Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

L

De lezer van de 19de eeuw

Auteur(s): Marita Mathijsen
Taal: Nederlands
0.25/5
3 recensies
L
L
L

Recensie

Aantal recensies: 3

Recensie door: Marijke Laurense
5/5

Sprankelende literatuurgeschiedenis

[Recensie] Dik vierhonderd pagina’s Nederlandse literatuurgeschiedenis en dan die van de negentiende eeuw? Dat zal niet bij iedere hedendaagse lezer meteen het bloed sneller door d’aderen doen vloeien.

Waarom zou iemand zich anno nu naar zijn boekhandelaar spoeden voor een opsomming van het leven en werk van belegen schrijvers als Tollens, Bosboom-Toussaint, dichtende dominees en andere veelal brave hendriken? Wat valt er nog te onthullen over Multatuli en de Tachtigers, die de vaderlandse letteren eindelijk zouden verlossen van kneuterigheid en benepen moralisme?

Daarbij: voor de details van het levenswerk van de meeste kanonnen van de negentiende-eeuwse literatuur kunnen we al prima terecht bij de kloeke biografieën die nog altijd over hen verschijnen.

Alle andere kunnen in de oudpapierbak

Men neme De gefnuikte arend (2013) van Rick Honings en Peter van Zonneveld, over het grootse en meeslepende leven van BN’er Bilderdijk – al nodigde zijn biografie mij overigens niet uit om zelf naar zijn verzen te grijpen. Of men installere zich onder een ­fijne leeslamp met Marita Mathijsens Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit, dat in 2018 terecht genomineerd werd voor de Nederlandse biografieprijs.

Nu, drie jaar later, gaat emeritus hoog­leraar moderne letterkunde Mathijsen andermaal enthousiast los met L. De lezer van de 19de eeuw, dat alle andere literatuur­geschiedenissen van de negentiende eeuw als oubollig moet doen verbleken. En ik verklik het maar alvast: van mij krijgt ze daarvoor een tien met een griffel en een zoen van de schoolmeester (en dan heb ik het niet over de dichter Gerrit van de Linde, die in 1830 wegens grensoverschrijdend seksueel gedrag de boot naar Engeland had genomen).

Wat is er dan zo kek en anders aan L dat een klassieker als Knuvelders Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde naar de oudpapierbak der geschiedenis verwezen zou moeten worden?

Vol vaderlands vuur bemoeiden ze zich met brandende zaken

Om te beginnen dat Mathijsen de rust en ruimte neemt voor een soepele opfriscursus geschiedenis. In vijf tijdvakken worden we bijgespijkerd over hoe het maar weer zat met de Franse bezetting, Willem I tot en met III, Thorbecke, Abraham Kuyper en Aletta Jacobs­­, de eerste stoomtreinen, de komst van de supersnelle rotatiepers en de gevolgen daarvan voor ook het literaire leven.

Want dat hield zich indertijd bepaald niet afzijdig: de letterkundigen bemoeiden zich indertijd vol vaderlands vuur in woord en daad met politiek en maatschappelijk brandende zaken, zoals de Belgische Opstand, de tienduizenden­­ slachtoffers van dijkdoorbraken en cholera, schoon water, de ‘roomse kwestie’ en alle denkbare vormen van knevelarij.

Mathijsen heeft in haar literatuurgeschiedenis het nodige te melden over stromingen als romantiek, realisme en naturalisme, en genres als huiselijke poëzie of historische roman. Ook kan ze smakelijk vertellen over het deugdzame of dwarse ­leven en werk van auteurs die nog altijd ­getipt worden voor de leeslijst, zoals Beets, Multatuli en (enige dame in het rijtje) Bosboom-Toussaint.

Plus over een ris andere, ooit veelgelezen schrijvende vrouwen en mannen die de canon niet gehaald hebben, maar toch nieuwsgierig maken, zoals de blinde dichteres en vroege antislavernij-activiste Petronella Moens en de Arnhemse J.J. Cremer, die met zijn Fabriekskinderen (1863) de aanzet gaf tot het verbod op kinderarbeid.

Wat roerde de 19de-eeuwse lezer?

En hoewel misschien leuk genomen: het is Mathijsen er niet om te doen om een stel vergeten, maar soms nog best wel aardige schrijvers uit het stof te redden. De hoofdpersoon van haar literatuurgeschiedenis is namelijk niet de schrijver, maar de lezer, zo’n mens als u en ik.

Wat las die in de negentiende eeuw? Waarom, hoe en waar? Waardoor werd die geroerd? Wat vond die te ver gaan? Hoe wist die wat je als een geletterd burger gelezen moest hebben om mee te kunnen praten?

Voor een levendig antwoord daarop heeft Mathijsen een verrukkelijk type in het leven geroepen: L, de gewone, gemiddelde lezer(es) uit de negentiende eeuw, die in een aantal dagboekachtige fragmenten onbevangen (en met menig knipoog naar onze tijd en in verdacht hedendaags Nederlands) vertelt en oordeelt over boeken en toneelvoorstellingen, tranen wegpinkt bij de verzen van Tollens en de vertaling van Uncle Tom’s Cabin en niet vies is van de laatste roddels uit het literaire circuit.

Die gretig recensies leest, maar zich niets aantrekt van Busken Huets vernietigende oordeel over Van Lenneps Klaasje Zevenster. Die tot zijn teleurstelling geen touw kan vastknopen aan Multatuli’s Minnebrieven en ook nog na de Tachtigers vindt dat een roman een leerzame, liefst godsdienstige moraal moet hebben en dat schrijvers niet met de taal moeten gaan frutselen in rare, lange slingerzinnen.

Avond aan avond (maar niet op zondag) las het hele gezin elkaar voor

Ook krijgen we zo een beeld van hoe L tot diep in de negentiende eeuw zelf zelden boeken kocht, maar vaak wel lid was van een leeskring, die voor de hele club één boek aanschafte dat je dan beurtelings las en daarna samen besprak.

Hoe het hele gezin elkaar avond aan avond (maar nooit op zondag) voorlas onder die ene olielamp in de huis­kamer en menig man alle 718 versregels van Tollens’ Overwintering op Nova Zembla uit het hoofd leerde voor een luimig voordrachtavondje van een van de honderden rederijkerskamers die Nederland toen telde.

Op grond van (gebrekkige) oplage- en abonneecijfers, herdrukken, ingezonden brieven en polemieken probeert Mathijsen te achterhalen wat L nu werkelijk las en waardeerde.

En daarmee zet ze de literatuurgeschiedenis behoorlijk op haar kop: wat wij vandaag de dag zien als het belangrijkste werk van de beste schrijvers van toen (Multatuli, Beets, Couperus, Gorter, Kloos, Van Eeden), staat niet in de top tien van L, die het oeuvre van Tollens, Bosboom-Toussaint, De Génestet en zo goed als vergeten auteurs als Loosjes, Van Zeggelen en Van Woude stukken hoger had zitten.

Dan Browns succes is ook geen reden om Ida Gerhardt af te schrijven

Nee, Mathijsens L is geen pleidooi om de canon overhoop te halen: het verkoopsucces van Dan Brown of Vijftig tinten grijs is ­immers ook geen reden om Ida Gerhardt of Albert Alberts bij het oud papier te doen. Smaken veranderen nu eenmaal, alleen vaak minder abrupt dan de traditionele literatuurgeschiedenis ons soms doet geloven – de nu zo beroemde Tachtigers werden in de negentiende eeuw bar weinig herdrukt.

En veel van wat L wel graag las (vaak voor een habbekrats nog te vinden op boekwinkeljes.nl), is nu hoogstens nog als curiosum interessant. Maar je kunt er, zo bewijst Mathijsen, een-twee eeuwen later nog wel een heerlijk sprankelend boek over schrijven.

Eerder verschenen in Trouw

Recensie door: Dietske Geerlings

Verfrissende, alternatieve literatuurgeschiedenis

[Recensie] Met L heeft Marita Mathijsen een bijzonder aantrekkelijke en toegankelijke literatuurgeschiedenis geschreven over de lezer in de negentiende eeuw. Behalve dat het boek op een prettige manier geschreven is, is het ook fraai uitgegeven: een kleurendruk, met diverse afbeeldingen van boeken en kunstwerken uit de negentiende eeuw, waarbij de lopende tekst in een zwarte letter is gedrukt, afgewisseld met ingesprongen stukken in blauwe drukletter vanuit het perspectief van L.

De geschiedenis is chronologisch ingedeeld in vijf tijdvakken onder de koppen De nieuwe eeuw, Vaderlandse gevoelens, Triomf van het proza, De lust in het alledaagse en Strevers en solisten. Elk tijdvak is op min of meer op dezelfde manier opgebouwd met eerst een kort overzicht van de politieke situatie, dan de betrokken letteren met diverse thema’s die op dat moment in de literatuur actueel waren, het literaire circuit met informatie over hoe de literatuur op dat moment verspreid en gelezen werd, de literaire tijdschriften, het literaire verleden, met een overzicht van de auteurs en werken die men in die tijd uit het verleden nog koesterde, afsluitend met de top tien van auteurs en werken uit het betreffende tijdvak. Daarmee is het werk niet alleen bijzonder informatief, maar ook overzichtelijk.

Mathijsen bekommert zich niet alleen om de lezer uit de negentiende eeuw, maar ook om de lezer van nu. Zij heeft er werkelijk alles aan gedaan om de geschiedenis aantrekkelijk weer te geven. Allereerst is daar de afwisseling, die voor de meeste lezers van deze tijd zo welkom is: naast stukken geschiedenis vind je fragmenten die geschreven zijn vanuit de denkbeeldige lezer uit de negentiende eeuw, die het hele boek door ‘L’ wordt genoemd. Daarmee word je extra in de historische tijd getrokken en gedwongen om je huidige manier van kijken naar literatuur voor even los te laten. Behalve deze stukken vanuit ‘L’ zijn er ook vele fragmenten te vinden van auteurs uit die tijd, die als voorbeelden worden aangehaald om de geschiedenis te verduidelijken. Tenslotte zijn er de fraaie afbeeldingen die het beeld van de historie compleet maken. Op deze manier raak je niet verstrikt in eindeloze historische verhandelingen, maar kun je echt een beetje tempo maken, terwijl je toch alles meekrijgt.

Ook haar taalgebruik is bijzonder fris en is erop gericht dat de lezer alles voor zich ziet: “De rol van de letteren in deze chaotische tijd kan niet overschat worden. Pamfletten en kritische blaadjes buitelden over elkaar heen. Onder de verlichters en patriotten waren veel schrijvers en die doopten hun pennen in azijn.” Mijn voorkeur ligt bij de historische stukken, omdat die zo’n helder overzicht geven van een toch behoorlijk chaotische tijd:

“Men kan er zich bijna geen voorstelling van maken hoe verwarrend en tumultueus de politiek in de laatste jaren van de achttiende eeuw geweest was. Een gruwelijke tijd, zoals de dichter Loosjes schreef. Zelfs als je alleen naar de laatste vijf jaren van die eeuw kijkt, na de verdrijving van de laatste stadhouder, krijg je er nauwelijks grip op.”

Vervolgens laat ze zien dat je toch een grove indeling nodig hebt om te begrijpen wat de dilemma’s van die tijd zijn. Ze laat de opvattingen van verschillende partijen zien en hoe die terug te vinden zijn in het werk van de auteurs in die tijd. Ook wordt duidelijk welke auteurs in die tijd populair waren. Sommigen daarvan zijn ook nu nog de iconen van de negentiende eeuw. Anderen zijn in de vergetelheid geraakt. De fragmenten van L zijn er natuurlijk op gericht om echt in het hoofd van deze L te komen, maar is dat wel mogelijk met alle kennis van nu? Soms komen deze stukken op mij wat gekunsteld over:

“Waar ik niet van hou, is als schrijvers met de taal gaan frutselen. Als ze zinnen niet afmaken of zelf nieuwe woorden maken die ik echt niet begrijp. Ik schaak met de leraar Nederlands van mijn zoon, en die liet mij een modern tijdschrift zien, De Nieuwe Gids. Die titel is dus een schop tegen het zere been van de oude Gids. Daarin wees hij me op een stukje van een zekere Frans Netscher dat hij mooi vond. Ik heb er twee zinnen van overgeschreven: […]. Wat moet ik nou met wiegwuiven, en wat met vijfvingerige handen? Zijn er soms zesvingerige? Veel mooier vond ik in datzelfde tijdschrift een soort sprookje van ook een nieuweling, een zekere Frederik van Eeden, over De kleine Johannes.”

Al met al is het een verfrissende, alternatieve literatuurgeschiedenis waar je met veel plezier en niet al te veel moeite doorheen kunt wandelen, en dat kun je niet van veel literatuurgeschiedenissen zeggen.

Eerder verschenen op Tzum

Recensie door: Liliane Waanders

Op naar Alice, of: wat moet ik aan? O nee, welk boek mag er mee?

[Column] Ik kan soms eindeloos voor mijn boekenkast staan, voordat ik weet welk boek er mee mag als ik ‘op reis’ ga. Dat ik op dat moment al in een boek bezig ben, hoeft niet doorslaggevend te zijn. Het kan namelijk zijn dat dat boek niet bij de gelegenheid of de bestemming past. Vorige week deed zich weer eens zo’n wik- en weegmoment voor. Ik moest naar Zaltbommel, alwaar het Lewis Carroll Genootschap bijeenkwam voor een symposium.

Hoewel er vanwege Lewis Carroll (1832-1898) alle aanleiding was om te kiezen voor en door te lezen in L: de lezer van de 19e eeuw van Marita Mathijsen (waarin zijn naam overigens niet valt, terwijl L hem – zelfs in vertaling – gelezen had kunnen hebben), begon ik de avond voor vertrek toch te twijfelen. Lizzie van Eva Wanjek (nog nooit van Eva Wanjek gehoord? Achter dit pseudoniem gaan Martin Michael Driessen en Liesbeth Lagemaat schuil) lag namelijk te lonken. Ondanks L was het niet bij bladeren gebleven toen ik de roman over Elisabeth Siddall (1829-1862), model van een aantal prerafaëlitische schilders en de muze van Dante Gabriel Rossetti, een paar dagen daarvoor toegestuurd had gekregen.

Wat uiteindelijk de doorslag gaf was dat ik onderweg twee keer over moest stappen en in beide gevallen behoorlijk lang op mijn aansluiting zou moeten wachten. Omdat ik ook op het perron door wilde lezen, koos ik voor het best hanteerbare boek: L: de lezer van de 19e eeuw. En dat heb ik geweten, want in Den Bosch werd ik aangesproken door de enige andere reiziger die ook op de trein naar Zaltbommel stond te wachten.
Hij vroeg of ik L: de lezer van de 19e eeuw een goed boek vond, maar eigenlijk wilde hij weten of ik ook op weg was naar de Gasthuiskapel in Zaltbommel, waarna wij onze reis samen vervolgden.

Waarschijnlijk zou hij die vraag ook hebben durven stellen als ik Lizzie had staan lezen. Ook het omslag van dat boek ademt de sfeer van de negentiende eeuw. Er staat een schilderij van Dante Gabriel Rossetti op: Beata Beatrix, waarvoor Lizzie Siddall model zat (maar zij is het ook). Misschien had het helemaal niet uitgemaakt welk boek ik in handen had gehad: een lezende reiziger die wacht op de trein naar Zaltbommel, die moet wel op weg zijn naar Lewis Carroll en zijn Genootschap. Zelfs als ik daar gestaan had met mijn e-reader – een stokoude Kindle met, maar dat kon hij niet weten, onevenredig veel titels verschenen in de negentiende eeuw – was de kans aanwezig geweest dat hij mij had aangesproken.

Dat ik die dag ten koste van Lizzie koos voor L zegt vrees ik weinig over mijn literaire voorkeuren. Negentiende-eeuwse literatuur is ondanks mijn belangstelling voor Lewis Carroll (en Lord Byron) nog altijd een van mijn ondergeschoven kindjes. Zoals kleren de man niet per se maken, kun je een lezer ook niet altijd definiëren op grond van het boek waarmee zij betrapt wordt. Zelfs niet als zij hoog opgeeft van hetgeen zij aan het lezen is (en dat deed zij toen haar naar de kwaliteit van L: de lezer van de 19e eeuw gevraagd werd. Ze zou zelfs niet ontkend hebben dat zij door Marita Mathijsen op het spoor van een paar interessante titels gezet was).

Op naar Alice, want zij stond centraal tijdens het vijfde symposium van het Lewis Carroll Genootschap. En terecht, want het Genootschap presenteerde een heruitgave in facsimile van Lize’s Avonturen in het Wonderland (1875), een vertaling waar veel over te zeggen en ook wel het nodige op aan te merken is (daarover gaan de twee uitleidende essays geschreven door hardcore Carrollians), maar het is wel de eerste Nederlandse vertaling van Alice in Wonderland, een vertaling waarvan in Nederland nog maar drie exemplaren bekend zijn (maar alle drie incompleet, de facsimile werd gemaakt naar een exemplaar dat zich in een Amerikaanse bibliotheek bevindt). 

Lize heet ze dus als ze haar entree in Nederland maakt. En ze zit op een bank in de tuin als ze een wit konijn met rode ogen voorbij ziet snellen…

Lize’s Avonturen in het Wonderland is geen boek voor in de trein, maar eenmaal thuis laat mijn nieuwsgierigheid zich niet bedwingen, terwijl L: de lezer van de 19e eeuw en Lizzie toch echt oudere rechten hebben.
Ik blader en verbaas me over de goudgele jurk van Lize, zo ken ik Alice niet, en meer nog over het bruine witte konijn (had ik al verteld dat deze Nederlandse vertaling de eerste Alice in kleur is?), en als ik begin te lezen weet ik het onmiddellijk weer: het is het Nederlands van toen dat tussen mij en de negentiende-eeuwse literatuur in staat, want:

Alice was beginning to get very tired of sitting by her sister on the bank and having nothing to do: once or twice she had peeped into the book her sister was reading, but it had no pictures or conversations in it, “and what is the use of a book”, thought Alice, “without pictures or conversations?”

klinkt heel wat sprankelender en eigentijdser dan:

De kleine Lize zat op een heel warmen zomerdag met haar zuster op een bank in den tuin en begon te bedenken dat het vervelend was daar zoo te zitten zonder iets te doen , ze had al eens een paar maal in ’t boek gekeken dat haar zuster las , maar er waren geen plaatjes of prettige zamenspraken in „en” , dacht Lize „wat is een boek zonder prenten of zamenspraken?”

Dat belooft nog wat voor die negentiende-eeuwse titels die mij tijdens L: de lezer van de 19e eeuw de moeite van het lezen meer dan waard leken.

Eerder verschenen op Bazarow Magazine

Samenvatting

Marita Mathijsen zet haar eigentijdse leesbril af en verplaatst zich in de boekenliefhebber van de negentiende eeuw. Zo geeft ze een erudiete, verbluffende nieuwe kijk op een veelbewogen periode.

€ 29,95

Verwachte leverdatum: woensdag 26 januari


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789463821780
Verschijningsdatum
september 2021
Druk
1
Aantal pagina's
464 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
680: Geschiedenis algemeen
Thema's
  • Biografie, literatuur en literatuurstudies
  • Literatuur: geschiedenis en kritische beschouwing
  • Literatuurstudies: algemeen
  • Literatuurstudies: ca. 1800 tot ca. 1900
Categorieën

Uitgever
Balans

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden