Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Hoeder van de vulkaan

Taal: Nederlands
1 recensie
Hoeder van de vulkaan
Hoeder van de vulkaan
Hoeder van de vulkaan

Recensie

Aantal recensies: 1

Recensie door: Roeland Dobbelaer

20 jaar in het vak. 10 vragen aan Fantasy schrijver Johan Klein Haneveld

[Interview] Johan Klein Haneveld (1976-) schreef tot nu toe twintig romans, verhalenbundels en studieboeken. Zijn korte verhalen werden gepubliceerd in tal van anthologieën waaronder GanymedesVerhalen Vertellers en Eindtijden in de pulder, en stonden in diverse tijdschriften zoals Fantastische VertellingenThe Flying Dutch en SF Terra. Hij recenseert boeken voor Fantastische Vertellingen, schrijft blogs voor Modern Myths en Fantasy-Schrijven en is jurylid voor de jaarlijkse SF/Fantasy-verhalenwedstrijd van Godijn Publishing.

In 2020 verschenen van zijn hand de horrorverhalenbundel Ruisreizigers en de fantasyroman Hoeder van de vulkaan. Hij stelde bovendien de bundel Voorbij de storm samen, met verhalen over klimaatverandering van Nederlandse en Vlaamse SF-auteurs. In 2021 kwam zijn futuristische horrorroman Scherven vol ogen uit. Zijn nieuwste boek is de mini-bundel De mens, een sprinkaan, gepubliceerd bij St. Fantastische Vertellingen. In oktober ziet zijn eerste Young Adult-roman het licht: Het denkende woud.

Johan woont samen met zijn vrouw in Delft en werkt als eindredacteur bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. In zijn vrije tijd geniet hij van zijn vier aquariums, en van zijn voortdurend groeiende collectie boeken en strips. Als de Coronacrisis voorbij is, hoopt hij snel weer een dierentuin of een natuurhistorisch museum van binnen te zien. Hij is te volgen op Twitter (@JohanKH) en Facebook en op http://johankleinhaneveld.blogspot.com/.

  1. Van harte gefeliciteerd Johan met je twintigjarige jubileum. Hoe ben je tot het schrijven van fantasy en SF gekomen?

“Mijn vader had SF-romans en -boeken in de kast staan en nog voor ik tien was, had ik die al gevonden. Op mijn elfde las ik voor het eerst In de ban van de ring. Ik las verder jeugdboeken als Euro-5 en de Yoko Tsuno-stripverhalen.

Daarnaast ben ik van jongs af aan gefascineerd door de natuur. Ik las alles wat los en vast zat over het leven in de diepzee, of over andere planeten en kreeg op mijn tiende een eigen aquarium van mijn ouders. Die interesse in wetenschappelijke onderwerpen was de brandstof voor mijn liefde voor het fantastische genre. Ze leidde tot speculatie: wat leeft er nog meer in de diepzee? Zullen we ooit landen op Mars of reizen naar de sterren? Als we nu over industriële robots beschikken, hoe zien robots er over honderd jaar dan uit? Ik verzon ook hele eigen werelden, met een eigen samenleving en een eigen ecosysteem. Een ervan, Kartaalmonland, gebruikte ik als basis voor de wereld in mijn fantasytweeluik De Krakenvorst.

Nog steeds ben ik gefascineerd door de ‘wat als’-vraag van de speculatieve fictie, die kan leiden tot nieuwe inzichten. En ik geniet van de verwondering die ik ervaar als ik lees over werelden en gebeurtenissen die ik me tot dan toe niet eens kon voorstellen. Ik begon al op basisschoolleeftijd te schrijven. Mijn eerste verhaal heb ik nog in een schrift in de kast staan. Het heet De Mosasaurus en gaat erover wat er gebeurt als er een Mosasaurus uit het Krijttijdperk in het openluchtzwembad De Hoorn in Alphen aan den Rijn terechtkomt…”

  1. Wat was je eerste boek? En als je het terugleest, ben je hier nog tevreden over?

“Mijn debuutroman Neptunus kwam uit in 2001. Ik begon het te schrijven in 1998, toen ik worstelde met overspannenheid. Een docent suggereerde dat ik veel bezig was met activiteiten die ik van mezelf moest. Naast mijn studie Biomedische Wetenschappen waren dat kerkelijke activiteiten, zoals bijbelstudie en mezelf Nieuw-Testamentisch grieks leren. De docent zei dat ik eens moest bepalen wat ik in het moment graag wilde doen. Ik realiseerde me meteen dat ik weer moest schrijven. Als tiener had ik dat ook veel gedaan, maar ik was er vier jaar mee gestopt. Ik was er enorm trots op dat het werd uitgegeven, maar nieuwe lezers raad ik aan een van mijn recentere boeken te lezen. De beschrijvingen van ruimtereizen en de actiescènes in het boek vind ik nog sterk en het plot is prima, maar de karakters zijn wat eendimensionaal en de dialogen komen niet zo realistisch over. Het boek is ook wel erg prekerig, besef ik twintig jaar verder. Een subtiele aanpak is veel beter.”

  1. Je hebt alle genres en subgenres in de fantasywereld wel geprobeerd. Wat is je echte favoriete subgenre? En welke boeken van je horen hierbij?

“Eigenlijk kom ik altijd terug bij de sciencefiction. Speculatie op basis van wetenschappelijke mogelijkheden vind ik het interessantst en ik ben ongeduldig met verhalen waarin met magie alles maar mogelijk is, of waarin de natuurwetten met voeten worden getreden. In mijn eigen fantasyverhalen functioneert magie daarom eigenlijk meestal als nog onbekende wetenschap en bedenk ik een kloppend ecosysteem voor draken of andere fantasiewezens, zoals de reuzeninsecten in Acmala. Een recensent zei laatst over mij: ‘Johan schrijft sciencefiction, zelfs als hij fantasy schrijft’. Ik moest hem gelijk geven. Ook mijn horrorverhalen zijn te omschrijven als ‘dark SF’ of ‘kosmische horror’. De grootte van het universum, de diepte van de tijd, die zijn al indrukwekkend op zichzelf zonder dat er demonen aan te pas hoeven komen. Ik schreef twee bundels met korte SF-verhalen: Conquistador en Het teken in de lucht. Verder verschenen van mij de SF-romans De afvallige ster en IJsbrekers en de novelle Plastic vriend. Mijn bundel Ruisreizigers en mijn roman Scherven vol ogen vallen onder de ‘futuristische horror’.”

  1. Over welk boek ben je het meest tevreden en waarom?

“Mijn postapocalyptische ‘Sword & Sorcery’-roman Hoeder van de vulkaan is mijn grootste prestatie geweest tot nu toe. Ik had mezelf voor een behoorlijke uitdaging gesteld toen ik die ging schrijven. Ten eerste wilde ik de elementen van dit subgenre van de fantasy op een moderne manier toepassen. Daarvoor situeerde ik het verhaal in een postapocalyptische wereld, waarbij er nauwelijks leven is overgebleven en mensen alleen kunnen blijven bestaan rond vulkanen. Ten tweede koos ik voor een ongebruikelijk perspectief. De roman is geschreven in de tweede persoon. Het werd het beste boek dat ik tot nu toe heb geschreven, misschien juist wel doordat ik mezelf heb uitgedaagd. De recensies zijn ook positief, dus het heeft zijn vruchten afgeworpen. Een recensent noemde het mijn meest literaire roman tot nu toe en een sleutelroman voor mijn oeuvre. Daar ben ik trots op.”

De mens een sprinkhaan
  1. Je viert je jubileum met een miniverhalenbundel. Waar gaat het boek over?

“De mens een sprinkhaan bevat twee verhalen. Een ervan, De sprinkhanen, is een nieuwe versie van een van de eerste korte verhalen die ik schreef toen ik heet schrijven als zestienjarige serieus begon te nemen. Beide gaan over toekomstige samenlevingen waar de mens om te overleven kenmerken van insecten heeft overgenomen: de gestructureerde samenleving, de bepantsering. Maar verliezen we daarmee niet wat eigen is aan ons menszijn? Moeten mensen dan niet proberen aan die systemen te ontsnappen? St. Fantastische Vertellingen brengt boeken uit zonder winstoogmerk, dus is dit boekje voor slechts 3,95 euro bij de uitgever te bestellen.”

  1. Hoe vind je dat de Nederlandse fantasy ervoor staat? En tellen we internationaal mee?

“Er zijn altijd Nederlandse auteurs geweest die de fantastiek bedreven. Dat gaat van ‘Kort verhaal van eene aanmerkelijke luchtreis en nieuwe planeetontdekking’ van Willem Bilderdijk en ‘De kleine Johannes’ van Frederik van Eeden, via de verhalen van Belcampo en ‘Nieuwe Maan’ van Anton Koolhaas, tot de werken van Peter Schaap en Wim Gijsen. Denk ook aan jeugdboeken van Tonke Dragt en Thea Beckman. De laatste jaren zijn de fantasyfestivals in opkomst geboden die kleinere uitgevers een afzetmarkt boden buiten de boekwinkels om. Internetfora en social media gaven schrijvers ook de kans direct een lezerspubliek aan te spreken.

Tegenwoordig zijn er heel wat schrijvers actief in het fantastische genre. Er zijn SF-tijdschriften en verhalenwedstrijden speciaal op dit genre gericht. Steeds meer mensen durven mooie initiatieven te ontplooien. Ik zie ook steeds meer samenwerkingsverbanden tussen schrijvers ontstaan en een steeds groter aantal schrijvers dat, ook al zijn de oplages klein, toch een professioneel niveau weet te bereiken.  Tais Teng en Jaap Boekestein verzonnen zelfs een heel nieuw typisch Nederlands subgenre: Ziltpunk – te vinden in hun bundel ‘Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars’. Mijn novelle ‘Plastic vriend’ valt ook hieronder.

Omdat SF en fantasy in Nederland echter niet het grote publiek bereikt, wordt weinig ervan vertaald. Een aantal schrijvers levert zelf verhalen in het Engels aan internationale bundels en tijdschriften. Ik weet echter dat een Italiaanse uitgever binnenkort hoopt een bundel met Nederlandse SF uit te geven. Ook Thomas Oldeheuvelt laat met zijn boeken zien dat het wel degelijk mogelijk is om ook in het buitenland succes te hebben als Nederlandstalige genreauteur.”

  1. Landelijke kranten en tijdschriften besteden nauwelijks aandacht aan jouw genre, zit dat jullie schrijvers niet enorm dwars?

“Dit is een onderwerp waar we als schrijvers onder elkaar regelmatig over praten. Want meer aandacht voor Nederlandstalige schrijvers en boeken zou een grote stimulans zijn voor het genre in ons taalgebied. Nu weten veel mensen niet eens dat er Nederlandse SF- en fantasyschrijvers zijn. Veel zijn daarom dit soort boeken in het Engels gaan lezen en zeggen dan zelfs dat ze dat prettiger vinden dan lezen in het Nederlands. De gemiddelde boekwinkel heeft meer planken met Engelstalige SF en fantasy dan met Nederlandstalig werk. En die paar planken met SF- en fantasyboeken in het Nederlands bevatten dan voor 95 procent uit het Engels vertaalde boeken van onder andere G.R.R. Martin en Robin Hobb. Zelfs grote boekwinkels hebben maar een paar boeken staan van Nederlandse schrijvers. Geinteresseerde lezers moeten nu bij toeval tegen schrijvers uit hun eigen taalgebied oplopen.

Het niet waarderen van schrijvers van eigen bodem lijkt iets van de Nederlandse cultuur te zijn. Een vriend van me, Roderick Leeuwenhart, vond in Nederland niemand die zijn SF-manuscript wilde uitbrengen. Hij heeft zijn internationale contacten aangesproken en heeft nu een contract van de grootste SF-uitgever uit China en een eerste oplage van 5000 boeken. Zelfs Thomas Oldeheuvelt moest eerst doorbreken in de VS en de goedkeuring krijgen van Stephen King voordat het brede publiek in Nederland hem wilde omarmen. Maar er zijn geweldige Nederlandse en Vlaamse schrijvers die ook een groot publiek verdienen, zoals Jasper Polane met zijn weird fantasy, Petra Doom met haar urban fantasy, Anthonie Holslag met zijn psychologische horror en Sophia Drenth met haar duistere vampierenverhalen.”

  1. Op twitter doe je verslag van hoeveel woorden je elke dag schrijft. Zijn er ook schrijfloze dagen en wat doe je dan?

“Ben ik eenmaal met een project bezig dan schrijf ik er zeven dagen per week aan, of het nu een kort verhaal is of een roman. Voordat corona uitbrak schreef ik dan in de trein op weg naar en terug van mijn werk. En in de lunchpauze zocht ik de bibliotheek op om verder te schrijven. Nu werk ik vooral ’s avonds tussen acht en negen en vaak nog ’s avonds laat. Ik ben niet bepaald een ochtendmens. Tussen projecten kunnen pauzes vallen. Die kunnen weken duren, maar al snel word ik dan ongedurig. Te lang niet schrijven heeft slechte gevolgen voor mijn mentale toestand. Somberheid ligt op de loer. Zodra ik weer aan een verhaal begin voel ik me weer beter. Kennelijk heb ik die uitlaatklep voor mijn creativiteit nodig. Ter afwisseling teken ik ook veel, onder ander een stripje ‘Schrijversperikelen’, dat ik twee keer per week deel op social media, en ik lees heel graag. Naast mijn stoel staat een grote stapel nog ongelezen boeken. Verder neemt het werk aan de promotie van boeken ondertussen ook heel wat tijd in beslag.”

  1. Wat zijn je grote helden/voorbeelden in het vak. Heb je ze wel eens gesproken, zou je ze willen spreken?

“Mijn grote helden in het boekenvak zijn Arthur C. Clarke en Isaac Asimov van wie ik veel verhalen heb gelezen. Ook al is de wetenschap in hun verhalen soms achterhaald, hun ideeën inspireren mij nog steeds. Beide zijn helaas al overleden. Moderne schrijvers die ik erg waardeer zijn Kim Stanley Robinson, die de wereldwijde gevolgen van klimaatverandering in beeld brengt; Becky Chambers, die een humanitisch aspect aan de SF toevoegt en een hoopvol toekomstbeeld en Adrian Tchaikovsky, die een geweldig levende verbeelding heeft. Ook de Nederlandse SF- en fantasyschrijver Tais Teng is voor mij een inspirerend voorbeeld. Ik las als tiener al verhalen van hem die me lang zijn bijgebleven. Nu publiceren we bij dezelfde uitgever en ontmoeten elkaar regelmatig op evenementen. Hij wilde zelfs een verhaal bijdragen aan mijn klimaatbundel Voorbij de storm, met 25 SF-verhalen over klimaatverandering van Nederlandstalige auteurs. Ik voelde me heel erg vereerd!”

  1. Aan welke boek(en) werk je nu?

“Op dit moment werk ik aan een space opera die in 2022 moet verschijnen, De zwarte schim. Een proeflezer had een aantal erg zinvolle opmerkingen bij het manuscript, dus daar ga ik deze zomer meer aan de slag. Verder schrijf ik aan twee boeken waarvoor ik samenwerk met een andere auteur. Samen met Theo Barkel schrijf ik een vervolg op ons eerste boek samen, De Quantumdetectives, waarbij we ons uitleven met SF met een knipoog in een toekomstig Nederland. Met horrorsschrijver Anthonie Holslag zocht ik al twee jaar naar een project waar we samen aan konden werken. We hebben het eindelijk gevonden! Het wordt een erg leuke roman met twee verhaallijnen, waarvan we er elk een voor ons rekening nemen.”

Eerder verschenen op Bazarow.com

Samenvatting

In een wereld die door overmatig gebruik van magie zo goed als onleefbaar is geworden, trekt de roofbeschaving van de K'ral van vulkaan naar vulkaan om warmte af te tappen en mensen tot slaaf te maken. D'rik was vroeger zelf een slaaf, maar is nu een van hun fanatiekste strijders. Als de lava van hun laatste vesting begint te doven, moeten de K’ral op zoek naar een nieuwe basis. Verkenners hebben aan de overkant van een grote ijsvlakte een geschikte plek gevonden. D'rik hoort bij de eerste groep die probeert de verre vulkaan in te nemen. Hij denkt dat het een makkelijke opdracht zal worden, maar de vurige berg heeft een verrassing voor hem in petto …

Johan Klein Haneveld (1976) is schrijver in hart en nieren. Van hem verschenen tot nu toe zeventien boeken, onder andere de verhalenbundels ‘Conquistador Extended’ en ‘Ruisreizigers’. Hij is vaste recensent voor Fantastische Vertellingen en publiceert verhalen in bundels en tijdschriften.

Toon meer Toon minder
€ 19,99

Verwachte leverdatum: woensdag 04 augustus


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789493157804
Verschijningsdatum
november 2020
Druk
1
Aantal pagina's
286 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
334: Fantasy
Categorieën

Uitgever
Godijn Publishing

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden