Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Frictie

Ethiek in tijden van dataïsme

Auteur(s): Miriam Rasch
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Frictie
Frictie

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Tanny Dobbelaar
4/5

In dit boek ontdek je wat je digitale profiel níet over je zegt

De auteur
Essayist Miriam Rasch studeerde literatuurwetenschap en filosofie. Ze doceert aan het Instituut voor Netwerkcultuur aan de Hogeschool van Amsterdam. In 2017 verscheen haar essaybundel Zwemmen in de oceaan: Berichten uit een postdigitale wereld. Ze schrijft recensies en essays voor onder meer De Groene Amsterdammer.

Wat is dataïsme?
Hoeveel mensen overlijden aan ouderdom? In het Londen van 1650 waren dat er 696. Daarnaast stierven er negen aan verdriet, en 31 aan wolven. Ouderdom en verdriet zijn nu geen erkende doodsoorzaken meer. En pas in 1948 stierven er geen mensen meer aan wolven. Kortom: categorieën zijn minder neutraal dan ze lijken, maar zitten stilzwijgend vol interpretaties.
Dit is maar één van de vele onderwerpen in Frictie, waarin Miriam Rasch kritiek levert op wat ze beschrijft als ‘dataïsme’. Dat staat voor het geloof dat je de hele wereld in data kunt vertalen, nee, zou moeten vertalen, omdat de wereld daar baat bij heeft.
Rasch bekritiseert het dataïsme vooral omdat het streeft naar een gladde, wrijvingsloze, voorspelbare wereld. Daartegenover stelt ze de opvatting van Simone de Beauvoir: ‘sans échec, pas de morale’, zonder mislukking geen moraal. Ethiek ontstaat door falen, conflict, niet-weten, imperfectie. Een ethische keuze is altijd een tragische, menselijke, imperfecte keuze. Dataïsme probeert daarentegen voor elk probleem een technologische en perfecte oplossing te vinden waardoor het menselijke juist verdwijnt.

Citaat
“Zoals filosofen zich eerder gesteld zagen voor de theodicee – de vraag hoe God gerechtvaardigd kan worden in het aangezicht van het lijden – ziet Silicon Valley zich geconfronteerd met het probleem van de ‘technodicee’: hoe kan het kwaad bestaan in een door techniek geregeerde wereld?”

Gevangen in data
Kijk één keer een filmpje van Forum voor Democratie, en je staat bij Facebook bekend als een jonge man met rechtse sympathieën, waarna je ineens advertenties voor die doelgroep binnen krijgt. Je dataprofiel is kennelijk aangevuld met nieuwe informatie waarin je jezelf vaak niet herkent.

Als je je dataprofielen met jezelf vergelijkt, ontsnapt er iets. In navolging van John CheneyLippold, expert in digitale studies, noemt Rasch wat niet in data gevat kan worden het else. Ze beschouwt het als een ethische opgave om het else steeds opnieuw onder woorden te
brengen, in andere vormen van spreken, in woorden die niet precies in elkaar vertaalbaar zijn maar de rijkdom van menselijk taal laten zien.

Eén manier om gevoeligheid voor het else te ontwikkelen, is door aandacht te geven aan nutteloze details. Neem het steentje in je zak dat zo speciaal aanvoelt. Zo’n steentje staat los van leeftijd, sekse, klasse. ‘Dat steentje kan bij iedereen in zijn zak zitten en toch is het hyperindividueel. Jouw steentje is het mijne niet.’ Zo creëert een detail een psychische open ruimte – waar we kunnen rebelleren tegen de gladde, frictieloze wereld, meent Rasch. Hier is een essayist aan het woord die filosofische, literaire en politieke perspectieven speels met elkaar combineert.

Redenen om dit boek niet te lezen
Rasch begeeft zich op een jong en hip terrein, vol maffe termen waarvan je de noodzaak kunt betwisten, zoals math-washing, normoten, de-automatons en fauxtomation. Het boek bekritiseert allerlei filosofische aspecten van digitalisering, maar een afgebakende discussie
ontbreekt. Dat kan een lezer vervelend vinden. Het boek laat zich lastig samenvatten, schrijft Rasch zelf. Ook bekritiseert ze nauwelijks andere denkers. Alleen Yuval Noah Harari (‘Homo Deus’) krijgt kritiek, omdat zijn toekomstbeeld van de mens als algoritme weinig ruimte laat voor alternatieven.

Reden om dit boek wel te lezen
Rasch haalt veel overhoop, en dat doet ze in altijd frisse zinnen. Ze benut perspectieven die ze interessant vindt, en bewerkt ze of verrijkt ze, ze laat liggen wat haar niet boeit. Ze voert de lezer langs allerlei denkers en ideeën die bepaald niet mainstream zijn. Al doende laat ze zien hoe data onze wereld zijn gaan regeren. Ze lijken nauwkeurig, maar kunnen levens
verwoesten door hun onnauwkeurigheid; denk aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst. Data beschrijven ons alsof we meetbare types zijn, voor wie vrijheid, rechtvaardigheid en zelfbeschikking niet bestaan.

Eerder verschenen in Trouw en op tannydobbelaar.nl

Recensie door: Remco Nieberg

Data en de ethiek van de feilbaarheid

[Recensie] Data zijn het nieuwe goud, hoor je tegenwoordig. Vergaande digitalisering heeft het door Shoshana Zuboff zo gedoopte surveillancekapitalisme mogelijk gemaakt: een kapitalistische orde waarin data het meest waardevolle bezit vormen. In een post-digitale wereld produceren wij met vrijwel alles wat we doen data, die worden verzameld en gebruikt om dataprofielen van ons op te stellen. Deze dienen om ons gedrag in kaart te brengen, te voorspellen én te manipuleren, wat uiterst waardevol blijkt voor de advertentiemarkt, propagandadoeleinden (zie bijvoorbeeld het Cambridge Analytica-schandaal) en overheidssurveillance.

De ongebreidelde verzameling van persoonlijke gegevens, vaak op voor de geprofileerde ondoorzichtige wijze, roept ethische vragen op. De data-ethiek die zich hiermee bezighoudt onderzoekt wat verantwoordelijk en rechtvaardig is als het aankomt op het verzamelen, gebruiken en verhandelen van data, met een nadruk op privacy en data-eigenaarschap. Hoe belangrijk ook, dit soort vragen vertrekken zelf vanuit het dataïstische waardestelsel en laten na het te bevragen, zo beargumenteert Miriam Rasch in Frictie. Ethiek in tijden van dataïsme. Wat daarentegen nodig is volgens haar, is een kritisch onderzoek naar het wereld- en mensbeeld waarop wat zij het dataïsme noemt, “het geloof dat alles wat bestaat te vertalen is in digitale data en dat daarmee de wereld de goede kant op te duwen is”, is gebaseerd.

Dit wereldbeeld berust volgens Rasch op wat zij met een aan Rafael Capurro en Michael Eldred ontleende term ‘digitale ontologie’ noemt. Digitaal heeft hier niet in eerste instantie betrekking op moderne computertechnologie, maar duidt op telbaarheid: in een digitale ontologie verschijnt de wereld aan ons als telbaar. Rasch spreekt in dit verband ook van ‘werkelijkheidsproductie’: de getallen die we gebruiken om de werkelijkheid te begrijpen, produceren haar net zo goed. Het is een wereld waarin zijnden verschijnen als duidelijk van elkaar onderscheiden, en dus telbaar, elk weer onder te verdelen in zijn eigen discrete, telbare onderdelen.

Het vertalen van de wereld in getallen houdt een schijn op van exactheid, objectiviteit. Digitaliteit veronderstelt exacte metingen, maar juist die zijn onmogelijk, stelt Rasch onder verwijzing naar de wiskundige Giuseppe Longo: “Exacte en met zekerheid te calculeren toestanden doen zich in de fysieke natuur helemaal niet voor. De vertaling naar 1 en 0, het isoleren van een signaal uit ruis, is daarom altijd een afronding.” Wat verloren gaat achter die opgehouden exactheid, is juist de ruis, dat wat zich niet makkelijk laat onderscheiden en dus geen plek heeft in de digitale ontologie.

Voor een ethische perspectief op dit wereldbeeld, schaart Rasch zich achter een uitspraak van Simone de Beauvoir: “Sans échec, pas de morale.” Onze kennis van een situatie of probleem, en de gevolgen van ons handelen daarin, zal altijd tekortschieten. Het stellen van de vraag naar het goede impliceert dat we niet weten wat dit goede is. Dit betekent dat frictie aan de basis ligt van ethiek, aldus Rasch: juist onze onoplosbaar problematische verhouding tot onszelf en onze wereld noopt ons tot het stellen van ethische vragen. In het dataïsme is daarentegen juist sprake van een streven naar seamless design: problemen zijn fundamenteel oplosbaar, en om te garanderen dat de digitale technologie de oplossing kan bieden moet zij frictieloos werken. Volgens Rasch zal zo “met het echec ook de ethiek verdwijnen.”

Toch werkt Rasch dit ethische raamwerk niet verder uit, waardoor onduidelijk blijft wat zij precies onder ethiek verstaat. Zo lijkt ze de bron te verwarren met het doel: dat ethiek ontstaat uit mislukking, wil niet zeggen dat ze die ook moet nastreven. De ethische vraag stellen impliceert weliswaar dat we niet weten wat het antwoord is, maar ook dat we streven naar iets wat als antwoord kan gelden. De bekende ethische stromingen – deugdethiek, utilitarisme en deontologie – formuleren inderdaad allemaal hun eigen antwoorden. Rasch neemt een meta-ethisch standpunt in door te stellen dat de onzekerheid die ten grondslag ligt aan de ethiek fundamenteel en onoplosbaar is, maar laat na de implicaties van dit standpunt uit te werken. Waarin verschilt het antwoord dat het dataïsme ons biedt van andere antwoorden – waarom is juist hier de ethiek in gevaar?

Dat er geen plaats is voor ruis in het dataïstische wereldbeeld, betekent dat de vertaling van de wereld in getallen altijd onvolledig is. Dit is ook wat we ervaren wanneer we worden geconfronteerd met onze ‘data-selfie’, ons eigen dataprofiel. Dit is een vervreemdende ervaring van wat Rasch in navolging van John Cheney-Lippold het ‘else’ noemt: ‘De ervaring van vervreemding die het else oproept is een ervaring van frictie. Frictie tussen data en dat wat de data representeren, die op haar beurt frictie oproept in je binnenste, je halt doet houden, nog eens doet kijken, laat lachen van verontwaardiging of ongeloof.’

Deze frictie is echter niet uniek voor het dataïsme. Zo wordt het ‘gat’ tussen woord en wereld al langer gethematiseerd in de filosofie, en kan worden gesteld dat in elke vertaling van de werkelijkheid iets verloren gaat. Rasch verzet zich er echter tegen dit wat verloren gaat te beschouwen als ‘het onzegbare’: “Het is een cruciaal inzicht: het mysterie kan blijven bestaan, ook zonder het uiteindelijk onzegbaar te achten. Het kan alleen niet definitief worden gezegd; het vraagt om een voortdurend opnieuw zeggen.” We worden zo telkens genoopt tot nieuwe vertalingen – nieuwe pogingen om de werkelijkheid te duiden – in het besef van de feilbaarheid en tijdelijkheid van deze vertalingen.

Uiteindelijk lijkt Rasch’ kritiek op het dataïsme vooral gericht tegen het gebrek aan zulk een besef van feilbaarheid. De alomvattende claims van het dataïsme stellen de wereld voor alsof deze volledig in data te vatten is. Het doet zich voor als de enige juiste weergave van de werkelijkheid, maakt tegenspraak onmogelijk, en ontneemt bovendien andere vormen van ‘werkelijkheidsproductie’ aan het zicht. Deze kritiek reikt echter verder dan het dataïsme: in feite is het toepasbaar op ieder wereldbeeld dat al te universeel en definitief is in zijn claims – en zulke wereldbeelden komen nog al te vaak voor in onder meer de filosofie, wetenschap en politiek.

Net als eerder in Zwemmen in de oceaan. Berichten uit een postdigitale wereld (2017) bewijst Miriam Rasch zich in Frictie als een uitstekende verstaander van digitale technologie en cultuur: ze laat zich niet verleiden tot oppervlakkige technologiekritiek, maar neemt de technologie serieus en plaatst haar op kritische wijze in een culturele en intellectuele context. Weliswaar komt in haar essayerende stijl associatie te vaak in de plaats van argumentatie, maar dit maakt tegelijkertijd dat haar betoog rijk is aan onderwerpen en invalshoeken.

Met Frictie schreef Rasch niet alleen een kritiek op het overheersende dataïstische wereld- en mensbeeld, maar tevens een pleidooi tegen al te aanmatigende interpretaties van de werkelijkheid, en voor het inzien van de feilbaarheid die onderdeel is van onszelf én al onze vertalingen van de wereld: alleen zo blijven we ontvankelijk voor een alternatieve kijk op de wereld en onszelf.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Dataïsme is het geloof dat alles te vertalen is in data. Data leggen

de wereld vast en maken haar beheersbaar. Maar voor wie en

met welk doel? Ethische dilemma’s rondom data worden vaak

gereduceerd tot zaken als privacy en regulering, terwijl de onderliggende

aannames van het dataïsme zelden ter discussie

staan. Is de mens echt als algoritme te begrijpen? Wat gebeurt er

met de dingen die niet in data te vatten zijn? En waarom wordt

de dataïstische toekomst voorgesteld als onvermijdelijk?

Tegenover het ideaal van een geautomatiseerde wereld die ons

gevangenhoudt in een onzichtbaar net, stelt Miriam Rasch een

herwaardering van frictie. Frictie is een geduchte strategie van

hen die strijden voor emancipatie of zich teweerstellen tegen de

eis van transparantie en constante communicatie. Rasch opent

de weg naar ‘de-automatisering’ als mogelijkheid om woorden

en dingen weer als nieuw te laten schijnen. Hoe kunnen we in

dataïstische tijden ons eigen verhaal blijven vertellen?

Toon meer Toon minder
€ 22,99

Verwachte leverdatum: woensdag 10 maart


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789403183602
Verschijningsdatum
mei 2020
Druk
1
Aantal pagina's
240 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Bezige Bij b.v., Uitgeverij De

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden