Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Praagse kleine luyden

Moldaviet

Auteur(s): Jan Neruda
Taal: Nederlands
0,15/5
2 recensies
Praagse kleine luyden
Praagse kleine luyden

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Alek Dabrowski
3/5

Gogoliaanse verhalen uit een Praags pension

[Recensie] Jan Néruda (1834-1891) is één van de grote Tsjechische schrijvers uit de negentiende eeuw. Hij schreef vooral korte verhalen en journalistieke stukken. Een roman heeft hij nooit geschreven. Hij was voor veel twintigste-eeuwse auteurs een inspiratiebron, in het bijzonder voor Karel Čapek. Praagse kleine luyden (Figurky) uit 1877 is een wat langer verhaal uit de bundel Povídky malostranské, verhalen uit de Malá Strana, dat is een wijk in Praag waar vooral middenstanders woonden. Deze Nederlandse uitgave is een deel uit de serie Moldaviet, uitgeverij Voetnoot. De vertaling is van Kees Mercks.
Het verhaal heeft de vorm van een dagboek. Krumlovské, een kandidaat-advocaat die net dertig is geworden zoekt rust om zijn studie af te ronden en verhuist naar een kamer in Malá Strana. Het huis wordt bewoond door merkwaardige types. De kracht van het verhaal zit vooral in de beschrijving van deze figuren. De student neemt zich voor om volgens een strak schema de leerstof door te nemen. Al snel wordt hij afgeleid door wat zich in het huis afspeelt. 

Zijn hospita is de vrouw van een conducteur. Zij bemoeit zich de eerste dagen intens met hem, zodat hij nauwelijks aan studeren toekomt. Vreemd genoeg laat de conducteur zelf zich nooit zien. Verder is er een schilder die wel van een glaasje houdt. Hij komt vaak dronken thuis en maakt dan ruzie met zijn vrouw. Hun zoontje is een uiterst vervelend joch. Hij krijgt dagelijks een pak slaag van zijn vader. De schilder vindt zichzelf desalniettemin een goedaardig mens, maar hij heeft de pech dat wanneer hij een borrel neemt, hij een ander mens wordt: “iemand die doorgaat met drinken en dan domme dingen doet. Wat heb ik er dan nog mee te maken, hè?”

Een vreemde snuiter is Provazník. Hij brengt mensen met gekke verhalen in verwarring en observeert de hele dag zijn omgeving. “Hij zit als een oehoe achter de vitrage en kijkt met venijnige oogjes naar wat de buren doen.” Vervolgens schrijft hij hen anonieme brieven, waarin hij hen wijst op hun slechte eigenschappen. Hij bekent dit aan Krumlovské, die hem er later mee confronteert, waarna Provazník zich verbaasd afvraagt hoe hij hierachter is gekomen.

De meest wonderlijke persoon is de huisbaas. Hij trapt op mensen hun voeten of spuugt op hun schoenen als hij met hen praat en heeft last van vergeetachtigheid, maar alleen in de middag. Hij is een muziekliefhebber en bezig het werk van Mozart te bewerken zodat wij kunnen horen hoe hij echt hoort te klinken. Alleen hoort hij met zijn rechteroor een halve toon hoger. Op een dag is de huisbaas bedroefd. Hij heeft een neusverkoudheid en heeft net gelezen dat dan je neus eraf kan vallen. “Eén neusgat zit al los. Maar het is nu middag en hij weet niet meer welk.”

Krumlovské wordt opgenomen in deze kleine gemeenschap en komt steeds minder toe aan zijn studie. Hij denkt verliefd te zijn op de dochter van de huisbaas en raakt verzeild in een conflict. In de ondertitel wordt het verhaal een idylle genoemd maar dat is het zeker niet, meer een absurdistische satire. Ik kan mij goed voorstellen dat Jan Néruda het werk van Gogol heeft gelezen. Het dagboekachtige verhaal is grappig en de vorm is bijzonder modern. Observaties en overpeinzingen vloeien in elkaar over. Het lijkt fragmentarisch, maar er zit een duidelijk ontwikkeling in het karakter van de kandidaat-advocaat. 

Tot slot, wat is de relatie met Pablo Nerúda? De grote Chileens dichter koos dit pseudoniem niet omdat hij het werk van Jan Néruda bewonderde. Hij kende het niet, maar zag zijn naam in een tijdschrift voorbij komen. Later was hij in Praag en heeft als eerbetoon bloemen gelegd bij het beeld van zijn naamgever.

Eerder verschenen op Uitgelezen boeken

Recensie door: Elisabeth Francet

Impressies van gewone mensen

[Recensie] Om zich in alle rust voor te bereiden op zijn examens, betrekt kandidaat-advocaat Krumlovský een kamer in de Malá Strana wijk in Praag. Maar dat is buiten de aanwezigheid van de kleine luyden in het huis, de tuin, de wijk gerekend: de schoenlapper, de kastelein, de schilder, de conducteursvrouw, de huisbaas, de overbuurjongen en de blozende jongejuffrouwen. Wanneer Krumlovský zich voor het wijd openstaande raam buigt over het Burgerlijk Wetboek, bereiken hem talrijke geluiden. Tsjak tsjak tsjak tsjak: de schoenlapper spijkert het schoeisel. Tijo tijo tijo tyx: de nachtegaal zingt zijn lied. Geschreeuw, herrie aan de overkant: de schilder geeft zijn zoon een onbarmhartig pak slaag. Ongegeneerd komen de huiskat, de kinderen en zelfs de weduwen uit de buurt zijn kamer binnen en vleien zich op de met gemzenleer overtrokken strozak.

Het modernistische verhaal Praagse kleine luyden van schrijver en dichter Jan Neruda (1834-1891), een dragende kracht van de Tsjechische literatuur, maakt deel uit van de bundel Kleinezijdse verhalen, een hoogtepunt in het oeuvre van de Tsjech. Neruda beschrijft de kleine man in de straat met veel empathie, beeldspraak en ironie, wat sterk doet denken aan het werk van Karel Čapek. Ook Pablo Neruda werd beïnvloed door de Tsjech, koos zelfs zijn schrijversnaam als eerbetoon. Dankzij Kees Mercks’ voortreffelijke vertaling kunnen we nu ongehinderd kennismaken met deze overheerlijke vertelling uit Kleinezijdse verhalen.

Onthutst slaat de student het impertinente gedrag van de kleine luyden in de wijk gade. Neruda’s beschrijvingen zijn even levendig en plastisch als de onbehouwen koppen en het woordgebruik van de lieden, waarover Krumlovský zich verbaast: “Zijn zware oogleden sluiten zich telkens na een bepaalde tijdsspanne; het lijkt de interpunctie van zijn gedachten te zijn, maar ik durf te wedden dat Ignác helemáál niet denkt”; “Hij spreekt druk gebarend, zijn handen bevinden zich bijna aldoor boven zijn hoofd en zo ziet meneer Klikeš er opnieuw uit als een boomstronk, maar nu met de wortels naar boven”; “Zijn huid is rood en zijn haar net zo rood als zijn huid, waardoor zijn haar niet meer dan een franjeachtige voortzetting lijkt van zijn huid”. Een smal, gelig gezicht doet Kurmlovský denken aan een meelsliert en een ander ziet er “tegen het opflakkerend licht uit als een ouderwetse smidse”.

De kleine luyden doen lacherig over ‘meneer de jurist’, lijken hem een beetje een domoor te vinden. Voor hij het goed en wel beseft, zit Krumlovský midden in het kleurrijke gezelschap een potje te zesentwintigen en slaat met alleman praatjes. In een mum van tijd is hij niet alleen op de hoogte van alle roddels in de buurt, hij raakt ook medeschuldig aan allerlei misstanden. “Vandaag heb ik, denk ik, te weinig gestudeerd”, concludeert hij nuchter. In plaats van de woorden uit zijn studieboeken, kruipen de kleine luyden als luizen over en door zijn hoofd. Ze krioelen voor zijn ogen. Er moet iets veranderen! Maar wat? Wanneer de jongedame Otylia zijn hart beroert en hij uitgedaagd wordt tot een duel, is het hek helemaal van de dam.

Eerder verschenen op Geendagzonderboek

Samenvatting

PRAAGSE KLEINE LYUDEN door JAN NERUDA, vertaald en van een nawoord voorzien door KEES MERCKS.

De Kleine Zijde (Malá Strana) is een schilderachtige wijk in Praag, gelegen tussen de Moldau en de Burcht, een wijk met een gesloten karakter: destijds werden nieuwkomers er met de nek aangekeken. De ik-figuur, een jonge ­kandidaat-advocaat, heeft in die wijk een kamer gehuurd om zich in alle rust voor te bereiden op zijn examens: dat lukt ­natuurlijk niet. In fragmentarische, dagboekachtige ­ontboezemingen doet hij verslag van zijn belevenissen en van het wel en wee van zijn buren, de 'kleine luyden' uit de titel. Het gebruik van ­uitroep­tekens, vraagtekens en puntjes geeft zijn beschrijvingen een grote levendigheid, waardoor de lezer alle opgewonden gemoedstoestanden van de ik-figuur meebeleeft door diens ogen en hart.

JAN NERUDA [1834-1891] is een van de klassieke Tsjechische schrijvers van de negentiende eeuw. Hij werd niet alleen bekend als dichter, maar vooral ook door zijn verhalen uit de bundel 'Kleine­zijdse verhalen', waarvan het verhaal 'Praagse kleine luyden' uit 1877 door de verrassend moderne verteltrant en fragmentarische structuur het meest moder­nistisch is. Aan een roman heeft Neruda zich nooit gewaagd; hij was typisch een meester van de korte vorm: het verhaal, de column, het journalistieke verslag en genoot - in een tijdperk waarin Tsjechoslowakije nog deel uitmaakte van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie - grote populariteit onder de Tsjechische lezers; hij wordt gezien als een belangrijk voor­vechter van de Tsjechische taal en literatuur.

Uit respect voor deze Tsjechische groot­meester van het korte verhaal koos de Chileense dichter Pablo Neruda zijn - voor hem Spaans klinkende - achternaam als pseudoniem.

Toon meer Toon minder
€ 14,00

Verwachte leverdatum: dinsdag 11 mei


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789491738340
Verschijningsdatum
oktober 2017
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
Voetnoot, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden