Intussen komen mensen om

Over politieke betrokkenheid

Auteur(s): Alicja Gescinska
Taal: Nederlands
0,15/5
3 recensies
Intussen komen mensen om
Intussen komen mensen om
Intussen komen mensen om

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Bas Aghina
4/5

Denken en doen in de politiek: een complex appel

[Recensie] Het combineren van politiek handelen en het denken daarover in een-en-dezelfde persoon kent in Europa een lange en soms ongemakkelijke geschiedenis. Sinds Plato’s pogingen om zijn staatsleer te laten invoeren (in de Griekse kolonie op Sicilië) uitliepen op de verbanning van deze filosoof, is de relatie tussen ‘office-holders’ (politici) en mirror-holders (intellectuelen) er niet makkelijker op geworden. Dit ondervond ook de Pools-Belgische filosofe Alicja Gescinska (1981), toen zij door de liberale voorman Guy Verhofstadt voor zijn partij gevraagd werd zich tijdens de verkiezingen als kandidaat-EU-parlementariër beschikbaar te stellen. Vanuit haar morele betrokkenheid de wereld te willen verbeteren, gaf Gescinska – na lang en consciëntieus wikken, wegen én ruggespraak – gehoor aan dit concrete appel om voor de publieke zaak te gaan. Het gevolg was een tumultueuze periode, professioneel, politiek en persoonlijk gezien, die ook een mooi boek opleverde.

In Intussen komen mensen om gaat Gescinska aan de hand van deze persoonlijke ervaringen op filosofische en stijlvolle wijze op ontdekkingstocht langs de complexe relatie tussen denken over politiek en handelen in de politiek.

Vanaf het publieke moment van haar verkiesbaarheid vielen collega-denkers, kennissen, vreemden en sommige vrienden haar in meerdere of mindere mate aan, en daarmee regelmatig ook af. Dat ze geen goed intellectueel meer zou kunnen zijn als politica, want niet meer onafhankelijk, ‘te slim’ voor de politiek zou wezen, of besmet zou raken met het politieke als ‘leugenachtige stiel’ enzovoorts.

In ‘gesprek’ met denkers zoals Karl Jaspers, Leszek Kolakowski, Hannah Arendt en collega filosoof/intellectueel-politici zoals de Canadese presidentskandidaat Michael Ignatieff, de Tsjechisch president-filosoof Václav Havel, maar ook onbekendere zoals Amerikaanse intellectuele senatoren als McGovern tijdens de Vietnamoorlog, laat Gescinska vaak overtuigend zien dat sommige gemeenplaatsen niet juist zijn (“de kiezer heeft niet altijd gelijk”). En dat zwart-witbeelden over en weer tussen politici en denkers geen recht doen aan de waarde van beide beroepen.

Door elkaar bijvoorbeeld tot karikatuur te maken, versterken (veelal populistische) politici en intellectuelen juist de crisis die ze zeggen te willen bestrijden: de kloof tussen politiek en burgers, en daarmee de geloofwaardigheid van de representatieve democratie zelf. Aan de ene kant door vanuit simpele wij/zij-beelden langs lijnen van afkomst, achtergronden (enz.) bijvoorbeeld de elite weg te zetten als mensen met ‘meer dan 500 boeken’, zoals de Italiaanse populist Baricco doet. Of aan de andere kant ’roepers van de zijlijn’ die de uitkomst van politieke handelingen afmeten aan een theoretisch ideaal en vaak blind blijven voor de onmenselijke werkelijkheid. Denk aan Sartres compromisloze omhelzing van de communistische, dictatoriale staten in de Koude Oorlog en de ‘verbanning’ uit het publiek debat van andersdenkenden, zoals de franse minister-filosoof Raymond Aaron.

Gescinska stelt de hamvraag in deze tweespalt: “Maar hoeveel curryworsten moet een politicus eten om te tonen dat hij dicht genoeg bij het gewone volk staat?” Of je als lezer nu zelf politicus in spe bent, politicus bent geweest – zoals uw recensent in een gemeenteraad – of juist helemaal niet, dit is een prikkelende gewetensvraag voor iedereen die te maken heeft met representativiteit en leidinggeven.

Intussen komen mensen om is een ‘must read’ voor iedereen die met idealen en uit liefde voor de publieke zaak overweegt de stap naar voren te doen om het mandaat van kiezers te winnen – of het nu is in gemeente, provincie, land of Europa. Vergelijkbare vragen spelen een rol over hoe je op de lijn van (onder)buikspreker/volksvertegenwoordiger/vrije geest staat en of je als politicus in spe voor de inhoud gaat of dat je voornamelijk bezig bent te scoren om zo te voorkomen dat je zoals “de meerderheid van de politici verdwijnt in de plooien van de tijd.”

De liberalen verloren hun derde zetel, de filosofe is helaas geen praktiserend politica geworden. Of kunnen we misschien zeggen: nog niet? Stel dat zij nogmaals zich zou kandideren en het wel zou lukken volksvertegenwoordiger te worden, hoe zouden haar ervaringen, analyses en oplossingen dan verder gaan? In tijden van toenemende digitale verzuiling en cynisme verdient dit boek een passend vervolg: over hoe wij goede mensen zouden kunnen (moeten) zijn, die zowel reflectief als effectief politiek handelen. Waarvan akte.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Recensie door: Marjan Slob
2/5

Mama, waarom is de EU uiteengevallen?

[Recensie] Op een dag krijgt Alicja Gescinska een telefoontje. Guy Verhofstadt, leider van de Europese liberalen en uitgesproken voorstander van een federaal Europa, polst of ze zich kandidaat wil stellen voor het Europees Parlement. Overrompeld vraagt ze een paar dagen bedenktijd. Zelf ziet ze tal van praktische bezwaren (jonge kinderen, zieke zus). De vrienden die ze raadpleegt, zijn “allemaal opgetogen over het feit dat de vraag aan mij werd voorgelegd”, maar de meesten ontraden het haar toch. De politiek zou een leugenachtige bende zijn, waarmee ze zich niet moet besmetten. Ze zal onherroepelijk haar onafhankelijkheid kwijtraken.

Maar dan stelt Gescinska zich in een melodramatisch moment voor dat haar zoontje haar later vraagt: “mama, waarom is de EU uiteengevallen?” En dat ze hem moet antwoorden: “Ja, mama is wel gebeld, maar heeft geen zitting genomen in het parlement want ze wilde boeken schrijven.” Dat zou – kennelijk – een onverdraaglijk antwoord zijn. Gescinska houdt zichzelf voor: “Als je denkt dat je het verschil kan maken, hoe klein ook, moet je het misschien doen.” Vanaf dat moment voert ze voluit campagne voor een plek in het Europees Parlement.

Alicja Gescinka (1981) vluchtte als zevenjarig meisje vanuit Warschau met haar politiek bewuste ouders naar asielzoekerscentrum het Klein Kasteeltje in Brussel, om uit te groeien tot een heldere stem in het Vlaamse debat. Ze promoveerde in de filosofie, presenteerde het sympathieke televisieprogramma Wanderlust, en schrijft in hoog tempo boeken, columns en opiniestukken.

Het is goed te begrijpen dat Verhofstadt zo’n publieke intellectueel aan zijn zijde wil. Maar wat moet een intellectueel in de (partij)politiek? Intussen komen mensen om (de titel is een frase uit een gedicht van Szymborska) is Gescinska’s poging om een antwoord te geven op die vraag. En dat is een hyperventilerende exercitie geworden. De grote namen en de grote woorden trekken in rap tempo voorbij, het onderwerp verglijdt soms per bladzijde, waardoor het geheel een ijle en voor zo’n dun boekje merkwaardig wijdlopige indruk maakt.  

Jammer, want Gescinska’s thematiek is urgent genoeg: ze wil het cynisme over politiek pareren. “De democratie is als een religie: als mensen er niet in geloven, werkt ze op den duur niet meer”, schrijft ze. Er moet een plek zijn voor het ontmoeten van andersdenkenden, er moet bereidheid zijn tot een open debat op basis van argumenten en idealen. Om die plek te verdedigen, roept ze Hannah Arendt aan, en Aleksander Herzen, Tomas Masaryk, Vaclav Havel, Karl Popper, Michael Ignatieff, en nog tal van anderen. De grote denkers leveren allemaal argumenten voor de gouden plicht om je mond open te doen in het licht van misstanden. Ook, nee juíst intellectuelen moeten zich in tijden van nood betrokken tonen, want: “Contemplatieve afzijdigheid is in vele gevallen moreel verwerpelijker dan politiek engagement.” Zo praat Gescinska op zichzelf in.

Het is heel goed voorstelbaar dat Verhofstadts pleidooi om samen Europa ‘te redden’ van het rechts-nationalistische populisme juist bij Gescinska een gevoelige snaar raakt. Natuurlijk wil ze de democratie verdedigen tegen de Poolse regeringspartij PiS, die de rechtstatelijkheid aan haar laars wil lappen. De hamvraag lijkt mij echter waarom partijen als PiS desondanks zo populair zijn. Bij Gescinska geen woord over de mogelijkheid dat Europafans vooruithollen zonder op te letten of ze nog wel in verbinding staan met het volk dat ze vertegenwoordigen. De vlammende betogen van Verhofstadt hebben de opkomst van het nationalistische populisme tot nu toe niet kunnen tegenhouden. Ik zie niet goed wat het zou gaan helpen als Gescinska de bij zijn betoog passende filosofen noemt.

Politiek engagement is belangrijk, daarvan zal Gescinska haar vrienden met dit boekje wel weten te overtuigen. Maar daaruit volgt nog niet dat je zitting moet willen nemen in het Europese parlement. Voor veel populisten is de Europese democratie juist het probleem. Zij klagen dat de schaal de belevingswereld van burgers overstijgt, dat de procedures te bureaucratisch zijn, dat de macht teveel bij technocraten ligt. Zij vinden dit kortom niet het goede soort politiek. Maar voor Gescinska is datzelfde platform juist dé plek om haar politieke engagement te tonen. Waarom? Ik zou willen dat ze dat haar vrienden had uitgelegd, in plaats van het te zoeken in hoogdravende algemene waarheden.    

Gescinska zal trouwens andere wegen moeten zoeken voor haar engagement. De kiezer heeft haar geen mandaat gegeven. De populisten wonnen.

Eerder verschenen in De Volkskrant

Lees ook de recensie van Bas Aghina

Recensie door: Roeland Dobbelaer
3/5

Ook onder intellectuelen heb je denkers en doeners

[Column] Bij het lezen van Intussen komen mensen om van de Vlaams-Poolse Alicja Gescinska moest ik weer terugdenken aan de tijd van de colleges filosofie die ik begin jaren tachtig volgde. Als er bij binnenkomst in het lokaal waar we bijvoorbeeld een werkgroep middeleeuwse wijsbegeerte hadden de stoelen en tafels nog in theateropstelling stonden terwijl een carré nodig was, werd meteen duidelijke dat er twee soorten studenten wijsbegeerte waren. Terwijl de ene groep vaststelde dat we zo nog niet konden beginnen en overwogen werd om de conciërge erbij te halen of uit te wijken naar andere ruimte, was er een kleine groep die dan de tafels in een vloek en een zucht oppakte en goed zette. Zonder tijdverlies begonnen we met de werkgroep.

De meeste van mijn medestudenten die niet goed wisten wat te doen bij de verkeerde opgestelde stoelen en tafels zijn op de universiteit gebleven, ze zijn nu universitair docent of hoogleraar. Ze schrijven schitterende boeken, ook over maatschappelijke geëngageerde onderwerpen. Die enkele filosofiestudent die wel de tafels verzetten zijn andere dingen gaan doen, dat zijn de intellectuele doeners, ze zijn bij de overheid gaan werken, zijn bij de vakbond gaan werken, zijn in de politiek gegaan, zijn bedrijven gestart.

Ook onder intellectuelen heb je denkers en doeners. Bij alle discussies over engagement mis ik doorgaans een hoofdstuk over de hele praktische vraag: kan elke intellectueel wel politiek of maatschappelijk actief worden? Nadenken over de wereld, commentaar geven op de wereld, vertellen dat het anders moet in de wereld dat is één, maar ook echt de wereld ingaan en deze helpen veranderen en vormgeven dat is iets anders. Dat laatste is niet iedereen gegeven. Wat een vakbondsbestuurder, een ondernemer, een politicus allemaal gemeen hebben is dat ze moeten kunnen organiseren, moeten kunnen inspireren en overtuigen, dat ze compromissen moeten kunnen sluiten, dat ze ingewikkelde zaken zo moeten kunnen uitleggen dat meer mensen het kunnen snappen, dat ze de troepen mee krijgen. Praktische intellectuelen moeten kortom niet alleen vuile handen willen maken, maar ook daar effectief in kunnen zijn.

In het bevlogen boek Ondertussen komen mensen om komen deze praktische vaardigheden even aan bod. Gescinska schrijft: “We moeten erkennen dat politiek een complexe stiel is. Je hoeft geen genie te zijn om een goed politicus te zijn, maar het is ook geen stiel die zomaar iedereen onder de knie kan krijgen. Je moet bijzonder goed tegen stress, kritiek en tijdsdruk kunnen. Je moet enerzijds over een sterk ego beschikken, en anderzijds juist ook je ego opzij kunnen schuiven. In de democratische politiek ben je geen alleenheerser. Je moet vaak naar anderen […] luisteren en compromissen sluiten. […]  Wie dat niet kan en toch in de politiek stapt, zal gauw vleesgeworden gekrenktheid zijn.” Iets van dat laatste zagen we terug bij Ronald Plasterk, die boven op de wetenschappelijke apenrots zat en daar als een soort alleenheerser grote successen doormaakte, maar als politicus faalde omdat het mechanisme in de politiek anders werkt.

Wonderwel onderzoekt Gescinska in haar boek niet haar eigen capaciteiten in deze om de politiek in te willen. Ze was bij de laatste Europese verkiezingen kandidaat voor de Liberalen Fractie in België. Haar boek is vooral een rechtvaardiging van haar keuze om de politiek in te willen. Gescinska loopt alle argumenten langs waarom we wel politiek geëngageerd moet worden en vooral wel vuile handen moeten maken. We kunnen niet langer ons hoofd afkeren van de ontwikkelingen in de wereld, want er gaat te veel mis en “intussen komen mensen om”. Het boek is sympathiek en ik bewonder haar poging om de politiek in te willen (ze werd niet gekozen overigens), maar haar boek rammelt op een essentieel punt.

Gescinska geeft een lange lijst voorbeelden van intellectuelen die kozen voor een politiek ambt met Vaclaf Havel als een van de meest bekende. Het zijn mensen die zich inzetten voor de democratie in hun land vanuit een liberaal standpunt. En dat zijn de ‘goede standpunten’ volgens Gescinska, en daarom dat zijn voor haar de intellectuelen waarvan het een goede zaak is als zij kiezen voor de stiel van de politiek. In haar boek schrijft ze niets over intellectuelen die de ‘verkeerde kant’ kiezen. Die lijst is er natuurlijk ook. Wat moeten we met intellectuelen als Paul Cliteur en Thierry Baudet die zich tot de politiek van Forum voor Democratie in Nederland bekeerden. Dit zijn toch ook geëngageerde intellectuelen? Als ik Gescinska goed begrijp zijn dit soort politici die zich in spectrum van het rechts-populisme begeven, verantwoordelijk voor het “anti-democratisch discours van de voorstanders van een autoritarisme en de zogenaamde ‘illiberale democratie’”? En dit wijst ze radicaal af. Illiberale democratie is volgens Gescinska een zeer onwenselijke term en verbloemt het het streven om niet alleen liberale vrijheden in te perken maar ook de democratie om zeep te helpen.

Hier raakt Gescinska verstrikt in de rechtvaardiging om de politiek in te gaan. Dat mag van Gescinska alleen als je de goede ideeën hebt; zijn het anti-democratische opvattingen, dan is het niet wenselijk. Maar dat is dan weer een niet democratisch standpunt en dus niet liberaal.

Het is goed om de politiek in te willen en als je noodzakelijke vaardigheden hebt om geëngageerd te zijn: vooral doen. Er is genoeg om voor te vechten. Maar de eeuwige vraag of intellectuelen dat moeten doen los je niet op door alleen maar te focussen op intellectuelen uit je eigen kamp. Dan beantwoordt je die vraag namelijk niet en dan is je boek niet anders dan een politiek pamflet voor een politieke stroming. Dat mag, maar het overtuigt hierdoor niet.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Met dank aan Koen Dobbelaer

Samenvatting

Alicja Gescinska verraste met haar kandidatuur op de Europese

lijst van de Vlaamse liberalen. Op internet volgde een stortvloed

aan reacties: lovende en lasterlijke. Niet enkel de keuze

van de partij en het Europese project werden druk besproken,

vooral ook wie aan politiek behoort te doen – en wie dus aan de

zijlijn moet blijven – bleek stof voor discussie. Wat is de plaats

van een filosoof in de samenleving? Zijn politiek en filosofie

onverenigbare disciplines? En wat doe je wanneer uit het hart

van de Europese politiek het verzoek komt om uit je pen te

kruipen?

Politiek is meer dan dat wat politici doen. Politiek is alles en

iedereen. In het gebrek van de wereld weerklinkt volgens

Gescinska een moreel appel dat op ons allen wordt gedaan.

Intussen komen mensen om is een glashelder essay over de

persoonlijke worsteling met politieke betrokkenheid en intellectuele verantwoordelijkheid.

Toon meer Toon minder
€ 19,99

Verwachte leverdatum: dinsdag 21 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789403174303
Verschijningsdatum
oktober 2019
Druk
1
Aantal pagina's
96 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Categorieën

Uitgever
Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden