De Tanners

Auteur(s): Robert Walser
Taal: Nederlands
0,15/5
2 recensies
De Tanners
De Tanners
De Tanners

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Nathalie Brouwers
3/5

Een hermetisch en autobiografisch verhaal

De Tanners van de Duitstalige Zwitserse schrijver Robert Walser (1878 – 1956) is een sterk autobiografisch getinte roman. Dit leren we uit het nawoord van vertaalster Machteld Bokhove op het einde van het boek. Robert Walser had zelf een broer en een zus die model staan voor de broer Kaspar en de zus Hedwig van het hoofdpersonage Simon uit het boek. Ook enkele andere broers van hem zou hij in dit verhaal hebben opgevoerd. Walser zelf woonde in de stad Zürich en voorzag net als zijn hoofdpersonage door middel van kantoorbaantjes in zijn levensonderhoud. Walser zou als eerste Duitstalige schrijver het leven van deze werkende klassen in zijn boeken opvoeren en vanaf de jaren zeventig bekend komen te staan als een van de grootste modernistische Duitstalige auteurs van de twintigste eeuw.  

In dit boek volgen we dus Simon Tanner uit een gezin met drie broers en een zus, die op een bevreemdende manier rondzwerft van de ene plaats naar de andere. Hij moet door te werken in zijn eigen levensonderhoud voorzien in de erg strikt hiërarchisch georganiseerde maatschappij van die tijd, terwijl hij een ongebreidelde vrijheidsdrang in zich draagt en veel moeite heeft met gezag. Hij wil het leven vederlicht tegemoetzien, maar de maatschappij keert zich tegen hem.  

Het verhaal bestaat vooral uit de idealistische voorstellingen die Simon bij zichzelf van de wereld maakt en de confrontatie daarvan met de realiteit. Hij laat zich dikwijls laatdunkend en hovaardig uit over mensen die hij tegenkomt uit de ‘sociale klassen’ die hij toevallig onder zijn waardigheid vindt, maar waar hij eigenlijk mee moet wedijveren in een steeds opener wordende arbeidsmarkt in een stedelijke context, een houding waaraan je je naar hedendaagse normen nogal zou kunnen ergeren. Net als aan zijn zwaar geromantiseerde beeld over het harde werk op bijvoorbeeld het platteland of in de fabrieken overigens. Uit de beschrijvingen zijn soms wel tendensen op te maken die voor de lezer met interesse in dit tijdsbestek boeiend kunnen zijn.  

Toch valt het boek door het gebrek aan echte gebeurtenissen ook langdradig te noemen. Het hoofdpersonage evolueert doorheen het boek niet, en aan het einde ervan heeft hij nog steeds dezelfde zienswijzen en leeft hij nog steeds in dezelfde armoede als aan het begin van het verhaal. En dit tot een weerkerend misprijzen van zijn oudste broer Klaus, die het wel gemaakt heeft als arts en een bepaald aanzien heeft opgebouwd.  

Simon is onaangepast aan de maatschappij rondom hem, en lijdt daaronder. Hij zit vol met fantasieën en dromen die hem nergens toe leiden, waarna hij opnieuw met de beide voeten op de grond terechtkomt. Hoewel dit laatste nooit voor lang zal zijn. Net als Simon zelf is het boek moeilijk te vatten en valt het op door de springerigheid en de lichtheid waarin Simon de wereld rondom hem wil zien, hoewel er steeds een donkere waas over hem heen hangt. Hierin is wellicht de auteur ook te herkennen die het einde van zijn leven in een psychiatrische kliniek bij Bern doorbracht. Simon is kortweg iemand met maar weinig karakter. De specifieke schrijfstijl en de toonaard van de auteur heeft de vertaalster wel uitstekend naar voor gebracht in haar Nederlandse vertaling.  

Grote auteurs als Robert Musil, Kurt Tucholsky, Franz Kafka, Walter Benjamin en Hermann Hesse behoorden tijdens zijn leven tot de bewonderaars van Walser en zijn werk; dit zal toch vooral te maken hebben met de exploratie van de geest die vooropstaat in deze tamelijk hermetische roman. Lezers die op zoek zijn naar meer actie of eerder nieuwsgierig zijn naar de uitwerking van bepaalde thema’s of culturele uitingen, zullen van een kalere reis terugkeren.  

Eerder verschenen op Hebban

Recensie door: Elisabeth Francet

Levenskunst van een lanterfanter

[Recensie] Zürich, circa 1900. Op een ochtend stapt een schuchtere, fatsoenlijke jongeman bij een boekhandelaar binnen en biedt zijn diensten aan. Simon Tanner stelt zichzelf met zwier voor. Onder de indruk van Simons openhartigheid, laat de oude boekhandelaar hem op proef beginnen. Amper een week later geeft Simon er de brui aan. Hij veegt zijn chef de mantel uit: “Moet ik mijn krachten, mijn lol in bezig zijn, mijn plezier in mezelf, en het talent dat ik daar zo schitterend toe in staat ben, weggooien aan een oude, smalle, krappe lessenaar in een boekwinkel?”

De Tanners is de eerste grote roman van Robert Walser (1878-1956). Net als zijn protagonist Simon Tanner, had Walser maling aan de mondaine wereld, leefde als een nomade, vertoefde het liefst aan de periferie van de samenleving en was graag arm en zorgeloos. Aanvankelijk wist hij zich omringd door liefdevolle broers en zussen, later bekoelde de relatie met zijn familie. Walser was het gelukkigst wanneer hij in afzondering schreef. Dan hing er een “zachte, tere, grote sluier” om hem heen.

Walsers weemoedige en toch ongebreideld levenslustige boeken werden lauw onthaald. Gedesillusioneerd belandde hij in de psychiatrie en weigerde allengs nog te schrijven. Later zou hij zijn spijt uitdrukken over de manier waarop hij schreef –  ‘alsof hij er op los musiceerde’, alle regels en verwachtingen aan zijn laars lappend – en zichzelf een gebrek aan maatschappelijk instinct verwijten. Walser besefte niet dat hij met onder meer De Tanners, Jakob von Gunten en De wandeling (Lebowski 2017) klassiekers van formaat had geschreven. Hij stierf tijdens een wandeling in de sneeuw aan een beroerte en werd pas een hele tijd later gevonden. Merkwaardig genoeg beschreef hij in De Tanners, in een profetische passage waarin Simon een dichter dood aantreft in de sneeuw, gedetailleerd de omstandigheden van zijn eigen dood.

In het arbeidsbemiddelingsbureau reageert men verbaasd op de wankelmoedigheid van Simon Tanner, een onverbeterlijke vagebond die niet verhult dat hij er een liederlijke levenswijze op nahoudt. Vrolijk huppelt Simon van het ene naar het andere tijdelijke baantje. Zijn oudere broer, de plichtsbewuste Klaus, maakt zich zorgen om het lot van de zwalpende Simon. Het liefst ziet hij hem belast met de zorgen van een conformistisch bestaan en hij aarzelt dan ook niet om zijn broer schriftelijk aan te manen “mens onder de mensen te worden”, zich te schikken in gestrenge arbeid en zijn meerderen te gehoorzamen. “Doe toch eens iets wat iemand reden kan geven om in welk opzicht dan ook nog in jou te geloven. […] Zoals je nu bent, sluip je maar zo’n beetje om hoeken en door spleten van het leven: dat moet stoppen.”

Simon trekt zich van al die verwachtingen weinig aan. Hij houdt van het ruisen der jaargetijden boven zijn hoofd, vindt het heerlijk om over landwegen te lopen. Met zijn goudeerlijke inborst neemt hij iedereen voor zich in. Hij hokt samen met zijn broer Kaspar, een kunstenaar. Beiden zijn ze verliefd op hun aantrekkelijke hospita Klara, in wie Simon een zielsverwant ziet. Hij schenkt zichzelf aan haar, maar wil niet dat zij hem liefheeft. Dat Klara van zijn broer houdt, maakt hem juist gelukkig. ‘Ik houd van gezichten die zich van mij afwenden, naar een ander voorwerp.’ Ongeremd wil hij liefde kunnen geven maar zelf wil hij geen enkele verbintenis aangaan.

Een tijdelijk baantje bij een bankinstelling maakt hem onpasselijk. Al zijn collega’s lijken op elkaar, lopen en spreken eender en stompen af in zwakke gewoonten die net voldoen. Zal hij met zo’n baan later kunnen zeggen dat hij heeft geleefd? Hij zorgt ervoor dat hij ontslagen wordt. Dat hij volgens de chef daarmee zijn eigen toekomst ondermijnt, zal Simon worst wezen. Hij wil helemaal geen toekomst, hij wil een heden.

Het liefst dartelt Simon in de bossen en laat hij zich bezielen door de schoonheid van de natuur. Met zijn kunstenaarsblik en dichtershart neemt hij afzonderlijke klanken en beelden waar, maar verliest nooit het geheel uit het oog. Walser beschrijft Simons extatische levenshouding zo overweldigend dat je soms ongemakkelijk op je stoel gaat schuiven.

Het wordt winter. Kaspar vertrekt naar Parijs en Simon voelt zich nutteloos. Aan zichzelf overgelaten, dwaalt hij doelloos door de bergen. Dorp in, dorp uit, dag in, nacht uit. Nevel, bittere kou of genadeloze zon, het maakt Simon niet uit. Tijdens die tochten geeft hij zich over aan herinneringen aan een sprookjesachtige kindertijd. Het geeft hem een behaaglijk gevoel een vergeten mens te zijn. Hij denkt aan zijn jong gestorven moeder en zijn broer Emil in het krankzinnigengesticht en warmt zich aan de aanblik van de rode zon in de winterkou.

Simon trekt enkele maanden in bij Hedwig, zijn trotse zus, een onderwijzeres op het platteland. Ze ontvangt hem met een mengeling van liefde en wantrouwen. Simon doet enkele klusjes in huis, maar gewoonlijk is er niets te doen en dan gaat hij het bos in. Hij verkiest ‘het perspectief van de toeschouwer die er in de wereld nou eenmaal ook moet zijn’ en heeft het talent aan heel weinig genoeg te hebben. Door een overvloed aan vrije tijd kan hij rustig nadenken over de essentiële dingen in het leven. Zijn gemoedsschommelingen ziet hij weerspiegeld in de seizoenen. Vragen en problemen lossen zich als vanzelf op in luisteren naar de wind of in de verte turen. Hoe lang kan hij dit leven van louter kijken, luisteren en niets doen nog voortzetten?

Hij komt weer aan in de stad. Wat liepen ze gehaast, deze stadsmensen. “Een lichte, niet te verhelen droefheid hield hem bevangen maar zij harmonieerde met de fletse, ietwat benevelde hemel.” Simon Tanner vindt een baantje en is blij dat hij een belemmerd en ingeperkt leven kan leiden. ’s Avonds slaat zijn verlangen alweer op hol en zo zwalpt hij tussen plicht en ongebondenheid. “In zijn hart brandden alleen nog maar hulpeloze fantasieën die geen aanspraak konden maken op de werkelijkheid.”

Voor de buitenwereld wordt Simon stilaan een tragische figuur, want ook nu kan hij het niet opbrengen te blijven. Haveloos, afzijdig in een hoekje van een café, vangt Simon gesprekken van anderen op. Door naar hun verhalen te luisteren leert hij over zichzelf. Zelf vertelt hij niets want wat valt er te vertellen? Hij heeft geen voorgeschiedenis, geen curriculum. Hij kan zich slechts presenteren zoals hij nu is.

Zelfs al spoken er nu en dan zorgen door Simons hoofd en voelt hij sporadisch een zweem van bitterheid – hij is immers niet ongevoelig voor het oordeel van anderen – telkens opnieuw haalt hij sloten energie uit de aanblik van een weids landschap en de liefkozingen van de avondzon. Het landschap vervult hem met vertrouwen in zijn keuze voor vrijheid. Toch lijkt hij nog steeds bedremmeld voor de poort van het leven te staan, wachtend en luisterend.

Onmerkbaar voor de buitenwereld heeft Simon zich bekwaamd. Terwijl hij wachtte, leerde hij dromen. Terwijl hij keek, leerde hij over kunst en poëzie. Terwijl hij luisterde, leerde hij over anderen en over zichzelf, zijn deugden en zwaktes. Niets in de wereld is van hem en hij verlangt ook niets van de wereld. Het enige wat hij kan, is geven: zijn diensten, zijn liefde en zijn kracht, aan wie er maar ontvankelijk voor is. Vrolijk kiest Simon ervoor de volledige schuld van de wereld op zijn schouders te nemen, alsof het een pluimpje was. En hij is vast van plan die schuld af te betalen.

Wie met De Tanners verder wil, zal zijn tred moeten aanpassen en de tijd moeten nemen. Voor deze roman ga je het best breed zitten of languit liggen, als aan de oever van een rustig kabbelende rivier. Dit boek er snel doorheen jagen zou volledig indruisen tegen de geest van de protagonist, die de onverdroten aandacht van de lezer meer dan waard is. Je krijgt er ook iets voor terug. Walser laat je vrijer ademen, verder kijken en beter luisteren.

Eerder verschenen op Geendagzonderboek en op Mappalibri

Samenvatting

Het gezin Tanner bestaat uit drie broers en een zus - Simon, Kaspar, Klaus en Hedwig. Rond hun omzwervingen, ontmoetingen, ruzies, verhoudingen, banen en gebrek aan banen weeft Walser zijn luchtige, vreemde en heerlijk heldere verhaal.

De hoofdpersoon van het boek, Simon Tanner, is bezeten van een bandeloze vrijheidsdrang en bekijkt de wereld en de mensen totaal onbevangen, niet met een 'verdorven, verstopt hoofd'. Dat brengt hem in de vreemdste conflicten met de wereld van de conventie, met de aangepasten, de door carrière en concurrentie gecompromitteerden. Door zijn argeloosheid confronteert hij hen met wat zij verloren hebben: fantasie, humor, gezond verstand en materiële onkreukbaarheid.

De Tanners is Walsers eerste roman uit 1907 en waarschijnlijk zijn meest toegankelijke.

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: vrijdag 10 juli


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789492313799
Verschijningsdatum
februari 2020
Druk
1
Aantal pagina's
304 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
302: Vertaalde literaire roman, novelle
Categorieën

Auteur
Uitgever
Uitgeverij Koppernik BV

Vertaald door
Machteld Bokhove

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden