekt.

Door zich te veel te laten leiden door het ‘teveel’ aan mensen op onze ernstig zieke aarde is zijn diagnose daarom niet accuraat en krachtig genoeg. En misschien is het dan ook niet toevallig dat we het uiteindelijk moeten doen met een schamele conclusie en een slap, generiek toepasbaar medicijn. “Een kindje minder, kortom, kan geen kwaad,” luidt de slotzin van zijn essay. Voor iemand die bekommerd is om de mens en zijn planeet A waarvoor geen alternatief bestaat, is dat in alle opzichten te weinig.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

De coronacrisis van 2020 wees de mensheid op haar kwetsbaarheid. Miljoenen werden ziek of stierven. Maar het probleem is groter: de hele aarde is ziek. Op de beroemde foto Blue Marble zien we een mooie kogelronde blauwe planeet. Van grote afstand zie je niets, maar in werkelijkheid lijdt onze planeet aan een nare huidaandoening. Het aardoppervlak is overwoekerd met mensen.

In hun kielzog is er teveel aan landbouwhuisdieren, worden CO2 en methaan in de atmosfeer gepompt, zeeën overbevist en natuurlijke habitats vernietigd. De biodiversiteit verdwijnt in rap tempo. Grote delen van de aarde worden onleefbaar: soorten zoeken in toenemende maten hun heil in steden. Wilde dieren worden op markten verhandeld - tot ze er niet meer zijn. De laatste restjes worden als bushmeat opgegeten, of gestroopt om als medicijn te worden fijngemalen.

Wie de ui afpelt, komt tot de kern: de menselijke overbevolking. Het is de olifant in de kamer en bovendien een taboe. Het is de hoogste tijd om erover na te denken, te praten en het op de politieke agenda te zetten. Dit uitdagende essay geeft daartoe een aanzet.

'Reumer schrijft prettig. Zijn betoog is glashelder, overtuigend en verontrustend.' - de Volkskrant

Toon meer Toon minder
€ 14,95

Verwachte leverdatum: woensdag 08 december


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789088031106
Verschijningsdatum
oktober 2020
Druk
1
Aantal pagina's
80 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Wiskunde en wetenschap
  • Biologie, levenswetenschappen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Lias, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden