De Bourgondiërs

Auteur(s): Bart van Loo
Taal: Nederlands
0,1875/5
4 recensies
De Bourgondiërs
De Bourgondiërs
De Bourgondiërs

Recensie

Aantal recensies: 4

Recensie door: Jan Koster
4/5

Enthousiast gebrachte geschiedenisles

[Recensie] Bart van Loo heeft een aantal jaren geleden besloten om van optreden als verteller zijn beroep te maken. Een burn-out heeft hem ertoe aangezet het leven als leraar achter zich te laten. Later is hij zich ook gaan toeleggen op het in boekvorm uitbrengen van hetgeen hem fascineert: Europese geschiedenis. Dat heeft onder andere geresulteerd in een aan Napoleon gewijd boek. In zijn meest recente boek, De Bourgondiërs, heeft hij zich gewijd aan de opkomst en neergang van een groot rijk dat tot op heden zijn sporen heeft nagelaten.

Het is opgebouwd als een omgekeerde piramide, zoals hij dat zelf zegt. De eerste periode, pakweg vanaf het begin van de middeleeuwen krijgt de minste aandacht. Kort stipt hij aan dat de ‘aartsvaders’ afkomstig zijn van Bornholm (Burgundarholm). Na een tussenstop in het Germaanse rijk vestigden zij zich in wat nu de resten zijn van het ooit zo grote en machtige rijk.

In relatief weinig pagina’s spoedt hij zich naar het midden van de 14e eeuw. Vanaf die periode bouwde het zich in enkele decennia uit van een onbetekenend gebied tot een speler van formaat. Het aantal pagina’s dat hij eraan wijdt is evenredig aan de toenemende invloed.
De Bourgondiërs maakten hierbij handig gebruik van de ruimtes die ontstonden. Enerzijds kwam dat door de religieuze twisten in de periode dat er twee pausen tegelijk aan de macht waren, anderzijds door de letterlijk eeuwige ruzies en oorlogen tussen Frankrijk en Engeland. De steeds wisselende krachts- en machtsverhoudingen boden allerlei kansen die gretig werden benut.

Het succes is tijdelijk

Degenen die de minste scrupules kenden hadden het meeste succes. Zij schroomden niet om broers, vaders en zoons op te offeren voor het grote doel. Daarnaast werden dochters ingezet als ruilmiddel. Strategische huwelijken, niet zelden liefdeloos, vormden nog een pijler onder het uiteindelijk wankele Bourgondische gebouw.

Want hoewel zij modern waren in het optuigen van politieke, economische en sociale structuren, bleef de macht toch vooral in handen van enkele krachtige leiders. Toen hun rol was uitgespeeld door geestelijke en / of lichamelijke aftakeling bleef er van het grote rijk weinig meer over. Maar er zal altijd één belangrijke gebeurtenis in de boeken blijven: zij stonden aan de basis van wat zich later zou vormen tot België en Nederland.

Niet altijd goed gedoseerd, desondanks boeiend

Het is onvermijdelijk dat er bijzonder veel aandacht is voor de personen die in die periode aan de macht waren. Het is nogal wisselend volk: soms zachtmoedig, soms haast majesteitelijk, maar vaker ruw, ondoordacht, opportunistisch en ronduit wreed. Omdat die laatste eigenschappen aan het eind van de bloeiperiode overheersten was de val onvermijdelijk. Maar één eigenschap kenmerkte hen allen: het uitbundig genieten van de drank en spijs, waarbij (een overdaad aan) uiterlijk vertoon de vaak krakkemikkige toestand van het rijk wist te verhullen.

De Bourgondiërs is (te?) rijk aan details. Het is nogal lastig om niet de weg kwijt te raken in het doolhof van alle Filipsen, Karels en Jannen die een rol hebben in deze geschiedenis. Het helpt enorm dat noten, kaarten en stambomen zijn toegevoegd. Wil je enigszins het overzicht bewaren dan blijken deze onontbeerlijk.

Het helpt dan weer niet dat de verteller af en toe lijkt te struikelen over zijn eigen aanstekelijke enthousiasme en de herhalingen. Enkele passages voegen niet veel toe en hadden voor het overzicht beter weggelaten kunnen worden dan wel minder ruimte toebedeeld mogen krijgen. Daar staat tegenover dat het wel weer machtig interessant is om van sommige illustere figuren meer te weten te komen, zoals de rol die Jeanne d’Arc heeft gehad. En wat ook nog eens heel aardig is, is dat van Loo aandacht schenkt aan de kunsten in die periode, met name de schilders komen ruimschoots aan bod.

Het maakt van De Bourgondiërs meer dan alleen een geschiedenis over macht en machthebbers. Het leert je veel over een periode die relatief weinig aandacht krijgt, verteld door iemand die zichtbaar plezier aan historie beleeft. Dat je dan af en toe even moet doorbijten omdat niet alles even interessant is moet je dan maar op de koop toe nemen.

Eerder verschenen op jkleest.nl

Recensie door: Karin de Leeuw
3,5/5

Het middenland van West-Europa ontstond in de middeleeuwen

[Recensie] Op dit moment verschijnen er nogal wat geschiedenisboeken die pretenderen dat ze de lezer een blik gunnen op de oorsprong van Europa. Bij de een gaat het daarbij om een Europa dat in de basis altijd al een vorm van eenheid kende, bij de volgende auteur gaat het er juist om aan te geven dat Europa nooit een eenheid was (en nooit zal zijn). Allemaal draaien ze om hedendaagse vragen over Europese identiteit en eigenheid.

Niet iedere historicus zal gecharmeerd zijn van zo’n type vraag-gestuurde werken. Tegelijk raken die vragen natuurlijk aan de diepste reden van onze omgang met het verleden. Dit jaar levert het een aantal zeer leesbare dikke pillen op, waarvan ik verwacht dat ze goede oplagen gaan halen.

Simon Winder is een Engelsman die werkt in de uitgeverswereld. Hij zet zichzelf graag neer als iemand die een full time baan heeft, geen historicus is en zijn talen (behalve het Engels) niet of nauwelijks spreekt. Toch heeft hij nu al een derde boek geschreven over een groot centraal gebied in Europa. Zijn eerdere werken, Danubia en Germania gingen over het Habsburgse rijk en Duitsland. Nu heeft hij het gebied aan de gezamenlijke grens van het huidige Frankrijk en Duitsland als onderwerp genomen. Lotharingia heeft hij dit boek genoemd, een naam ontleent aan die van Karel de Grote’s oudste zoon en daarna zijn kleinzoon, Lotharius I en II. Het is een naam die men nu nog terugziet in de Franse streek Loraine.

Lotharingia loopt voor Winder van de Jura naar de waddenkust van Nederland en Oost Friesland. Beginnend in de tijd van Karel de Grote is het land regelmatig van grens veranderd. Herkenbaar blijft, met name het Franse deel, als het gebied waar tussen 1870 en 1945 steeds weer conflicten zijn ontstaan tussen Frankrijk en Duitsland met de verschrikkelijkste oorlogen als gevolg.

Winder loopt niet chronologisch door de geschiedenis. Hij vertelt de geschiedenis als een reisverhaal. Hij neemt de lezer mee op zijn vakantietripjes, vertelt veel over plaatsen waar hij verblijft, wat hij er eet, wie hij spreekt, wat hij meemaakt. Daar knoopt hij dan het geschiedenisverhaal aan vast. De historie van Lotharingia is echter niet eenvoudig. Het wemelt van de hertogen van  allerlei huizen, van steeds weer nieuwe delingen van het land en van eeuwenlange dynastieke verwikkelingen waar met name de bewoners en bewerkers van het land de dupe van werden. Omdat Winder vooral kiest voor een anekdotische insteek begint het de lezer al spoedig te duizelen. Goede kaarten, stambomen en tijdsbalken zouden geholpen hebben, maar die zijn er niet te veel in het boek.

Wat Winder wel verschaft is een uitgebreide, vaak wat oppervlakkige interpretatie van de feiten die hij oplepelt. Daarbij komen hedendaagse ontwikkelingen weer om de hoek kijken. Eerder zei Winder tijdens een interview met het Financieel Dagblad dat het tussenrijk Lotharingia altijd wars is geweest van grote eenheidsrijken. Het zijn de kleine landen als de landen van de Benelux, die volgens deze Brit ‘altijd’ pal hebben gestaan voor een relatief platte samenleving met een afkeer van adel. Vooral wanneer Winder deze kleine landen aanwijst als de bakermat van de Europese Unie, maar dat wel met een afkeer van een te grote centralisatie, begint het betoog wat mij betreft toch wat gevaarlijk over te hellen naar buiksprekerij over het heden. Daarbij stelt Winder zich op als een gezellige verteller, zo’n beetje op het niveau van een leraar van een havoklas.

De kernlanden van Lotharingia worden gevormd door de Bourgondische landen. Ook over Bourgondië verscheen onlangs een boek dat veel aandacht krijgt. De Bourgondiers, aartsvaders van de lage landen van de Vlaming Bart Van Loo werd vorige week op deze website al besproken. Van Loo gaat niet terug tot Karel de Grote, maar duikt nog vierhonderd jaar dieper de geschiedenis in. In het jaar 406 kwamen de Bourgondiërs over de bevroren Rijn bij Mainz en vestigden zich in de buurt van Worms. Dat zou het begin zijn geweest van de rol van de Bourgondiers in de West-Europese geschiedenis.

Ook de vraagstelling van Van Loo is persoonlijk, maar meer privé en minder maatschappelijk-politiek. Aan het begin en het eind van het werk vertelt hij over zijn dochtertje, geboren uit een Franse moeder en een Vlaamse vader, erfgename van een Bourgondische traditie, die overigens volgens Van Loo geëindigd is in de zestiende eeuw. Karel V beschouwt hij, zoals gebruikelijk in de traditionele geschiedschrijving, als de laatste Bourgondische vorst. Latere flirts van nationalistische en conservatieve, in België vaak katholieken met een Bourgondisch gedachtegoed meldt hij kort, maar niet als een serieuze ontwikkeling van de twintigste eeuw.

Van Loo schrijft een traditionele geschiedenis over vorsten, dynastieën en oorlogen, rebelse steden (Gent) en kunstenaars. De kunstenaars zijn de dragers van de cultuur, zowel voor de hoven als ook als wegwijzers in de tijd. Het is aardig dat Van Loo hun biografieën door dit verhaal heen vlecht.

Dit boek is iets rijker voorzien van begeleidende kaarten, afbeeldingen en stambomen. Eigenlijk is het nooit genoeg, maar je kunt achterin nog even naar een overzicht zoeken. Ook Van Loo is geen historicus. Honderd jaar na het verschijnen van Herfsttij der Middeleeuwen, van vakman bij uitstek Johan Huizenga zijn het niet de academische vakmensen, maar de schrijvers en journalisten die ons de smaak van het verleden voorschotelen. Het is mooi dat er dan voor ieder wat wils is en dat uit de verkoopcijfers blijkt dat lezers dit aanbod op prijs stellen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marnix Verplancke

Hartstocht in leven en werk

Bart Van Loo schreef ons oerverhaal, over het moment in de geschiedenis toen tussen Frankrijk en Duitsland in de Nederlanden ontstonden, De Bourgondiërs dus, en hij gooit er ongelooflijk hoge ogen mee.

[Portret] “Ik zal het nooit vergeten,” zegt Kris Lauwerys, literair vertaler en al meer dan twintig jaar Bart Van Loo’s compagnon de route en eerste lezer. “Dertien jaar geleden, na de boekvoorstelling van Parijs Retour in het Amsterdamse Institut Français, stonden we samen op het bordes van die eerbiedwaardige instelling. ‘Hier staan we dan,’ zei Bart plots, ‘net als de jonge Rastignac in Balzacs Le Père Goriot die op het punt staat om Parijs te veroveren.’ Ik weet niet meer of hij daarbij zijn armen uitspreidde. Goed mogelijk, maar ik kon bijna onmogelijk géén verband zien met het Balzac-citaat uit Barts boek: ‘Een man zonder hartstocht, een volkomen onberispelijk mens, is een wanstaltig wezen, een embryonale engel aan wie geen vleugels zijn gegroeid.’”

Hartstocht is inderdaad het slagwoord dat leven en werk van Bart Van Loo het best samenvat, en die hartstocht heeft hem geen windeieren gelegd. Op een maand tijd is zijn boek De Bourgondiërs 40.000 keer over de toonbank gegaan en de rechten waren nog voor het verschijnen aan prestigieuze Britse en Duitse uitgeverijen verkocht. Zowel in Vlaanderen als in Nederland prijkt het op de eerste plaats in de non-fictielijsten, wat ongezien is, zeker voor een geschiedenisboek dat niet over de twintigste eeuw gaat, maar wel over de eenmaking van de Nederlanden vijf eeuwen eerder. “We leven in a-historische tijden,” zegt collega-schrijver Jeroen Olyslaegers daarover. “Stap een willekeurige boekhandel binnen en driekwart van de geschiedenisboeken gaat over de Tweede Wereldoorlog. In het beste geval reikt onze interesse nog tot WO I, maar daar stopt het zowat. En dan komt Bart met zijn Bourgondiërs en blaast iedereen omver. Om het plat te zeggen heeft Bart gewoon een gat in de markt ontdekt.”

Maar er is meer dan dat. Het succes van De Bourgondiërs is natuurlijk geen lucky shot. Van Loo is, om het nog maar eens met Olyslaegers te zeggen, “aan het oogsten wat hij het voorbije decennia gezaaid heeft,” en ook dat was een verhaal van hartstocht en passie. “Ik was in feite niet voorbestemd om het schrijversvak in te gaan,” vertelt Van Loo daar zelf over, “In de middelbare school kreeg ik acht uur wiskunde en twee uur wiskundig tekenen, de perfecte voorbereiding om ingenieur te worden. Alleen had ik zo’n fantastische leraar Frans, die me enthousiast en nieuwsgierig kon maken. De Franse cultuur leek een schat die voor het grijpen lag en de leraar zette de schatkist op een kier. Dus ben ik over het randje gaan kijken en ben ik erin gevallen zoals Obelix in de toverdrank, ook al heb ik fysiek natuurlijk meer weg van Asterix.” (lacht).

Van Loo ging dus Frans studeren en werd leraar in een technische school, waar hij zich ondanks het gevoel dat hij er nooit gelukkig zou worden, toch te pletter werkte. Hij gaf niet alleen les, hij organiseerde ook de Parijs-reis, hield zich bezig met de schoolkrant, zat in de leerlingenraad,  en schreef aan zijn eerste boek, Parijs Retour. Ook op privévlak was alles verre van rozengeur en maneschijn, en dus stortte hij in. “Het was toen 2005, ik was amper 32 en ik zat er compleet door,” herinnert hij zich. “Vandaag zouden ze dat wellicht een burn-out noemen. Ik heb toen bijna een jaar thuis gezeten, tot ik een telefoontje kreeg van de school. Mijn ziekendagen waren op, zeiden ze, en ik moest terugkomen. Op dat moment heb ik beslist van mijn pen en mijn stem te gaan leven. Ik begon links en rechts lezingen te geven, wat praktisch niets opleverde, maar hé, ik was alleen en had geen kinderen. Ik stopte de briefjes van vijftig in Tolstoj en die van twintig in Balzac, en ik trok met mijn bibliotheek naar de bakker.”

En ondertussen schreef hij, over de Franse eetcultuur in Als kok in Frankrijk en over seks en erotiek in de literatuur in O vermiljoenen spleet!. Zijn boeken verkochten goed, maar boven het maaiveld uitkomen deed hij niet, tot hij het idee kreeg voor Chanson, een boek over Claude François, Charles Aznavour en alle andere grootheden van het Franse levenslied. “‘Mor allei, Chanson, Fraanse liekes, wor zade ga mei beizig?’ kreeg ik wel eens te horen,” herinnert Van Loo zich, “en af en toe dacht ik dat ook. Maar het boek werd opgepikt door de media en iedereen vond het geweldig. Opeens zat ik in De Laatste Show en De Wereld Draait Door en reed ik om een eeuw Tour de France te vieren wekenlang met Karl Vannieuwkerke in een Citroen DS door Frankrijk. Je kunt je niet inbeelden wat voor een leerschool dat was.”

Vijf jaar geleden kwam dan Napoleon, De schaduw van de revolutie, een biografie van de man, waarmee Van Loo toonde niet alleen goed te zijn op de korte baan, maar ook op de lange. Het boek werd een groot succes, niet in het minst door de passie en de hartstocht waarmee het geschreven leek. Je las niet hoe Napoleon vanop een heuveltop het slagveld van Waterloo overschouwde, je stond naast hem en keek mee. Het boek groeide uit tot een conférence die twee seizoenen lang volle zalen trok. Kunstschilder Koen Broucke, die als scenograaf meewerkte aan de voorstelling, begrijpt dat succes helemaal. “Ik heb hem zien groeien op het podium,” zegt hij, “Ik organiseer al heel lang de Nottebohmlezingen in de Antwerpse Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Een van de eersten die ik daar uitnodigde was Bart Van Loo, om over Simenon te spreken. Hij deed dat heel goed, maar in feite zoals ieder ander dat zou doen. Wat een verschil met zijn Napoleon-voorstellingen. Van Loo was een brok energie, heel beweeglijk, en hij beheerste zijn materie zo goed dat hij de ene na de andere grappige en relevante anekdote uit zijn historische toverhoed kon halen. Geen twee voorstellingen waren identiek. De dynamiek met het publiek verliep telkens anders, maar het hing wel iedere keer aan zijn lippen.”

“In het Frans noemen we iemand als Van Loo een passeur d’idées,” zegt Harold Polis, de man die als uitgever van De Bezige Bij Antwerpen zijn boeken heeft uitgegeven tot en met Napoleon. “Dat is een zeer eerbare functie, zeker op een moment dat er nog heel weinig mensen ideeën doorgeven. Veeleer dan de leraar die hij ooit was, is hij een ontdekker geworden. Hij kan het enthousiasme van het ontdekken overdragen op zijn publiek en dat verklaart zijn succes. En zijn inzicht dat historische verhalen blijven boeien. Hij is een meester in het hertalen van de eigen geschiedenis. En zo verloopt praten over geschiedenis vandaag ook. Dat gaat niet meer over academische autoriteit, maar wel over gepassioneerd en onderlegd enthousiasme.”

“En over synthese,” voegt Olyslaegers eraan toe. “Een paar jaar geleden heeft men aan leerlingen die de middelbare school verlieten gevraagd wat ze verwachtten na twaalf jaar onderwijs. Ze wilden synthese en samenhang, zei de overgrote meerderheid. Wat Bart doet is zulke omvattende verhalen brengen, die verwondering en herkenning oproepen.”

Ook Haye Koningsveld, de Nederlandse redacteur die Van Loo bijstond tijdens het schrijven van De Bourgondiërs, heeft allen maar lof. “Als redacteur kun je alleen maar dankbaar zijn voor een schrijver die zo goed is dat je praktisch niets meer moet opmerken om zijn boek nog een beetje beter te maken,” zegt hij. “Ik vind het bijzonder knap dat hij het gedurfd heeft een onderwerp aan te pakken waar de schaduw van Johan Huizinga al een eeuw overheen hangt. Heel veel historici zouden daardoor geïntimideerd zijn, maar Van Loo niet. En het mooie is dat niet alleen het grote publiek, maar ook gerenommeerde historici als Wim Blockmans en Herman Pleij hem op handen dragen.”

En Bart Van Loo? Die blijft er zijn bescheiden zelve bij, wat hem natuurlijk nog eens extra sympathiek maakt. “Ik dacht in het beste geval met De Bourgondiërs het succes van Napoleon nog eens dunnetjes te kunnen overdoen,” glimlacht hij, “maar dit gaat er ver voorbij. Ik besef dat ik hier nu moet van genieten. Wie weet wat brengt de toekomst? Een paar weken geleden sneeuwde het nog. Mijn vierjarige dochter was zo blij, ze had er zo naar uitgekeken. Ze dartelde als een veulen over het witte sneeuwtapijt, in het volle besef, ook al is ze nog zo jong, dat dit niet ging blijven duren. En zo was het ook. De sneeuw is weg, en binnenkort zal ze misschien ergens anders vallen.”

Eerder verschenen in De Morgen

Recensie door: Marjoke de Roos

De Bourgondiërs in geuren en kleuren

Honderd jaar geleden verscheen Johan Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen. Het boek werd beroemd door zijn nieuwe blik op leven en cultuur in de Bourgondische tijd in Frankrijk en de Nederlanden. Huizinga gebruikte andere bronnen dan de oorkonden die historici toen met name bestudeerden. Voor zijn Herfsttij baseerde hij zich vooral op ridderverhalen, poëzie, miniaturen en schilderijen. Huizinga’s brede benadering helpt nog altijd om het verleden te begrijpen, signaleert Marjoke de Roos. De nieuwe Bourgondiëspecialist Bart Van Loo heeft ook zo’n brede blik.

[Recensie] In de geest van zijn tijd, de verwoestingen van de Eerste Wereldoorlog vers in het geheugen, en onder invloed van zijn persoonlijke omstandigheden na het overlijden van zijn echtgenote, beschreef Huizinga de Bourgondische tijd als een periode van neergang. Aanvankelijk had hij een studie willen schrijven over het werk van de schilderende broers Jan en Hubert van Eyck. Kunsthistorici waren hen gaan beschouwen als de wegbereiders van een noordelijke renaissance, maar voor Huizinga was dit idee van opbloei ondenkbaar. Wat hij zag waren afbrokkelende middeleeuwse ridderidealen in een boze wereld, waarin haat en oorlog hoogtij vierden en waarin de kerk en andere goedwillenden de mensen tot rust en inkeer wilden brengen.
Huizinga, opgeleid als taalwetenschapper, schreef in de literaire stijl van de Tachtigers. Zijn boek viel meteen in de smaak bij het publiek. Vakgenoten bekritiseerden zijn ongebruikelijke aanpak maar mettertijd groeide hun waardering. Na de herdenking van Huizinga’s 100ste geboortedag in 1972 groeide de belangstelling voor zijn beeld van het verleden en de min of meer antropologische werkwijze waarmee hij de 14de en 15de eeuw te lijf ging. Tegelijkertijd raakten de Middeleeuwen weer in de mode. Bestsellers
als Barbara Tuchmans De waanzinnige 14de eeuw, Montaillou van Emmanuel Le Roy Ladurie of Umberto Eco’s De Naam van de Roos, en historici als Georges Duby en Jacques Le Goff lieten zien, hoeveel je te weten kon komen over de manier van leven en denken van gewone middeleeuwers, en hoe boeiend dat was.

Polderen
De grootste eyeopener in de jaren ’70 en ’80 was misschien wel dat je de geschiedenis kon bestuderen aan de hand van zeer uiteenlopende bronnen en vanuit verschillende invalshoeken tegelijk, zoals Huizinga ook al deed. Wetenschappers kwamen er geleidelijk achter dat je door een meer integrale benadering van de beschikbare bronnen dichter bij de 14de en 15de eeuw kon komen. Door niet alleen uit te gaan van literaire teksten, maar ook te kijken naar de grafelijke boekhouding, stadsrekeningen, historische kronieken, archeologische vondsten of beeldmateriaal, konden literatuurhistorici als Frits van Oostrom, Herman Pleij en vele anderen de contouren van de cultuur aan het hof van de graven van Holland of in steden als Brussel of Antwerpen veel duidelijker neerzetten. Ook kwam er steeds meer zicht op het godsdienstige leven, de mystiek en hoe kerk en gelovigen de relatie zagen tussen het aardse leven en het hiernamaals – een geschiedenis in geuren en kleuren dus, precies zoals Huizinga die op het oog had.

Recente studies beamen Huizinga’s oordeel dat de 14de en 15de eeuw heftig waren, een periode vol ongegeneerde vorstelijke pracht en praal tegenover oorlogen, geweld, onveiligheid, honger en epidemieën. Van een stormachtig, maar somber ogend herfsttij is bij hen echter geen sprake, omdat ze tegelijkertijd kiemen van vernieuwing zien. Ze wijzen erop dat de dynastieke ambities van de Bourgondische machthebbers uiteindelijk ook positieve effecten hebben gehad en met bijvoorbeeld hun Statenvergaderingen en de modernisering van rechtspraak en financiën de grondslag legden voor de staatsvorming in onze contreien.

De wereld veranderde, en juist de aanpassingen daaraan kenmerkten de Bourgondische tijd. Het was nodig om te zoeken naar een balans tussen de economische macht van de steden en de machtshonger van de politieke leiders. We zouden het nu ‘polderen’ noemen. Huizinga had daar maar weinig oog voor, maar historici na hem, zoals Richard Vaughan, Walter Prevenier en Wim Blockmans, zagen dat wel en gaven de aanzet tot diepgaander onderzoek naar deze overgang naar de ‘nieuwe tijd’.

Karel de Stoute in de sneeuw
De jongste bijdrage aan de kast vol boeken over de Bourgondiërs komt van Bart Van Loo, die in de voetsporen van Huizinga treedt met een meeslepende kroniek vol aanstekelijke details en verbeeldingen van het verleden: Jeanne d’Arc als model voor de warrior woman in films, stripverhalen en tv-series, om het hier bij één voorbeeld te laten. Net zoals middeleeuwse kroniekschrijvers die zich op de geschiedschrijving van voorgangers baseerden, gebruikte Van Loo het werk van wetenschappers voor zijn eigen verhaal. En verhalen vertellen kan hij als geen ander. Dat doet hij soms letterlijk: als conferencier op een podium of op televisie bij De Wereld Draait Door. Op onnavolgbare wijze belichtte hij daar de Franse geschiedenis aan de hand van het Franse chanson. Zijn boek over Napoleon en de Franse Revolutie kreeg in het theater een extra dimensie, doordat Van Loo zijn eigen familiegeschiedenis erin verwerkte.

In zijn nieuwe boek De Bourgondiërs werpt hij zich op de dynastieke wortels van de Lage Landen bij de zee, een bestuurlijke eenheid die voortkomt uit het huwelijk van Filips de Stoute en Margaretha van Male in 1369, waardoor het graafschap Vlaanderen en het Franse hertogdom Bourgondië verenigd werden. In de loop van de 14de en 15de eeuw vergaarden de volgende hertogen (Jan zonder Vrees, Filips de Goede, Karel de Stoute, Maria van Bourgondië, Filips de Schone) steeds meer gebieden ver ten noorden van het Bourgondische kerngebied rond Dijon door strategische huwelijken te arrangeren en regelmatig nieuwe bondgenoten aan zich te binden. Onder Filips de Goede (1419-1467) kwamen Brabant, Gelre, Holland, Henegouwen, West-Friesland en Zeeland erbij.

Van Herfsttij der Middeleeuwen is wel gezegd dat het een “schilderij in woorden” is. Voor Van Loo’s De Bourgondiërs geldt hetzelfde. Evenals Huizinga laat Van Loo zich inspireren door de kunst uit de tijd van de Bourgondische hertogen. De Van Eycks, de gebroeders Limburg, Klaas Sluter, Rogier van der Weyden, Hugo van der Goes en Hans Memlinc wisten de mensen toen en nu te betoveren met hun weergave van cultuur, geloof en mentaliteit. Niet dat deze hoogstaande schilderijen voor Van Loo de eerste aanleiding waren om met zijn boek te beginnen. Hij vertelt dat hij vooral is getriggerd door een romantisch prentje van het lijk van Karel de Stoute onder de sneeuw vlak bij de stad Nancy, dat in zijn jeugd verkrijgbaar was als extraatje bij de boodschappen. Karel, hertog geworden in 1467, sneuvelde in 1477 in de Slag bij Nancy. Hij vluchtte toen leek dat zijn manschappen aan de verliezende hand waren en viel van zijn paard. Het verhaal gaat dat zijn gezicht al was aangevreten door wolven en zijn wapenrusting en kleren waren geroofd, zodat zijn lijfarts hem moest identificeren aan de hand van littekens.

Geen koningskroon
De dode vorst, een humorloze streber die te veel waarde hechtte aan zijn eigen gelijk, een matige strateeg die machteloos in de sneeuw ligt na een mislukte poging om het nog maar net veroverde Lotharingen voor zijn rijk te behouden – het prentje is voor Van Loo de ultieme verbeelding van het “fiasco van een theaterstaat”: de weelde en het uiterlijk vertoon van de vorsten moest de bevolking imponeren, en mensen meekrijgen om de ambities van de vorsten waar te maken, maar dit lukte lang niet altijd. Neem kruistochtplannen van Filips de Goede. Deze hertog wilde bewijzen dat hij de Europese vorsten, inclusief de paus, aan een touwtje had. Hij haalde alles uit de kast bij de verloving van zijn nichtje Elisabeth van Bourgondië met heer Jan van Kleef. Bij dit feest der feesten in februari 1454 in Rijsel zwoer hij tijdens het banket – op een levende fazant die op het menu stond – dat hij ten strijde zou trekken om Constantinopel, een jaar tevoren gevallen, te heroveren op de Turken. Natuurlijk verwachtte hij dat alle aanwezigen hun instemming zouden betuigen en dat gebeurde ook, te beginnen met zijn zoon Karel de Stoute. Er gingen inderdaad wat ridders op weg, maar het ware vuur was na het feest gedoofd, veel daadwerkelijke steun kwam er niet en de kruistocht werd uiteindelijk afgeblazen. Hoewel Filips op het toppunt van zijn macht stond, en vermoedelijk ook echt de Turken wilde verjagen, kreeg hij die kruistocht dus niet voor elkaar.

Filips droomde waarschijnlijk zijn hele leven van een koningskroon. Pas dan zou hij echt meetellen op het politieke en diplomatieke toneel. Zijn zoon Karel de Stoute leek op weg om inderdaad een kroon los te peuteren bij de Duitse keizer Frederik III: was het niet de titel van Rooms Koning, dan zou er toch op zijn minst een koninkrijk Bourgondië binnen het Duitse Rijk moeten komen. Maar dit viel al net zo in het water als de kruistocht: de kroning in Trier was voorbereid, maar op het laatste moment vertrok de keizer als een dief in de nacht, waarna Karel alle rekeningen moest betalen. Karels dochter Maria van Bourgondië trouwde uit machtsoverwegingen met kroonprins Maximiliaan van Oostenrijk, en zo kwam het bestuur over de Lage Landen uiteindelijk in Habsburgse handen. Keizer Karel V was Maria’s kleinzoon. Onder de Habsburgers en erna is het bestuurlijke grondpatroon uit de Bourgondische tijd echter zichtbaar gebleven: de blijvende erfenis van het Bourgondische huis.


Eerder verschenen in Geschiedenis Magazine

Marjoke de Roos studeerde geschiedenis in Groningen en Parijs. Zij is werkzaam bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Samenvatting

Gezien bij DWDD.

Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789403139005
Verschijningsdatum
december 2018
Druk
1
Aantal pagina's
560 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
680: Geschiedenis algemeen
Thema's
  • Geschiedenis en archeologie
  • Geschiedenis
  • Europese geschiedenis
  • Europese geschiedenis: middeleeuws tijdperk, middeleeuwen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden