Verzet!

Auteur(s): Bart Koubaa
Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
Verzet!
Verzet!
Verzet!

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Marnix Verplancke
4/5

Er is wel degelijk een alternatief. Het communisme van Gustaaf Peek

Toen Gustaaf Peek dit voorjaar op de Nederlandse tv bekende een communist te zijn, ging er een zacht “oh” door het publiek, en dat was zeker niet uit bewondering. Peek pareert met een uitdagend pamflet: Verzet! “Ik heb het over rechtvaardigheid en kansen,” legt hij uit, “niet over Mao-pakjes.”

[Interview] “Vind jij het normaal dat iemand een schilderij koopt van 450 miljoen terwijl miljarden mensen niet weten of ze morgen eten zullen hebben? Ik vind dat neurotisch, net zo neurotisch als het kapitalisme dat dit mogelijk maakt.” Veertien was hij toen de Muur neerging. Hij volgde het van nabij en bekeek daarna alle Koude Oorlog-films waarin het communisme werd neergezet als een schoolvoorbeeld van een keihard onmenselijk regime. Daar bleef hij dus ver van weg besloot hij, van dat communisme, tot hij plots merkte dat zijn kritiek op onze kapitalistische maatschappij er in feite heel erg bij aanleunde. “Dat was een hele schok voor me,” bekent Gustaaf Peek, “en ik moest een heleboel overwinnen om dat te kunnen bekennen. Wanneer iedereen je je hele leven heeft wijsgemaakt dat economische uitbuiting noodzakelijk is voor de vooruitgang en je plots ontdekt dat dit helemaal niet waar is, voelt dat niet alleen als een ontwaken, maar ook als het verraad van je geschiedenis.”

Gustaaf Peek is niet alleen de veelvuldig bekroonde auteur van vier romans, waarvan vooral de laatste, Godin, Held, opzien baarde door zijn expliciet seksuele inhoud, hij is nu dus ook officieel communist. Dat bekent hij in het pamflet Verzet! Pleidooi voor communisme.Karl Marx besefte dat Het Kapitaal alleen een intellectuele elite zou bereiken. Daarom schreef hij voor het grote publiek het Communistisch Manifest. Peeks Verzet! ligt in dezelfde lijn. Het is een toegankelijk pamflet waarin getoond wordt dat het kapitalisme leidt tot de uitbuiting van mens en aarde. Het kan ook anders, schrijft Peek vervolgens. Er is een andere manier van denken en werken mogelijk, waarin de gemeenschap basisrechten als voeding, huisvesting en communicatie voor iedereen waarborgt en de middelen daartoe in handen houdt.

“Natuurlijk leven we al lang niet meer in de tijd van Marx,” zegt Peek, “toen duizenden mannen, vrouwen een kinderen stierven in de textielindustrie van Manchester, maar dat wil niet zeggen dat het kapitalisme mensvriendelijker geworden zou zijn. We hebben de uitbuiting gewoon geëxporteerd, zodat we ze niet meer moeten zien en wij er dus ook niet langer verantwoordelijk voor lijken. Ze gebeurt nu in de sweatshops van Bangladesh, in de gsm-fabrieken van China en op de scheepskerkhoven van India. Ik hoop dat wij over honderdvijftig jaar met evenveel verontwaardiging terugkijken op onze wereld als wij dat vandaag doen met het Manchester van midden negentiende eeuw.”

Was uw communistisch inzicht ook geen verraad van uw familie? U bent toch een van de erfgenamen van het Peek & Cloppenburg-imperium, de kledingmultinational die uw familie begin jaren 1990 voor een smak geld van de hand deed?

“Mijn achtergrond is tweeledig en ik denk dat ik daardoor een zekere voorsprong had. Mijn Europese achtergrond is zonder meer bourgeois. De kant van mijn uit Indonesië afkomstige moeder is echter totaal anders. Mijn Indonesische grootvader kon met moeite zijn naam schrijven. Mijn moeder groeide op in armoede in een derdewereldland. Vanaf jonge leeftijd was ik regelmatig in Indonesië en daar heb ik de andere kant van de kapitalistische medaille leren kennen. Dat heeft mij net wat meer denkruimte verschaft, of toch op zijn minst verwarring. Stel dat ik een bourgeois studie had gedaan en daarna een bourgeois baan had gezocht, dan was ik wellicht nooit tot het communisme gekomen. Maar ik schrijf, wat een constant bevragen van de werkelijkheid en het innerlijk leven is. Daardoor had ik geen keuze. Het communisme voelt heel natuurlijk voor me.”

Maar de geschiedenis heeft toch al vaak getoond dat het communisme niet werkt? Kijk naar Rusland, China en Venezuela.

“Alle communistische staten laten ons keer op keer hun doden tellen, zegt men. Dat is inderdaad zo. Maar hebben we ooit wel echt communisme gekend? Communisme betekent dat het volk de productiemiddelen in handen heeft. Was dat zo voor de drie voorbeelden die je aanhaalt? Nee dus, en daarmee valt je opmerking meteen ook in het water. Rusland kwam uit een feodaal tijdperk waar het grootste deel van het volk zich krom werkte terwijl de adel grote sier maakte. Als daar dan iemand aankomt met het verhaal dat het geld verdeeld zal worden en iedereen het beter zal krijgen, heeft die meteen grote groepen mensen achter zich. Dat is wat de Russische communisten deden, waarna ze de grote Lenin-truuk opvoerden. Lenin wist wat hij wou, en dat was geen communisme. Hij plaatste het land onder het gezag van een centraal committee, wat in directe tegenspraak was met de dictatuur van het proletariaat waar Marx het over had. De macht moest in handen zijn van de meerderheid, maar Lenin stuurde keihard aan op een minderheid. In feite zette Lenin de oude dictatuur gewoon verder, alleen verbond hij er een geslaagde marketingcampagne aan waardoor hij een communist leek. De Duitse communiste Rosa Luxemburg zag het daarentegen anders. Zij is de heldin van mijn pamflet omdat ze de invulling van het communisme altijd heeft opengehouden, wat geen makkelijke positie is. Het kapitalisme kan bogen op een groots verleden. Het is getest en goed bevonden. Het communisme zal zich daarentegen iedere keer weer moeten uitvinden en bewijzen. Het draait om vrijheid en autonomie, wat wellicht een stroperig pad is. Of zoals Rosa Luxemburg het schrijft: ‘Het communisme staat voor duizenden problemen, maar het zal die beantwoorden met duizenden oplossingen. Het zal een proces worden van onvermijdelijke vergissingen en oneindige verbeteringen.’”

Maar wat moeten we ons daar dan concreet bij voorstellen?

“Iets wat nog niet helemaal ingevuld is, maar dat steeds concreter wordt naarmate we streven naar kleiner wordende machtsverschillen. We moeten het ideale evenwicht tussen rechtvaardigheid en vrijheid nastreven. Wat is onze verkiezingsstem nog waard als onze overheden een groot deel van het gemeengoed hebben uitbesteed aan het privékapitaal, zoals dat vandaag het geval is? Wat kunnen ze nog betekenen als ze voor alles eerst toestemming moeten vragen aan de markt? Welke macht hebben wij dan nog? Wij voelen de angst die veroorzaakt wordt door de onmacht, maar wat doen we ermee? Tegen onszelf stemmen. We verbinden ons lot aan partijen waarvan we denken dat ze het dichtst bij de markt staan en ons in onze angst en onzekerheid toch nog wel zullen beschermen. Daardoor is in Nederland een nichepartij als de VVD telkens de grootste, terwijl zij in realiteit maar een flintertje van de samenleving bedient. Volgens mij heeft ons systeem van volksvertegenwoordiging dus alleen zin als ons gemeengoed gewaarborgd is. Dan heb ik het over basale zaken, datgene wat we nodig hebben om te leven, zoals voeding. Ik heb allerlei grondwetten doorgenomen en wat blijkt? Niemand heeft recht op voedsel. Toch is alles geadministreerd en geregeld, maar alleen voor de producenten. Het recht om iemand voedsel te onthouden is groter dan de plicht om hem in leven te houden. Dat is natuurlijk een absurde situatie. Dan staat de wereld open voor uitbuiting en afpersing. Hetzelfde geldt voor huisvesting en communicatie. Wie vandaag niet over een internetverbinding beschikt, maakt geen kans in het leven. Die zou dus gewaarborgd moeten worden voor iedereen. We moeten werken aan een vergroten van de autonomie en een verkleinen van de angst. Dat zijn de beoordelingscriteria waarmee ik naar de politiek kijk.”

Zijn we allemaal in de American Dream gaan geloven, denken we dat wij binnenkort ook rijk zullen zijn en stemmen we daarom voor de VVD?

“De grootste triomf voor een bedrieger is dat hij zijn slachtoffers tot zelfbedrog kan aanzetten. We hebben vandaag zelfs geen ruimte meer om te ontdekken wat onze behoeften zijn. We zijn product en grondstof geworden en krijgen de boodschap ingefluisterd dat we vooral van elkaar moeten profiteren. We zien elkaar alleen nog in termen van kopen en verkopen. En tijd voor elkaar hebben we al helemaal niet meer. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Druk, druk, druk’. Hebben we echt behoefte aan 24 uur op 24 e-mails? Ik betwijfel dat. Het enige wat we daarmee doen is het kapitaal nog een hoger rendement bezorgen.”

Zit het kapitalistische mensbeeld waarbij de mens ambitieus is en het altijd beter wil doen dan zijn buurman dan niet heel diep in ons?

“Ambitie is prima, maar dat betekent niet dat we die buurman daarom meteen hoeven te knechten. Ik wil die knechting en uitbuiting eruit krijgen. Wij zitten vol dromen en ambities en ik wil dat iedereen even veel kansen krijgt om die waar te maken. Voor het overige wil ik zo veel mogelijk open laten. Het communisme is geen wetboek en ook niet het einde van de geschiedenis. Het is gewoon een volgende stap in de evolutie, na het kapitalisme. Stel dat we allemaal gelijkwaardig geworden zijn en we ook tevreden zijn met de vrijheid die we hebben, dan is het communisme klaar. Verzinnen we wel wat anders.”

Waarom per se gaan voor communisme en bijvoorbeeld niet voor het basisinkomen?

“Ik ben daar wel voor, maar het is niet genoeg. Stel dat je een basisinkomen invoert, dan leidt dat alleen maar tot chantage van de overheid. Een heleboel gemeengoed is immers uitbesteed, waardoor de overheid daar geen grip meer op heeft. Opeens zou het voedsel duurder en de huishuur hoger worden, en de prijs van medicijnen zou stijgen. Gek toch? Helemaal niet, want zo werkt het kapitalisme nu eenmaal. Vandaar mijn pleidooi voor een systeem waarin de basisbehoeften in handen zijn van de gemeenschap. Dan zijn ze niet langer de prooi van speculanten en kunnen we eindelijk relaxen. Hier in Nederland heb je de hypotheekrenteaftrek: je mag een bepaald bedrag van de belastingen aftrekken, in verhouding tot de waarde van je huis. Wat is daarvan het gevolg? Hogere huizenprijzen. Tijdens een protestactie tegen het inkrimpen van kunstsubsidies raakte ik aan de praat met een tegenstander waarvan ik wist dat hij in een peperduur huis woont waarvoor hij misschien wel 50.000 euro hypotheekrenteaftrek per jaar vangt. Hij vond het ongehoord dat een schrijver een beurs van 30.000 euro zou krijgen om een roman te schrijven; belastbaar welteverstaan, en aan zo’n boek ben je toch al gauw twee of drie jaar bezig. ‘Wat zit je nou te klagen?’ vroeg ik hem, ‘jij krijgt wellicht 50.000 euro per jaar’. Weet je wat zijn antwoord was? ‘Ja, maar daar heb ik recht op.’”

Gedaan dus met het verschil tussen arm en rijk onder het communisme?

“Welnee. Stel dat iemand 200 miljoen verdient. Dan moet daarvan bijvoorbeeld de helft naar de gemeenschap gaan en mag hij best nog in zijn huis van 100 miljoen wonen. Het moet allemaal een beetje minder neurotisch worden, dat is alles. Ik heb het over rechtvaardigheid en kansen, niet over Mao-pakjes. De basisvraag luidt: als we allemaal gelijk zijn, hoe gaan we dan met onze vrijheid om. Als jij in een paars godenkostuum over straat wil lopen of in een hoekje op je kop wil gaan staan, vind ik dat heerlijk. Wat voor samenleving het communisme oplevert weet ik als puntje bij paaltje komt dus ook niet, maar ik ben wel dodelijk nieuwsgierig.”

Op het einde van Verzet! krijgen we een hoofdstuk over de liefde te lezen. Gaat communisme dan niet over economie?

“Niet alleen, nee. Ik vond dat hoofdstuk over de liefde juist heel natuurlijk. Waar hebben we het immers over? Over een uitbreiding en verdieping van het menselijk verbond. Het vormgeven van een egalitair samenleven. Dan kun je het toch maar moeilijk niet over de liefde hebben? Communisme is geen louter intellectuele inrichting van de maatschappij. Het gaat ook over fundamentele emotionele zaken. Als je het over de waarde van een mens en de samenleving hebt, kom je automatisch bij de liefde uit.”

Dat doet me heel erg denken aan wat de Britse romantici zeiden, en dan meer bepaald Percy Bysshe Shelley.

“Dat verbaast me niet. Schrijvers zijn vuurstelers, net zoals Prometheus uit Shelley’s gedicht Prometheus Unbound. De liefde is een van de weinige dingen die je kunt inzetten voor de toekomst. Ik ken geen andere reden om aan een toekomst of aan kinderen te beginnen. Ik las onlangs een boek over de Amerikaanse burgerrechtenbeweging waarin nogal wat werk opgenomen was van Bayard Rustin. Hij was een van de grote medestanders van Martin Luther King. Zo vertelt hij dat een agent hem van een bus wou halen waar hij niet op mocht omdat hij zwart was. ‘De liefde is de grootste kracht,’ zei hij tegen de agent, ‘Als u een grotere kent mag u me nu meenemen.’ Ik snapte dat meteen.”

Begin twintigste eeuw sympathiseerden heel veel schrijvers met het communisme. Tot het reëel werd en ze hevig teleurgesteld waren. Zal u hetzelfde niet overkomen?

“Ik ben voorbereid op alles. Dat heb ik uit de geschiedenis geleerd. Iedere nieuwe generatie is geshockeerd door de ideeën en verwezenlijkingen van de vorige. En ze wil daar iets aan doen. Er zijn grote veranderingen mogelijk. Zie me hier zitten, een uitvloeisel van de koloniën, maar ik heb zoveel mogelijkheden. We leven in veranderlijke tijden en het einde is nog niet in zicht. Ze zijn ons gemeengoed aan het opsouperen en enorme fortuinen aan het aanleggen. Je zorgt echt niet beter voor je gezin als je 500 miljoen bezit in plaats van 100 miljoen. Dat is een neurotische gedachtengang. Er is een groep die denkt: godverdomme hij wel en ik niet; als er weer zo’n schilderij van Leonardo da Vinci te koop komt, zal het voor mij zijn. Zij behoren tot het verleden. Er breken andere tijden aan. TINA, proberen ze ons wijs te maken, There Is No Alternative. Ja, dat zou het kapitaal wel willen. Nou dank je de koekoek.”

Eerder verschenen in De Morgen

Recensie door: Daan Stoffelsen
4/5

Een spelletje terwijl de regels veranderen

Je kunt iets verzetten en je kunt je ergens tegen verzetten. Jij kan dat, en schrijvers kunnen dat nog veel beter, laat Bart Koubaa zien in zijn nieuwe, buiten de lijst ontsporende roman van puberteit, protest en photoshop, Verzet!

Koubaa, een Vlaamse schrijver van wie ik eerder Lucht en Het gebied van Nevski op deze site besprak, en die ik vervolgens interviewde, is sindsdien een vriend en collega geworden, wat mijn positieve woorden in de komende alinea’s wellicht in een ander daglicht stelt.

Want ik ben fan, en ik onderschrijf Julia Kruls positieve woorden (én negatieve) over zijn schrijverschap in De leraar: ‘Want Koubaa kan schrijven, vertellen en sterke, controversiële, tot de verbeelding sprekende ideeën verzamelen.’ Of die van Jona Lendering: ‘Koubaa’s stilistische bravoure én virtuositeit maken Maria van Barcelona uiteindelijk tot een verdraaid goed boek: geen roman met een makkelijk te volgen plot, maar wel een vrij overweldigende ervaring.’ Of die van Irwan Droog over De Brooklynclub: ‘Voortdurend wordt de vertelling onderbroken en word je als lezer uit het verhaal gegooid – om vooral door te blijven lezen. Koubaa laat me met deze wonderlijke roman, opvallend in zijn onconventionele manier van vertellen, zowel in verwarring als in bewondering achter.’

Het verzet! begint

Koubaa schrijft, kortom, gekke boeken die de lezer uitdagen om door te lezen. Ze worden ook steeds gekker, en blijven goed geschreven en knap in elkaar zitten. Eind 2013 verscheen Verzet!, geïnspireerd door het schilderij Trickland van Michaël Borremans, dat ook het omslag vult. Op het schilderij zie je vrouwen gehurkt rond een gehucht. Daar woont de ik van Verzet!, en zijn verhaal begint als hij de grote wijzer van de notenhouten pendule bij zijn grootouders drieëntwintig en een half uur vooruit draait. Zijn eerste daad van verzet! En daarna kan hij niet meer zonder. Alles in huis, ringen aan vingers, huiswerkopdrachten in schooltassen, alles verplaatst hij. Tot de puberteit hem verder drijft:

‘Alles zinderde in mij, alles groeide en wilde uit mijn lijf barsten: ik kreeg het bevel mij voort te planten. Er waren weinig meisjes die op mijn voorstellen ingingen; er werd al eens gedwongen of misleid en in het slechtste geval was er mevrouw Moriko. Maar ik wilde meer dan de verschrompelde vagina van een verlamde oude vrijster die erop stond dat ik mijn geslacht met het vet van een zwarte bok insmeerde voor ik bij haar in bed kroop, en ik besloot weg te lopen naar de stad.’

Daar begint Koubaa zélf zich tegen de regels te verzetten, in de stad raken de wetten van oorzaak en gevolg al snel zoek. Maar voor we ons daarin verliezen: zo schrijft Koubaa dus, met smaak voor een iets ouderwetser idioom, oog voor alliteratie en dubbelzinnigheid (neem de titel), met absurde wendingen en – in dit boek – wat al te Vlaamse formuleringen. Zijn uitstapje naar een Belgische uitgeverij (waar eerder De sleutel verscheen), wreekt zich hier: want wie wordt er ‘gedwongen of misleid’, en moeten we voor ‘al eens’ nu ‘nogal eens’ lezen?

De vrijheid

De ik ontsnapt aan de ‘grenzen van de reuzinnen van Borremans’ (Borremans treedt vanaf het begin op als personage), en belandt bij Dmitri en Vanja, die op een industrieterrein de kunsten van het verdwijnen en de liefde beoefenen. Dmitri filmt en bewerkt zijn film zó dat mensen eruit verdwijnen; Vanja bevredigt de lusten van de jongen. Maar ook in de stad verzet! [sic] de ik dingen, zijn eerste kunststukje is het ongemerkt verzetten van een wiegje met de baby erin. Hij verplaatst stenen en auto’s, en dan opeens heeft zijn stille protest een effect: het gehucht waar hij woonde wordt getroffen door een aardbeving.

Hij hoopt bij de krant meer nieuws te horen, en krijgt er een baan. Bij het fotograferen in de stad ontdekt hij Verushka, en photoshopt haar naakt. Hij past foto’s aan, er vinden terroristische aanslagen plaats. Zijn hoofdredacteur komt om. Hij treft Verushka in een massaal kussengevecht.

‘Ik was uitgelaten, sloeg erop los als een jong veulen. Op een gegeven moment stond ik oog in oog met Verushka. Ik mepte haar zo hard ik kon, tot ze door haar knieën ging en haar hoofd beschermde met haar kussen, met haar armen, ze riep zelfs iets, maar ik bleef doorgaan tot ze op haar zij viel, en ontelbare veertjes haar in een wit kleed hulden. Na een afgesproken belsignaal hield het kussengevecht op en stoof de menigte uiteen. De veertjes rond Verushka kleurden rood, uit haar heerlijke slaap liep een klein riviertje zuiver bloed.
Ik smeet de steen die ik in het kussen tussen de ganzenveren had gestopt in de rivier en verbrandde de sloop.’

Ze blijkt doodgeschoten tijdens een demonstratie. Zijn vrienden zijn verdwenen. Hij woont in bij zijn homoseksuele hoofdredacteur. Hij gaat werken voor het leger.

Ik weet allang niet meer of deze volgorde van gebeurtenissen klopt. De ik zou ze herschikt kunnen hebben, met explosieve, maar niet noodzakelijkerwijs logischere gevolgen. De sensatie die Lendering en Droog beschrijven bij Koubaa’s vorige boeken, ervaar ik versterkt bij Verzet!: er is geen vanzelfsprekende gang van zaken meer, je mist de beslissende momenten, keuzes lijken niet gemaakt te worden, Koubaa past de regels aan gedurende het spel. Toch lees je door, door, door, en je enige houvast is het bestaan van de ik – tot het slot ook dat ondermijnt.

Het spelletje

Ik zeg spel, maar spelletje is misschien beter. Koubaa speelt een spelletje met ons, een sinister spelletje. Er is de humor van het onverwachte, de grap van het verplaatsen, de kafkaëske slapstick van abrupte bewegingen. Maar langzamerhand sluipt ook de Kafka van de maatschappijkritiek binnen, en uiteindelijk is de ik ervan doordrongen dat hij zich niet kan verzetten. Ik zeg maatschappijkritiek, maar zoals dat bij Kafka en bij de auteur zelf in Maria van Barcelona al niet eenduidig is, zo laat Koubaa zich ook in deze roman niet op één lijn betrappen. Ja, kunstenaars, vrouwen, pers en staat – ze zijn oppervlakkige cynici. Slachtoffers vallen en worden gevild, ze verdwijnen en worden zonder reden vermoord. Maar ondanks de Russische en Japanse elementen (kimono’s, sushi!) is de werkelijkheid van Verzet! veel complexer dan in politieke schema’s zou passen.

Misschien is het ook vooral kunstkritiek. De ik eigent zich levens en objecten toe door ze te fotograferen en bewerken, Dmitri verwijdert ze. Is er leven in en buiten een schilderij?

Of moeten we die ontbrekende beslissingen zien in het licht van een van Koubaa’s andere thema’s, dat van de vrije wil? Een ‘openbaring, […] Goddelijke intuïtie’ zette de ik aan tot zijn eerste verzet!, een engel spreekt hem toe. Reuzinnen bepalen het leven in het gehucht. Dmitri, de hoofdredacteur, de legercommandant: allemaal geven ze hem opdrachten. Zijn daden lijken niettemin willekeurig. Verzet! hij of wordt hij verzet!? Is verzet! mogelijk?

Verzet! roept vragen op, en zo hoort het. Het is een knap, doordacht boek, maar killer dan Koubaa’s eerdere werk. En minder begrijpelijk. Toch is het de moeite hem te blijven volgen: maar weinig schrijvers in ons taalgebied schrijven zo gedreven en drijven zo ontregelend. Weinigen roepen zoveel vragen op en verontrusten je zó – zonder dat je begrijpt waarom.

Samenvatting

Elf vrouwen zitten op hun knieën in een miniatuurlandschap. Of zijn het reuzinnen? Wat ze precies doen is onduidelijk. Een schilderij van bescheiden afmetingen: 38 x 55 centimeter. De Vlaamse kunstenaar Michaël Borremans schilderde het in 2002 en gaf het de enigmatische titel Trickland. Als de Vlaamse auteur BART KOUBAA het schilderij voor het eerst ziet wordt hij overvallen door een déjà vu. Het lijkt de verbeelding van iets wat al lang in zijn hoofd borrelt. Uiteindelijk leidt het tot VERZET!, een sprookjesachtige vertelling.

Verzet! speelt zich gedeeltelijk af in het landschap van het schilderij. Daar leeft men in eerste instantie een tamelijk rustig en landelijk leven in de schaduw van de reuzinnen, een bestaan dat doet denken aan het leven op het Vlaamse platteland in de jaren veertig, vijftig... Maar zo gauw de hoofdpersoon buiten het schilderij treedt, komt hij terecht in een kunstmatige wereld met elementen die aan het Verre Oosten doen denken. Men loopt rond in kimono's, drinkt sake... en tegelijkertijd bedient men zich van hoogtechnologische snufjes.

En dan is er nog het personage Borremans. De man achter de schermen. De poppenspeler die aan de touwtjes van zijn marionetten trekt. Verzet! laat zich ook lezen als een sprookje over het lot van een kunstwerk. Op het moment dat de schepper zijn blik afwendt, valt zijn schepping ten prooi aan de chaos en de willekeur.

In Verzet! tast Bart Koubaa opnieuw de grenzen van de realiteit af, maar op een radicaler manier dan in zijn andere boeken.

De auteur

BART KOUBAA (1968, Eeklo) is schrijver, fotograaf en gastprofessor aan de Gentse School of Arts. In 2000 debuteerde hij met de roman Vuur, die genomineerd werd voor de ECI-prijs en bekroond met de Vlaamse Debuutprijs. Vijf jaar later volgde zijn haiku-roman Lucht. Het gebied van Nevski, uit 2007, werd genomineerd voor de BNG Literatuurprijs. In 2009 verscheen zijn controversiële roman De leraar, die zeer positief werd besproken. In 2010 kwam zijn grote België-roman Maria van Barcelona uit en twee jaar later De Brooklynclub. Als deel 7 in de Belgica-reeks van Voetnoot verscheen in 2011 zijn korte verhaal De sleutel.

Toon meer Toon minder
€ 12,00

Verwachte leverdatum: Onbekend

Niet bestelbaar

Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789491738104
Verschijningsdatum
december 2013
Druk
1
Aantal pagina's
144 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
Voetnoot, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden