Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?

Auteur(s): Jan Blommaert
Taal: Nederlands
1 recensie
Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?
Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven?

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Gaëtan Regniers

“Je taak als lesgever ter harte nemen”

[Recensie] Nu een terminale kanker de toekomst bruusk heeft afgesneden, kijkt hoogleraar Jan Blommaert terug op zijn leven in academia. In het boekje Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? pleit Blommaert voor een genereuze wetenschap die studenten vormt en inspireert en ook haar democratische opdracht aan de maatschappij ter harte neemt.

De afgelopen decennia verwierf Jan Blommaert naam en faam in universiteiten in binnen- en buitenland. Als gezaghebbend sociolinguïst werd hij een ‘academische rockster’, van het soort dat hij zelf verfoeit. In het essay Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? blikt Blommaert terug op zijn loopbaan.

De academische industriële cultuur die hij sinds de jaren tachtig zag uitdijen kan bij hem op weinig begrip rekenen. “Publiceren is een vorm van terreur geworden”, stelt hij vast. Of, nog erger: “De academie is een zeer onaantrekkelijke omgeving geworden voor menselijke creativiteit.” Blommaert is niet de eerste die de vinger legt op de neoliberale cultuur die de academische wereld in haar greep heeft, maar zijn relaas is boeiend door de persoonlijke invalshoek en -vooral- omdat hij aangeeft wat het alternatief is voor deze volgens hem kwalijke ontwikkeling. Blommaert vat zijn antigif samen als: geven, vormen, inspireren en democratisch zijn.

Je taak als lesgever ter harte nemen is de eerste levensles die Blommaert meegeeft. Al te vaak worden studenten onderschat en betutteld. Blommaerts stelregel “mik steeds een centimeter boven hun hoofd” is erop gericht om studenten steeds uit te dagen. Eerstejaars Foucault laten lezen? Blommaerts collega’s schudden meewarig het hoofd. Wanneer hij tijdens colleges onderzoeksresultaten analyseert gunt Blommaert de studenten zelfs een blik in zijn onderzoekskeuken. Dat is het punt waarop ‘lesgeven’ in zijn optiek verandert in ‘vormen’.

Veel van Blommaerts onderzoek werd als ‘controversieel’ en ‘provocerend’ bestempeld, labels die hij zelf als geuzennamen omarmt omdat ze aangeven dat zijn werk vaak innovatief was. Blommaert breekt een lans voor inspiratie, te begrijpen als de kracht die het denken op gang brengt en uitmondt in ideeën. “Wetenschap zonder ideeën is geen wetenschap, maar een spel met regels waarin ‘succes’ wordt bepaald door de mate van niet-creativiteit die men in zijn werk van vertonen”, stelt hij vast.

De laatste rode draad doorheen Blommaerts academisch leven is wat hij ‘democratisch zijn’ noemt. Zelf het product van de democratisering van het hoger onderwijs stoort hij zich mateloos aan de commodificatie van de ‘academische industrie’. Blommaert koos ervoor om zoveel mogelijk open access te publiceren: niet in de peperdure tijdschriften van academische uitgeverijen, maar in gratis en online beschikbare publicaties. En daar stopte Blommaerts ‘kennisactivisme’ niet: via lezingen, workshops deelde hij belangeloos zijn inzichten met wie hem uitnodigde: belangengroepen, vakbonden, jongerenorganisaties en tutti quanti.

De pijnpunten die Jan Blommaert aanhaalt zijn voor veel wetenschappers pijnlijk herkenbaar. Dit boekje zal de academische wereld niet structureel veranderen, maar de ‘good practices’ die Blommaert aanhaalt zijn zonder enige twijfel inspirerend. 

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

“Twee van mijn maîtres à penser stierven relatief jong. Michel Foucault was 57, Erving Goffman 60. Het is zeer waarschijnlijk dat ook ik relatief jong zal sterven. Ik ben nu 58 en bij mij is medio maart 2020 kankerstadium 4 gediagnosticeerd. Als er plotseling heel weinig toekomst over is om te plannen, over te speculeren of van te dromen, gebruikt men zulke historische momenten vaak als een aansporing om na te denken over het verleden. De leidende vraag hierbij – een nogal voor de hand liggende – is: wat was er belangrijk?”

Zo begint dit essay van Jan Blommaert. Wat was er echt belangrijk in mijn academisch leven? is de terugblik van een geëngageerde publiek intellectueel die een academische loopbaan op internationaal topniveau uitbouwde. Over de ontwikkeling van de academische industriële cultuur, de groei van een beroemdheidscultuur en de terreur van het publiceren. Maar ook – en vooral – over geven, vormen, inspireren en democratisch zijn.

Zoals Ico Maly in zijn voorwoord schrijft: “Een uitnodiging aan docenten om de rol op te nemen van publiek intellectueel en democratisch pedagoog.”

Toon meer Toon minder
€ 12,50

Verwachte leverdatum: Onbekend

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789462672673
Verschijningsdatum
september 2020
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
740: Mens en maatschappij algemeen

Auteur
Uitgever
Epo, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden