Hebzucht

Een filosofische geschiedenis van de inhaligheid

Auteur(s): Jeroen Linssen
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Hebzucht
Hebzucht

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Elise de Waal

De macht van hebzucht

Hebzucht is niet alleen een zaak van een graaiende elite, maar doortrekt de gehele samenleving. Filosoof Jeroen Linssen is sceptisch over de remedie.

[Recensie] Volgens de Nijmeegse filosoof Jeroen Linssen gaan we op tweeslachtige wijze om met hebzucht. “Het wordt alom beschouwd als oorzaak van de economische crisis, maar het was ook het medicijn om de economie weer uit het slop te trekken.” De eerste bouwstenen voor dit neoliberale denken werden al gelegd in de achttiende eeuw, toen de Schotse filosoof en econoom Adam Smith grote invloed kreeg met zijn idee van de economie als een natuurlijk proces waar de overheid zich zo min mogelijk mee zou moeten bezighouden. Beïnvloed door econoom Albert Hirschman zag hij ondeugden als hebzucht ook als iets positiefs: uiteindelijk zou zij leiden tot welvaart voor iedereen.

Volgens Hirschman was economische samenwerking daarnaast een manier om vrede en politieke invloed tussen landen te realiseren. Het was een heel andere visie dan in de middeleeuwen, toen veel mensen vanuit hun christelijk geloof overtuigd waren dat liefde voor geld gaat, en daarbij de gerichtheid op het materiële en aardse, de weg naar eeuwig heil zou afsnijden. Zij zouden verbaasd hebben aangezien hoe enkele eeuwen later veel gelovigen juist zoveel mogelijk geld verdienden. Niet om dat zuurverdiende geld aan luxe te besteden maar als bewijs van je volledige toewijding aan je werk en dus aan God.

Het heilig geloof in de economie en de markt is in veel landen nog steeds erg groot. Op bevlogen wijze
beschrijft de auteur de gevolgen: ondernemende ziekenhuizen en scholen en ook burgers die via allerlei
trainingen in zichzelf investeren als waren zij een soort miniondernemingen. Want zonder persoonlijk succes bestaat er geen geluk.

De economie is een keurslijf geworden waaraan zowel burgers als de politiek moeilijk kunnen ontsnappen. En waar veel mensen een politieke rol zien in het bestrijden van hebzucht en de vermarkting van de samenleving, heeft Linssen daar minder vertrouwen in. Met veel aandacht voor verschillende denkwijzen beschrijft hij de ideeën van denkers als Slavoj Žižek en de broers Skydesky. Hun pleidooi voor een politiek die de economie weer bestuurt in plaats van andersom, ziet hij als naïef
en zelfs misschien onrealistisch. Waarom hij de genoemde voorstellen voor bijvoorbeeld een basisinkomen en minder grote inkomensverschillen naïef vindt, wordt echter niet helemaal duidelijk. Terecht wijst hij op de grote macht van financieel economische instellingen als de Europese Centrale Bank die veel invloed hebben op het beleid van regeringen. Zij geven financiële belangen, ook van particuliere instellingen zoals beleggingsmaatschappijen, vaak een hogere prioriteit dan het investeren
in bijvoorbeeld de publieke sector. Linssen lijkt echter te vergeten dat deze ‘vierde macht’ toch nog altijd bestaat uit mensen. Het zijn mensen met wie je in gesprek kunt gaan. En mensen die zelf kunnen beslissen of ze deze macht blijven volgen, of dat ze, eventueel door regels, zullen meewerken aan een regulering ervan.

Eerder verschenen in Volzin

Recensie door: Ger Groot
4/5

Niemand schaamt zich meer voor hebzucht

In een fascinerende studie laat filosoof Jeroen Linssen zien hoe de hoofdzonde van weleer, inhaligheid, is uitgemond in de eigentijdse heb- en schraapzucht.

[Recensie] Af en toe golft de verontwaardiging hoog op: waarom moeten toplieden in het bedrijfsleven mega-fortuinen verdienen? Vooral tijdens de financieel-economische crisis na 2008 werden de graai- en hebzucht der grootverdieners verantwoordelijk gesteld voor alles wat misging. Niet alleen de economie maar de beschaving zelf was ernstig ontspoord door wat de grootste aller hoofdzonden leek te zijn geworden. Alleen een diepgaande culturele en ethische omslag kon er wat aan veranderen, zo klonk het van links tot rechts.

Veel lijkt er een decennium later niet te zijn veranderd. In de Londense City hollen de beurshandelaren nog net zo slaafs achter de jaarlijkse bonussen aan. Miljoenensalarissen voor CEO’s zijn steevast goed voor publieke verontwaardiging – waarna er even steevast niets gebeurt.

De Nijmeegse filosoof Jeroen Linssen (1960) kan zich erover verbazen in zijn recent verschenen studie Hebzucht. Al snel na de eerste verontwaardiging over de financiële crisis werd de schuld daarvan als het ware gedemocratiseerd, zo stelt hij vast. Grootverdieners zagen hun inhaligheid weliswaar beloond met bedragen met vele nullen, maar op een kleinere schaal was vrijwel iedere burger in de ban geraakt van dezelfde ondeugd. Wie niet streefde naar zo hoog mogelijke spaarrenten (IJsland!) en zo laag mogelijke uitgaven voor producten en diensten was een dief van zijn eigen portemonnee.

Hoofdzonde
In zijn interessante boek gaat Linssen na hoe dat allemaal zo gekomen is. Gold hebzucht in de Middeleeuwen nog als een van de hoofdzonden, in de moderne tijd raakte men ervan overtuigd dat het economisch en maatschappelijk leven niet zonder kon. De Rotterdams-Britse filosoof Bernard Mandeville bracht dat het provocerendst tot uitdrukking, maar hij was lang niet de enige noch de eerste die dat inzag.

Eerder konden Adam Smith maar ook de brave Immanuel Kant er evenmin omheen. Nee, een lofzang op de hebzucht heft Smith niet aan. Maar indirect begrijpt en verdedigt hij het streven naar rijkdom wel. We schamen ons voor armoede en streven naar aanzien: dat is allemaal nog heel eerzaam. Maar daarachter moet hij wel degelijk een vorm van hebzucht veronderstellen die kuis aan de blik onttrokken werd, zo stelt Linssen vast. Net zo’n ‘trukendoos’ heeft Kant. De mens zit vol negatieve eigenschappen, aldus Kant, maar juist dat zijn de middelen waarmee uiteindelijk morele en maatschappelijke vooruitgang worden geboekt.

Zelfs bij Thomas van Aquino, de grootste denker van de hoogscholastiek, ziet Linssen in de 13de eeuw al een voorafschaduwing van dit inzicht – en dat in een tijd waarin het heffen van rente over uitgeleend kapitaal door de Kerk nog als een zonde werd beschouwd. Maar zonder dat kon een economie, die heel langzaam een geldeconomie werd, niet functioneren, zag ook Van Aquino in. De zonde van de woeker moet voor lief worden genomen, aldus Linssen: Van Aquino “volgt Aristoteles vooral in de morele verwerping van de woeker, maar op het politiek-economische vlak ziet hij er de voordelen van.”

Zakentycoons
Daarmee zijn we nog ver verwijderd van de graaicultuur die de huidige zakentycoons wordt aangewreven. De ontwikkeling die Linssen beschrijft bestaat dan ook uit kleine verschuivingen, vaak zo miniem dat tijdgenoten nauwelijks wisten wat hen overkwam. Daaruit blijkt hoe breed het thema van de menselijke hebzucht vertakt is in uiteenlopende sferen: de religie, de staatsmanskunst, en zelfs de vraag wat voor soort wezen de mens eigenlijk zelf is.

Gaandeweg spitst Linssen zijn aandacht toe op de vraag hoe wij onszelf vandaag de dag zijn gaan beschouwen als ‘ondernemende burgers’. Anders gezegd: hoe is het model van de zakenman bepalend geworden voor ons zelfbeeld – dat vervolgens ons handelen stuurt en ons onze diepste waarden aanreikt?

Ook daarbij gaat het om micro-processen die zich pas achteraf laten aflezen als een hellend vlak. Het begin van die ontwikkeling zoekt Linssen in de 17de en 18de eeuw, het tijdvak waarover het intrigerendste deel van zijn boek gaat. In de 18de eeuw wordt economisch nut het doel van de politiek en de staat, zo stelt hij vast. Vandaag de dag is dat zo vanzelfsprekend dat je verrast vaststelt dat die orde ooit een begin heeft gehad en allerminst onomstreden was.

In de hele geschiedenis die Linssen beschrijft gaat het voortdurend op-en-neer tussen partijgangers en aanklagers van de hebzucht. En dus van het economisme waarin hebzucht eerst van zonde tot nuttige ondeugd wordt – en vervolgens tot een min of meer neutraal kenmerk van de mens zelf.

Bonuscultuur
Als de staat zich eenmaal primair richt op de economie, dan is het niet verwonderlijk dat de burger zich op termijn ontplooit tot homo economicus. Vandaar dat Linssen zich uiteindelijk niet werkelijk kan verbazen over de taaiheid van de graai- en bonuscultuur die alle morele en politieke kritiek moeiteloos lijkt te overleven. Hoe behartigenswaardig die kritiek ook is, ze staat uiteindelijk machteloos tegenover het mensbeeld waarin de ondernemer-in-ons richtinggevend is geworden. We zouden, zo stelt hij ontnuchterend vast, niet minder dan onszelf moeten verloochenen wilden we die kritiek serieus nemen.

Een alternatief biedt hij niet; zijn boek eindigt met de deprimerende vaststelling dat de economie het overgrote deel van de cultuur onder haar vleugels heeft genomen – en dus ook de mensen die zich in die cultuur bewegen. Dat maakt alle kritiek die zich van buitenaf richt tegen haar soevereiniteit en de ‘economische’ (lees: hebzuchtige) mens die haar onderdaan is tot een slag in de lucht.


Eerder verschenen in NRC-Handelsblad.

Samenvatting

In het afgelopen decennium stond de hebzucht in het middelpunt van de belangstelling. Alom werd zij beschouwd als de oorzaak van de financiële ineenstorting en de economische crisis die daarop volgde. Toch moest ze tegelijk haar nut bewijzen en de kwakkelende economie uit het slop trekken.

Hebzucht was de oorzaak van de ziekte, maar ook het medicijn. Deze curieuze ambiguïteit heeft ontegenzeglijk historische wortels. In de afgelopen duizend jaar is de kritiek op het kwaad van de hebzucht nooit verstomd, maar geleidelijk kwam er wel meer oog voor de nuttige werking ervan. Hebzucht ontsluit de ontwikkeling van het filosofisch denken over inhaligheid in het voorbije millennium: van de worsteling bij Thomas van Aquino, Poggio Bracciolini en Thomas More, via de ontdekking van de weldaden bij Bernard Mandeville en Adam Smith, tot aan de hedendaagse normalisering en problematisering van de hebzucht. Met dit boek biedt Jeroen Linssen inzicht in de achtergronden van de huidige tweeslachtige benadering van hebzucht.

Toon meer Toon minder
€ 24,50

Verwachte leverdatum: woensdag 01 april


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789460044144
Verschijningsdatum
februari 2019
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Uitgever
Uitgeverij Vantilt

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden