Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Het meesterwerk

Auteur(s): Émile Zola
Taal: Nederlands
0,25/5
2 recensies
Het meesterwerk
Het meesterwerk

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Ger Leppers

Een meesterlijke mislukking

[Recensie] Als je het hebt over onsterfelijke schrijvers is de Fransman Emile Zola (1840-1902) doorgaans niet één van de allereersten aan wie je denkt. En dat is niet rechtvaardig, bedacht ik bij het lezen van de nieuwe vertaling van diens roman Het meesterwerk – een boek dat gaat over de mislukte vervaardiging van een meesterwerk, maar dat wel zelf een echt meesterwerk is.

Het boek is deel veertien uit de ambitieuze cyclus Les Rougon-Macquart, twintig dikke romans waarin de schrijver een panoramisch beeld wilde geven van het leven in het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870). Het waren de jaren waarin de architect baron Haussmann op bevel van Napoleon III tienduizenden woningen liet slopen om de grote boulevards aan te leggen en waarin het middeleeuwse centrum van Parijs voorgoed met de grond gelijk werd gemaakt. Het meesterwerk kan overigens, zoals alle delen uit de serie, probleemloos zelfstandig worden gelezen.

De roman vertelt het verhaal van een groepje kunstenaars en kunstluizen, hun vrouwen en vriendinnen. Eén van hen is de schrijver Pierre Sandoz, in wie de oplettende lezer onmiddellijk Zola zelf herkent, al was het maar omdat ook hij werkt aan een omvangrijk romanproject. In een lange passage legt hij aan zijn vrienden zelfs uit wat hij met zijn romans beoogt, en geeft daarmee de lezer van Het meesterwerk als het ware – door middel van een soort Droste-effect – de gebruiksaanwijzing van het boek dat hij in handen heeft. Met zijn integriteit, hartelijkheid en rustige vasthoudendheid is Sandoz uiteindelijk onder het groepje kunstenaars degene die het in de kunst het verst zal brengen. Hij fungeert zo als een soort moreel ankerpunt in het boek.

Maar het centrale personage in Het meesterwerk is de schilder Claude Lantier, een begenadigd kunstenaar die alle schilders in zijn omgeving beïnvloedt met een lumineus, compromisloos revolutionair schilderij waarbij Zola duidelijk Manets Déjeuner sur l’herbe in gedachten had. Lantier werkt eraan in grote exaltatie: “Voor dat vermaledijde schilderij zou ik mijn vader en moeder vermoorden,” bekent hij.

Maar de schilder is zijn tijd te ver vooruit, en het doek wordt geweigerd voor de grote jaarlijkse Salon, waar slechts plaats is voor conventionele werken. Lantier moet zich tevreden stellen met een plekje op de aanpalende Salon des Refusés, waar de afgewezen schilderijen worden getoond aan een vaak hoonlachend publiek. Enkele jaren later, aan het eind van zijn korte carrière zal de schilder helemaal vastlopen bij het werk aan een enorm, nog veel ambitieuzer doek van acht bij vijf meter. Daarop wil hij de Seine en het Île de la Cité vastleggen, gezien van de Pont des Saints-Pères (de huidige Pont du Carrousel), met midden in de rivier een boot waarop een overweldigende, naakte vrouw.

Voor die vrouw moet zijn echtgenote, Christine, model staan. De schilder heeft haar leren kennen toen hij zich op een avond voor zijn huis onder de slagregens over haar ontfermde. Na de afwijzing van Claudes eerste grote schilderij hebben ze zich samen van het hoofdstedelijke leven afgewend en vier gelukkige jaren op het platteland gewoond, waar zij ook een zoontje hebben gekregen.  Maar het verlangen naar Parijs, de stad waar alles gebeurt, werd Claude uiteindelijk te machtig, en de terugkeer naar de hoofdstad zal leiden tot de dood van zijn kind, de ondergang van zijn huwelijk en, uiteindelijk, ook die van hemzelf.

In Parijs knoopt Claude de contacten met zijn oude vrienden weer aan. Maar wat zijn ze veranderd – of preciezer: hoezeer hebben sommige trekken die al in hun karakter aanwezig waren, de overhand gekregen op andere. Erg mooi is daarbij hoe Zola aangeeft dat niet iedereen zich in hetzelfde tempo heeft ontwikkeld, en hoe dat, en de compromissen waartoe men zich in het leven gedwongen zag, de steeds verschuivende krachtsverhoudingen in de vriendengroep beïnvloedt. Zo heeft de journalist Jory, die vroeger al niet zuiver op de graat was, nu alle scrupules definitief verloren. Hij is inmiddels tot vrijwel alles bereid wat zijn gezag in de krantenwereld en in mondain Parijs kan versterken. Maar, die ironische paradox laat Zola mooi zien: velen nemen hem daardoor veel minder serieus dan hij zelf doet. En de schilder Pierre Fagerolles is uitgegroeid tot de modeschilder van Parijs, doordat hij elementen van Lantiers schilderstijl heeft overgenomen, maar ze heeft verdund en verzacht om ze salonfähig te maken. Het maakt zijn relatie met Lantier nogal ongemakkelijk. Het ongecompliceerde volksmeisje Irma Bécot, ooit ieders liefje, laat zich nu door rijke heren onderhouden.

Allen moeten zij machteloos toezien hoe Lantier onontkoombaar steeds meer zijn greep op zijn beoogde meesterwerk en zijn leven verliest, zich isoleert, en uiteindelijk de enige uitweg kiest die overblijft voor mensen die geen uitweg meer zien.

Knap in het boek is niet alleen die onontkoombaarheid, maar ook de manier waarop Zola laat zien dat mensen niet perfect hoeven te zijn om een vriendschap met hen te onderhouden, de prachtige beschrijvingen van Parijs, gezien met een echt schildersoog, de mooie dialogen, de contrasterende karakters en niet in de laatste plaats: de vinnig satirische schildering van de voosheid van de Parijse artistieke en mondaine milieus. Zola kon het zelf niet weten, maar hij schreef de ideale roman voor tijdens een coronacrisis.

“O, wat zou het mooi zijn als je je hele leven aan één werk zou kunnen wijden en zou proberen daarin alles op te nemen, de dingen, de dieren en de mensen, de hele immense ark! Maar niet zoals de filosofische handboeken ze indelen, volgens de idiote hiërarchie waarin onze hoogmoed zich koestert, maar in de volle stroom van het allesomvattende leven, een wereld waarin wij alleen maar een toevalligheid zijn, waarin de hond die voorbijloopt en zelfs straatstenen ons aanvullen en verklaren. Kortom, het grote geheel, zonder hoog of laag, vuil of schoon, zoals het functioneert…  En ja, de schrijvers en de dichters moeten zich tot de wetenschap wenden, want zij is tegenwoordig de enig mogelijke bron. Maar wàt moeten we eraan ontlenen, hoe moeten we er verder mee komen? En dan voel ik meteen dat ik in het duister tast… O, wist ik het maar, wist ik het maar (…)!”

Eerder verschenen in Trouw

Recensie door: Marjon Nooij
5/5

De Tantaluskwelling van een voorloper

[Recensie] Op een verstikkend hete zomernacht in Parijs, het onweer is losgebarsten, treft Claude Lantier bij thuiskomst, in het licht van de bliksem, een doorweekte en angstige jonge vrouw aan, schuilend in het portiek voor zijn appartement. Aarzelend gaat ze – Christine – in op zijn uitnodiging om haar onderdak te bieden. Dat is het begin van haar fascinatie voor de schilder.

Het meesterwerk is het veertiende deel van Émile Zola’s twintig delen tellende magnum opus, de romancyclus Les Rougon-Macquart, waarin Claude Lantier al eerder werd opgevoerd. Zola’s werk kenmerkt zich door de literaire stroming naturalisme dat in Frankrijk aan het einde van de negentiende eeuw is ontstaan vanuit het realisme. Het is gebaseerd op de wetenschap dat maatschappelijke normen en waarden, erfelijkheid en het milieu waarin men is opgegroeid, factoren zijn die men niet of nauwelijks kan beïnvloeden (determinisme). Karakteristiek voor het naturalisme zijn bijvoorbeeld kenmerken als; natuurlijke dialogen, taboedoorbrekende seksualiteit, een hoofdpersonage met een zwak karakter, ontgoocheling, realistische setting en een onpartijdige verteller.

Ook in de schilderkunst deed het naturalisme zijn intrede, maar doordat het impressionisme in de kunstwereld was ingeburgerd kon het niet meteen op de bewondering van de impressionistische schilders en het kunstminnende publiek rekenen. Schilders als Paul Cézanne, Claude Monet en Édouard Manet behoorden tot de impressionisten. En hier gaat deze (droge?) theorie over in dit kunstenaarsboek van Zola (1840-1902), die tot de literaire school van naturalisten gerekend wordt. Hij was bevriend was met Monet, Manet en Cézanne, en heeft ze als inspiratiebron gebruikt voor zijn protagonist Claude Lantier. In het personage van Pierre Sandoz heeft Zola duidelijk autobiografische elementen verwerkt, maar bij de andere kunstenaars tevens karakteristieken van schilders uit zijn eigen vriendengroep en beschrijvingen van hun doeken. Hierdoor heeft de roman kenmerken van een sleutelroman, ware het niet dat hij deze karakteristieken schijnbaar willekeurig heeft verdeeld over de vrienden van Claude. Het perspectief ligt voornamelijk bij het hoofdpersonage, maar ook de personages van de kunstenaarsvrienden maken een ontwikkeling door, hebben problematische relaties en worstelen met erkenning, hun verhaallijnen meanderen daar doorheen. En, last but not least, is het een dramatisch liefdesverhaal.

De volgende ochtend, nadat Claude is opgestaan, kijkt hij achter het kamerscherm waar zijn gast ligt te slapen.

“In de broeierige warmte die door het raam binnenkwam, had het meisje de lakens van zich af geduwd en uitgeput door de doorwaakte nachten lag ze badend in het licht te slapen, zo onbewust, dat haar pure naaktheid zelfs niet door de geringste beweging werd verstoord. Waarschijnlijk door haar onrustige gedraai toen ze niet kon slapen, waren de knoopjes van haar hemd losgeraakt, de linkermouw naar beneden gegleden en haar boezem ontbloot. Ze had een zijdezachte, goudglanzende huid, in haar eerste lentebloei, twee kleine, stevige borsten, boordevol levenskracht, waarop twee bleekroze knopjes ontkiemden. […] ‘Godallemachtig! Ze is fantastisch!'”

Met gezwinde spoed haalt hij papier en krijt, en begint te tekenen, meer geraakt door haar schoonheid dan dat hij haar ziet als een vrouw. Hier begint zijn fascinatie en de ontdekking dat zij het perfecte model is voor naturalistische schilderkunst.

Christine zoekt de schilder steeds regelmatiger op. Hele dagen zwerven ze door de straten van Parijs – minutieus, visueel en beeldend beschreven. Omdat het Claude maar niet lukt om de naakte vrouwenfiguur naar volle tevredenheid op het doek te krijgen staat zijn muze urenlang model. Hij gaat volledig op in zijn werk en heeft daarbij niet in de gaten dat ze de uitputting nabij is. Als een ware Sysiphus moet hij steeds weer opnieuw beginnen. Toch belandt zijn schilderij tot zijn teleurstelling bij de Salon des Refusés in plaats van bij de jaarlijkse kunsttentoonstelling de Salon. De realistische naakt en de vernieuwende stijl kan het publiek, dat nog altijd gelooft in neo-klassieke werken, niet bekoren.

“De ophef over dit bizarre schilderij was beslist als een lopend vuurtje rondgegaan, want uit alle hoeken van de Salon kwamen mensen aangesneld, verdrongen elkaar, wilden erbij zijn. ‘Waar is het? Daar! O, wat een klucht!’ En nog meer dan elders regende het kwinkslagen, vooral het onderwerp leidde tot hilariteit: de mensen begrepen het niet, vonden het bespottelijk, van een misselijkmakende zotheid.”

Machteloosheid kwelt Christine, als Claude gedesillusioneerd besluit om doek en penselen aan de wilgen te hangen, maar hun liefde bloeit op en ze besluiten Parijs te verruilen voor een huis op een idyllisch plekje in Bennecourt.

“Alleen Christine bestond nu nog voor hem. Ze omhulde hem met die verzengende adem, die zijn artistieke ambities deed vervliegen. […] En altijd en overal bedreven ze de liefde, zonder verzadigd te raken.”

Daar weet ze hem toch te overreden om weer te gaan schilderen en wordt hun liefde bezegeld met de geboorte van Jacques. Maar Christine krijgt jaloerse gevoelens doordat de tijd die hij tot voorkort aan haar besteedde, nu opgaat aan het schilderen van het landschap. Maandelijks gaat Claude naar Parijs, maar na verloop van tijd valt hem een vernietigende somberheid ten deel en vergaat hem de lust om te werken.
“[…] Christine bewaarde haar liefdevolle zorgen voor haar andere, grote kind, haar geliefde kunstenaar, wiens depressieve buien haar met angst vervulden.” De idylle van het platteland is tanende en Claude zit lange tijd op het vinkentouw. Pas wanneer zijn jeugdvriend Pierre Sandoz op bezoek komt weet deze hem op te vrolijken. Doordat ze Claude van zich af voelt drijven, dringt Christine eropaan, in weerwil van zichzelf, om terug te keren naar Parijs, waar haar kunstenaar de draad weer oppakt. De machteloosheid en drang om een meesterwerk af te leveren, die Zola zo fenomenaal weet te vangen, drijft de schilder tot obsessief doorschilderen aan dat verfoeide schilderij in een oneindige Tantaluskwelling en verder weg van zijn vrouw. Waar Christine haar seksualiteit wil laten gelden, is Claude meer overtuigd van het principe ‘geen seks voor de wedstrijd’. Meer en meer wordt hun zoontje in zijn kamer opgesloten en aan zijn lot overgelaten. De wekelijkse etentjes met zijn kunstenaarsvrienden zijn niet meer wat ze voordien waren. Hun twijfels en onvermogen wreken zich op den duur ook.

“Ieder dacht aan zijn eigen hachje. De scheuring was daar, een nog nauwelijks zichtbare breuk, die de oude gezworen vriendschappen had gespleten en ze op een dag in duizend stukken uit elkaar zou doen barsten.”

De enigen in de kunstscene die goed verdienen aan de schilderijen zijn de opkopers, die het monopolie hebben en daardoor bepalen wie succes heeft en wie niet. Als voorloper is Claude teleurgesteld omdat succes uit lijkt te blijven. Om dit te bereiken is het hebben van connecties van groot belang en hij kan zich niet overgeven aan de dwang om commerciële prenten te produceren, wat hen, langzaam maar zeker, tot de bedelstaf veroordeelt. Pijnlijk duidelijk blijkt dat andere schilders, die in navolging van Claude hun technieken enigszins aanpassen, wel succesvol blijken te zijn.

Zola’s schrijfstijl is invoelbaar en gedetailleerd, veelal besteed hij pagina’s lang aan de vloeiende opbouw van de gebeurtenissen, zonder ook maar een moment te vervelen. De omzwervingen, het kinderlijke geloof in te bereiken succes, het vleugellam raken en het onvermogen van de protagonist, zijn aangrijpend en ontroeren diep, evenals de gevoelens van verlies, wroeging en verdriet van Christine.

Zintuiglijk zijn de passages waarin Zola de lezer mee laat kijken in het gevoelsleven en de bezetenheid van Claude en zijn ontdekkingen van kleurrijke decors als model voor zijn schilderwerk en bij de onzekerheden en angstige gevoelens van zijn vrouw. Het besef dat niets voor niets is geschreven wordt groter naarmate het verhaal vordert, zoals weersomstandigheden, kleuren, dag of nacht, het stadsleven en de bekoorlijkheid van het platteland, illustreren de gemoedstoestand van de personages. Zola grijpt je vast en sleept je ongenadig mee het verhaal in.

Het uitgebreide nawoord van Marjolein van Tooren is van een uitstekende toegevoegde waarde. Ze beschrijft het artistieke leven van de auteur en gaat dieper in op zijn roman.

Nog lang niet alle delen van romancyclus Les Rougon-Macquart zijn verschenen in het Nederlands, maar de vloeiende vertaling van Lidewij van den Berg en Marijke Scholts doet verlangen naar meer vertalingen.

Zoals een klassieker de tand des tijds heeft doorstaan, zo heeft de kwaliteit van deze roman dat ook. Het kaf is immers al van het koren gescheiden, dus pak dit boek bij de lurven, duik in een rustig hoekje, laat je meevoeren naar het Parijs aan het einde van de negentiende eeuw en geniet van dit fenomenale meesterwerk.

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

Samenvatting

Het meesterwerk is het verhaal van een groep kunstenaars en hun strijd met de academische school. Hoofdpersonage is Claude Lantier, waarin Zola kenmerken van Manet, Monet, maar vooral van zijn jeugdvriend Cézanne projecteert. Claude Lantier is een ambitieuze en getalenteerde jonge kunstenaar uit de Provence die naar Parijs komt om de kunstwereld te veroveren. Terwijl zijn jeugdvriend Pierre Sandoz (Zola zelf) een succesvol romanschrijver wordt, wordt de originaliteit van Claude bespot op de Salon en werpt hij zich geleidelijk in een gedoemde obsessie voor één groot schilderij. Het leven – in de vorm van zijn model en zijn vrouw Christine en hun zoontje Jacques – wordt opgeofferd voor de kunst.

Het meesterwerk, ‘de beroemdste roman over kunst’, aldus Julian Barnes, speelt zich af tussen 1860 en 1870 en biedt een uniek inzicht in Zola’s carrière als schrijver en zijn relatie met de impressionisten. Hij beschrijft hun strijd met de academie, de natuur en de talloze druppels bloed, zweet en tranen die het maken van elk kunstwerk met zich meebrengt.

'Dat (kunstenaars)milieu wordt zo goed neergezet. Ik kon het niet wegleggen. Zo goed en levendig, fantastisch!'

- Lidewijde Paris in Nieuwsweekend, Radio 1

‘Dit tragische liefdesverhaal vormt een meedogenloze schets van het toenmalige kunstenaarsmilieu.’

– Bart Van Loo

Toon meer Toon minder
€ 24,95

Verwachte leverdatum: zaterdag 26 juni


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789492068194
Verschijningsdatum
mei 2020
Druk
1
Aantal pagina's
472 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Thema's
  • Fictie
  • Fictie: speciale kenmerken
  • Vertaalde fictie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Uitgeverij Oevers

Vertaald door
Lidewij van den Berg, Marijke Scholts

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden