Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De zin van het leven ben je zelf

Het compromisloze bestaan van Jules Deelder

Auteur(s): Anton Slotboom
Taal: Nederlands
2 recensies
De zin van het leven ben je zelf
De zin van het leven ben je zelf

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Quis leget haec?

Het compromisloze bestaan van Jules Deelder

[Recensie] De zin van het leven ben je zelf, is het eerbetoon dat journalist Anton Slotboom schreef over dichter Jules Deelder. Het boek was bedoeld als kroon op zijn vijfenzeventigste levensjaar, wat uitgebreid gevierd werd op 24 november 2019 in De Doelen in Rotterdam, in aanwezigheid van Jules Deelder. Hij overleed kort erna, op 19 december. Slotboom haalde het manuscript terug bij de uitgever en herschreef het. Het is geen biografie, de schrijver werkte er zelf niet aan mee. Die biografie gaat nog geschreven worden door Deelder’s dochter Ari.

Een eerbetoon dus, waarin Slotboom de levensloop van Deelder reconstrueert aan de hand van interviews, fragmenten, zijn werk en gesprekken met vrienden en collega’s. Die gesprekken zijn door het boek heen opgenomen in aparte hoofdstukken met als titel ‘Denkend aan Deelder‘. Ook staan er fragmenten van gedichten in die in openbare ruimten zijn terug te vinden met als titel ‘Sporen van Deelder‘.

Jules Deelder groeit op in een niet onbemiddeld gezin in de Rotterdamse wijk Overschie. De Tweede Wereldoorlog maakt hij niet mee, maar speelt wel een grote rol in het gezin dat is terug te vinden in zijn werk. Deelder is een slimme jongen (negens en tienen op de HBS) die al vroeg wist dat hij dichter wilde worden.

Hij werkt in verschillende baantjes, zowel in de haven als bij de bank, maar laat zich inspireren door Jack Kerouac en hij zoekt het vrije bestaan op. Dichten hoort daar bij en in 1962 krijgt hij voor het eerst een gedicht gepubliceerd.

Zijn debuut op het podium vindt plaats in Amsterdam of all places, bij Poëzie in Carré, georganiseerd door Simon Vinkenoog. Hoewel Deelder van jazz houdt probeert hij ook wat in de popmuziek, zelfs met enig succes, maar uiteindelijk keert hij terug naar de jazz om er te blijven. Een andere liefde is het voetbal en wel de club Sparta. Hij is een graag geziene gast op Het Kasteel; de seizoenskaart die hij jaarlijks toegestuurd kreeg toont hij niet eens.

Zijn roem stijgt en hij gaat meer en meer optreden. Soms voor weinig toeschouwers, soms voor volle zalen. Legendarisch is zijn optreden voor een groep punkers, die niets van hem moesten hebben. Volledig onder gespuugd blijft hij stoïcijns zijn werk voordragen. Het zal kenmerkend voor hem zijn, hij zal altijd vol overtuiging optreden, of er nu tien man of tienduizend man staan. In die zin is zijn laatste optreden ontluisterend, met zijn jazz-band, op een verwaaid winkelcentrum voor een handvol mensen.

Deelder blijft dichten en wordt ongekend populair. Zijn boeken verkopen goed en hij is niet vies van commercie want reclames doet hij ook. Wel altijd op zijn eigen voorwaarden. Hij gaat ook toneelbewerkingen schrijven, waagt zich aan een (niet erg goed ontvangen) roman en maakt zelfs kunstwerken.

Qua persoonlijkheid is hij lastig te vangen. Hij is volgens eigen zeggen zelden chagrijnig of down en zijn dochter onderschrijft dat. De interviews met vrienden en collega’s geven wel mooie inkijkjes in de mens Deelder. Schrijver en journalist Hugo Borst gaf aan dat Deelder soms met rust gelaten wilde worden;

“Als hij wilde praten zocht hij het zélf wel op. Hij stond in een gesloten modus. Er brandde geen groen lampje. Integendeel, er brandde veel vaker een rood lampje: ‘opname, niet storen.’…Maar soms kwam hij naar mij toe en zaten we opeens weer heel lang te praten”.

Het drugs- en alcoholgebruik komt uiteraard aan bod. Deelder is verslaafd aan amfetamine en dient zichzelf het middel toe met een injectiespuit. Het zorgt wel voor een aantal opmerkelijke verhalen, zoals wanneer hij het spul zelfs Colombia binnensmokkelt (‘Ik ben de eerste ooit die drugs mee Colombia ín heeft gesmokkeld‘). Zo vertelt dichter Bart Chabot ook over zijn ontmoeting met Jules Deelder. Herman Brood stelde Deelder aan hem voor;

Hij zei slechts: “Dit is Bart, dit is Jules, jullie redden je zeker wel.’ En toen begon Jules aan een verhaal dat zéker drie uur duurde. Ik had wel vaker speedfreaks meegemaakt, dus ik snapte wel wat er aan het gebeuren was. Maar het bizarre was dat Jules in die catacomben niet één keer in herhaling viel. Het verhaal was helemaal consistent! Hij bleek ook nog eens een  messcherpe blik op de samenleving te hebben…Na drie uur wist ik: deze gozer is een fenomeen, een volkomen fenomeen.”

Die blik op de samenleving verwerkt Deelder in zijn gedichten, maar ook in bijvoorbeeld zijn toespraak die hij hield toen hij een dag ‘gewoon’ burgemeester was, naast burgemeester Aboutaleb. Zijn boodschap was een motie “Wat Maakt ’t Uit Joh”. Een geinige titel maar met een serieuze boodschap die ging over onderlinge verdraagzaamheid. Het maakte niet uit waar je vandaan kwam. Hij kende Rotterdamse Marokkanen die een schurfthekel hadden aan Amsterdamse Marokkanen; dát was nou geslaagde integratie.

Tenslotte, zijn onberispelijke uiterlijk. Hij had al vroeg de spijkerbroeken en het lange haar afgezworen; dat deed iedereen al. Altijd in het pak, het haar achterover in de brillantine en de nagels zwart gelakt met handschoenen eroverheen. Het zou zijn handelsmerk worden en hij werd meerdere malen uitgeroepen tot ‘best geklede man’. Deelder zelf;

“Ik kijk altijd in de spiegel voor ik de deur uitga. Als man mag dat schijnbaar niet, daar heb ik schijt aan. Het zijn ook altijd mensen die er zelf bijlopen als een afgehaald opklapbed die je dan ijdel noemen. Als je niet als een puinhoop de straat opgaat, is dat een zegen voor de mensheid. Bespaar je medemens die pijn aan de ogen.”

Kortom, alle facetten van Jules Deelder komen goed aan bod in dit boek van zo’n 350 pagina’s. Het blijft allemaal wel een beetje aan de oppervlakte maar voor een eerbetoon mag dat. Wat wel stoorde was dat een aantal opmerkingen of zinnen dubbel genoemd worden (‘dat had je daar ook al gezegd’, dacht ik dan) maar verder leest het boek prima weg. Ik kijk wel uit naar de biografie, want over Deelder’s partner Annemarie Fok en zijn dochter Ari komen we verder niets te weten.

Eerder verschenen op Quis leget haec?

Recensie door: Alek Dabrowski

Biografie over de nachtburgermeester van Rotterdam

[Recensie] Anton Slotboom had zijn boek over Jules Deelder al bij de uitgever ingeleverd toen zijn held op 19 december 2019 overleed. Direct liet hij de drukpersen stopzetten om enkele hoofdstukken aan zijn boek toe te voegen. Begin februari 2020 lag De zin van het leven ben je zelf in de boekwinkels. De eerste druk was snel uitverkocht. De interesse in Deelder zal voorlopig aanblijven. Deze biografie komt daarom als geroepen. Slotboom weet erin heel mooi het Deelder-universum en wat hij voor de stad en voor veel inwoners heeft betekend te verwoorden.

De zin van het leven ben je zelf is opgebouwd uit korte hoofdstukken. Het boek over het leven en werk van Deelder is chronologisch opgebouwd, maar Slotboom haalt ook per hoofdstuk een thema naar voren. Bij Deelder zijn dat er nogal wat: de oorlog, Sparta, zijn vader, jazz, tv-reclames, de theatertournees en natuurlijk zijn poëzie en zijn liefde voor de stad Rotterdam. Hier tussendoor heeft hij interviews opgenomen met vrienden en bekenden van Deelder, zoals Frédérique Spigt, Loes Luca en Boris van der Lek. Tenslotte duikt her en der in het boek de rubriek Sporen van Deelder op, waarin gedichten van Deelder gespot in de buitenruimte zijn te lezen. Het vormt een levendig en goed leesbaar geheel.

Over Deelder is veel bekend. Slotboom heeft natuurlijk al zijn werk gelezen, net als zo’n beetje alle interviews en artikelen die van en over hem zijn verschenen. Het is echter geen wetenschappelijke biografie. Voetnoten ontbreken, hoewel hij in de tekst vaak verwijst naar zijn bronnen en er achterin een bescheiden lijst van bronnen is opgenomen. Dat had voor mij wel wat uitgebreider gemogen. Vooral een gedegen lijst van oorspronkelijk werk zou welkom zijn geweest. Maar het schrijven van een wetenschappelijke biografie was niet de opzet van Slotboom, vermoed ik. Daarvoor zou sowieso medewerking van Jules Deelder zelf en zijn naaste familie wenselijk zijn geweest. Deelder had hier helaas geen zin in.

Slotboom begint bij de jeugd van Juul in Overschie. Hij vertelt over de hongerwinter en de bevrijding. De familie had het zwaar, vader Arie was opgepakt bij de razzia van november 1944 en te werk gesteld in Duitsland. Hij hield er een levenslange pijnlijke rug aan over en overleed op betrekkelijk jonge leeftijd, 58 jaar. Jules had grote bewondering voor zijn vader. Hij leerde van hem de liefde voor Sparta en meer; zijn vader was als vertegenwoordiger in vlees en groenteconserven een groot vakman in het overtuigend ouwehoeren. Aan het eind van zijn leven vroeg Arie zijn zoon om middelen om de pijn te verzachten. Jules voldeed graag aan zijn verzoek. Hoewel zijn ouders misschien eerst de keuzes van hun zoon niet begrepen, waren ze uiteindelijk erg trots op hem.

In 1953 verhuisde het gezin Deelder (pa, ma, Juul en oudere zus Nettie) naar de Zwaanshals in Rotterdam-Noord. Vader opende daar een groente- en vleeswarenzaak en Juul mocht als kind meehelpen in de winkel. Hij ontdekte de stad en deed er inspiratie op voor zijn latere werk. In 1957 ging hij naar de HBS. Met hoge cijfers behaalde hij een paar jaar later zijn diploma. Het was nu tijd om het leven te ontdekken: jazz, feesten (happenings), drugs en natuurlijk de poëzie. In 1962 debuteerde hij in het Algemeen Dagblad, vier jaar later volgde zijn doorbraak op het door Simon Vinkenoog georganiseerde Poëzie in Carré in nota bene Amsterdam.
Veel van wat Slotboom schrijft was bij mij al bekend. Leuk is als je dingen leest die totaal niet passen in het beeld dat je van Deelder hebt. Zo vertelt Ted Langenbach dat hij Deelder een keer tegenkwam op het strand, in een zwembroekje! Ik probeer er beeld bij te krijgen maar dat lukt niet helemaal. Fantastisch was ook de uitzending van het programma Verborgen Verleden. Deelder bleek af te stammen van zeerovers en walvisvaarders. De zoektocht leidde zelfs naar Spitsbergen. Hij kon het nauwelijks geloven en mompelde: “te gek, te gek, te gek.”

Door het hele boek heen leer je Jules Deelder steeds beter kennen. Slotboom doet niet aan psychologische duiding, maar beschrijft wel goed een paar duidelijke karaktertrekken. Intelligentie, humor  en nieuwsgierigheid zijn drie wezenskenmerken van Deelder. Hij was in staat om zich razendsnel iets eigen te maken en kon ook in snel tempo werk afleveren van hoge kwaliteit. John Buijsman vroeg bijvoorbeeld of hij een stuk kon schrijven. Deelder had geen ervaring met het schrijven voor toneel, maar binnen de kortste keren lag er een fantastische tekst. 

Zijn kennis van jazzmuziek was onovertroffen. Hij had alles in zijn kop zitten. Hier was hij zeer fanatiek in. Collega jazzkenner Hans Dulfer maakte weleens een geintje met hem door een onbekende jazzmuzikant te noemen die Deelder niet zou kennen, zoals saxofonist Pick Whitewater. Toen Deelder erachter kwam dat deze obscure figuur aan de fantasie van Dulfer was ontsproten kon hij hier echt niet om lachen. Daar staat tegenover dat Deelder goed kon relativeren. Ooit pleurde iemand een glas bier over een zeldzame plaat van hem. Hij reageerde laconiek, het zijn maar spullen.

De kern van zijn persoon en meteen de meeste bijzondere eigenschap van Deelder vind ik zijn afkeer van planning en strategie. Hij bedacht zelden vooraf hoe en waarom iets moest gebeuren. Aan repeteren, voor een theatertour of voor de jazzband waar hij in speelde, deed hij niet. Het kwam aan op het moment, en dat pakte bij hem meestal goed uit. Maar deze instelling ging verder. Hij was ervan overtuigd dat je je leven niet vooraf moest plannen. Juist per dag of per moment kiezen wat je wil doen, brengt je het meeste geluk en levert vaak de meeste inspiratie op. Vinkenoog vraagt hem poëzie voor te dragen voor meer dan duizend man publiek en hij zegt ja, Buijsman vraagt om een toneeltekst en hij zegt ja. Al doende leer je jezelf hoe iets werkt en maak je er het beste van. Zo ziet hij bij de snackbar plastic vorken liggen. Hij ziet er iets in, neemt ze mee naar huis en maakt er kunst van, enige tijd later te bewonderen in de Kunsthal. 

Deelder stond altijd klaar om de creatieve dwang toe te laten in zijn leven, een bewonderenswaardige houding die veel moois heeft opgeleverd. Leo Verheul zegt het zo toen hem gevraagd werd wat hij van Deelder heeft geleerd. “Dat hij heel erg op zichzelf was en wilde zijn. Hij ging volkomen zijn eigen gang. Jules was geen planner, het leven kwam hem tegemoet. Hij zag het allemaal wel, zo leefde hij zijn leven. Dat vond ik prachtig.”

Deelder bewoog zich in zijn leven in heel verschillende kringen: hij kwam in jongerencentra en bij punkconcerten. Hij trad op in het buitenland op grote literaire festivals en kon het goed vinden met burgemeester Aboutaleb. Toen hij meer en meer werd gevraagd voor reclamespotjes deed hij dit op zijn manier en verraste hij met zijn snelheid en humor de reclamelui. Hij werd ook gevraagd voor dure bedrijfsfeestjes en kreeg hier dik voor betaald, misschien tot afgunst van dichters die hier nooit voor gevraagd werden. Iedereen kent de slogan: “Wat zwart is moet zwart blijven.” Ik heb geen idee meer om welk wasmiddel het ging.

Jules Deelder was verknocht aan Rotterdam, maar was tegelijk een nationale dichter. Overdreven Rotterdamverheerlijking wees hij af. Grappig is dat Slotboom voor mensen buiten Rotterdam soms uitleg geeft over dingen die iedere Rotterdammer weet. Bij het gedicht met de bekende regels “hoekie om // trappie af // gekkenhuis” legt hij voor mensen buiten de regio uit dat in Poortugaal het ‘gekkenhuis’ Maasoord, later Delta, zat.

Bij het Rotterdamgevoel van Deelder wordt Slotboom weleens meegesleept door zijn onderwerp. Zo vertelt hij hoe de jonge Deelder na de oorlog het heien in de stad van dichtbij meemaakte en getuige was van de wederopbouw. Hij citeert hem om dit te bevestigen. “De eerste twintig jaar na dat bombardement was de stad een woestijn.” In 1960 was Juul veertien en woonde hij aan de Zwaanshals. Een directe getuige van deze twintig jaar kun je hem nauwelijks noemen. Dat neemt niet weg dat hij veel wist over de stad en zijn wederopbouw en er een duidelijk mening over had. In een documentaire van Bob Visser uit 1977 laat hij bijvoorbeeld met name de rauwe kant van Rotterdam zien, met internationale allure. Het Schouwburgplein op een donkere herfstavond: absoluut niet gezellig, en daarom misschien juist mooi.

Het boek van Slotboom gaat in op veel meer onderwerpen en staat vol mooie passages, nog een paar voorbeelden. Boris van der Lek bewondert zijn snelle beslissingen en zijn daadkracht. “Jules is een man die dubbel heeft geleefd. Hij is 150 geworden. Hij heeft alles wat er maar moest gebeuren gedaan om een leuk leven te leiden. En dat is hem gelukt ook.”

Een paar dagen voordat Jules Deelder stierf trad hij op bij de opening van een winkelcentrum in Het Lage Land. Hij voelde zich niet lekker, het was kutweer en er kwam nauwelijks publiek opdagen. “De best geklede man van Nederland liet zich niet zomaar klein krijgen door een beetje slecht weer. Aan het optreden viel geen eer te behalen, maar dat maakte de band niet uit. Die speelde door, als altijd.”

De zin van het leven ben je zelf is onmisbaar voor iedere Deelder-liefhebber. Anton Slotboom laat Deelder in al zijn gevarieerdheid zien. De interviews zijn een mooie aanvulling, hoewel hier wel vaak dingen in gezegd worden die Slotboom al eerder beschrijft, een beetje inkorten had geen kwaad gekund. Verder wordt het literaire werk van Deelder uiteraard besproken, maar Slotboom geeft geen uitgebreide analyses van dit werk. Dat is weer in de geest van Deelder. Bob Visser vroeg aan Deelder of hij de wereld iets mee te geven had. Anton Slotboom besluit zijn prachtige boek met het antwoord van Jules Deelder. “Er is geen diepere Deelder. Zeg maar: ik ben op zoek geweest, maar kon hem niet vinden.”

Graag besluit ik met een gedicht van Jules Deelder. Een van zijn bekendste en mooiste gedichten. 

Voor Ari

“Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt

Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang”

Eerder verschenen op Uitgelezen Boeken

Samenvatting

'Een biografie? Over mij? Ik ben toch niet dood?' Zo reageerde Jules Deelder de afgelopen jaren steevast op de vraag of hij zijn levensverhaal wilde laten opschrijven. Meestal keek hij er vies bij, een blik die hij direct wegspoelde met een stevige slok van zijn lievelingsdrank gin-tonic.

Toch is het nu zover. In het jaar dat Jules Deelder vijfenzeventig wordt, een leeftijd waarvan maar weinigen durfden te voorspellen dat hij die zou bereiken, verschijnt voor het eerst een boek over zijn leven. Niet met, maar over Jules. Aan de hand van interviews, fragmenten, tientallen nieuwe gesprekken met betrokkenen en intimi en vele uitgeplozen archieven reconstrueert schrijver Anton Slotboom het leven van de beroemdste Rotterdammer van Nederland.

De zin van het leven ben je zelf schetst zo een compromisloos leven, doorspekt met liefde voor Sparta, Rotterdam, jazz, drugs en rock 'n' roll. Het is een boek over een leven vol bijzondere gebeurtenissen. Van een Rotterdamse nacht met Jimi Hendrix tot het meesmokkelen van drugs naar Colombia in plaats van andersom. En van de ontstaansgeschiedenis van Deelders mooiste gedichten tot zijn eeuwige zoektocht naar die ene perfecte jazz-LP.

Jules Deelder, de zin van het leven ben je zelf is het allereerste boek dat over Deelders leven is geschreven. De titel is een citaat van hemzelf. Veel van zijn eigenzinnige levenswijsheden komen voor in het boek. Het is een eerbetoon én verjaardagskado voor Jules Deelder, misschien wel de beste dichter van Nederland en als vijfenzeventigjarige de enige echte nachtburgemeester van Rotterdam.

Anton Slotboom (1980) schreef voor Algemeen Dagblad, Nieuwe Revu en NRC. Hij maakt nu radio en televisie voor TV Rijnmond. Net als Deelder is hij Spartaan. Slotboom schreef vijf boeken over Sparta en schreef ook mee aan boeken over de Eerste Wereldoorlog, PSV en Feyenoord.

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: woensdag 04 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789089750792
Verschijningsdatum
november 2019
Druk
1
Aantal pagina's
288 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Categorieën

Uitgever
Just Publishers

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden