Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

De dokter is uw kameraad niet

Uit het leven van Guust van Mol

Auteur(s): Louis van Dievel
Taal: Nederlands
0,2125/5
2 recensies
De dokter is uw kameraad niet
De dokter is uw kameraad niet
De dokter is uw kameraad niet

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Jan Stoel
4,5/5

Wat een verhaal! Wat een man!

[Recensie] Based on a true story staat in het voorwoord van De dokter is uw kameraad niet, de nieuwe roman van Louis van Dievel (1953). Maar is het wel een roman? Is er sprake van fictie? De uitgever spreekt van een biografictie. Misschien wel de juiste term. Louis van Dievel beschrijft het leven van Guust Van Mol, het pseudoniem voor Jan Van Duppen (geb. 1953),  Vlaams arts en ex-politicus (niet te verwarren met zijn overleden broer en “kiwi-dokter” Dirk Van Duppen). Het is een goed geschreven episch levensverhaal. En het zet je aan het denken.

Van Mol groeit op in de Kempen. Hij komt in zijn studententijd terecht bij de marxistische politieke partij AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders), de voorloper van de in 1979 opgerichte Partij Van De Arbeid in België (niet te verwarren met de sociaaldemocratische Nederlandse PVDA). Van Mol is een geëngageerd, fanatiek maoïst. De naam Guust Van Mol was zijn pseudoniem bij AMADA. Van Mol wordt zelfs parlementslid. Hij eindigt als hij de zestig is gepasseerd op de rechtervleugel van het politieke spectrum als conservatief.

Louis Van Dievel weet dit markante leven neer te zetten in een met vaart geschreven verhaal. Hij ontleedt de psychologische ontwikkeling van Van Mol nauwgezet. Hij toont het proces dat plaatsvindt bij iemand die zijn idealen moet aanpassen aan de realiteit en daardoor langzamerhand van politieke kleur verandert. Guust Van Mol is een intellectueel, een idealist. Hij is consequent, radicaal in zijn keuzes, maar door zijn rechtlijnigheid zorgt hij ervoor dat hij regelmatig de mensen tegen hem in het harnas jaagt. Hij is uiterst kritisch voor zichzelf. Hij is onvermoeibaar en offert zichzelf en zijn gezin op voor de goede zaak. 

Door verschillende perspectieven te kiezen, gebruik te maken van documenten uit het persoonlijke archief van Van Mol (lees Van Duppen) ontstaat een wat breder maatschappelijk beeld dan alleen het leven van Van Mol en ontstaat een gelaagd verhaal. Thema’s zijn geloof, loyaliteit, idealisme versus realiteit, collectiviteit versus individualiteit, politiek die alleen denkt aan zichzelf, teleurstelling, verbittering en niet in de laatste plaats de liefde voor de mens. Het verhaal is doorspekt met milde ironie, humor en anekdotes om van te smullen. Het brengt ook kwesties naar voren als het omgaan met homoseksualiteit en euthanasie (de moeder van Guust onderging euthanasie evenals zijn broer Dirk in maart 2020).

Het woord geloof speelt een centrale rol in het verhaal: geloof in een overtuiging, maar ook in jezelf. De roman begint in het katholieke Vlaanderen van de tweede helft van de twintigste eeuw. De moeder van Guust wil naast haar vier zoons dolgraag een dochter en laat de nonnen ‘overlezen’, zonder succes natuurlijk. Vader is hoofdonderwijzer, autoritair en schuwt lijfstraffen niet. Guust is de oudste, moet dus de beste zijn, loopt de nodige klappen op. Hij is een woelwater, een dwarsligger, wordt van school gestuurd. Op zijn dertiende wordt hij naar het internaat gestuurd, waar men pedagogisch vooruitstrevend is. Er gaat een nieuwe wereld voor hem open aan het eind van de jaren 1960, begin jaren 1970. De Vietnam-demonstraties, het lezen van Marcuse, de discussies over vrijheid, recht en onrecht, en seks doen hem beseffen dat “de wereld groter is dan de Kempen.” In 1969 komt hij met AMADA in aanraking en is hij verkocht.

“Hier werd het ware geloof gestrooid, je hoefde het slechts op te rapen. Het was de oplossing voor alles.”

Hij heeft gezien

“dat wat de kerk, de school en de ouders voorhielden over armoede en onrecht bestrijden, vrede bewaren, het goede doen, niet strookte met de praktijk van dezelfde kerk, school en ouders.”  

Opvallend dat hij zich eerst aan zijn autoritaire vader wil ontworstelen, dan aan het katholieke geloof en toch kiest voor een autoritair geleid AMADA.

Guust, de beroepsrevolutionair, doet alles voor de partij, wordt erin opgezogen, breekt zijn studie af, wordt arbeider, werkt in de mijnen, in een asbestfabriek, wil zich proletariseren, wil de wereld verbeteren. Dan begint het idealisme te schuiven. Hij merkt bijvoorbeeld dat de kompels helemaal niet willen proletariseren, maar in nette wijken met mooie huizen en grote tuinen wonen, het goed hebben. Uiteindelijk komt hij erachter dat hij ‘opgevreten werd door de sekte van AMADA’, ziet hij de indoctrinatie.  Zelfs het huwelijk van Guust wordt bepaald door de partij! Het vergt moed om de ‘sekte’ te verlaten.  

Hij besluit geneeskunde te gaan studeren, tegen de zin van AMADA in.  Zo kan hij de onderdrukten, zieken en zwakken helpen. Een excursie naar Albanië, het mekka van de maoïstische staat, en een reis naar het ‘beloofde land’ China leveren ontnuchterende ervaringen op.  De Chinezen verlangen naar privébezit en hebben de buik vol van de Culturele Revolutie.  En ook binnen de partij zijn “sommigen meer gelijk dan anderen.”

Als huisarts in Turnhout sluit hij zich bij de socialistische mutualiteit aan. Hij wil een interdisciplinair gezondheidscentrum, maar stuit op verzet van zijn collega-huisartsen, die alles bij het oude willen houden. Hij wordt lid van de Vlaamse sociaaldemocratische partij SP (nu SP.A), wordt gekozen in het Vlaams Parlement, maar stuit in de SP ook weer op ‘kadaverdiscipline.’  Hij keert de politiek de rug toe en wordt succesvol huisarts in Charlois in Rotterdam. Guust komt daar in aanraking met het gedachtegoed van de conservatief denkende Theodore Dalrymple, komt erachter dat wat hij altijd geloofd heeft niet klopt en wordt conservatief: “Solidariteit is vooral goed voor het ego van wie solidair is.” Hij fileert de islam en de ontwikkelingssamenwerking.

De roman legt ook genadeloos de gang van zaken bij AMADA, PDVA en SP/SP.A vast. De grote mannen van de SP.A, Steven S. en Patrick J. (van Dievel werkt steeds met initialen) komen er niet goed van af: geen inhoud, alleen maar populisme. Louis van Dievel houdt ons daarmee ook wel een spiegel naar de maatschappij voor.

Van Mol concludeert: “Gesloten denken is totalitair, behoudsgezind en nefast voor een maatschappelijke en culturele ontwikkeling.”  Wat een verhaal! Wat een man!

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles

Recensie door: Nathalie Brouwers
4/5

Een razend interessant en fascinerend verhaal

[Recensie] Hoe komt iemand er toe om alles over te hebben voor en volledig zijn leven te laten bepalen door een groep mensen/partij die dit van je vraagt, of toch voor een bepaalde periode? Dit is de overheersende vraag die me blijft achtervolgen na het lezen van het nieuwste boek, een ‘biografictie’, van Louis van Dievel, zoals hij dit zelf noemt: De dokter is uw kameraad niet.

Het boek gaat over het leven van Guust Van Mol, oftewel Jan Van Duppen, die schuilgaat achter dit pseudoniem. Bij de naam Van Duppen denken veel Vlamingen aan de geëngageerde ‘(Kiwi-)Dokter van het volk’, Dirk Van Duppen (1956-2020) die in dit voorjaar overleed aan pancreaskanker. Het levensverhaal van deze dokter, opgeschreven door EPO-redacteur Thomas Blommaert, Zo verliep de tijd die mij toegemeten was, las ik niet zo lang na diens dood tijdens een golf van solidariteit die toen terug de kop opstak. Bij de Van Duppens, een familie uit de Kempen, waren verschillende zonen: Jan was de oudste zoon uit dit onderwijzersgezin.

Louis van Dievel, gepensioneerd journalist en schrijver die ook al veel watertjes doorzwommen heeft, en gewezen trotskist, is toch bevriend geraakt met de ex-marxist/leninist Jan Van Duppen, die de begindagen van de toen marxistisch-leninistische partij AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders) heeft meegemaakt en jaren later toch erg naar conservatief-radicaal rechts is doorgeschoven volgens mij, finaal verloor deze Jan Van Duppen volledig zijn geloof in de partijpolitiek. Trotskisten en marxisten stonden in hun hoogdagen – naar verluidt – tijdens en na dat gezegende jaar 1968 lijnrecht tegenover elkaar. Louis van Dievel over het verschil tussen beiden: “De trotskisten waren iets democratischer en we zaten liever op café dan dat we vroeg opstonden om aan de fabriek te gaan staan.” (Bron: Lang zullen we lezen/Canvas).

Jan Van Duppen wordt in het boek Guust Van Mol, zijn pseudoniem bij de Amadezen, zijn familie krijgt andere namen en bekende en minder bekende politici worden met de voornaam en de initiaal van hun achternaam aangeduid, waaronder Kris M, Steve S en Patrick J. Dit omdat het een boek is over het personage van Louis van Dievel en een boek slechts een selectie kan bevatten uit een leven. Ook al schetst de schrijver het waarom voor deze kunstgrepen in zijn voorwoord, ware het handiger geweest dat sommige oudere en minder bekende namen toch beter op te zoeken waren geweest voor niet-generatiegenoten… Just sayin’.

De geselecteerde informatie in het boek komt echter volledig overeen met het leven van Jan Van Duppen, fictief is het boek allerminst, dus toch geen roman? In zijn bekende zwierige stijl maakt Louis van Dievel van het levensverhaal van Guust Van Mol een fascinerend meeslepend boek. De verschillende levensfasen van deze Van Mol worden afgewisseld met teksten uit een groot archief aan notities en brieven die de schrijver mocht gebruiken.

Jan Van Duppen werd in 1968 meegezogen in de marxistisch-leninistische idealen: eerst ontdekte hij in Lier, waar hij sinds zijn dertiende naar de progressieve rijksnormaalschool ging, het linkse Werksentrum (ja, ook progressief gespeld), nadien aan de KU Leuven de MLB, de Maoïstisch-Leninistische Beweging, en toen ging hij samen met zijn kameraden in 1969 op een dag naar Antwerpen waar in 1970 de jonge partij AMADA zou ontstaan. Die ontwikkelt zich in 1979 dan weer verder tot de Vlaamse socialistisch-communistische partij PVDA. Jan brak zijn eerste studie Psychologie af – tot grote spijt van zijn ouders die zich zoals zovele ouders hadden opgewerkt en hun kinderen wilden laten studeren – om dan zoals vele andere partijleden te gaan proletariseren, te gaan werken in de vuilste fabrieken, in zijn geval in Antwerpen en Limburg. De beschrijving van wat Jan in de Beringse mijnen maar ook in een asbestfabriek in Mol heeft meegemaakt, hakt er ferm in. Volgens Jan verdienden die arbeiders zeker niet minder dan de academici van die tijd en konden ze goed sparen, waardoor deze niet echt een boodschap hadden aan de leer van AMADA; de arbeidsomstandigheden waren toen andere koek. Nadien zouden zowel Jan als Dirk opnieuw gaan studeren voor huisarts aan de Universiteit Antwerpen.

Jan deed eerst alles voor de partij en zette er zelfs zijn gezondheid voor op het spel. Het was een soort sekte, geeft hij zelf toe. Maar toen begon zijn denken om te slaan, en toen hij te kritisch was geworden volgens de partijtop, maakte men het er naar dat hij half zelf opstapte, half de laan werd uitgestuurd. Dit gebeurde in 1986. Jan laat in dit boek in primeur optekenen dat zelfs Dirk Van Duppen er toen aan dacht om de PVDA te verlaten, maar dat men er toen alles aan deed om de toen al populaire dokter bij hen te houden. Jan groeide zelf ook uit tot een populaire huisarts door zijn praktijk in Turnhout i.s.m. de Socialistische Mutualiteiten, en kwam zo bij de sociaaldemocratische SP.A terecht. Zijn gal over de zogenaamde ‘Teletubbies’, of de machtspolitici van de SP.A toen, Steve Stevaert en Patrick Janssens met name, is echter na die periode zo mogelijk nog zuurder dan t.o.v. de PVDA.

Het boek bevat enorm veel informatie en er is eigenlijk te veel interessants om over te vertellen wat op zich een goed teken moet zijn. Enkele elementen die me toch enorm frappeerden, waren onder andere het afreizen van ‘Johan Van Mol’, oftewel Dirk Van Duppen naar Beiroet, Libanon en de gijzelingszaak rond Jan Cools die broer Jan de partijtop enorm kwalijk heeft genomen en de genaamde Kris M vol voor de voeten heeft geworpen; meer geschiedkundige achtergrondkennis over de nu succesvolle boekenzaak De Groene Waterman waar Jan en zijn vrouw blijkbaar nog aan meegewerkt hebben in de beginjaren; en de menselijkheid die zowel dokter Jan als dokter Dirk in hun beider praktijken aan de dag moeten hebben gelegd naar hun patiënten toe. Ook al hadden ze op politiek vlak volledig gebroken met elkaar, hadden ze dit duidelijk toch gemeenschappelijk.

Jan Van Duppen heeft na zijn lidmaatschap bij de SP.A en een vierjarig mandaat in het Vlaams parlement voor die partij een aantal jaren in het grootstedelijke multiculturele Rotterdam gewerkt, in de wijk Charlois, en daar door hard werken een interdisciplinair centrum opgebouwd. Dat lukte hem in Turnhout door enorm veel tegenwerking van zijn collega-huisartsen eerst niet, omdat hij er zijn tijd duidelijk mee vooruit was. Zo heeft hij ook de gezondheidszorg in Nederland goed leren kennen en heeft hij deze kunnen vergelijken met de Belgische. Voor de VRT-nieuwssite heeft hij gedurende een aantal jaren over de Nederlandse gezondheidssector nog blogartikels geschreven. In Rotterdam heeft hij ook de ideeën van Theodore Dalrymple leren kennen, een oerconservatieve arts en denker. Sindsdien vindt hij de ideeën van goed doen en solidariteit maar flauwekul, omdat we dit enkel zouden doen om onszelf beter te voelen.

Door het fileren van de islam zowel als de ontwikkelingssamenwerking en precies het kind met het badwater weg te gooien, zie ik in hem geen figuur die gemakkelijk water bij de wijn kan doen of het op een akkoordje kan gooien. Respect wel voor zijn tentoongespreide eruditie, onder andere in het Vlaams parlement, en zijn nu op schrift gestelde belevenissen en levenservaring. Hij is een kenner van grote literatuur. Hij rekent genadeloos af met AMADA/PVDA waar dit boek zeker hard aangekomen moet zijn, en de SP.A waar hij bij de grote mannen van zijn tijd “geen inhoud vond, alleen populisme”. Het verhaal dat Louis van Dievel hier heeft neergezet van deze man, is zeker blijven nazinderen.

Eerder verschenen op Hebban

Samenvatting

Guust Van Mol – een pseudoniem – is al op jonge leeftijd een fanatieke maoïst bij Amada, de voorloper van de PVDA. Op aanraden van de enig zaligmakende marxistisch-leninistische partij breekt hij zijn universitaire studies af om in een fabriek te gaan werken. ‘Proletariseren’ heet dat in het begin van de jaren zeventig. Guust werkt in een asbestbedrijf, delft naar kolen en rijdt met de tram. Elke vrije minuut steekt hij in de opbouw van de revolutionaire partij. Zeer tegen de zin van zijn kameraden gaat hij op latere leeftijd geneeskunde studeren. Hij breekt met de partij na een ontnuchterende studiereis naar China. Van Mol wordt huisarts in Turnhout en veroorzaakt daar reuring. Hij wordt actief bij de Sp.a, schopt het zelfs tot Vlaams parlementslid, maar verlaat uiteindelijk ontgoocheld de partijpolitiek. Hij zoekt asiel in Rotterdam, waar hij tien jaar lang huisarts is in een achterstandswijk. Hij maakt er kennis met de boeken van de oerconservatieve arts en denker Theodore Dalrymple. Alles waar Guust ooit in geloofde, besluit hij, berust op een leugen. Je helpt mensen niet door solidair te zijn.

Louis van Dievel is journalist en auteur. Zijn roman 'De pruimelaarstraat' prijkte op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2007 en 'Hof van Assisen' werd bekroond met de Knack Hercule Poirotprijs 2012. Zijn recentste roman 'De onderpastoor' kende vier drukken.

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: donderdag 13 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789460018602
Verschijningsdatum
mei 2020
Druk
1
Aantal pagina's
368 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Categorieën

Uitgever
Vrijdag, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen