Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Religieus atheïsme

(Post)moderne filosofen over God en godsdienst

Auteur(s): Erik Meganck
Taal: Nederlands
0,15/5
2 recensies
Religieus atheïsme
Religieus atheïsme
Religieus atheïsme

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Bert Altena

(Post)moderne filosofen over God en godsdienst

[Recensie] Het is een opmerkelijk gegeven dat veel atheïstische denkers meer over God schrijven dan menig theoloog, merkt Erik Meganck halverwege Religieus atheïsme haast terloops op (p. 143). In zijn boek maakt hij een toer langs twaalf belangrijke filosofen uit de afgelopen twee eeuwen. Hij is geïnteresseerd in de vraag hoe deze denkers God en godsdienst waarderen. De meesten van hen hebben de naam ‘atheïstisch’ te zijn. In de filosofie sinds de Verlichting is God stilaan verdwenen, letterlijk ondenkbaar geworden. God is dood, verklaarde Nietzsche. Godsdienst werd beschouwd als een achterhaald fenomeen, gedoemd om een langzame maar zekere dood te sterven. Is de filosofie erin geslaagd om God definitief van het toneel te laten verdwijnen?

De onhoudbaarheid van het geloof in de dood van God en godsdienst, is inmiddels gebleken. Niet zozeer vanwege de wereldwijde, aanhoudende aanwezigheid van religie. Ook in de kritische, westerse filosofie zelf, is een comeback van God te bespeuren. God is niet meer weg te denken.

Hoe dat zo gekomen is, probeert Meganck in zijn vlot geschreven boek te achterhalen. Hij kiest voor een bespreking per denker en presenteert ze in chronologische volgorde. Van Feuerbach tot Derrida, krijgt de lezer zo “twaalf exponenten van het moderne filosofisch atheïsme” voorgeschoteld. De gelijkenis met de twaalf apostelen, is hem zelf ook al opgevallen, blijkt in het afsluitend hoofdstuk (p. 201). Wellicht verklaart dat ook waarom hij zich tot filosofische mannen heeft beperkt?

Meganck pretendeert niet een compleet overzicht van de behandelde filosofen te geven, maar beperkt zich tot de vraag naar hun vermeende atheïsme. Dat blijkt nogal te verschillen. In de 19e eeuw richtte het atheïsme zich vooral kritisch op kerk en traditioneel christendom. Het atheïsme leunt dan nogal sterk op het theïsme. In de 20e eeuw krijgt het een meer filosofisch accent als een kritiek van de metafysica, het denken in twee werelden. Je zou kunnen zeggen dat het atheïsme op eigen benen komt te staan, waardoor er op een verrassende manier ruimte komt voor een religieuze inkleuring ervan. Immers, met de dood van God (Nietzsche) zijn er “…geen goede redenen meer (…) om een radicale atheïst te zijn. De ervaring van de dood van God beantwoordt niet de vraag naar het al dan niet feitelijke bestaan van God, maar verklaart dergelijke antwoorden ongeldig en de vraag zinloos. Wie beweert dat God niet bestaat, heeft de dood van God niet vernomen (p. 70). Het tweede deel van het boek, zo ongeveer vanaf Heidegger, is daarom ook het meest interessant, wat mij betreft.

Meganck presenteert zijn filosofische apostelen naar eigen zeggen op een “tendentieuze wijze”. Het is duidelijk dat hij zelf een gelovige (katholieke) positie inneemt. Dat kleurt zijn weergave. Met name bij de vertegenwoordigers van het postmoderne denken, waarin gepoogd wordt het metafysische denken geheel achterwege te laten, kan hij theologisch garen spinnen. “… God is onmogelijk en de vraag naar (het bestaan van) God onbeslisbaar. God is niet onmogelijk omdat de wetenschap dat bewijst, maar omdat hij voorbij de door de mens bevatbare en uitlegbare mogelijkheden ligt. De onbeslisbaarheid van het bestaan van God wist de naam nog niet uit”(p. 198). Dat biedt gelegenheid om voorbij de metafysicakritiek te komen en ruimte te scheppen voor een theologisch-filosofisch spreken over de Naam (pp. 205e.v.).

Religieus atheïsme is een interessante zoektocht naar God in het actuele filosofiedebat. Het helpt als je al enige voorkennis hebt, want het is soms best pittig wat in redelijk kort bestek naar voren wordt gebracht. Maar Meganck toont zich een bekwaam docent, die met de nodige olijkheid zijn leerlingen bij de les weet te houden.
Met de bibliografische tips aan het eind kan de geïnteresseerde lezer zijn of haar zoektocht verder vervolgen.

Eerder verschenen op NieuwWij en Bert Altena

Recensie door: Evert van der Veen
3/5

Twaalf ‘filosofische apostelen’

[Recensie] De titel lijkt een onmogelijke tegenstelling: wie gelooft of in elk geval iets met religie heeft, kan en wil zich niet in de atheïstische houding herkennen. Het beeld dat wij meestal van atheïsten hebben, is dat zij ‘God loochenen’ en niets van het christendom moeten hebben.

Hoe is Erik Meganck in staat om deze tegengestelde positie die volgens velen onoverbrugbaar is met elkaar te verbinden zoals de titel Religieus atheïsme suggereert? Hij is ervan overtuigd dat de kloof tussen theologie en filosofie minder groot is dan het vaak lijkt en door menigeen wordt gesuggereerd. Onder religieus verstaat hij dan “het ontvankelijke denken dat zich herijkt weet door hoop, vertrouwen en openheid – en van die drie is dat laatste belangrijkst (voor wie het wil horen: 1 Kor 13: 13),” (p. 10).

In dit boek worden twaalf ‘filosofische apostelen’ gepresenteerd en uit het verhaal van Erik Meganck en de accenten die hij legt, komt naar voren dat zij niet tégen religie zijn en de betekenis van goede religie = bevrijdend voor en dienstbaar aan mens bepaald niet ontkennen. Het is vaak de confrontatie met de gevestigde westerse christelijke religie zoals die met name door de kerk wordt belichaamd waar zij zich soms fel tegen keren.

Bij Ludwig Feuerbach, die God ziet als een projectie van mensen, is God juist de “onmisbare antropologische conditie om de mens te leren kennen”. Dat al ons denken over God volgens Feuerbach gebaseerd is op ons menselijk verlangen is een heilzame relativering van het traditionele, dogmatisch getinte denken over God waarin God vaak op gespannen voet met mensen staat.

Uit Religieus atheïsme blijkt dat ook andere filosofen ten diepste niet tegen religie zijn omdat zij inzien dat deze kan bijdragen aan het menselijk welzijn en een mooiere menswaardige wereld. Zij verzetten zich wél tegen religie die de mens in bestaande structuren gevangen houdt en zij moeten niets hebben van de kerk die dit legitimeert of passief toestaat: godsdienst als opium van het volk zoals Marx dat uitdrukte. Deze religie geeft hoogstens een schijnverlossing maar draagt niet bij aan de ware vrije mens in deze wereld.

Ook Nietzsche is in zijn ‘dolle mens’ hartstochtelijk op zoek naar de ware God en vanuit het verlies aan betekenis van deze God spreekt hij over ‘de dood van God’, veelbesproken en vaak onbegrepen woorden in onze geschiedenis. Hij bedoelt hiermee de verkeerde omgang met God waarbij God, christendom en kerk worden gebruikt als geestelijk idee om de huidige wereld in stand te houden.

Zo zoeken alle filosofen hartstochtelijk naar de god die mensen optilt in hun bestaan, hun stimuleert om zelfbewust goede keuzen te maken en als mondige mensen verantwoordelijkheid te dragen in deze wereld. Daarom keert Freud zich tegen religie als dwangneurose en neemt Russell het op voor de menselijke ratio die zijn weg zoekt in wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen in de 20e eeuw. Wittgenstein wil geloof, evenals moraal en kunst, bevrijden van metafysica en een plaats ín onze wereld geven.

Het traditionele godsbeeld krijgt het in deze bundel zwaar te verduren en dat kan degene die deze filosofen kent ook niet verwonderen. In de uitleiding tilt Erik Meganck de kennismaking met de twaalf ‘filosofische apostelen’ op een hoger plan en legt hij verbindingen met de bijbel. Hij pleit voor een ‘bezonnen atheïsme’ waarin God niet het hoogste Zijnde is waaraan de mens onderworpen is maar een God van ontmoeting en verbinding met mensen.

Erik Meganck was gastdocent aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte in Leuven en is nu docent vergelijkende godsdienstwetenschappen en humanistiek aan het International Institute Canon in Triëst. Hij schrijft toegankelijk maar enige filosofische basiskennis is toch wel gewenst om dit boek met vrucht te kunnen lezen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Hoe komt het dat Feuerbach, Nietzsche, Wittgenstein, Russell, Sartre of andere filosofische zwaargewichten er niet in geslaagd zijn God definitief uit de westerse wereld te vegen?

In 'Religieus atheïsme' bespreekt Erik Meganck twaalf invloedrijke (post)moderne filosofen die elk in meer of mindere mate ‘atheïst’ worden genoemd. Althans, dat leert de karikatuur die men in handboeken en inleidingen vindt. Meganck schoont dit beeld op en biedt aan de hand van hun visie op God en godsdienst een frisse kijk op actuele godsdienstfilosofie, die voorbijgaat aan de moderne spagaat tussen denken en geloven. Dat mondt uit in een rijker atheïsme dan de oppervlakkige variaties op ‘God bestaat niet’. God is dood, leve God!

"Is God verdwenen uit de filosofie? Allerminst, zo laat Erik Meganck zien in dit boeiende boek, waarin de moderne filosofie op een onthullende manier gelezen wordt. Aan het eind van alle metafysicakritiek keert onherroepelijk de naam van God weer terug."

Ger Groot

Toon meer Toon minder
€ 24,90

Verwachte leverdatum: dinsdag 21 september


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789463402941
Verschijningsdatum
april 2021
Druk
1
Aantal pagina's
252 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
730: Filosofie algemeen
Categorieën

Auteur
Uitgever
Uitgeverij Damon VOF

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden