Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Spinozaland

De ontdekking van de vrijheid – Amsterdam, 1677

Auteur(s): Maxime Rovere
Taal: Nederlands
0,15/5
2 recensies
Spinozaland
Spinozaland
Spinozaland

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marcel Hulspas

Een genot om te lezen

[Recensie] De regen kwam met bakken uit de hemel. Maar de schipper stelt de reiziger gerust. “Springt u maar op de wal. En dan links, rechts en nog een keer rechts, daar is het huis van de chirurgijn.” En korte tijd later vond hij inderdaad het gezochte huisje. De meid deed open en de bezoeker stelt zich in het latijn voor: “Oldenburg, nobili saxo. Ik wens de heer Spinoza te spreken…”

Was het écht slecht weer, die dag? De meid verstond de bezoeker niet, vertelt Maxime Rovere – verstond de schipper hem wél? Of voelde de schipper aan dat zulk hoog bezoek maar één doel kon hebben: Bento de Spinoza? Het is het eeuwige probleem bij ‘geromantiseerde’ non-fictie: de werkelijkheid is altijd verwarrend en chaotisch, en een roman moet nu eenmaal vaart maken.

Vaart, dat maakte Henri Oldenburg in elk geval, in die zomer van 1666. De wetenschapper/diplomaat reisde al geruime tijd door Europa, op zoek naar de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘Nieuwe filosofie’. Zo kwam hij ook in Amsterdam, waar hem werd verteld dat hij ook langs Rijnsburg moest gaan, het ballingsoord van Spinoza. Spinoza begreep onmiddellijk dat hij een voorname gast over de vloer had. De heren zetten zich op een bankje (p. 262/263):

“Ze beginnen te praten over de erfenis van Descartes, van Bacon, over het bestaan van God, over het verschil tussen lichaam en geest… Zo begint er tussen deze beide mannen, ‘die de waahyt opregtelijk beminnen,’ een ongebruikelijke relatie (…) de aanvang van een soort van verstandhouding die zo zeldzaam en bijzonder is, dat ze vandaag de dag bijna ondenkbaar is. (…) Zonder er zich echt van bewust te zijn, brengt hun gedeelde interesse hen ertoe, beurt voor beurt, dingen onder woorden te brengen die ze nooit eerder tegen iemand hebben gezegd. Naarmate hun durf en vertrouwdheid groeit, is het alsof hun woorden steeds beter kloppen, alsof de lucht zuiverder wordt, alsof de dingen in het Universum veranderen in een groots golvenspel dat hen zachtjes wiegt.”

Ook dát is geromantiseerde non-fictie. Waar non-fictie kan volstaan met de mededeling dat Oldenburg en Spinoza het goed met elkaar konden vinden, begint in Spinozaland het Universum te golven.

Draagt al die dichterlijkheid iets bij? Draagt het überhaupt iets bij om Spinoza’s leven te ‘romaniseren’? Wiep van Bunge, onze ‘nationale’ spinozakenner, meent van wel. In de inleiding bij Maxime Rovere’s Spinozaland schrijft hij dat Rovere op deze manier de gaten in onze biografische kennis “naar believen” kan inkleuren maar daarnaast laat zien dat Spinoza “de aanjager en uiteindelijk de belangrijkste woordvoerder [was] van een hele generatie van Amsterdamse vrijdenkers” en dat zijn werk ontstond uit “een permanente interactie met zijn onmiddellijke omgeving”.

Dat laatste is zeker waar, en vormde ook heel lang een onderbelicht aspect van ’s mans leven. Sinds de Spinozaverering opkwam, nu zo’n anderhalve eeuw geleden, wordt Spinoza vaak afgeschilderd als een verheven, onbegrepen ziel, vastgezogen in de Hollandse klei, omringt door nitwits. Maar dat beeld werd vanaf 1945 vaak en stevig gecorrigeerd – en Rovere maakt uiteraard goed gebruik van alles wat sindsdien allemaal boven water is gehaald. Maar ‘aanjager’ en ‘woordvoerder’? Andere Hollandse vrijdenkers liepen veel meer in het oog, en timmerden veel meer aan de weg.

Daarbij komt dat die collega-vrijdenkers er in Spinozaland toch wat bekaaid van afkomen. Rovere schetst geen tijdperk of cultureel klimaat; het blijft een (geromantiseerde) biografie van Spinoza. Anderen vervullen bijrollen. Met twee uitzonderingen. Rovere besteedt (en dat is origineel) uitgebreid aandacht aan de ondergang van de vrijdenker Franciscus van den Enden, die naar Parijs was verhuist en betrokken raakte bij een samenzwering tegen Lodewijk XIV. Hij schreef een grondwet voor een vrije Bretonse republiek, een werkstuk dat hem op het schavot bracht.

En we vernemen het tragische levensverhaal van Niels Stensen, alias Nicolas Steno, de Deense arts die in heel Europa geroemd werd om zijn geniale anatomische dissecties, en die tevens de grondlegger is van de moderne geologie – maar op het hoogtepunt van zijn carrière koos voor het katholicisme. Dat ‘verraad’ werd hem door alle filosofen uiteraard niet in dank afgenomen. Voor hen stond de Kerk gelijk aan onderdrukking en bijgeloof. Maar ook Steno zélf raakte uiteindelijk in een (tweede) geestelijke crisis, en stierf onder erbarmelijke omstandigheden.

Spinoza, stilletjes werkend in Rijsburg en daarna in Voorburg en Den Haag, werd door de Hollandse vrijdenkers zeer gerespecteerd, maar hij was te veel een denker, en ook te ‘duister’, en zijn productie was te bescheiden om echt ‘woordvoerder’ van de beweging te zijn. Hij was anders dan andere, dát was wel duidelijk. En vooral dankzij Oldenburg, die veel langer in Rijnsburg bleef dan hij van plan was en diep onder de indruk raakte, maakte heel intellectueel Europa kennis met Spinoza’s inzichten.

Systematisch, logisch, maar ook vermoeiend abstract, bouwde Spinoza aan het fundament voor een nieuwe wereldbeeld. Velen begrepen er niets van, anderen briesten van verontwaardiging, weer anderen (waaronder Oldenburg) keken vol verwachting uit naar wat Spinoza nog meer zou brengen. Misschien wel de enige ‘nieuwe filosoof’ die niet onder de indruk was, sterker: die niets van Spinoza moest hebben, was Christiaan Huygens. De overambitieuze Huygens weigerde te accepteren dat een landgenoot slimmer en beroemder was dan hij. Een eerste ontmoeting werd een mislukking, en Spinoza bleef voor Huygens ‘die jood’, zoals hij hem snerend aanduidde.

Regen of niet, Spinozaland is een genot om te lezen. Afgezien van de passages waarin het Universum golft, of waarin Rovere dapper probeert om Spinoza’s toch vaak duistere filosofie op bloemrijke wijze uit te leggen, leest het boek als een trein. Rovere schetst een levendig beeld van de kibbelende joodse gemeenschap in Amsterdam, van de strijd tussen voor-  en tegenstanders van het nieuwe denken en van de politieke verwikkelingen in die jaren. Met name de moord op de gebroeders de Witt greep Spinoza erg aan. Leibniz, een andere grootheid die bij Spinoza langskwam en diep onder de indruk raakte, vertelde hierover later:

“Hij zei me dat op de dag dat de gebroeders De Witt gelyncht werden, hij de straat wilde oprennen om een plakkaat op te hangen op de plaats van de moordpartij met de woorden Ultimi barbarorum – de ergsten onder de barbaren. Maar zijn huisbaas sloot hem op om hem te belemmeren naar buiten te gaan en zo de kans te lopen zelf in stukken gescheurd te worden.”

Rovere komt na dit citaat met zijn eigen versie van het gebeuren:

“‘Hendrik doe open! brult Spinoza terwijl hij op de deur van zijn kamer bonkt. Hendrik! Hendrik! Hendrik!’
‘Ik… Ik kan het niet Benedictus. Het spijt me maar… ik kan het niet!'”

Et cetera.

Spinoza was altijd al ziekelijk, en stierf in 1677. Op dat moment verrichtten zijn vrienden hun grootste daad: ze zetten alles op alles om alle nagelaten geschriften te verzamelen, en zo snel mogelijk uit te geven, voordat Spinoza’s tegenstanders zijn nalatenschap in handen kregen. (De lezer is dan omstreeks pagina 520 van de 560, dus waarom de uitgever het boek de ondertitel De ontdekking van de vrijheid – Amsterdam, 1677 heeft meegegeven is deze recensent een raadsel. Net als waarom voor de omslag een schilderij is gebruikt van de Amsterdamse beurs.) Het zijn deze Opera Posthuma geweest, die de faam van Spinoza voorgoed hebben gevestigd. Eindelijk, eindelijk, kreeg Leibniz nu de Ethica onder ogen, dat boek waarover al zoveel jaren werd gesproken. Hij ploeterde zich een weg door Spinoza’s stellingen, piekerde zich suf, hoorde de stem van een groot denker – en verwierp de inhoud radicaal. De Ethica zou het einde betekenen van elk godsgeloof, elke moraliteit. En Leibniz stond hierin niet alleen. Er volgde een ware maalstroom van anti-Spinoza geschriften. Een nieuw tijdperk was aangebroken.

Eerder verschenen op Sargasso

Recensie door: Arnold Heumakers
3/5

Over de reputatie van een verlicht denker

Dat Spinoza geen moderne liberaal was, staat buiten kijf. Maar hem verbinden met het fascisme, is wel heel bizar.

[Recensie] Tijdens zijn leven en nog lang daarna werd Nederlands grootste filosoof Benedictus of Bento de Spinoza (1632-1677) alom verketterd als godloochenaar en atheïst. Zijn geschriften werden verboden, zijn aanhangers vervolgd. Wat een verschil met zijn huidige reputatie. Tegenwoordig geldt Spinoza als een van de belangrijkste voorvechters van vrijheid en tolerantie. Een kampioen van de (radicale) Verlichting en de Vooruitgang, een held van het vrije denken.

Als zodanig wordt hij ook gepresenteerd in Spinozaland. De ontdekking van de vrijheid – Amsterdam, 1677 van de Franse schrijver en filosoof Maxime Rovere uit 2017, nu in soepel Nederlands vertaald door Frank Mertens en Hendrickje Spoor. Rovere’s boek heet in het Frans Le clan Spinoza, en dat geeft de strekking beter weer dan het Nederlandse Spinozaland. Rovere wil namelijk niet suggereren dat de Republiek destijds al dol was op Spinoza, maar wel dat hij niet zo geïsoleerd stond als men het soms heeft voorgesteld. Zijn verbanning op 23-jarige leeftijd uit de Joodse gemeenschap kon daarom ook een bevrijding zijn, omdat de jonge Spinoza al een nieuw geestelijk en sociaal thuis had gevonden bij een belangrijke groep Amsterdamse vrijgeesten.

Aan de leden van Spinoza’s ‘clan’ besteedt Rovere relatief veel aandacht. De avonturen van Franciscus van den Enden (van wie Spinoza Latijn leerde) mogen we volgen tot op het Parijse schavot, waar hij in 1674 stierf na het mislukken van een complot tegen Louis XIV. Een andere geestverwant, Adriaan Koerbagh, was toen al bezweken in het Amsterdamse rasphuis. Ook de omzwervingen van de Deense anatoom Niels Stensen (Steno) worden uitgebreid beschreven. Via deze tot het katholicisme bekeerde ex-vriend belandde een manuscript van de Ethica in de bibliotheek van het Vaticaan, waar het pas een paar jaar geleden werd ontdekt.

‘Eerste liberale Jood’

Rovere heeft niet zozeer een geleerde studie geschreven als wel iets dat het midden houdt tussen een documentaire en een vie romancée. Een hybridisch genre dat je ook op de televisie soms tegenkomt, denk aan de recente serie De strijd om het Binnenhof. Het is een beetje vlees noch vis. Zit je net in een leuke nagespeelde scène, komt er opeens een historicus door het beeld lopen. Als romancier maakte Rovere het gelukkig niet al te bont. Hij veroorlooft zich wel een paar grapjes, vandaar dat we een van de vertalers kunnen tegenkomen als klusjesman. Maar hoewel hij zich verzet tegen Spinoza als de “stralende, glimlachende […] apostel van de vreugde en het verlangen”, heeft Rovere het toch niet aangedurfd om dit ietwat brave standaardbeeld met behulp van fictie drastisch te corrigeren. Hij volgt de bestaande literatuur, getuige de vele noten die te vinden zijn op een speciale website van zijn Franse uitgeverij. Veel nieuws komen we daardoor niet tegen in Spinozaland, maar het caleidoscopische boek, bestaande uit losse taferelen doorregen met commentaar, biedt wel een beeldende, vlot geschreven introductie tot Spinoza’s wereld. De filosofie komt wat minder uit de verf, laat staan dat er sprake zou zijn van een originele visie op Spinoza’s denken.

Wie daaraan niettemin behoefte heeft, kan terecht bij De list van Spinoza. De grote gelijkschakeling van de Amsterdamse filosoof Victor Kal. De combinatie van titel en ondertitel klinkt omineus, en dat blijkt te kloppen, want Spinoza’s filosofie wordt door Kal met ‘het fascisme’ in verband gebracht. Niks Verlichting en Vooruitgang, maar Spinoza als fascist – is dat niet wat al te bizar? Gek genoeg zijn er enkele precedenten. Zo typeerde de Spinoza-kenner Wim Klever diens politieke filosofie in het Theologisch-politiek traktaat (1670) ooit als een vorm van ‘nationaal socialisme’. De echte nazi’s hadden doorgaans weinig op met Spinoza, vanwege diens Joodse herkomst. Zelfs een intelligente nazi als Carl Schmitt noemt hem in zijn Hobbes-studie (Der Leviathan) uit 1938 de ‘eerste liberale Jood’. Maar dat is buiten de NSB-ideoloog dr. J.H. Carp gerekend, die in Spinoza zelfs een voorloper van het twintigste-eeuwse fascisme meende te zien.

Weimar

Zo ver gaat Kal niet. Zijn – ondanks enige redundantie – zeer leesbare en bepaald uitdagende studie bevat een bijsluiter. In historische zin was Spinoza natuurlijk géén fascist, schrijft Kal. Het gaat hem enkel om een formele analogie. Intussen is het verband toch maar gelegd en de toon gezet. Hetzelfde doet Kal met de Conservatieve Revolutie, een intellectuele, antiliberale stroming uit de Weimartijd, waartoe onder anderen de bovengenoemde Schmitt wordt gerekend voordat hij zich in 1933 tot Hitler bekende. Ook Spinoza was in Kals interpretatie een revolutionaire conservatief, iemand die het predicaat ‘modern’ niet verdient, omdat in zijn filosofie geen plaats was voor een vrij en open op de toekomst gericht individualisme – volgens Kal hét kenmerk van de moderniteit.

Daar valt wel wat op af te dingen. Kal hanteert een eenzijdige, normatieve, definitie van moderniteit, terwijl de moderne wereld eerder een fundamentele verdeeldheid laat zien: ook het fascisme en de Conservatieve Revolutie horen erbij. Moderniteit houdt veel meer in dan enkel liberaal individualisme. Alleen wanneer je dat negeert, kun je Spinoza ‘voormodern’ noemen, want het is waar, een liberale individualist was hij niet.

En dan wordt Kals op het eerste gezicht idiote interpretatie alsnog de moeite waard, ook al maakt hij zich schuldig aan flink wat anachronistische vertekening. Daarin verschilt hij overigens niet van beroemde hedendaagse Spinoza-kenners als Jonathan Israel en Steven Nadler, die de neiging hebben om hem iets te veel te presenteren als een moderne liberale democraat. Op hun Spinoza-beeld vormt dat van Kal een nuttige correctie. Wat niet wil zeggen dat Spinoza’s denken als kapitale bron van de radicale Verlichting niet het nodige heeft bijgedragen aan het ontstaan van de liberale democratie.

Het domme volk

Waar zit nu de analogie met het fascisme? Die ontwaart Kal in Spinoza’s analyse (in het Theologisch-politiek traktaat) van de vorming van de Joodse samenleving onder leiding van God en Mozes, zoals verhaald in het Oude Testament. Om Kals gedachte simpel samen te vatten: Mozes gebruikte zijn lijntje naar Jahweh om de door de woestijn trekkende Israëlieten, vrij en gelijk na hun bevrijding uit de Egyptische slavernij, van hun vrijheid te beroven met behulp van de religie en zijn eigen ‘goddelijke’ imago. Gaat een fascistische Leider, die zichzelf bovenmenselijke kwaliteiten toedicht en zijn volk via de ideologie tot blinde gehoorzaamheid aan de staat verleidt, niet net zo te werk, vraagt Kal zich af. Een vergelijkbare analogie bespeurt hij in de algemene politieke theorie die Spinoza ontwerpt in het Theologisch-politiek traktaat.

Ogenschijnlijk was zijn doel, getuige de ondertitel van dit geschrift, om te bewijzen dat de “vrijheid van filosoferen” geen kwaad kon voor “de vroomheid en de vrede in de staat”, en dat vroomheid en vrede zonder die vrijheid zelfs zouden verdwijnen. In werkelijkheid, betoogt Kal op eigen gezag, vormden de eenheid van het volk en de veiligheid van de staat Spinoza’s hoofdthema. Om beide te bereiken destilleerde hij uit de Bijbel een eeuwige ‘ware religie’, los van alle tijdgebonden ‘bijgeloof’, die neerkomt op: gehoorzaamheid aan God ofwel gerechtigheid en liefde voor de naaste. Via deze ware religie zou de staat het volk tot in het ‘hart’ kunnen raken, met als gevolg eenheid en vrede.

Maar waar was de vrijheid gebleven, toch zo dierbaar aan de filosoof? Volgens Kal behield de filosoof die vrijheid alleen voor zichzelf, terwijl het domme volk via een ‘list’ (de ‘ware religie’, die de filosoof met zijn superieure redelijkheid niet nodig had) tot de gewenste gehoorzaamheid aan de staat werd gebracht. Ziedaar de ‘grote gelijkschakeling’, want dankzij die ‘ware religie’ kwamen de neuzen allemaal dezelfde kant op te staan.

Zeer gewelddadig

Gezien de inhoud van die ware religie (gerechtigheid en naastenliefde) zijn we volgens mij nog altijd mijlenver verwijderd van elk reëel fascisme. Maar Kal wijst op het verdwijnen van een religieuze ‘pluraliteit’ die hij beschouwt als de bron van het latere individualisme. En inderdaad, daar zijn fascisten doorgaans geen liefhebbers van. Wederom redeneert Kal anachronistisch – mede doordat hij geen enkele poging doet zich te verplaatsen in Spinoza en diens vrijdenkende ‘clan’. Voor hen betekende die religieuze ‘pluraliteit’ immers niet zozeer individualisme, als wel fanatisme, intolerantie en reëel levensgevaar, om over de recente godsdienstoorlogen nu maar te zwijgen. Zo gek was het dus niet dat Spinoza verlangde naar een sterke, in zijn geval liefst democratische staat, die het gevaar zou elimineren door de religieuze onenigheid op te heffen.

Deze urgentie, naast de natuurrechtelijke logica die Spinoza rücksichtslos hanteert, verklaart ongetwijfeld veel van de radicaliteit waarmee hij het recht van de ‘hoogste overheden’ (summa potestas – Kal vertaalt suggestief: ‘machtsregime’) over hun onderdanen omschrijft. Dat is soms even schrikken, bijvoorbeeld als we lezen dat de staat “het recht heeft zeer gewelddadig te regeren en de burgers om de geringste reden ter dood te brengen”. Wel voegt Spinoza er meteen aan toe dat het uiterst onverstandig zou zijn als de staat daadwerkelijk zo handelde, aangezien recht bij hem gelijk was aan macht en de burger zijn natuurlijke recht nooit helemaal kon kwijtraken. Een staat die zijn burgers stelselmatig maltraiteerde, zou daarom geen lang leven beschoren zijn. Maar Kal vindt dat verachtelijk ‘pragmatisme’. Een ‘constitutie’ met individuele rechten die niet enkel van macht afhankelijk zijn, was volgens hem veel beter geweest. Op dat idee kwam Spinoza alleen niet. Nee, nogal wiedes, hij was nu eenmaal geen liberale democraat.

Verdraaide boodschap

De gelijkstelling van macht en recht past in zijn algehele filosofie, waarin ook God en de Natuur samenvallen. In het universum van Spinoza (vooral uiteengezet in zijn Ethica, postuum gepubliceerd in 1677) regeert een totale logische ‘noodzakelijkheid’, die zowel toeval als wilsvrijheid uitsluit. Voor Kal komt dat neer op een ‘amputatie’ van alle transcendentie. Dat klopt, een wereld die werkelijk alomvattend is kent geen buiten meer. Zelfs God, die in de Joodse en christelijke theologie als schepper buiten de wereld staat, is voor Spinoza alleen denkbaar als immanente kracht, terwijl de enig mogelijke vrijheid neerkomt op rationele instemming met de onontkoombare noodzakelijkheid der dingen.

Voor Kal daarentegen schept een oriëntatie op het transcendente (minimaal: de erkenning dat de gedetermineerde ‘natuur’ niet alles is) pas de mogelijkheid van echte, open, moderne vrijheid en dus ook van ware moraliteit. Zijn diepste bezwaar tegen Spinoza lijkt dáár te liggen. In feite sluit hij zich aan, met deels nieuwe argumenten, bij de theologen die Spinoza door de eeuwen hebben beschuldigd van atheïsme, fatalisme en nihilisme. Had bovendien de bekende Duitse historicus Ernst Nolte het “verzet tegen de transcendentie” niet aangewezen als een filosofisch fundament van het fascisme?

Of transcendentie en liberale dan wel morele vrijheid daadwerkelijk zo nauw met elkaar verweven zijn als Kal suggereert, en of de mogelijkheid van transcendentie echt bestaat, is een andere vraag. Maar – nogmaals – dat Spinoza geen moderne liberaal was, staat buiten kijf. Spinoza-bewonderaars als Israel en Nadler, die dit onvoldoende erkennen, verdraaien zijn boodschap. Victor Kal neemt daarom naar eigen zeggen Spinoza tegen diens valse vrienden ‘in bescherming’. Een even geestige als doortrapte pretentie, want met Kal als beschermer heeft Spinoza geen vijanden meer nodig.

Eerder verschenen in NRC en op Arnold Heumakers

Samenvatting

‘Spinozaland is méér dan een roman. Bovendien laat het zien dat deze eerste “spinozisten” allesbehalve wereldvreemde metafysici waren.’ – Wiep van Bunge, hoogleraar in de geschiedenis van de filosofie

Vaak wordt gedacht dat de Amsterdamse filosoof Spinoza, nadat hij door de joodse gemeenschap in de ban werd gedaan, in alle eenzaamheid tot zijn radicale en nog altijd zeer invloedrijke ideeën kwam. Maar niets is minder waar. Spinoza had veel vrienden, zowel binnen als buiten Nederland. Zij becommentarieerden zijn werk, en leverden een grote bijdrage aan de ontwikkeling van zijn denkbeelden. Velen van hen maakten deel uit van de kring verlichte geleerden, dichters en staatslieden uit de zeventiende eeuw, zoals Christiaan Huygens, Gottfried Leibniz en de gebroeders De Witt.

Dit baanbrekende boek schetst op erudiete wijze de wereld van Spinoza: mannen en vrouwen die hartstochtelijk op zoek zijn naar vrijheid en naar de waarheid. We maken kennis met onder anderen de gedreven Saul Morteira, opperrabbijn van de joodse gemeenschap, die zijn briljante leerling Spinoza tot zijn grote spijt ‘de verkeerde kant’ op ziet gaan. Met uitgever Jan Rieuwertsz, die er niet voor terugschrikt de meest opruiende boeken van zijn tijd te publiceren. En met latinist en geleerde Franciscus van den Enden, die wel wordt beschouwd als Spinoza’s filosofische leermeester.

In dit verhaal wordt de wereld van Spinoza op schitterende wijze tot leven gebracht. Met veel kennis van zaken weet Rovere zowel de zeventiende eeuw als de filosofie van Spinoza voor iedereen toegankelijk te maken.

Toon meer Toon minder
€ 34,99

Verwachte leverdatum: vrijdag 22 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789460039386
Verschijningsdatum
januari 2021
Druk
1
Aantal pagina's
560 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
320: Literaire non-fictie algemeen
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Biografie en non-fictieproza
  • Biografie: algemeen
  • Biografie: filosofie en sociologie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Balans, Uitgeverij

Vertaald door
Hendrickje Spoor, Frank Mertens

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden