Bazarow stopt per 25 mei als boekverkoper, maar gaat door als boekenplatform. Lees hier het nieuwsbericht !

Mary

Auteur(s): Anne Eekhout
Taal: Nederlands
0.2/5
3 recensies
Mary
Mary
Mary

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

Eekhout geeft haar personage een overtuigende stem

De eerste zin

“Dit is het uur”

Recensie

Hoe was de achttienjarige Mary Shelley in staat Frankenstein te schrijven? Hoe kwam ze op het idee om een experimenterende wetenschapper een mens te laten maken en deze vervolgens het leven te laten zien door een flinke stroomstoot door zijn lijf te jagen? En waarom werd die mens uiteindelijk zo’n eenzaam en verstoten wezen? Ook Anne Eekhout vroeg het zich af. Ze ging aan het fantaseren en schreef er Mary over, haar vierde roman.

In die roman volgen we twee op zich staande verhaallijnen waarin Mary Shelley centraal staat. De eerste speelt in 1816 in de Villa Diodati waar Mary, haar stiefzus Claire, haar geliefde Percy Bysshe Shelley, diens dichter-compagnon Lord Byron en zijn arts John Polidori elkaar ontmoeten en afspreken een griezelverhaal te zullen schrijven. En waar Mary haar Percy steeds vaker in de armen van Claire ziet liggen. Het klassieke relaas dus. De tweede, door Eekhout verzonnen verhaallijn, speelt vier jaar eerder, wanneer Mary in Dundee is, op bezoek bij de familie Baxter, vrienden van haar vader. De veertienjarige Mary wordt de beste vriendin van Isabella Baxter, de dochter des huizes die treurt omwille van de dood van haar moeder. Mary slaagt er echter in haar weer zin te doen krijgen in het leven en er ontstaat iets moois, vriendschap, liefde zelfs, tot de bittere realiteit alles aan diggelen slaat. En dat geluk is trouwens niet het enige wat die realiteit verwoest. Mary en Isabella fantaseren er graag op los. Zo bezoeken ze het graf van de laatste Schotse heks en vermoeden ze dat Isabella’s schoonbroer, de brouwer David Booth, wel eens iets raars met lijken zou kunnen doen. Ook al die verhalen moeten er uiteindelijk aan geloven.

Eekhout geeft haar Mary niet alleen een bijzonder overtuigende stem, ze schetst ook een knap en evenwichtig beeld van de eerste decennia van de negentiende eeuw. Mooi is hoe ze soms expliciet, zoals wanneer ze het over Booths fascinatie voor Galvani’s theorie over de dierlijke elektriciteit heeft, en vaak veel suggestiever naar Frankenstein verwijst, naar Mary’s verdriet omwille van haar vroeggestorven dochtertje Clara bijvoorbeeld. Frankensteins monster was gedoemd om eenzaam en verlaten te eindigen, besef je na het lezen van Eekhouts roman, want zo eindigde ook Mary Shelley, zowel in Dundee als in de Villa Diodati.

Drie vragen aan Anne Eekhout

Wat heb je met Mary Shelley?

Eekhout: “Ik wist al heel lang wie Mary Shelley was, maar hoe het boek Frankenstein precies ontstaan is, kwam ik pas een paar jaar geleden te weten. Hoe ze die verregende zomer van 1816 in Villa Diodati aan het meer van Genève had doorgebracht en hoe ze daar met die beroemde vrienden van haar afspraken dat ze ieder een griezelverhaal zouden schrijven, vond ik een mooi gegeven om iets mee te doen. Ik wou meer over Mary te weten komen, begon me in te lezen en ontdekte ik dat ze vier jaar eerder een tijdje in Schotland had gezeten en ze die periode zelf bijzonder belangrijk vond voor de vorming van haar verbeelding. Over wat ze daar precies gedaan heeft is weinig bekend. Ideaal, dacht ik, want dan kan ik dat invullen en er misschien wel een vroege versie van Frankenstein laten ontstaan.”

Wat is volgens jou de essentie van Frankenstein?

Eekhout: “Het mooie aan dat boek is dat het zo rijk is. Het is natuurlijk een horrorverhaal, maar ook een filosofische verhandeling. Wat mij het meest trof is hoe het monster in eerste instantie helemaal geen monster is. Hij ziet er natuurlijk niet uit en jaagt iedereen schrik aan, waardoor het van niemand het voordeel van de twijfel krijgt. Het wordt ook in de steek gelaten door zijn eigen maker en is zo gedoemd om een monster te worden, door iedereen verstoten, gevreesd en gehaat. Wie is nu echt het monster, zou je je kunnen afvragen, dat wat onbeholpen wezen, of dokter Frankenstein die zijn eigen creatie aan zijn lot overlaat?”

Mary was de dochter van Mary Wollstonecraft, een van de eerste feministes. Zou deze zich niet in haar graf omgedraaid hebben toen ze zag hoe haar dochter zich al te gedwee plooide naar de wensen van Percy Shelley?

Eekhout: “Dat zou best kunnen. Mary hield zoveel van Percy dat ze heel ver meeging in zijn wensen. Dat merkte ik in haar brieven en dagboeken. Ze was zelfs bereid zijn seksuele omgang met haar stiefzus Claire erbij te nemen. Vrije liefde, noemde Percy dat, maar ook al heeft Mary zich er bijna nooit over uitgelaten, toch ben ik ervan overtuigd dat ze het vervelend vond. Het was pas na zijn dood in 1822 dat ze een zelfstandige vrouw werd die van haar schrijven leefde en opkwam voor haar lotgenotes.”

Eerder verschenen op Knack

Recensie door: Lalagè

Over de schrijver van Frankenstein

[Recensie] De vierde roman van Anne Eekhout is gebaseerd op het leven van Mary Shelley, de schrijver van het bekende griezelverhaal Frankenstein. Ze bedacht dat verhaal tijdens de regenachtige zomer van 1816, waarover ik eerder al las in Frankissstein van Jeanette Winterson. Mary is met dichter Shelley en hun babyzoon in Zwitserland, vergezeld door Mary’s zus en twee vrienden die ook schrijven. De poëtische zinnen van Mary passen goed bij dit gezelschap.

“Ze voelt hoe de armen van de slaap zich uitvouwen als vleugels, haar strak omwikkelen, beschut, niet akelig, en haar bewustzijn meenemen.”

De scènes uit 1816 worden afgewisseld met hoofdstukken die zich in 1812 afspelen. Mary logeert een paar maanden bij een familie in Schotland, waar ze een innige vriendschap ontwikkelt met Isabella. Samen vragen ze zich af wat meneer Booth in zijn schild voert. Deze man van Isabella’s zus heeft een bierbrouwerij, waar hij ook experimenten uitvoert. Tegelijkertijd waarschuwt meneer Booth Mary dat ze niet te innig met Isabella moet worden.

Mary en Isabella zien een monster, tot twee keer toe. Werkelijkheid en fantasie lijken door elkaar te lopen. Mary begint te twijfelen aan haar herinneringen. Tegen het einde droomt ze dat ze iets heeft gedroomd. Daar zie ik een verwijzing in naar Op een nacht, de briljante tweede roman van Anne Eekhout.

“Alle kinderen geloven in heksen. In geesten, in de duivel. Misschien dat we toen we ouder werden zijn gaan denken dat het niet waar was omdat we niet meer durfden geloven dat het waar was. Maar misschien hebben de kinderen gelijk, zien zij de wereld zoals hij is, voordat de pragmatische ernst van de volwassenheid er een doek overheen legt. Zien zij als enige de complete wereld, waarin alle dingen bestaan, alles waarin je kunt geloven.”

Monsters worden symbool voor de angsten die in ieder van ons leven. De filosofische gedachtes daarover zijn prachtig. Helaas vind ik Mary niet zo meeslepend als Annes eerdere boeken. Ik mis de spanning, ondanks de kenmerkende beklemmende sfeer. Het kost me elke keer wat moeite om het boek weer op te pakken. Ik had gewild dat ik weer een lyrische bespreking kon schrijven, maar dat gaat me nu niet lukken. Wel ben ik geïnspireerd om eindelijk het verhaal over Frankenstein te lezen. Daarover binnenkort meer.

Eerder verschenen op Lalagè Leest

Recensie door: Liliane Waanders

De schrik van iedere schrijver?

[Column] Het zal je maar gebeuren, dacht ik, toen ik zag dat Mary van Anne Eekhout in aantocht was. Weliswaar was het toen al enige tijd geleden dat ik Frankusstein van Jeanette Winterson las, maar toch. Twee keer in anderhalf jaar een roman over Mary Shelley, kan de Nederlandse lezer dat aan. Dat vroeg ik me af.
Vervolgens benijdde ik Imme Dros niet, die recent als romancier debuteerde met Gisterland, net als het vorig jaar verschenen Hamnet van Maggie O’Farrell een roman waarin de vrouw van William Shakespeare een eigen leven krijgt.

Nee, wat ik dacht heeft niets te maken met wat wel culturele toe-eigening genoemd wordt. Ik vind dat Anne Eekhout en Imme Dros net zoveel recht hebben om het over Mary Shelley of Anne Hathaway te hebben als Jeanette Winterson en Maggie O’Farrell. Ook al horen Mary Shelley en Anne Hathaway – de eerste als schrijfster, hoewel ook dochter en vrouw van, de tweede alleen maar als vrouw van – strikt genomen misschien tot een andere literatuurgeschiedenis, ze zijn hun taal inmiddels ontstegen. Zij maken deel uit van wat je het mondiale cultureel erfgoed zou kunnen noemen.

Met het kapen van een idee, plagiaat of intertekstualiteit hebben mijn bedenkingen ook niets te maken, want ik geloof er heilig in dat het mogelijk is dat verschillende schrijvers gelijktijdig hetzelfde verzinnen (zoals een uitvinding ook niet altijd aan één iemand toe te schrijven is. Soms bedenken meerdere mensen tegelijk iets, omdat een situatie nu eenmaal om een oplossing vraagt).

Of er in het geval van Frankusstein/Mary en Hamnet/Gisterland sprake is van zo’n noodzaak? In het eerste geval misschien wel, in het tweede geval volgens mij zeker niet.
De romans van Jeanette Winterson en Anne Eekhout gaan over de ethiek van het scheppen. Over keuzes van ‘makers’ en de vraag of zij verantwoordelijk zijn voor de gevolgen. Een uitermate actueel thema (en dan is het ook nog eens ongeveer tweehonderd jaar geleden dat Mary Shelley Frankenstein schreef).
Beide romans hebben de zomer van 1816 als vertrekpunt. Tijdens die zomer liet Mary Shelley zich door Lord Byron verleiden om een spookverhaal te schrijven. Anne Eekhout gaat vervolgens een paar jaar terug in de tijd en zoekt in het verblijf van Mary in Dundee naar wat Mary Shelley mogelijke geïnspireerd zou kunnen hebben. Naar elementen uit Frankenstein die herleidbaar zijn naar wat zij toen meemaakte en hoe ze daardoor aan ging kijken tegen het verschil tussen fantasie en werkelijkheid.

Jeanette Winterson voegt aan de zomer van 1816 een verhaal toe dat in de toekomst speelt. Personages met namen die duidelijk afgeleid zijn van het gezelschap dat in 1816 aan het meer van Genève verbleef, maken zich schuldig aan/worden geconfronteerd met (de gevolgen van het) ongecontroleerd experimenteren met lichamen en stoffelijke resten in de hoop de mens en zijn brein te upgraden.
Waar Anne Eekhout het vrij letterlijk heeft over fantasie versus werkelijkheid gaat Jeanette Winterson een stap verder: zij onderzoekt kunst én wetenschap en mengt zich in de maatschappelijke discussies over
kunstmatige intelligentie en genderpolitiek. En dat sluit aan bij de thematiek van Frankenstein en de dilemma’s die Mary Shelley in haar roman uit 1818 aansnijdt.

Imme Dros wilde altijd al iets doen met Shakespeare. Ze studeerde Nederlands, met theaterwetenschap en Engelse letterkunde als bijvakken. ‘Ik hield van toneel, van dialogen, en ik vond zijn stukken geweldig. Zijn leven interesseerde me niet zo. Het ging me om de taal’, zegt ze in een interview met Jannetje Koelewijn. Het was dan ook helemaal niet haar bedoeling om een roman over Anne Hathaway te schrijven. En eigenlijk is Gisterland ook geen roman over de vrouw van William Shakespeare, maar een roman waarin ze Anne Hathaway nodig heeft om het over William Shakespeare te hebben. Hoewel ze het leven van Anne en haar huwelijk met Shakespeare reconstrueert, spreken de passages waarin het over Shakespeare, (de totstandkoming van) zijn stukken en zijn leven in Londen gaat het meest tot de verbeelding.
Zeker als je Hamnet al gelezen hebt. Want dan vallen vooral de verschillen op. De eerste ontmoeting tussen Anne en William. De verhouding van William met zijn ouders en Anne met haar schoonouders. De dood van Hamnet. Hoewel hun romans op hoofdlijnen overeenkomen, maakt Imme Dros op essentiële punten wezenlijk andere keuzes dan Maggie O’Farrell. Dat kan, dat mag en in zekere zin moet het zelfs, want we weten weinig zeker over het leven van Anne Hathaway en William Shakespeare. Veel kan alleen geweten worden door op basis van bronnen in te vullen hoe het geweest zou kunnen zijn. De keuzes die Maggie O’Farrell maakt (en daarmee het leven dat Anne Hathaway daardoor geleid kan hebben), lijken logischer dan die van Imme Dros.

Anne Eekhout was nog niet begonnen aan Mary toen Frankusstein verscheen, en voor Imme Dros zal het verschijnen van Hamnet geen belemmering geweest zijn om eindelijk eens iets met Shakespeare te doen. Echt geschrokken zullen ze niet zijn toen bleek dat en ander zich over hetzelfde onderwerp ontfermd had. In elk geval hebben ze het niet laten merken.
Het is bijna onvermijdelijk dat er gelijktijdig romans verschijnen over onderwerpen die in elkaars verlengde liggen – het aantal literaire thema’s en motieven is niet onuitputtelijk (en de tijd dicteert deels ook nog eens wat relevant is), maar zelden ligt de inhoud zo dicht bij elkaar als bij Frankusstein en Mary of Hamnet en Gisterland.
Misschien schrikt menig lezer wel meer van het simultaan verschijnen van onafhankelijk van elkaar geschreven, maar uit dezelfde kiem ontsproten verhalen dan de schrijvers zelf. Omdat hij zich bedrogen voelt. Omdat hij niet in toeval gelooft. Omdat het zijn geloof in goddelijke inspiratie ondermijnt. Omdat hij geen zin heeft om appels met peren te vergelijken en toch het gevoel krijgt dat hij moet kiezen.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

Samenvatting

Mary Shelley verblijft op haar veertiende bij een

familie in Schotland, waar een innige vriendschap

ontstaat met Isabella Baxter. Samen dwalen ze in het

gebied dat al eeuwen verhalen herbergt over monsters

en geesten, en op een dag stuiten ze diep in het

bos op een man die geen man is. De ledematen log

en lelijk, een hoofd dat noch menselijk, noch dierlijk

is. Vier jaar later brengt Mary met haar geliefde

Percy Shelley een bezoek aan haar vrienden John

Polidori en Lord Byron, bij het Meer van Genève.

’s Avonds bij het haardvuur vertellen ze elkaar verhalen.

Een flintertje herinnering brengt haar terug

naar haar tijd met Isabella in Schotland, en ook naar

David Booth, een zeer intelligente, charismatische,

maar tegelijk ook griezelige man, die een grote interesse in Mary en Isabella ontwikkelde.

Dan dient ook het monster uit het bos zich weer aan, en vanuit die gedachte

ontstaat haar verhaal over het monster van Frankenstein.

Mary is een ode aan de verbeelding, een verhaal over creëren, over de onlosmakelijke

band tussen fantasie en werkelijkheid. En evenals Mary Shelley toont Anne Eekhout

de kracht van een vrouw wanneer die iets ter wereld brengt wat niemand voor mogelijk had gehouden.

Toon meer Toon minder
€ 24,99

Verwachte leverdatum: vrijdag 27 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789403153315
Verschijningsdatum
december 2021
Druk
1
Aantal pagina's
400 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: algemeen en literair
  • Moderne en hedendaagse fictie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden