Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

En we noemen hem

Taal: Nederlands
0,2/5
2 recensies
En we noemen hem
En we noemen hem
En we noemen hem

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Liliane Waanders

De waarheid onder ogen zien, en er dan een goed verhaal van maken

[Recensie] Eergisteren haalde ik het uit de brievenbus, en gisteren was het uit. Ik was te nieuwsgierig naar En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra om het boek, dat het midden houdt tussen een roman en een reportage, op zijn beurt te laten wachten. Waarom weet ik niet precies. Veel had ik er nog niet over gelezen. En Marjolijn van Heemstra’s eerste roman De laatste Aedema vond ik weliswaar goed, maar niet het beste dat ik in lange tijd gelezen had.
Maar wat Marjolijn van Heemstra doet – schrijvend en theater makend – vind ik interessant: biografische verhalen maken waarbij de werkelijkheid geen geweld aangedaan wordt, maar wel een metamorfose ondergaat in het belang van een groter verhaal.

Net als in De laatste Aedema is het vertrekpunt in En we noemen hem haar familie. Toen gebruikte ze een uitstervend adellijk geslacht om (onder andere) te onderzoeken wat het betekent om ergens deel van uit te maken. Nu zoekt ze naar de zin van verhalen aan de hand van een mythe die in de familie de ronde doet.

Volgens de overlevering heeft Frans Julius Johan van Heemstra op 5 december 1946 een heldendaad verricht. Die avond ontplofte er een boom op Prinsegracht 266 in Den Haag. Daar woonde iemand die fout was in de oorlog, maar daar niet voor gestraft was. Dat kon Frans Julius Johan van Heemstra – in de familie kent men hem als ‘bommenneef’ – niet verkroppen.

Als ze achttien is, ‘erft’ Marjolijn van Heemstra de zegelring van de kinderloos gebleven Frans Julius Johan. Op voorwaarde dat zij haar eerstgeboren zoon naar haar ‘bommenneef’ zal vernoemen. In En we noemen hem is de geboorte van die zoon aanstaande. Er zijn nog 27 weken te gaan. Zoveel tijd rest Marjolijn van Heemstra dus nog om te controleren of het verhaal wel klopt, want ze wil haar zoon niet opzadelen met de last van een ongekend verleden.

Marjolijn van Heemstra doet er alles aan om binnen het gegeven tijdsbestek te weten te komen wat er op 5 december 1946 precies gebeurd is. Ze raadpleegt kranten, onderwerpt zich aan de regels van het Nationaal Archief, bezoekt mensen die Frans Julius Johan van Heemstra gekend hebben. Dat ze naarmate haar onderzoek vordert steeds meer hinder ondervindt van haar zwangerschap weerhoudt haar niet. Ze heeft een deadline en die zal ze halen.

Wat ze te weten komt, stemt haar niet vrolijk. Het spoort niet met de heldenstatus die ‘bommenneef’ heeft. Als wat de diverse bronnen beweren waar is, kan ze de belofte die ze deed toen ze achttien was en de zegelring accepteerde onmogelijk nakomen. Als waar is wat ze leest en van verschillende kanten bevestigd wordt, was Frans Julius Johan van Heemstra geen oorlogsheld, maar een misdadiger.

De manier waarop Marjolijn van Heemstra journalistiek en historisch verantwoord verslag doet, leest aanstekelijk. Omdat ze zichzelf niet spaart en bereid is om haar zwangerschapsklachten breed uit te meten.
Maar het gaat in En we noemen hem niet om ontluistering. Niet om die van ‘bommenneef’ en niet om die van het zwangere nichtje. Het gaat om En we noemen hem om hele serieuze zaken. Zaken die familiebelangen te boven gaan.

Gerelateerd aan de datum waarop de bom ontplofte, gaat het in En we noemen hem om de vraag of een oorlog ooit eindigt voor iemand die daar in zijn hoofd nog volop mee bezig is, en of hem/haar dan daden in de geest van een voorbije oorlog wel volledig aangerekend kunnen worden. Waar houdt verzet op en begint terrorisme.

Op een abstracter niveau gaat de roman van Marjolijn van Heemstra over het waarom van het vertellen van verhalen. Over de vraag in welke mate het omwille van het verhaal geoorloofd is van de waarheid af te wijken.

Het antwoord op deze laatste vragen is En we noemen hem. Want En we noemen hem is geen één op één weergave van de werkelijkheid. Het is een zorgvuldig gecomponeerd verhaal, waarin Marjolijn van Heemstra de illusie wekt en in stand weet te houden dat de chronologie van haar zoektocht en die van haar zwangerschap gelijk op gaan. Ook al breekt ze een aantal keren in in haar verhaal en stelt ze de kwestie van het al of niet waarheidsgetrouw zijn zelf aan de orde. Een geloofwaardige roman die voor literaire non-fictie kan doorgaan.

Eerder verschenen op Hanta

Recensie door: Tea Lierop van,
4/5

Zoektocht met een filosofisch tintje

[Recensie] Een jonge zwangere vrouw heeft de belofte gedaan haar kind te vernoemen naar een overleden ‘held’ uit de familie. Het ‘heldenverhaal’ spreekt tot de verbeelding, maar voordat er vernoemd wordt moet eerst het onderste uit de kan gehaald worden om te kijken of het verhaal wel klopt. Dit is waar het boek over gaat. De zoektocht naar de waarheid loopt parallel aan de zwangerschap en deze twee verhaallijnen kunnen elkaar versterken of afstoten.

Bommenneef

Er zit een verhaal achter het vernoemen. De proloog bestaat uit één lange zin, die verklaart waarom de zoektocht gemaakt moet worden. Zoals zo vaak speelt toeval een rol. De verre oom, Frans Julius Johan, bijgenaamd de ‘Bommenneef’ is zo’n beetje een levende legende geworden omdat hij na de oorlog een dodelijke aanslag pleegde op een niet-veroordeelde NSB’er. Voor hij stierf had hij nog een laatste wens, zijn ring moest doorgegeven worden aan een naamgenoot. Zelf was hij kinderloos, via haar oma kwam de ring bij de ik-figuur terecht toen ze achttien jaar werd.

Het verhaal klakkeloos aannemen zou te ver gaan, tenslotte wil je je kind vernoemen naar iemand die de geuzentitel ook echt verdient. In een originele vorm, na de proloog begint het hoofdstuk met de titel Nog 27 weken, wordt er afgeteld tot ‘de dag’, leven we mee met de zoektocht naar het ware verhaal, de relatie tussen de ik-figuur en D en de zwangerschap. 

De beelden van die tijdens de echo van het kind gemaakt werden roepen bommenneef op: “Ik kijk weer naar de foto’s en even lijkt bommenneef daar in het donker te drijven. Half opgeslokt door de geschiedenis, verlangend naar licht en leven. Ik heb geen zin om D over Antarctica te vertellen. Ik wil deze dag niet verpesten met mijn angst voor het onbekende. D start de auto en rijdt ons weg van de parkeerplaats.”

Wanneer je goed naar de schitterende cover kijkt, valt op dat er behalve de sterrenhemel ook drie verschijningsvormen van een zwevend, drijvend figuurtje afgebeeld staan. De sterrenhemel heeft nog een prachtige betekenis in meerdere opzichten. Daarover straks meer. 

Botsende belangen

Wat nu wanneer de geuzennaam helemaal niet klopt? Het zou kunnen dat het verhaal, dat zolang in de familie rondgegaan is en een eigen leven is gaan leiden, een verdraaide versie van de werkelijkheid is? Dit onder ogen te moeten zien is een van de risico’s waar de ik-figuur tegenaan loopt. Aan de ene kant een heldenverhaal en naam doorgeven aan je kind en aan de andere kant het gevaar dat de held helemaal niet heldhaftig was!  Het zoeken gaat allesbehalve vlot. De lezer leeft mee met dit dilemma en het wordt van tijd tot tijd redelijk spannend, vooral wanneer de gemoederen door frustratie hoog oplopen.

Tenslotte is de zwangere ik af en toe behoorlijk van slag door hormonale schommelingen en later ook nog door een complicatie. Ze weet niet altijd juist te laveren tussen wat wenselijk is en wat neigt naar onverantwoord gedrag.

Planetarium

In het hoofdstuk van haar 26ste week wordt de rol die het Planetarium in Franeker gaat spelen mooi ingeleid. Het is de week waarin ze het moeilijk heeft, veel droomt, korte nachten heeft, benauwd is en sterretjes ziet. Daarin wordt ook hun relatie beschreven, ze draaien met ruime banen om elkaar heen. Dit stemt tot nadenken, ook de quote van Immanuel Kant: “Hoe meer en vaker ik erover nadenk, met des te meer bewondering en eerbied vervullen twee dingen mijn gemoed: de sterrenhemel boven mij en de zedelijke wet binnen in mij. Ze zijn voor mij het bewijs dat er een God boven mij is en een God binnen in mij.” Dit citaat staat op Kants grafsteen.

Mooi dat hier de link gelegd wordt tussen Kant en Eisinga, beiden hebben het besef en het vermogen orde te scheppen in de chaos. De ik-figuur wordt hierdoor geïnspireerd, heel voorstelbaar. In het kamertje van Eisinga word je heel rustig, het tikken van de klok geeft een ritme aan en je voelt je nietig worden bij zo’n genie die zoveel jaar, 7 (Bijbels getal dat volledigheid aanduidt), werkt aan de voltooiing van zijn Planetarium. 

En we noemen hem, een queeste en een boek over schuld, relatie en eerlijk zijn, las ik met plezier. Het snufje filosofie sloot mooi aan bij de astronomie van Eise Eisinga en bleek een sleutel tot de oplossing van het vraagstuk. Verder waren er meerdere motieven te vinden in het boek zoals de muggenplaag die bijna tot wanhoop dreef.  De manier waarop de ik-figuur risico’s nam om die zoektocht maar te voltooien is niet zo geloofwaardig, tenslotte zet ze haar eigen gezondheid en die van de baby op het spel, en ook de relatie met haar partner kwam niet op de eerste plaats. Een beetje geobsedeerd door die vernoeming. Maar het is fictie, daarin is alles mogelijk.  

Over de auteur
Marjolijn barones van Heemstra (Amsterdam, 10 februari 1981) is een Nederlands schrijfster en theatermaakster (regisseur en actrice). Van Heemstra is een lid van de familie Van Heemstra en een dochter van kinderarts Diederik Jan Maurits baron van Heemstra en orthopedagoge drs. Geziena Elizabeth Hegener. Zij studeerde godsdienstwetenschappen. In 2009 kwam de eerste gedichtenbundel van Van Heemstra uit, Als Mozes had doorgevraagd, waarmee zij in 2012 de Jo Peters Poëzieprijs won. In 2011 schreef ze voor het NRC een reeks columns, Welkom/Niet welkom, waarvoor zij onuitgenodigd en onaangekondigd op feesten en feestjes kwam. Voor Trouw schrijft zij ’s zaterdags een column in de weekendbijlage Tijd. Op 15 mei 2011 was zij de gast in het televisieprogramma Het Vermoeden van de IKON. In september 2012 kwam haar eerste roman uit, De laatste Aedema. Zij is sinds 2005 verbonden aan het Theater Frascati te Amsterdam en sinds 2013 ook aan het gezelschap Ro Theater in Rotterdam. [Wikipedia]

Eerder verschenen op Met de neus in de boeken

 

Samenvatting

Hoelang duurt een oorlog echt?

Op 5 december 1946 wordt in Den Haag een bom bezorgd, verpakt als sinterklaassurprise. Drie 'foute Nederlanders' komen om het leven. Brein achter de aanslag is een verre oom van Marjolijn van Heemstra. In de familie groeit de aanslag uit tot een heldendaad.

Op haar achttiende krijgt Marjolijn een ring die van deze 'bommenneef' was - met het verzoek haar eerste zoon naar hem te vernoemen. Als ze jaren later in verwachting is, begint ze een zoektocht naar het ware verhaal achter de Sinterklaasmoorden. Met de buik groeit ook de twijfel: was bommenneef een held of een ordinaire misdadiger?

En we noemen hem is een spannende pageturner over mythe en werkelijkheid, goed en fout en de vraag wat een pasgeboren baby met zijn voorouders te maken heeft.

'Een beeldschone roman over het belang van mythes en de noodzaak ze te ontrafelen.' - Tommy Wieringa

Toon meer Toon minder
€ 22,50

Verwachte leverdatum: dinsdag 29 september


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789492478375
Verschijningsdatum
mei 2017
Druk
1
Aantal pagina's
pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
301: Literaire roman, novelle
Categorieën

Uitgever
Das Mag Uitgeverij B.V.

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen