Bureaucratie is een inktvis

Auteur(s): René ten Bos
Taal: Nederlands
0,18333333333333/5
4 recensies
Bureaucratie is een inktvis
Bureaucratie is een inktvis
Bureaucratie is een inktvis

Recensie

Aantal recensies: 4

Recensie door: Bas Leijssenaar

De troost van de bureaucratie

[Recensie] Wellicht is mopperen het generatieve element van de bureaucratie. Hoe meer we erover mopperen, hoe groter ze wordt. De spanning tussen de almaar uitdijende bureaucratie en het geweeklaag dat zij opwekt, vormt het uitgangspunt van dit kostelijke boek, Bureaucratie is een inktvis van René ten Bos.

De ambtenaar is een wonderlijk verschijnsel. Misschien is hij wel het minst ontzagwekkende soort mens, maar de angst die hij zijn medemens weet aan te jagen, staat daarmee in schril contrast. De bureaucraat wordt van oudsher geminacht omdat hij parasiteert op het werk van anderen. Waar zijn medemens dingen maakt en diensten verleent, produceert de bureaucraat zelf niets. Hij registreert slechts, categoriseert, administreert en – oh gruwel – handhaaft.

Om de ambtenaar te duiden is het Nederlandse ‘pennenlikker’ niet toereikend, aldus Ten Bos. En passant introduceert hij een nieuwe term: inktschijter. Net als de inktvis is de bureaucraat een ‘meester in camouflage’. Waar de inktvis bij de minste dreiging een wolk van inkt produceert, daar spuwt de bureaucraat bij iedere toenadering een wolk aan nieuwe documenten en formulieren uit.

Maar waarom zijn niet alleen de individuele ambtenaren inktvisjes, maar vormen zij allemaal samen ook een inktvis? Een malacologisch – weekdierkundig – uitstapje levert Ten Bos drie eigenschappen van de inktvis op die hij terugziet in de bureaucratie. Een: er zijn tientallen varianten van, maar de meeste zien we zelden. Twee: het beest weet zich uitstekend te camoufleren door inkt te gebruiken. Drie: inktvissen zijn koppotigen. Niet alleen regenereren verloren ledematen doorgaans gewoon weer, de ledematen lijken ook een eigen breintje te bezitten, naast en deels onafhankelijk van het centrale brein.

De inktvis levert een mooie analogie op die een breed publiek ongetwijfeld zal aanspreken – Ten Bos is er een meester in. Zoals de meeste van zijn boeken ademt ook Bureaucratie is een inktvis een groot filosofisch plezier uit. Nadat hij de lezer voor het onderwerp heeft warmgemaakt en het spelenderwijs wat heeft uitgediept, wordt het boek filosofisch echt interessant wanneer Ten Bos een tweede vergelijking introduceert. Bureaucratie is weliswaar een inktvis, maar ook een hyperobject. Deze term ontleent Ten Bos aan de denker Timothy Morton. De eerste gedachte gaat misschien uit naar een ADHD-object, een heel druk object, maar een hyperobject is een object dat zo groot en omvattend is dat onze traditionele kenverhoudingen tekortschieten om het te vatten. Hyperobjecten onttrekken zich aan de subject-object verhouding waarmee we de wereld doorgaans benaderen. Over gewone objecten kunnen we ons relatief probleemloos uitspreken: de Splijtstof die ik vasthoud is mooi/lelijk, interessant/saai, te dik/te dun, enzovoorts. Met hyperobjecten gaat dit niet: ze zijn zo groot, omvattend, complex dat ze ons bevattingsvermogen te buiten gaan. Eigenlijk kunnen we er alleen iets over zeggen wanneer we ons realiseren dat we er zelf deel van uitmaken. Voorbeelden zijn: het kapitalisme, cultuur, het milieu en, inderdaad: bureaucratie. Wij bevinden ons in of nabij talloze hyperobjecten, waarvan de inktvisachtige bureaucratie er maar één is, maar wel een die zijn tentakels diep in ons dagelijks leven uitslaat.

Omdat het moeilijk is om definitieve en onomstreden uitspraken te doen over dat waar we zelf deel van uitmaken, stelt Ten Bos voor om de bureaucratie te lijf te gaan met wat Gianni Vattimo het ‘zwakke denken’ genoemd heeft. Dit denken erkent zijn eigen voorlopigheid en beschouwt zichzelf als onderdeel van, of ten minste als essentieel verbonden met, datgene waarover het denkt. Het is niet de wetenschappelijke, objectiverende blik, maar de onderzoekende en verkennende.

Met deze blik beschrijft Ten Bos in het vervolg van het boek verschillende facetten van het hyperobject bureaucratie. Dat doet hij op de hem kenmerkende wijze: balancerend op het raakvlak van grappig en bloedserieus, van kolderieke anekdotes en wijsgerige argumentatie. Talloze filosofische, sociologische en managementkundige auteurs en theorieën passeren de revue, terwijl spreekstalmeester Ten Bos hun complexe concepten en redeneringen toegankelijk maakt met behulp van alledaagse voorbeelden en scherpe analogieën. Ten Bos heeft een jaloersmakend talent om complexe zaken leuk, helder en eenvoudig uit te leggen. Soms zou je willen dat hij wat meer op de details in zou gaan, maar Ten Bos weet je gelukkig zo enthousiast te maken voor de denkers die hij gebruikt, dat je zonder aarzelen hun werken uit de bibliotheek opdiept om het dan zelf maar uit te pluizen.

Ten Bos is hoogleraar filosofie op de faculteit Managementwetenschappen in Nijmegen. Dat dit hele spannende filosofie op kan leveren, bewijst hij wanneer hij op zoek gaat naar de oorsprong van de hedendaagse bureaucratie, die burgers en medewerkers bij overheden en bedrijven teistert, en uitkomt bij Frederick Taylor, de uitvinder van de scientific management theory, en aanverwante geesten.

Ten Bos stelt: “waar macht is, is inkt. En waar inkt is, is macht.” Geschreven taal en macht gaan hand in hand. Eerdere politiek filosofen zaten ernaast, of waren op zijn minst incompleet. De soeverein heeft niet alleen de zwaardmacht, het recht om te oordelen over leven en dood, maar ook de inktmacht, het recht om bindende feiten en regels op schrift te stellen. En deze laatste macht, zo laat Ten Bos zien, is veel angstaanjagender.

Ik kan dat illustreren met een voorbeeld. Sedert enige tijd woon ik in Brussel, waar het straatbeeld momenteel getekend wordt door de zeer opvallende aanwezigheid van militairen. De staat toont haar zwaard- of beter: mitrailleurmacht. Een bureaucraat zie ik zelden. Maar waar de soldaten eenvoudig te ontlopen zijn, valt aan de macht van de Brusselse inktschijters niet te ontkomen. Formulieren dienen ingevuld te worden, attesten overhandigd, kopieën gemaakt, stempels gezet. Wie zich niet inschrijft in het stadsregister kan geen bankrekening openen, geen verzekering afsluiten, en nog veel meer niet. Kortom: de bureaucraten op het stadskantoor kan men niet ontlopen. Hun macht is werkelijk ontzagwekkend. Magische krachten moeten wij hen toekennen. Met het grootste gemak beantwoorden zij Nederlandse e-mails in het Frans en vice versa. Zij zijn in staat om in theorie op twee adressen tegelijkertijd te zijn, hoewel de praktijk leert dat het er waarschijnlijk drie zijn, maar nooit daar waar men ze verwacht te vinden. Zij bezitten bovendien magische lades waar eenmaal te rusten gelegde dossiers nooit meer uit ontsnappen. Bovendien maken zij je in een oogwenk strafbaar, bijvoorbeeld door te decreteren dat inschrijving in het stadsregister binnen acht dagen dient te geschieden en vervolgens vijf weken de tijd te nemen om je verzoek daartoe in behandeling te nemen. Zie je daar vervolgens maar eens uit te lullen. Wie het nieuws een beetje volgt, weet dat het een peulenschil is om uit handen van de Belgische veiligheidsdiensten te blijven. Ik heb mij echter laten vertellen dat struisvogelpolitiek bedrijven met de Brusselse bureaucratie het equivalent is van in de gevangenis een zeepje laten vallen.

Maar, zo laat Ten Bos terecht zien, ook al klagen we ons een ongeluk over de bureaucratie, ze is tegelijkertijd de mogelijkheidsvoorwaarde voor ons moderne, complexe, en rijke leven. De bureaucratie maakt bijvoorbeeld mogelijk dat wij nu een product in China kunnen bestellen dat dezelfde dag nog scheep gaat, enkele dagen later in Rotterdam al ontscheept wordt, en daags erop in onze brievenbus valt. Bureaucratie maakt mogelijk dat onze belastingaangifte onderhand een peulenschil is, dat de buurman niet zomaar een standbeeld van zijn grootmoeder in zijn voortuin mag zetten, en dat frauderende politici en bankiers uiteindelijk toch vaak tegen de lamp lopen. Helaas maakt bureaucratie het ook mogelijk dat je tussen de regels door valt en in een niemandsland terecht komt, of dat je zorgverzekeraar wil dat je jaarlijks opnieuw aantoont dat je met dat geamputeerde been echt niet meer kunt autorijden en dus recht hebt op een taxi naar het ziekenhuis.

Het is onzin om voor of tegen de bureaucratie te zijn. Ze is vervelend en indringend, maar neemt ons ook veel werk uit handen en zorgt voor een overzichtelijke, relatief eerlijke, regelgeleide maatschappij. Ten Bos laat niet alleen zien dat we nu eenmaal allemaal met bureaucratie te maken hebben, hij laat ook zien dat het noodzakelijkerwijs een onderdeel van onze werkelijkheid is geworden en moet zijn. Het echte vraagstuk is hoe wij, in onze voortdurende worsteling met de bureaucratie, kunnen zorgen dat ze de samenleving dienstbaar blijft. Ten Bos beantwoordt deze vraag niet, maar geeft ambtenaren, politici, managers en burgers voldoende denkrichtingen om hier zelf mee aan de slag te gaan.

Bureaucratie is een inktvis is zo’n boek dat je perceptie van de werkelijkheid verandert. Je kunt het niet lezen zonder vervolgens aan de lopende band in de praktijk waar te nemen wat je zojuist in theorie tot je hebt genomen. Dat lijkt mij het criterium bij uitstek voor publieksgerichte filosofische werken.

Daags na het schrijven van deze recensie bleek dat René ten Bos voor Bureaucratie is een Inktvis de Socrates Wisselbeker in ontvangst mocht nemen.

Eerder verschenen in Splijtstof , onafhankelijk wijsgerig tijdschrift van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

Recensie door: Arnold Heumakers
4/5

Al die ‘inktschijters’ bestrijd je met spot en parodie

[Recensie] Het boek van de Nijmeegse filosoof René ten Bos dat dit voorjaar vrijdag de Socratesbeker 2016 heeft gewonnen, heet Bureaucratie is een inktvis. Bureaucraten worden derhalve door hem `inktschijters’ genoemd: onmisbaar als de stoelgang, maar door niemand geliefd. Iedereen klaagt over bureaucratisering, zonder op te houden eraan mee te doen. Een raadsel. Tegenwoordig zijn wij in zekere zin allemaal inktschijters geworden, concludeert Ten Bos. Een alternatief ontbreekt blijkbaar. Vanwege die alomtegenwoordigheid valt het niet mee greep te krijgen op het verschijnsel. Bureaucratie behoort tot de `hyperobjecten’, zaken die in laatste instantie aan ieder begrip ontsnappen.

Niemand is zich daar meer van bewust dan Ten Bosch, behalve hoogleraar filosofie ook organisatiedeskundige van professie. Iemand, kortom, met enige boter op z’n hoofd, maar ook iemand die geen genoegen neemt met gemakkelijke kritiek. Bij hem geen spoor van naïeve verontwaardiging en dat geeft hem recht van spreken. Als hij zich bezorgd toont over de toenemende bureaucratisering van de politiek of over het oprukken van het Taylorisme (het blinde geloof in standaardisering, ook daar waar dit rampzalig uitpakt zoals in de zorg of het onderwijs), verdient hij onze volle aandacht.

Nu weet Ten Bos die aandacht heel goed zelf te wekken dankzij zijn geestige stijl, vaak met hilarisch resultaat. Zijn betoog heeft meer van satire of parodie dan van strenge wijsbegeerte, ook al worden de meest honorabele getuigen à charge opgeroepen, onder wie Cicero, Kierkegaard, Weber, Agamben, Vian en – uiteraard – Kafka. Die stijl is geen toeval maar opzet: volgens Ten Bos zijn nog alleen spot en parodie opgewassen tegen de `inktvis’, die via een onstuitbare lawine van absurde regels, protocollen, enquêtes, tests en andere uitingen van controle- en bemoeizucht ons leven in de greep heeft gekregen.

Met zijn onorthodoxe aanpak maakt Ten Bos er een wervelend geheel van. Soepel maar stijlvast belicht hij zijn hyperobject van zoveel mogelijk kanten. Het wordt geïdentificeerd als `vaagheid’ en `institutioneel slijm’ en vergeleken met een `onzichtbare tatoeage’. Intrigerend, totdat tenslotte min of meer duidelijk wordt waarom we er maar niet los van komen. Bureaucratie blijkt te beantwoorden aan een hardnekkig, in oorsprong religieus vertrouwen dat de dingen op aarde (net als in de hemel) goed geregeld zijn, hoezeer de tekenen ook op het tegendeel wijzen, en leeft – wat nog beschamender is – van een ongeneeslijke mediocriteit bij de meesten van ons. Om het raadsel van de inktschijterij werkelijk te doorgronden, moeten we dus beter in de spiegel kijken.

Eerder verschenen in NRC Handelsblad en op www.arnoldheumakers.nl

Recensie door: Roeland Dobbelaer
3,5/5

Van Reybrouck versus Ten Bos, politici van de toekomst versus inktschijters

[Essay] Het laatste boek dat ik intensief met mijn goede vriend Maarten de Keulenaar kon bespreken, de weken voordat de laatste fase van zijn ziekzijn aanbrak (zie de bespreking van Mijn Zoon), is Tegen Verkiezingen van David Van Reybrouck. Maarten was enthousiast, had het boek al twee keer gelezen en hij vond dat ik het boek ook moest lezen. Op weg terug van onze laatste museumbezoek (Kröller-Müller, februari 2014) was hij ongekend fel. “De democratie wordt uitgehold, we worden geterroriseerd door gekken als Wilders en Martine Le Pen.” (Maarten had natuurlijk niet kunnen vermoeden dat we nu in afwachting zijn van de mogelijke verkiezing van een andere gek, als president van de VS.) “De parlementaire democratie voegt niets meer toe”, vervolgde hij. “Mensen hebben geen invloed, we moeten terug naar de basis van wat democratie is, zodat mensen weer echt mee kunnen praten.”

Ik had toen geen goed weerwoord en gaf Maarten en Van Reybrouck wel gelijk in hun analyses. Maar ik vond de heren iets te ijverig, te activistisch, om alles wat we nu hebben maar direct af te willen schaffen. Van Reybrouck laat ons in zijn boek weten dat we geen tijd te verliezen hebben. “Waar wachten we op”, roept hij ons tweemaal toe in zijn boek. Maarten voelde dezelfde urgentie. Hij was van plan, ook al was hij ernstig ziek, om in Nederland een discussie te starten en met Van Reybroucks boek in de hand ons land democratischer te maken. Hij sprak van een discussieforum, een platform. Grootse plannen. Het tekende de hartstochtelijke manier waarop Maarten (in zijn werkzame leven ambtenaar bij de gemeente Utrecht en belast met het uitdenken van nieuw beleid) in het leven stond. Tot op het laatst maakt hij zich druk over de toekomst van onze wereld. Toen ik hem thuis afzette kreeg ik het boek te leen. Zijn exemplaar staat nu bij mij in de kast. Een prachtig aandenken aan een prachtige vriendschap. Maarten heeft niet meer met zijn plannen kunnen starten. Hij overleed in mei 2014. Ik las het boek pas na Maartens overlijden en het bleef knagen, er klopte iets niet aan de premisse van het boek, aan het idee namelijk dat de politiek vanuit de politiek te hervormen is. Pas toen ik de afgelopen weken Bureaucratie is een inktvis, het boek van René ten Bos las, wist ik wat er schortte aan Van Reybroucks, c.q. Maartens ideeën over het vernieuwen van de politiek.

Athene

Van Reybrouck laat in Tegen verkiezingen op overtuigende wijze zien waarom het draagvlak voor en de daadkracht van het democratisch model afneemt en waarom het populisme in onze tijden razendsnel opkomt. Hij citeert nota bene uit een stuk van de Nederlandse Tweede kamer Vertrouwen en zelfvertrouwen. Parlementaire zelfreflexie 2007-2009: “Politici willen, om de volgende verkiezingen te overleven, voortdurend scoren. De in toenemende mate vercommercialiseerde media bieden daarvoor maar al te graag een podium, waardoor deze drie sectoren [politiek, media en bedrijfsleven] zich met elkaar bevinden in een houdgreep, een ‘Bermudadriehoek’ die alles op mysterieuze wijze naar beneden trekt, waar bij iedereen zich afvraagt waardoor het nu komt…. In gesprek met journalisten is opgemerkt dat incidenten meer de aandacht van de media trekken dan goede debatten, die ook worden gevoerd”.

En zo loopt de politiek van incident naar incident en worden echte problemen niet langer opgelost. De politiek is tandeloos en machteloos geworden, is de mening van Van Reybrouck. ‘Politicus zijn’ is een beroep en politici doen er alles voor om hun baantje te behouden, en dat leidt dan weer tot corruptie. Volgens Van Reybrouck moet de oplossing komen door een hervorming van de democratie. En wel een democratie zonder verkiezingen en zonder beroepspolitici. Van Reybrouck laat zien hoe eerdere democratieën zonder verkiezingen werkten, in Athene en in een aantal Italiaanse stadstaten tijdens de Renaissance, waar op pleinen werd gedebatteerd en zo beslissingen werden genomen, vaak pas als iedereen het eens was. Hij komt met allerlei nieuwe ideeën om de mensen weer meer inspraak te geven. Er zijn digitale platformen, waar mensen petities kunnen tekenen, vooral vanuit de VS zijn deze platformen in opkomst. Met deze zakken vol met digitale handtekeningen bestoken de activisten de politiek en proberen invloed uit te oefenen. Maar dat is niet voldoende. Van Reybrouck pleit voor een systeem net als bij de jury rechtspraak – waar mensen op basis van loting moeten plaatsnemen in een jury – om mensen tijdelijk te vragen volksvertegenwoordiger te zijn. Ook hier op basis van loting. Verkiezingen worden afgeschaft. En politieke partijen zijn niet meer nodig. De burgers zullen zich in de maanden of het jaar dat ze ‘gelote volksvertegenwoordiger’ zijn naar eer en geweten van hun taak kwijten. Meer dan bij een democratie gebaseerd op politieke partijen en verkiezingen zullen alle geledingen van de samenleving in het parlement of de gemeenteraad vertegenwoordigd zijn.

Mooi, goede plannen. Maar toch begint het hier behoorlijk te knagen. En niet omdat Van Reybrouck al te gemakkelijk over het opleidingsniveau van de gemiddelde burger heen stapt. Ik vraag me ernstig af we of ook mensen zonder enige vorm van opleiding en met een gebrek aan een goede algemene ontwikkeling wel kunnen toelaten in de nieuwe parlementen? In Athene mocht per slot van rekening ook niet iedereen mee praten. En ook valt te betwijfelen of gewone burgers wel zitten te wachten om politicus te worden, ook al is het maar tijdelijk. Het afbreukrisico is enorm. De media en sociale media gaan op onderzoek uit en alles wat privé was van zo’n nieuwe kersverse politicus wordt opeens publiek. Bij het minste of geringste wordt de politicus aan de schandpaal genageld, en als je dan bijvoorbeeld leraar bent of een bedrijf hebt, kan dat schade opleveren die je uiteindelijk je baan doet verliezen. Van Reybroucks model zal alleen kunnen werken als we de (sociale) media aan banden leggen, anders zul je zien dat het merendeel van de mensen die geloot worden om politicus te worden zal weigeren.

Oikonomia

Maar ook dit argument is nog niet doorslaggevend. De kern van het bezwaar tegen Van Reysbroucks betoog zit er in dat hij nog heilig in de politiek gelooft, dat in de politiek beslissingen genomen kunnen worden, dat daar het verschil gemaakt kan worden en ook dat de politiek uiteindelijk de politiek kan hervormen. Van Reybrouck gaat voorbij aan wat René ten Bos in zijn boek Bureaucratie is een Inktvis de ‘Inktschijters’ noemt: de enorme kaste van mensen, ambtenaren maar ook de boekhouders en techneuten in bedrijven die zorgen dat de samenleving werkt, dat de regels niet alleen worden opgesteld, maar ook worden nageleefd en uitgevoerd. Volgens Ten Bos is het allang niet meer de politiek die bepaalt hoe de wereld draait. De ‘Oikonomia’ is aan de macht, een woord afgeleid van het Griekse woord voor huis ‘oikos’, waar uiteindelijk ons woord economie uit voort is gekomen. Maar met Oikonomia bedoelt Ten Bos niet de economie maar alle regels, wetten, afspraken, relaties, verbanden, verdragen etc. die nodig zijn om het huis op orde te krijgen en te houden. De politiek heeft nauwelijks iets meer te vertellen want  de bureaucraten die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van al die regels, wetten, afspraken etc.  – de inktschijters – bezitten de macht.

En dat is de ware reden dat de politiek tandeloos en machteloos is geworden, en niet omdat de politici hun taak niet goed uitoefenen. Het maakt niet uit welke politicus, of hoe de politicus politicus wordt  (verkozen of geloot), de reden van hun onmacht is dat we een democratie hebben in een  ondemocratische wereld.

Ten Bos geeft, heel onbevredigend, geen antwoord op de vraag hoe we de inktschijters moeten aanpakken, hoe we het primaat van de Polis, van de politiek, weer sterker moeten maken ten opzichte van de Oikonomia. Maar dat was ook niet de inzet van zijn boek, want er valt niets op te lossen, zo zegt hij spottend. “Laten we [er daarom maar] voor kiezen de bureaucratie en haar inkt schijtende bewoners te blijven parodiëren. Ze verdienen het, als was het alleen al omdat we zelf zoveel op hen zijn gaan lijken”.

Debat

Voor de activist Van Reybrouck is het natuurlijk een ondraaglijke gedachte dat de politiek niet meer sterker kan worden, niet kan veranderen, niet kan verbeteren. En daar heeft hij een punt. Berusten in een wereld die slechter wordt,  daar kan en mag geen schrijver of filosoof mee wegkomen. Een goed gesprek tussen de heren zou misschien  inzicht kunnen geven in hoe de politiek te versterken. Ik vermoed dat Ten Bos, ook omdat hij organisatiedeskundige is, hier best de nodige ideeën over heeft, maar daar nog niet mee heeft willen komen. En David van Reybrouck, ja, die moet verder. Tijd voor een debat heren? Ik kan het met mijn vriend Maarten niet meer voeren. Als jullie dat nu eens voor ons doen? Dan regel ik de praktische zaken.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

Op DLVA staan twee besprekingen van het boek van Ten Bos, een ‘korte’  van Arnold Heumakers waarin Heumakers vooral de stijl van Ten Bos roemt en een uitgebreide samenvatting van de Nijmeegse filosofiestudent Bas Leijssenaar.

Recensie door: Roeland Dobbelaer
3,5/5

Van Reybrouck versus Ten Bos, politici van de toekomst versus inktschijters

[Essay] Het laatste boek dat ik intensief met mijn goede vriend Maarten de Keulenaar kon bespreken, de weken voordat de laatste fase van zijn ziekzijn aanbrak (zie de bespreking van Mijn Zoon), is Tegen Verkiezingen van David Van Reybrouck. Maarten was enthousiast, had het boek al twee keer gelezen en hij vond dat ik het boek ook moest lezen. Op weg terug van onze laatste museumbezoek (Kröller-Müller, februari 2014) was hij ongekend fel. “De democratie wordt uitgehold, we worden geterroriseerd door gekken als Wilders en Martine Le Pen.” (Maarten had natuurlijk niet kunnen vermoeden dat we nu in afwachting zijn van de mogelijke verkiezing van een andere gek, als president van de VS.) “De parlementaire democratie voegt niets meer toe”, vervolgde hij. “Mensen hebben geen invloed, we moeten terug naar de basis van wat democratie is, zodat mensen weer echt mee kunnen praten.”

Ik had toen geen goed weerwoord en gaf Maarten en Van Reybrouck wel gelijk in hun analyses. Maar ik vond de heren iets te ijverig, te activistisch, om alles wat we nu hebben maar direct af te willen schaffen. Van Reybrouck laat ons in zijn boek weten dat we geen tijd te verliezen hebben. “Waar wachten we op”, roept hij ons tweemaal toe in zijn boek. Maarten voelde dezelfde urgentie. Hij was van plan, ook al was hij ernstig ziek, om in Nederland een discussie te starten en met Van Reybroucks boek in de hand ons land democratischer te maken. Hij sprak van een discussieforum, een platform. Grootse plannen. Het tekende de hartstochtelijke manier waarop Maarten (in zijn werkzame leven ambtenaar bij de gemeente Utrecht en belast met het uitdenken van nieuw beleid) in het leven stond. Tot op het laatst maakt hij zich druk over de toekomst van onze wereld. Toen ik hem thuis afzette kreeg ik het boek te leen. Zijn exemplaar staat nu bij mij in de kast. Een prachtig aandenken aan een prachtige vriendschap. Maarten heeft niet meer met zijn plannen kunnen starten. Hij overleed in mei 2014. Ik las het boek pas na Maartens overlijden en het bleef knagen, er klopte iets niet aan de premisse van het boek, aan het idee namelijk dat de politiek vanuit de politiek te hervormen is. Pas toen ik de afgelopen weken Bureaucratie is een inktvis, het boek van René ten Bos las, wist ik wat er schortte aan Van Reybroucks, c.q. Maartens ideeën over het vernieuwen van de politiek.

Athene

Van Reybrouck laat in Tegen verkiezingen op overtuigende wijze zien waarom het draagvlak voor en de daadkracht van het democratisch model afneemt en waarom het populisme in onze tijden razendsnel opkomt. Hij citeert nota bene uit een stuk van de Nederlandse Tweede kamer Vertrouwen en zelfvertrouwen. Parlementaire zelfreflexie 2007-2009: “Politici willen, om de volgende verkiezingen te overleven, voortdurend scoren. De in toenemende mate vercommercialiseerde media bieden daarvoor maar al te graag een podium, waardoor deze drie sectoren [politiek, media en bedrijfsleven] zich met elkaar bevinden in een houdgreep, een ‘Bermudadriehoek’ die alles op mysterieuze wijze naar beneden trekt, waar bij iedereen zich afvraagt waardoor het nu komt…. In gesprek met journalisten is opgemerkt dat incidenten meer de aandacht van de media trekken dan goede debatten, die ook worden gevoerd”.

En zo loopt de politiek van incident naar incident en worden echte problemen niet langer opgelost. De politiek is tandeloos en machteloos geworden, is de mening van Van Reybrouck. ‘Politicus zijn’ is een beroep en politici doen er alles voor om hun baantje te behouden, en dat leidt dan weer tot corruptie. Volgens Van Reybrouck moet de oplossing komen door een hervorming van de democratie. En wel een democratie zonder verkiezingen en zonder beroepspolitici. Van Reybrouck laat zien hoe eerdere democratieën zonder verkiezingen werkten, in Athene en in een aantal Italiaanse stadstaten tijdens de Renaissance, waar op pleinen werd gedebatteerd en zo beslissingen werden genomen, vaak pas als iedereen het eens was. Hij komt met allerlei nieuwe ideeën om de mensen weer meer inspraak te geven. Er zijn digitale platformen, waar mensen petities kunnen tekenen, vooral vanuit de VS zijn deze platformen in opkomst. Met deze zakken vol met digitale handtekeningen bestoken de activisten de politiek en proberen invloed uit te oefenen. Maar dat is niet voldoende. Van Reybrouck pleit voor een systeem net als bij de jury rechtspraak – waar mensen op basis van loting moeten plaatsnemen in een jury – om mensen tijdelijk te vragen volksvertegenwoordiger te zijn. Ook hier op basis van loting. Verkiezingen worden afgeschaft. En politieke partijen zijn niet meer nodig. De burgers zullen zich in de maanden of het jaar dat ze ‘gelote volksvertegenwoordiger’ zijn naar eer en geweten van hun taak kwijten. Meer dan bij een democratie gebaseerd op politieke partijen en verkiezingen zullen alle geledingen van de samenleving in het parlement of de gemeenteraad vertegenwoordigd zijn.

Mooi, goede plannen. Maar toch begint het hier behoorlijk te knagen. En niet omdat Van Reybrouck al te gemakkelijk over het opleidingsniveau van de gemiddelde burger heen stapt. Ik vraag me ernstig af we of ook mensen zonder enige vorm van opleiding en met een gebrek aan een goede algemene ontwikkeling wel kunnen toelaten in de nieuwe parlementen? In Athene mocht per slot van rekening ook niet iedereen mee praten. En ook valt te betwijfelen of gewone burgers wel zitten te wachten om politicus te worden, ook al is het maar tijdelijk. Het afbreukrisico is enorm. De media en sociale media gaan op onderzoek uit en alles wat privé was van zo’n nieuwe kersverse politicus wordt opeens publiek. Bij het minste of geringste wordt de politicus aan de schandpaal genageld, en als je dan bijvoorbeeld leraar bent of een bedrijf hebt, kan dat schade opleveren die je uiteindelijk je baan doet verliezen. Van Reybroucks model zal alleen kunnen werken als we de (sociale) media aan banden leggen, anders zul je zien dat het merendeel van de mensen die geloot worden om politicus te worden zal weigeren.

Oikonomia

Maar ook dit argument is nog niet doorslaggevend. De kern van het bezwaar tegen Van Reysbroucks betoog zit er in dat hij nog heilig in de politiek gelooft, dat in de politiek beslissingen genomen kunnen worden, dat daar het verschil gemaakt kan worden en ook dat de politiek uiteindelijk de politiek kan hervormen. Van Reybrouck gaat voorbij aan wat René ten Bos in zijn boek Bureaucratie is een Inktvis de ‘Inktschijters’ noemt: de enorme kaste van mensen, ambtenaren maar ook de boekhouders en techneuten in bedrijven die zorgen dat de samenleving werkt, dat de regels niet alleen worden opgesteld, maar ook worden nageleefd en uitgevoerd. Volgens Ten Bos is het allang niet meer de politiek die bepaalt hoe de wereld draait. De ‘Oikonomia’ is aan de macht, een woord afgeleid van het Griekse woord voor huis ‘oikos’, waar uiteindelijk ons woord economie uit voort is gekomen. Maar met Oikonomia bedoelt Ten Bos niet de economie maar alle regels, wetten, afspraken, relaties, verbanden, verdragen etc. die nodig zijn om het huis op orde te krijgen en te houden. De politiek heeft nauwelijks iets meer te vertellen want  de bureaucraten die verantwoordelijk zijn voor het opstellen van al die regels, wetten, afspraken etc.  – de inktschijters – bezitten de macht.

En dat is de ware reden dat de politiek tandeloos en machteloos is geworden, en niet omdat de politici hun taak niet goed uitoefenen. Het maakt niet uit welke politicus, of hoe de politicus politicus wordt  (verkozen of geloot), de reden van hun onmacht is dat we een democratie hebben in een  ondemocratische wereld.

Ten Bos geeft, heel onbevredigend, geen antwoord op de vraag hoe we de inktschijters moeten aanpakken, hoe we het primaat van de Polis, van de politiek, weer sterker moeten maken ten opzichte van de Oikonomia. Maar dat was ook niet de inzet van zijn boek, want er valt niets op te lossen, zo zegt hij spottend. “Laten we [er daarom maar] voor kiezen de bureaucratie en haar inkt schijtende bewoners te blijven parodiëren. Ze verdienen het, als was het alleen al omdat we zelf zoveel op hen zijn gaan lijken”.

Debat

Voor de activist Van Reybrouck is het natuurlijk een ondraaglijke gedachte dat de politiek niet meer sterker kan worden, niet kan veranderen, niet kan verbeteren. En daar heeft hij een punt. Berusten in een wereld die slechter wordt,  daar kan en mag geen schrijver of filosoof mee wegkomen. Een goed gesprek tussen de heren zou misschien  inzicht kunnen geven in hoe de politiek te versterken. Ik vermoed dat Ten Bos, ook omdat hij organisatiedeskundige is, hier best de nodige ideeën over heeft, maar daar nog niet mee heeft willen komen. En David van Reybrouck, ja, die moet verder. Tijd voor een debat heren? Ik kan het met mijn vriend Maarten niet meer voeren. Als jullie dat nu eens voor ons doen? Dan regel ik de praktische zaken.

Voor het eerst verschenen op De Leesclub van Alles

Op DLVA staan twee besprekingen van het boek van Ten Bos, een ‘korte’  van Arnold Heumakers waarin Heumakers vooral de stijl van Ten Bos roemt en een uitgebreide samenvatting van de Nijmeegse filosofiestudent Bas Leijssenaar.

Samenvatting

In Bureaucratie is een inktvis biedt René ten Bos, auteur van onder meer

Water, een oorspronkelijk perspectief op het verschijnsel bureaucratie. Deze

beschouwing is bedoeld voor wie dagelijks bezig is met organisaties - wij

allemaal dus.

Volgens Ten Bos is de bureaucratie een filosofisch object bij uitstek: 'alles [wordt] plakkerig en kleverig en daardoor is er geen ontkomen aan'. Hij betoogt dat we meer zouden moeten nadenken over de aard van de bureaucratie. En precies dit is moeilijk: net als een inktvis ontglipt de bureaucratie aan iedereen die er grip op wil krijgen. Zij heeft zogezegd de aard van een 'hyperobject', iets wat zo alomvattend is dat we nooit

het totaalbeeld ervan op ons netvlies kunnen krijgen. In Bureaucratie is een inktvis toont filosoof René ten Bos zich opnieuw een eclectisch denker.

René ten Bos (1959) is hoogleraar filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit van St Andrews in Schotland. Van zijn hand verschenen eerder bij Uitgeverij Boom onder meer: Het geniale dier (2008), Stilte, geste, stem (2011) en Water (2014).

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: Onbekend

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789089536310
Verschijningsdatum
oktober 2015
Druk
1
Aantal pagina's
192 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Uitgeverij Boom

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden