Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Bambini di Praga

Auteur(s): Bohumil Hrabal
Taal: Nederlands
0.2/5
2 recensies
Bambini di Praga
Bambini di Praga
Bambini di Praga

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Alek Dabrowski
4/5

Wonderlijke verhalen

[Recensie] Het oeuvre van de Tsjechische schrijver Bohumil Hrabal (1914-1997) is omvangrijk. Zijn verzameld werk bestaat uit negentien delen. Veel van zijn boeken en verhalen zijn vertaald in het Nederlands en dankzij vertaler Kees Mercks wordt hier met regelmaat iets aan toegevoegd. In de Moldaviet-reeks verscheen onlangs het negentwintigste deeltje met deze curieuze korte roman van Hrabal. Hij schreef het boek in 1947, maar het kon pas in 1964 verschijnen.

Het verhaal draait om een aantal verzekeringsagenten. Zij proberen onwetende burgers een dure pensioenpolis te verkopen. In hun zoektocht naar potentiële slachtoffers komen ze de meest wonderlijke figuren tegen. Zoals vaker in de verhalen van Hrabal val je op de eerste pagina meteen midden in een situatie. De verzekeringsagenten van Steun bij Ouderdom  bevinden zich in een slagerij. De slagersvrouw flirt met hen. Zij roept dat hygiëne het halve werk is in een slagerij en worstenmakerij. Haar man kijkt door de varkenskoppen en bossen sierasperges zijn zaak in. De vrouw zegt nog: “Je zal ’t niet geloven, maar zo’n sierasperge zuigt alle vette lucht uit je zaak op.” Hierop reageert meneer Bucifal, een van de verzekeringsagenten, met een wijsheid over vlierbessen op een joodse begraafplaats. En zo zit je na die ene pagina midden in het universum van Hrabal: raar, anekdotisch, van de hak op de tak springend en zeer geestig.

Bij Hrabal gaat het niet om de loop van het verhaal of de ontwikkelingsgang van de held. De hoofdstukken kun je bijna als losse verhalen lezen. Zo komen de verzekeringsagenten terecht in het huis van een verkoper van geitenhuiden. De man is ook schilder en heeft alles in en om zijn huis beschilderd met Jezusfiguren en menselijke taferelen zoals kinderen die sleetje rijden, een meisje met een paardenschedel in haar hand en een ander meisje met een mes in haar rug. Luchtig vertelt de schilder over het slachten van geitjes. Eens wil hij Het Laatste Geitenoordeel schilderen, een afbeelding met alle geitjes die hij ooit heeft geslacht. Zelf zal hij in het midden staan met een mes in zijn hand. Maar hij vraagt zich af: ”hoe kom ik aan zoveel wit?”

Een ander verhaal speelt in het laboratorium van een apotheker die zichzelf regelmatig verwond door allerlei scheikundige proeven die hij uitvoert. De buren klagen over de harde knallen. Hij vertelt enthousiast over het zeer werkzame rattengif dat hij heeft ontwikkeld. Het lukt een van de verzekeringsjongens hem een polis te slijten. Voor het eerst is er bij Steun bij Ouderdom een apotheker gestrikt.

Andere hoofdstukken spelen in een dansschool, op een hotelkamer en op een kermis. Overal wordt flink ingenomen. Het meest extreem wordt er gezopen in een verhaal dat speelt aan de rand van het kerkhof. Vanuit een kroegje klinkt luidt kabaal op. Een vrouw vertelt over de personen in die kroeg: de een ligt op de grond, de ander staat te brullen op een tafel, enzovoorts. Het blijken allemaal bastaardkinderen te zijn van een graaf – meneer de graaf! – inclusief de vertelster. 

Uiteindelijk eindigt het gezelschap van verzekeringsagenten in een gekkenhuis. In een boom zetten zij het op een zuipen. Hier hebben zij goed zicht op de kamer van een van de gekken. De mensen zitten hier vanwege hele verschillende redenen. Meneer Kilium is er voor de vijfde keer. Wanneer hij dronken uit het café komt krijg hij vaak een vreetbui. Na het bunkeren heeft hij grote dorst en wil hij snel iets drinken. Zo heeft hij al vijf keer per ongeluk het kunstgebit van zijn schoonmoeder opgedronken. Telkens werd hij spontaan gek en moest hij opgenomen worden.

Het hele boek staat vol met dit soort mooie verhalen. De verzekeringsagenten komen regelmatig met interessante feitjes op de proppen; tot slot een citaat uit dit geweldige boekje ter illustratie:

“Maar wist u dat hoveniers ‘n hoop moorden op hun geweten hebben? Ik denk dat ’t van de frisse lucht komt. Je verspeent en begiet vijf jaar lang bloemen en opeens bedenk je dan ’n fraaie moord. Beestachtige drievoudige moord in Náměšť aan de Oslava. Filipi, de moordenares, ’n hovenier, verstopte zich daarna in een afgelegen waterput en wachtte af wat er zou gebeuren…”

Eerder verschenen op Uitgelezen boeken

Recensie door: Thomas Heij

Pleidooi voor mildheid

[Recensie] “‘Soms een beetje gek zijn is best leuk,’ zei meneer Viktor, ‘Erasmus van Rotterdam heeft erover geschreven in zijn Lof der Zotheid.‘” Aan het woord is Viktor Tuma, verzekeringsagent van de stichting Steun voor Ouderdom en een van de hoofdpersonen in Bambini di Praga van Bohumil Hrabal uit 1947. In negen hoofdstukjes reist Viktor met zijn collega’s Tonda Uhde, meneer Bucifal en rayonchef meneer Krahulík door Tsjechië. Tijdens hun omzwervingen maken ze allerlei vrolijke voorvallen mee en ontmoeten ze figuren die inderdaad ‘een beetje gek’ zijn.

De titel Bambini di Praga is een verwijzing naar een nogal opzichtig Jezusbeeldje in Praag, en het boek werd in 1994 verfilmd als Andělské oči, ‘Engelenogen’. Maar deze agenten zijn geen heilige boontjes die je op hun blauwe ogen kunt vertrouwen. De vraag is in elk hoofdstukje steeds: (hoe) gaan onze agenten hier iemand een pensioen aansmeren? Dat leidt tot slapstickscènes met aandoenlijke personages.

Slapstick vinden we meteen in het eerste hoofdstuk. Slager Hyrman moet, terwijl hij worstelt met het zonnescherm, toezien hoe zijn vrouw de agenten om haar vingers windt met plakjes ham, hete worstjes, wijnworstjes en niet te vergeten haar glorieuze decolleté. Hoe vrolijker en losbandiger de slagersvrouw, hoe chagrijniger de slager. Gefrustreerd struikelt hij met uithangbord en al over straat, om zich gewonnen te geven en uiteindelijk maar een pensioen af te sluiten.

Een aandoenlijk personage is de chef van een wonderlijke werkplaats waarin Viktor terechtkomt. Vier knappe jongedames zitten er tussen bergen stoffen bloemblaadjes kunstbloemen te maken met hun flukse vingers. De chef is een man met twee kunstarmen. Hij raakt er al snel van overtuigd dat Viktor ook filosofiestudent is en wordt door zijn eigen quasifilosofische gereutel over hermetica helemaal week. Die handtekening heeft Viktor dus zo binnen. Maar het is ook weer niet allemaal onzin wat de chef verkondigt:

“We zijn net als olijven: pas als we gekneusd worden, geven we het beste van onszelf prijs… Maar wat moet ik? Jongeman, als u weer eens in ons stadje komt, bezoek dan de man die weliswaar zijn boeken zodanig bijhoudt dat hij altijd over activa beschikt, maar wiens afgehakte handen voor altijd gespeend zullen zijn van knappe meisjes.”

In de loop van het verhaal ontmoeten we meerdere gekneusde olijven – en knappe meisjes. Het is juist Hrabals combinatie van jolige anekdotes waar eigenlijk veel leed achter schuilgaat, die zijn verhalen zo de moeite waard maken.

Dat er achter de gladde praatjes van de agenten iets anders schuilt, blijkt als ze in een zweefmolen op de kermis een meisje ontmoeten dat stoffen waterlelies verkoopt. De rayonchef helpt haar een handje door iedereen op de kermis een waterlelie aan te smeren. Hij verklapt haar de ware aard van zijn vak: “Wij bieden de mensen een illusie aan. Een pensioen.”

Op dezelfde kermis ontmoet agent Tonda de uitdagende verkoopster Nadja, die qua praatjes en vindingrijkheid niet voor hem onderdoet. Samen fantaseren ze over nieuwe ondernemingen, zoals een handeltje in schilderijen met communistische taferelen van mijnwerkers, staalsmelterijen of combines om te slijten aan de directeurs van nieuwe staatsboerderijen in de provincie. In de zwoele zomernacht ontkiemt er langzaam liefde tussen de twee.

Met Nadja komt er ook iets van moreel besef in het leven van onze vrije jongen. Dat blijkt als Tonda met zijn collega Bucifal aankomt bij de armlastige huidenverkoper Nulíček – een van de wonderlijkste gekneusde olijven in het verhaal – die op zijn schamele erfje zo’n beetje alle muren heeft beschilderd met de meest gruwelijke taferelen, die hij vol enthousiasme begint toe te lichten. Hrabal schetst de sfeer in deze parel van een zin:

“Meneer Tonda beklom een ladder om ook naar de schilderingen te kijken die door het dakje van de veranda werden afgeschermd, en toen hij daarvandaan naar het erfje keek en die gevilde geit zag en de kippen die om die darmen vochten, die ze alle kanten op trokken, en de oude hond die nog steeds niet klaar was met pissen en die zijn achterpoot geheven hield alsof hij viool stond te spelen, en toen hij vervolgens de plee op het erfje zag waarvan de deur openstond, en hij op de planken aan de binnenkant roestbruine apen, makaken en bavianen zag geschilderd, alsof de schilder zijn penseel in de inhoud van die plee had gedoopt, toen begon meneer Tonda draaierig te worden en slaagde hij er niet in langs de sporten naar beneden te klauteren, maar gleed hij op zijn achterste zo in de armen van de huidenverkoper, die zijn natte lippen tegen het oor van de verzekeringsagent drukte en fluisterde: ‘Dat zijn allemaal variaties op m’n dromenboek, ’t zijn m’n eigen dromen.'”

Dan wordt het Tonda te veel: hij verklapt de huidenverkoper dat de premie bij lange na niet opweegt tegen het beloofde pensioen, en spoort hem aan zijn geld gewoon in verf te steken en door te schilderen. Tonda drukt Bucifal op het hart om sommige mensen met rust te laten. Die palmt vervolgens in de vrolijke bende van “Technisch laboratorium van droguerie de Witte Engel” toch een apotheker in, maar Tonda komt niet meer tot een handtekening.

Zijn blijkgeven van wroeging, juist tegenover Bucifal, is wat Tonda aan het eind van het verhaal redt. Dat slot komt wat uit de lucht vallen, maar het lijkt erop dat ieder zijn gram krijgt.

Hrabals stijl is in deze verhalen behoudender dan in sommige van zijn andere werken, met hun kenmerkende stream of consciousness-stijl. Danslessen voor ouderen en gevorderden is zo’n werk, beroemd omdat het uit één zin van meer dan honderd pagina’s bestaat en ondanks de titel niet gaat over danslessen maar over een oud mannetje dat staat op te scheppen tegen een paar dames in bikini. Bij het voorlaatste hoofdstuk van Bambini di Praga zal het hart van iedere Hrabal-fan een sprongetje maken. Daarin krijgen we namelijk wél een dansles voor ouderen en gevorderden. Bij gebrek aan knappe dames, dansen de heren maar met elkaar, onder aanvoering van een even stellige als dronken dansleraar.

Bambini di Praga is qua sfeer een echt Hrabal-boek. Kees Mercks weet die, net als in zijn eerdere Hrabal-vertalingen, prachtig te vangen. Het leven van de personages is niet gemakkelijk, maar ze slaan zich er goedmoedig doorheen. De afwisseling van kluchten en klachten, en de milde spot waarmee de auteur zijn personages behandelt, zijn ook typisch Hrabal. Daarmee is Bambini di Praga niet alleen een verzameling vermakelijke verhalen maar ook een aansporing om de mensen om ons heen wat milder te benaderen en om waar het maar kan volop te genieten.

Eerder verschenen op Nexus leestafel en Thomas Heij

Samenvatting

In de novelle BAMBINI DI PRAGA schetst BOHUMIL HRABAL een surrealistisch beeld van 'gewone' gebeurtenissen. Vier verzekeringsagenten reizen door het land om de mensen een pensioenpolis aan te smeren. Op hun tocht ontmoeten ze de meest diverse types in de meest diverse omstandigheden. Hun 'slachtoffers' hebben ze van tevoren goed uitgezocht. Het blijken kleurrijke figuren, elk met zijn of haar eigen 'fantastische' verhaal.

Maar hoe zit het eigenlijk met de vier verzekeringsagenten zelf, en hoe loopt het uiteindelijk met ze af?

De titel BAMBINI DI PRAGA verwijst schertsend naar het Kindeke Jezus van Praag in de Maria Victoriakerk op de Kleine Zijde. Dit beeldje zou twaalf wonderbaarlijke genezingen hebben verricht. De Italiaanse benaming in het meervoud [Kinderen van Praag] is een ironische aanduiding voor de vier verzekeringsagenten en hun wonderlijke wederwaardigheden.

De Tsjechische schrijver BOHUMIL HRABAL [1914-1997] debuteerde pas in 1963, toen het politieke klimaat in het toenmalige Tsjechoslowakije dat toeliet. Daarvoor had hij al vele teksten geschreven die niet konden worden uitgegeven. Zo ook het verhaal BAMBINI DI PRAGA, dat Hrabal in 1947 schreef, maar eerst in 1964 kon verschijnen. Andere teksten moesten zelfs op uitgave wachten tot na de Fluwelen Revolutie in 1989, toen Hrabals Verzameld Werk [in 19 delen] uitkwam.

Kees Mercks vertaalde tot nu toe zo'n twintig werken van Hrabal, waaronder 'Drie rabiate legendes', de verhalenbundel die in 2007 bij Uitgeverij Voetnoot verscheen als deel 2 in de Tsjechische reeks Moldaviet.

Toon meer Toon minder
€ 15,00

Verwachte leverdatum: zaterdag 04 juni


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789491738661
Verschijningsdatum
december 2020
Druk
1
Aantal pagina's
162 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Voetnoot, Uitgeverij

Vertaald door
Kees Mercks

Meer van deze serie

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden