Lucassen

Auteur(s): Reinier Lucassen
Taal: Nederlands
0,2/5
1 recensie
Lucassen
Lucassen

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Jan Stoel
4/5

Lucassen laat je anders kijken, brengt verschillende werelden bijeen

[Recensie] “Reinier Lucassen (1939) weet de werkelijkheid door elkaar te schudden,” schrijft Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum, in zijn voorwoord in het fraai uitgegeven boek Lucassen. Hoewel hij met herkenbare vormen en afbeeldingen werkt zijn de kunstwerken die Lucassen maakt vaak een puzzel. Hij gebruikt cijfers, woorden, voorwerpen, symbolen, afbeeldingen uit bijvoorbeeld tekenfilms. Door een ‘optelsom’ van dit alles ontstaat een nieuwe werkelijkheid. De kijker kijkt dan op een andere manier naar de elementen die hij afbeeldt, moet er als het ware de code van ontsluiten.

Dit boek helpt je de beeldtaal en de codes die Lucassen gebruikt te begrijpen. Hans Janssen (conservator van het Kunstmuseum Den Haag) doet dat fantastisch in zijn bijdrage Af kijken. Waarom Lucassen zo’n voortreffelijk kunstenaar is. Hij behandelt de rijkdom van vijf van zijn werken. Als Lucassen op een schilderij een palm afbeeldt en erboven het woord ‘palm’ schrijft geeft het woord ‘palm’ aan waar je naar kijkt. Maar je kijkt niet naar een palm, maar naar een afbeelding van een palm. De palm is bovendien in de joods-christelijke traditie een symbool van onsterfelijkheid, eeuwigheid, vruchtbaarheid. Aan de rechterzijde van het schilderij gaat de voorstelling over in een met een dikke streep belijnende strook grijs die overgaat in een rood vlakje. Dat is een verwijzing naar Mondriaan, die in zijn werk ook kleine formaatjes gebruikte die vervolgens een monumentale werking kregen. Als je dat weet ervaar je het landschap met de palmboom ineens anders.

“De wereld, de werkelijkheid, is wat je zelf maakt. Het schilderij doet verslag van de ervaring van midden in de wereld te staan.”

De kracht van de schilderijen van Lucassen is dat alles van alles kan betekenen. Hij speelt als het ware met de illusie van het schilderij, associeert naar hartenlust en prikkelt de kijker, die op zoek is naar houvast.

“Elk doek is een confrontatie”, stelt Ron Kaal in zijn bijdrage. Lang werd de kunstgeschiedenis gezien als een stijlgeschiedenis, waarin de ene school de andere opvolgt. Lucassen werkte in de jaren zestig expressionistisch. Hij wordt samen met Roger Raveel, Etienne Elias en Alphons Freymuth vertegenwoordiger van de ‘Nieuwe Figuratie’, een reactie op het minimalisme, de abstractie het conceptualisme. Lucassen gaat altijd zijn eigen weg en zegt in 1966 dat hij een voorkeur heeft voor het interpreteren van objecten en voorstellingen die gelden als cliché of banaal, onecht of kitsch. Die laat hij botsen met ‘verheven’ onderwerpen uit de kunstgeschiedenis. Een schilderij wordt zo een beeldend commentaar op de kunstgeschiedenis. Zoals Duchamp die een reproductie van de Mona Lisa van een snor en baard voorzag.

In het midden van de jaren tachtig maakt de figuratie maakt plaats voor een symbolische beeldtaal.  Lucassen ontdekt dan ook de ‘primitieve kunst’ (refererend aan de dotpaintings van de Aborigines). Karel Schampers spreekt over een emotionele synthese. “Het gaat erom hoe ik de dingen beleef, wat voor betekenis ik ze toeken.” Daarvoor gebruikt Lucassen allerlei tekens, vormen, woorden (zoals model, systeem, utopie, vrijheid, chaos) en cijfers (waarbij de 2 staat voor onmacht, de 3 voor de werkelijkheid en de 7 voor de wereld).

Vlak na de eeuwwisseling komen de ‘modificaties.’ Overigens maakten Ensor en Asger Jorn ook ‘modificaties’. Lucassen koopt dan afgedankte schilderijen op rommelmarkten, bewerkt ze, schildert ze over (ook schilderijen van hemzelf schildert hij over). Hij voegt er kleine objecten aan toe, zoals knopen, plastic letter, poppetjes, buttons, een haarborstel. Die verliezen hun oude betekenis. Werken krijgen zo een nieuw leven; het is een statement ten opzichte van onze wegwerpcultuur, maar ook een poging om het werk van anderen te verbeteren.

Dan zijn er ook nog de assemblages, waarbij driedimensionale objecten samengevoegd worden tot een nieuwe compositie. In het boek staat de uit 2019 daterende assemblage ‘Herdershond vermomd als achteruitkijkspiegel beschermt Nederlands cultureel erfgoed, bijvoorbeeld de molens maar zeker de klompen’. Je ziet onder meer een achteruitkijkspiegel op zijn kop (dat is dus de herdershond), een ‘delfts blauw’ klompje met molens er op, een speldje van een auto, letters die samen het woord dutch vormen, het cijfer 3 (dat staat voor de werkelijkheid). De titel en de gebruikte objecten leveren nieuw beeld op, een nieuwe betekenis. Een achteruitkijkspiegel is het symbool voor terugkijken. En hoe zit het nu met vooruitblikken?

Het boek bevat nooit gereproduceerde werken, werken die in privécollecties terecht gekomen zijn of in musea, vroege schilderijen waarin je de confrontatie tussen abstractie en figuratie terugziet en een reeks modificaties en assemblages. Het boek is fraai vormgegeven door Adri Colpaart.

Bijzonder zijn de twee bijdragen van Lucassen zelf, een waarin hij zijn gedachten over het schilderij Hypokrites persona, Persona 2 uit 1995 beschrijft, waarin mythologie, toneelkunst en beeldende kunst tot een synthese komen. In de andere bijdrage hekelt hij de Belgische kunstpaus Jan Hoet, die in de jaren zeventig beweerde dat de schilderkunst dood was. Lucassen beweert het tegendeel en laat dat nog steeds zien.

Geniet van zijn onbevangenheid, zijn creativiteit en zet je verbeelding aan het werk. Puzzel dus mee.

Van 1 juni 2020 t/m 11 oktober 2020 de een tentoonstelling Lucassen, De gelukkig schilder te zien in het Kunstmuseum in Den Haag.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Samenvatting

Eerst herinner ik me hoe Lucassen zat te kijken. Zijn ogen waren onbeschrijflijk stil en aandachtig. De ogen van een schilder die naar de dingen kijkt om ze stil te leggen. Schilders kijken zo intens geduldig om ook kleine dingen niet over het hoofd te zien. Zo kijkt hij lang naar een schilderij terwijl het in de maak is - totdat het werk klaar is. Het is klaar als de schilder niet meer weet hoe hij verder moet. Toch blijft hij dan kijken en loeren naar hoe het vlak met kleuren en figuren eruitziet en of er niet nog wat hangt wat niet opgemerkt was.

Je weet maar nooit wat nog komt. (Rudi Fuchs)

De rode draad in het werk van Lucassen is, zoals hij het zelf formuleert, ‘het zoeken naar een schilderkunst die een synthese is van verschillende opvattingen. Kunst die daardoor verschillende gevoelsinhouden kan vormgeven’. Lucassen wil tegengestelde denkbeelden op zo’n manier samenbrengen, dat ze niet meer als tegenstrijdig tegenover elkaar staan, maar elkaar juist aanvullen. Hij wil ze tot een organisch geheel verenigen.

Dat samenvoegen van schijnbaar onverenigbare elementen prikkelt zijn fantasie en maakt de weg vrij voor volstrekt onverwachte en ongekende beelden. Uit hun oorspronkelijke context gehaald en in een nieuw verband geplaatst, wordt de vanzelfsprekendheid van bepaalde beelden doorbroken en krijgen ze een nieuwe betekenis. Hij breekt oude waarheden af om nieuwe associatieve mogelijkheden bloot te leggen.

In deze publicatie zijn ongekende, nog nooit gereproduceerde werken samengebracht. Zij verdwenen – nog maar nauwelijks droog – in particuliere verzamelingen of kwamen terecht in een van de Nederlandse musea. Het wordt tijd dat deze werken bekend worden bij een breder publiek. Er zijn de vroege schilderijen waarin Lucassen provocatief de confrontatie zoekt tussen figuratie en abstractie. De jonge traditie van de abstracte kunst wil hij niet verzoenen met de eeuwenoude opdracht van de beeldende kunst om de werkelijkheid te verbeelden; hij zoekt juist de botsing tussen die twee, wetende dat een goed schilderij alleen bestaat bij de gratie van een verbluffend raffinement.

Beïnvloed door zijn belangstelling voor de ‘primitieve kunst’, waar aan dingen een bepaalde gevoelswaarde en ziel wordt toegekend, gebruikt Lucassen nu allerlei tekens en symbolen om zijn gedachten en gevoelens tot uitdrukking te brengen. Het zijn een soort abstracte stemmingsbeelden die geen directe werkelijkheidswaarde en geen anekdotische inhoud meer hebben, maar juist heel intuïtief en associatief tot stand zijn gekomen. Lucassen schept een bijna mystiek wereldbeeld waarin ieder onderdeel een bepaalde symboolwaarde heeft.

Hij jongleert met tegengestelde begrippen als taal en beeld, mannelijk en vrouwelijk, figuratief en abstract, lichaam en geest, natuur en cultuur, begin en einde. Maar op wonderbaarlijke wijze vormen ze een onlosmakelijke eenheid en versterken ze elkaar.

Samsara

Toon meer Toon minder
Taal
Nederlands
Bindwijze
Hardcover
ISBN
9789492995445
Verschijningsdatum
februari 2020
Druk
1
Aantal pagina's
176 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
646: Beeldende kunst
Categorieën

Uitgever
Samsara

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden