In galop het duister in

Auteur(s): Baltasar Porcel
Taal: Nederlands
1 recensie
In galop het duister in
In galop het duister in
In galop het duister in

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Elisabeth Francet

Shakespeariaanse familiegeschiedenis

“Was het een betovering van oktober, met zijn weke en roestige bladeren, waarboven de Notre-Dame zich bleek verheft – elke steen gehouwen met de geborduurde precisie van een hermetisme – en zich spits aftekent tegen de troosteloze grijze hemel?”

[Recensie] De ik-verteller is net ontwaakt uit een droom. De aanblik van de gargouilles op de Notre-Dame slingert hem bruusk terug naar zijn jeugd en zijn geboortedorp. Hij opent het raam, steekt een sigaret op en kijkt naar de kathedraal. Parijs is de enige plek die hem kan losmaken van zijn verleden en waar tegelijkertijd “elke gotische gevel, elk hoekje van de Seine […], elke boekhandel vol van suggestieve letters en kleuren, tot hem spreekt”, met een intieme taal die helemaal de zijne is. Hier is hij en is hij er niet. Zijn geest bevindt zich voortdurend elders, in een ander tijdperk.

In de onstuimige, Shakespeariaanse roman In galop het duister in laat de Catalaan Baltasar Porcel (1937-2009) uit de schrale wereld van zijn jeugd en de eeuwenlange overlevingsstrijd van zijn geboortedorp Andratx (Mallorca) een mythisch universum oprijzen. De geschiedenis en de tragiek van het geslacht Vadell, generatie na generatie onderhevig aan angsten en wanen, maakt hij tastbaar in dit wervelend historisch verhaal, zopas uitstekend vertaald door Frans Oosterholt.

In boekhandel Shakespeare and Company stuitte de verteller enkele dagen geleden op een geschrift waarin een Spaanse monnik uit de negentiende eeuw melding maakt van het dorp Andratx en de familie Vadell. Reeds lang wil de verteller een genealogisch overzicht opstellen van zijn voorouders. Na de dood van zijn oom, de vicaris van het dorp, erfde hij talloze paperassen: notitieboekjes, brieven, vergeelde foto’s en andere archiefdocumenten. Het geschrift van de Spaanse monnik blijkt een aanvulling daarop.

De documenten maken gewag van de opkomst en het schielijk verval van het geslacht Vadell en fluisteren de verteller een verhaal van hartstocht, naijver, incest, wraakzucht en waanzin in; een verhaal dat zijn oorsprong vindt in de zeventiende eeuw, in een gehucht met smalle, duistere huizen. In de loop der eeuwen zouden de Vadells vanuit Andratx uitzwermen naar alle uithoeken van de wereld. Ook hij, de verteller, is erfelijk belast: een onstilbaar vuur woedt in hem.

Op zijn zestiende verjaardag kwam tante Amalia in zijn leven. Tijdens een zwempartijtje in een nabijgelegen waterbekken zag hij haar: ‘een vlammend beeld van furie, omlijst door de winderige ochtend’, een vrouw van eenenveertig, met wie hij nog nooit had gesproken en zelfs geen blik had uitgewisseld. Ze beleefden een uitzinnig minnespel. Pas een kwarteeuw later keerde de verteller terug naar Andratx om te snuffelen in de archieven van de familie.

In de zomer van 1678 begon de saga van het geslacht Vadell, op “een dag waarop een zuidwestenwind woei […], toen twee Moorse zeilboten met gebolde windvang hun voorsteven in de vorm van een halve maan richtten naar Dragonora, een klein, langgerekt eilandje met ruige kliffen, heuvels met hoge begroeiing en een getande rug, voor de kust van Andratx.” De wachters bliezen alarm. Het dorp raakte in rep en roer, de poorten van de weermuur werden gesloten, de donderbussen geladen en de bloedhonden opgehitst voor de strijd.

In de geschriften wordt ene Jaume Vadell genoemd. De gewezen torenwachter en galeislaaf werd door de Moren gevangengenomen en in Noord-Afrika wederom als slaaf verkocht. Hij redde het leven van zijn kapitein, de aristocraat Capovara, maar legde zelf het loodje. Uit dankbaarheid liet de edelman zijn landgoed en al zijn bezittingen na aan de familie van zijn redder. De Vadells namen ook de banier van de Capovara’s over: drie paarden op een zwarte achtergrond. In de stallen van het landgoed huisden edele dieren met trillende haren en een diepe, soevereine adem. Als een rode draad lopen zij door de familiegeschiedenis. Ook hen wacht een gruwelijk lot.

Als kind bewoonde de verteller het donkere souterrain van het landgoed in Andratx, samen met zijn immer naaiende en murmelende oma. In haar warrige verhalen mengde zij historische details met apocalyptische visioenen, waarin Moren met paarden en machines uit de Hel opstegen. In de reusachtige hal hingen portretten van zijn voorouders, voornamelijk zeelieden, landeigenaars en klerikalen. Ze strekten de armen naar hem uit en joegen hem angst aan. Het landgoed verkeerde sinds lang in traag verval en werd langzaam verzwolgen door klimop en schimmel.

Weggezakt in een kolossale oorfauteuil in de sacristie (gekalkte muren volgehangen met heiligenbeelden) zat zijn oom, de vicaris. Hij sprak over Shakespeare, over Macbeth en de honger naar macht, over Hamlet en de waanzin van de wraak. Van de vicaris leerde de verteller over een verder verleden: de tijd van het Grote Schisma van het Westen; het begin van de inquisitie; de waanzin en de terreur. Hij begon te beseffen dat de mensen in zijn omgeving, de levende nazaten van de Vadells, dingen uit de geschiedenis herhaalden met hetzelfde automatisme als waarmee ze baden: ‘zonder er aandacht aan te besteden maar overtuigd van de intrinsieke waarde van de woorden’. Ook hij, luisterend naar zijn oma en naar de vicaris, durfde zich niet te verroeren “als het spook van de angst dicht langs hem scheerde”.

Naarmate het geschiedkundig onderzoek van de verteller vordert, verdicht het duister zich. Alles wordt ingewikkelder en chaotischer, met feiten die elkaar tegenspreken. Gesmoorde kreten en verval stormen op hem af, als ruiters in een tomeloze galop. Het besef groeit dat hij geen enkele zekerheid zal vinden; zijn fundamenten gaan aan het wankelen. Hij verdwaalt in een wereld van schimmenstoeten, doodswalmen, spinrag, verschrikte ogen en maneschijn.

Is dit graven naar zijn wortels slechts een poging van de verteller om die ene, felbegeerde verbinding te bereiken? Om zijn vader, “een ijl en permanent geestelijk baken”, te begrijpen? Om het beeld van zijn ravissante moeder van weleer op te roepen? Of zullen het verleden en de voorbestemming (“het verborgen, subtiel weefsel waarvan ze gemaakt zijn”) het heden opnieuw inhalen?

Intens zinnelijk roept Porcel te midden van al dat uitzinnig geweld, een “neurotische destructie ad finitum”, zoete geuren, weelderige vormen en geëxalteerd kronkelende lichamen op. In barok proza materialiseert hij angst en hunkering, dirigeert met duivelse hand zijn heidense creatie, weeft er hemelse melodieën doorheen. Barbaren veredelt hij tot aristocratische helden en antihelden, met de dood onontkoombaar op hun hielen. Porcel verzint – naar eigen zeggen – niet. Hij herschept.

Eerder verschenen op Mappalibri en op Geendagzonderboek

Samenvatting

Een schrijver haalt aan de voet van de Notre-Dame de Paris herinneringen op aan zijn jeugd op Mallorca, die hij aanvult met een schat aan historische bronnen over zijn dorp en zijn familie. Aan zijn geestesoog trekt een stoet van goyeske karakters voorbij: zijn oudoom die het grootste deel van zijn leven investeert in een bloeddorstige wraakactie op de opa van de verteller; zijn wellustige tante Amàlia met haar door wilde honden verminkte echtgenoot; zijn spiritistische oma die haar lot in handen legt van een orakelend gedrocht; het horrorgezin van de incestueuze Llàtzer de Vadell. Wat van start gaat als een weetgierige queeste naar zijn wortels, ontaardt onder de ogen van de lezer in een spectaculair schimmengevecht met het verstikkende voorgeslacht van de schrijver.

‘Een oogverblindende fries van misdaden, aanrandingen, leprozen, bloedschandes, brandstapels, slachtingen, explosies, liefdesgeschiedenissen en moorden. Jazeker, in "In galop het duister in" voelen we ons weer kinderen van de enig mogelijke goden: onze voorouders.’ Francisco Umbral

Baltasar Porcel (Andratx, Mallorca, 1937 - Barcelona 2009) was een centrale figuur in de Catalaanse letteren gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij behoort tot de beste romanschrijvers die Catalonië heeft voortgebracht.

‘The work of Baltasar Porcel is at the same level as that of Don DeLillo or Philip Roth.’

Harold Bloom

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 10 juli


Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789491495670
Verschijningsdatum
september 2019
Druk
1
Aantal pagina's
260 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Menken Kasander & Wigman Uitgevers

Vertaald door
Frans Oosterholt

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden