Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Architectuur en herinnering/Architecture and Remembrance

Naoorlogse Europese herdenkingsplekken/European Memorials of the Post-War Period

Taal: Nederlands
0,15/5
1 recensie
Architectuur en herinnering/Architecture and Remembrance
Architectuur en herinnering/Architecture and Remembrance

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Chris Reinewald
3/5

Pijnlijke plaatsen, schuldig landschap

[Recensie] In zijn sobere fotoboek bespreekt architect Jacques Prins ‘herinneringsplekken’: vroegere concentratiekampen uit Nazi-Duitsland en recentere uit de Balkan-oorlog, eind 20ste eeuw. De centra worden bijna elke twintig jaar aangepast aan andere historische inzichten.

Iedere dag verschijnt Adolf Hitler meermaals kort op een (commercieel) tv-net. Als personificatie van het gruwelijkste verleden, leeft hij – saillant genoeg – voort. Dat op zich is al reden genoeg om, 76 jaar na WO2, de vernietigingskampen van Nazi-Duitsland niet af te breken. Zo blijft de geschiedenis bewaard als zichtbaar ijkpunt om over te blijven vertellen. Het Duits hanteert voor dit in-het-reine-komen-met-het-naziverleden de fraaie, samengebalde term ‘Vergangenheitsbewältiging’. Ook gebruikt men voor concentratiekamp, Konzentrationslager de afkorting KZ met de toevoeging ‘Gedenkstätte’: herinneringscentrum. Over de tastbare restanten van het Nazi-verleden is in de loop der tijd verschillend gedacht. Van invloed zijn vooral politieke (oost-west) motieven. De Bondsrepubliek keek anders tegen het bruine verleden aan dan de Duitse Democratische Republiek, dat de overwinning van het (Sovjet)communisme op het nationaalsocialisme benadrukte. Dit komt ook tot uiting in de monumenten van de kampen, gelegen in de DDR en Polen.

In de Bondsrepubliek was de door West-Duitse historici gevoerde Historikerstreit (1986-1988) van invloed. Allereerst negeerde Duitsland bij de wederopbouw vooralsnog het verleden: te pijnlijk. Na deze ontkenning – “van de Holocaust niet geweten te hebben” – kwam een genuanceerd, maar selectief schuldbesef.

Eind jaren negentig werden de gruweldaden van Hitler met die van Stalin vergeleken. Deze ‘Verharmlosung’ wilde alles minder erg maken dan het werkelijk was. Daarmee veranderde ook de positie van KZ-Gedenkstätte.

Na 1945 fungeerde een aantal als gevangeniskampen voor Duitse oorlogsmisdadigers – ‘ganz praktisch’. Begrijpelijk was dat men het liefst een kamp met barakken, gaskamers en crematoria zo snel mogelijk wilde afbreken om het verleden onzichtbaar te maken. Boeren in de buurt kochten vaak de barakken om als schuur te gebruiken.

Anne en Margot

Zover ze nog (be)stonden bleven de kampen van toen ongenoemd. Op het station van Dachau bij München las je bijvoorbeeld een wervende toeristische leus… over het roemrijke Middeleeuwse verleden van het stadje en zijn imposante kasteel. Het gelijknamige concentratiekamp trok vooral (joodse) overlevenden, nabestaanden en verdwaalde toeristen. Onwillekeurig verwacht je een dergelijke ‘herinneringsplek’ in louter zwart-wit aan te treffen, zoals in oorlogsdocumentaires. Toch is alles kleur. Levensecht. In het noord-Duitse kamp Bergen-Belsen kwinkeleren merels en ritselen berkenbomen. Maar allemachtig, hier bezweken Anne en Margot Frank. Twee uit vele velen.

De kampen strekken zich – inclusief Nederland – uit over west, zuid en vooral oost-Europa. Tot 2000 combineerden complexen reconstructie en documentatie, veelal in een weids ‘schuldig landschap’ – zoals Armando over Kamp Amersfoort dichtte.

Bewaard bleven de meest iconische onderdelen: het toegangsgebouw en hek met de leus ‘Arbeit macht frei’ [alsof het een werkkamp betrof], de appèlplaats, wachttoren, barakken, ‘doucheruimte’: de gaskamer, crematoria. Achtergelaten kleding, schoeisel, brillen, koffers ontwikkelden zich – hoewel onartistiek – tot een symbolisch motief in de beeldende kunst.

Dramatische beeldengroepen (vaak Oost-Europees) werden in het westen eerder een abstract kunstwerk met woorden. De boodschap was hetzelfde: volkerenmoord, onmacht van de overlevenden, schuld en medeplichtigheid een vorm geven.

Gelukkig laat maar een enkele herinneringsplaats bezoekers herbeleven wat een slachtoffer doormaakte, zoals bij Amerikaanse effectbeluste ‘experiences’. Niemand wil tenslotte een Holocaust openluchtmuseum. Maar hoe zet je de toon als het publiek verjongt en zich vaak door cliché-oorlogsfilms (en videogames) een beeld vormt van WO2?

Door de groeiende publiekstoeloop ontvingen de herinneringscentra verder geïnteresseerden in ‘dark tourism’ en middelbare scholieren, die het bezoek als vervelende excursie ervoeren. Vaak dienden de authentieke gebouwen als decor voor selfies.

Deze mentaliteitsverandering vroeg om een andere aanpak. Architectuur moest in de eerste plaats een gevoel oproepen. Wel of geen educatie? Vinden we uitputtende kennis belangrijker dan – abstract en woordloos – beeldend de sfeer en het gevoel van onderdrukking treffen? Zo nam men afstand van louter authenticiteit als zichtbare bewijslast.

Landscape-art

Als betrokkene bij de verbouw van Kamp Amersfoort reisde architect Jacques Prins een groot aantal kampen en nazi-gevangenissen langs. Prins benadert zijn onderwerp professioneel-afstandelijk met korte beschrijvende teksten. Plattegronden toen-nu. Overzichten, interieurs. Zelfs projecten in aanbouw laat hij zien met de altijd wat onwerkelijke artist-impressies. Wonderlijk genoeg zijn alleen daarop mensen te zien, in de voltooide situaties nooit. Dat maakt de bouwkundige, sobere, rauwe (beton)esthetiek extra pijnlijk. Veel kampen staan in een troostend ervaren natuur.

Architecten streven naar een sacrale ervaring, vergelijkbaar met een hedendaags crematorium. Opvallend genoeg blijkt landscape-art zich goed te lenen om bij bezoekers de beklemming van de gevangenen op te roepen. Er zijn veel deconstructief zigzaggende gangen met donker-lichteffecten en abstracte geometrie in het vrije veld.

Indien gekozen is voor educatie geven uitputtende foto- of namenwanden – in een roestige onderkeldering – de omgebrachten een identiteit. Zo lijkt het herinneringskamp zich warempel te hebben ontwikkeld tot nieuw architecturaal genre.

Prins bespreekt ook kampen uit de Servisch-Kroatische-Bosnische burgeroorlog (1995), waarvan de recente geschiedenis ons onwillekeurig tot passief toekijker maakte.

In het overzicht had ook het monument in Jerevan voor de Armeense genocide door de Ottomanen in Constantinopel (1915) gepast. Over deze, door Turken ontkende, volkerenmoord zei Hitler in 1939: “Wie heeft het vandaag de dag nog over de vernietiging van de Armenen?” De geschiedenis besliste anders.

Eerder in kortere vorm verschenen in Museumtijdschrift

Samenvatting

For Dutch see below

- English -

2020 is the 75th anniversary of the end of the Second World War. In Architecture and Memory, architect Jacques Prins focuses on commemorative sites. He brings together 40 of these sites, from across Europe and from the post-war period, and documents them in texts, drawings and photographs. His aim is to convey the feeling of oppression and detachment to the visitor, without creating a reconstruction, to really allow them to identify with the past.

For easy comparison, Architecture and Memory includes several drawings of each site: of the situation they were in during the Second World War and of the situation they are in today. Together these create an image of the design strategies that different designers have employed over the course of time.

Professor dr. Rob van der Laarse is Professor Heritage of the War at CLUE (Cultural Landscape and Urban Environment), the interdisciplinary research institute for heritage and history at the VU. Jacques Prins is architect and partner at Inbo and responsible for the new building of Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Max Meijer is heritage advisor at TiMe Amsterdam.

- Dutch -

In het jaar waarin we 75 jaar bevrijding herdenken staat architect Jacques Prins ook stil bij plaatsen van herinnering. In dit boek brengt hij 40 van deze plekken, verspreid over Europa en uit de naoorlogse periode samen, gedocumenteerd in tekst, tekeningen en foto’s. Bij al deze plekken is het doel steeds zonder te reconstrueren toch het gevoel van beklemming en onthechting op de bezoeker over te brengen, zodat deze zich goed met het verleden kan identificeren.

Architectuur en herinnering toont van elke plek tekeningen van de situatie tijdens de tweede wereldoorlog en nu, zodat die goed met elkaar vergeleken kunnen worden. Op die manier ontstaat een beeld van de ontwerpstrategie die de verschillende ontwerpers in de loop van de tijd hebben ingezet.

Professor dr. Rob van der Laarse is hoogleraar Erfgoed van de oorlog bij CLUE, (Cultural Landscape and Urban Environment), het interdisciplinaire onderzoeksinstituut voor erfgoed en geschiedenis van de VU. Jacques Prins is architect en partner bij Inbo en verantwoordleijk voor de nieuwbouw van herinneringscentrum voor het Nationaal Monument Kamp Amersfoort. Max Meijer is erfgoedadiseur bij TiMe Amsterdam.

Toon meer Toon minder
€ 49,95

Verwachte leverdatum: vrijdag 18 juni


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789462085961
Verschijningsdatum
januari 2021
Druk
1
Aantal pagina's
240 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
648: Bouwkunst, architectuur
Categorieën

Uitgever
nai010 uitgevers/publishers

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden