Voor 23:00 besteld, morgen in huis

Gratis verzending vanaf €17,50

Steun de boekensector

Hop over de sofa

Auteur(s): Remco Ekkers
Taal: Nederlands
2 recensies
Hop over de sofa
Hop over de sofa
Hop over de sofa

Recensie

Aantal recensies: 2

Recensie door: Dietske Geerlings

Raadsel, stil wit, met oneindige vormen ontvouwend bewustzijn’

Ter nagedachtenis aan Remco Ekkers

[Recensie] Misschien is het tijd voor een nieuwe uitdrukking in de Nederlandse taal: ‘Hop over de sofa’. Dichters zijn ambassadeurs van de taal, en de titel die Remco Ekkers aan zijn nieuwe bundel heeft meegegeven, is een combinatie van luchtigheid, tragiek en trefzekerheid. In eerste instantie lijkt de titel slechts afkomstig uit het openingsgedicht, maar wie even verder leest, voelt dat zich steeds een nieuwe situatie voordoet van Hop over de sofa.

Allereerst huist in de titel een mooie tegenstelling, die de dichter zelf als gegoten zit: ‘Hop’ impliceert snelheid, jeugdigheid, een ‘sofa’ is een rustbank, een klassiek meubelstuk. Stiekem klinkt, behalve rust, ook wijsheid (‘sophos’) door. Het ziet er niet naar uit dat Ekkers, met zijn bijna tachtig levensjaren, een rijke ervaring aan dichten, interviews met andere dichters en schrijvers, en lesgeven, gaat rusten. Hij staat, hop, volop in het leven, schroomt niet de actualiteit in zijn poëzie te betrekken en blijft zichzelf ontwikkelen, zo blijkt uit het gedicht ‘Kritiek’. Daarin citeert hij Rogi Wieg, die van een vorige bundel zegt: “Waarom schrijft iemand droge/emotieloze gedichten zonder drama?” Het in een gedicht aanhalen van kritiek op de eigen poëzie is al postmodern te noemen, maar Hop over de sofa bevat juist veel gedichten die een drama openbaren en emotie oproepen, en laten een nieuwe ontwikkeling zien. Liefdevol en wijs is Ekkers’ antwoord: “Misschien is er geen drama, alleen maar/raadsel, stil, wit, met oneindige vormen/ontvouwend bewustzijn, nog in het begin/langzaam groeiend, mythes overwinnend/tot een totale leegte waar we elkaar weer ontmoeten.”

Het openingsgedicht verwijst naar de actualiteit: een vrouw die overweldigd is door een man, ‘hop over de sofa’, daarna een vrouw die haar kind over het balkon gooit, ‘hop over de rand’. De titel bevat nu plotsklaps ook een donkere rand. Een misdaad is snel gepleegd. We worden er elke dag mee geconfronteerd en stompen er misschien haast door af. Voorlopig houdt het niet op, want de volgende gedichten gaan over een meisje met een bomgordel, vergeldingsacties, aanslagen, zelfmoordacties. Ekkers schrijft zo licht en terloops, dat je de gruwelen bijna over het hoofd ziet: “Haalde diep adem, zwom met open mond, tot/de stroom hem greep en hij worstelend werd gezien/door soldaten op een boot die hem overvoeren.’ Heel subtiel verwerkt hij het drama in – nota bene – een bijzin: ‘die hem overvoeren”. Ekkers is meester in de taal.

Bijna alle gedichten in de bundel bevatten raadsels, losse eindjes, waardoor de betekenis je vaak ontglipt en je op een ander moment flink door elkaar schudt:

“Herdenking

Ben ik hier om licht te zien
of het duister, bij de kolom
die opzij staat, in de stad waar uit
op ijzeren wegen.

Ben ik hier om gedachten
mee te geven, woorden?

Woorden voor terreinen en gruis?

Zoals uit de zwart geslagen boom
met afgescheurde tak toch weer
het groen bloedt en straks de bladeren
komen, zo wil ik hier mijn woorden
laten komen als kamers, huis, bed.”

Er is heel veel wat je kunt herdenken. Zo kun je de slachtoffers van een oorlog herdenken. Denk je dan aan hoop en liefde die mensen hebben gevoeld, of sta je juist stil bij verdriet en dood? Waarnaar verwijst “de kolom/die opzij staat”? Een middag heb ik zitten piekeren over “in de stad waar uit/op ijzeren wegen”. Het is alsof de zin zelf uit elkaar is gerukt. De ijzeren wegen doen denken aan spoorlijnen, en spoorlijnen aan deportaties. Het gedicht roept vragen op, die een herdenking ook vaak oproept. Je wilt een mooie gedachte uitspreken, van troost misschien, terwijl de plek des onheils, weinig troostvol is, bestaat uit ‘terreinen en gruis’. Maar dan komt in het slot een prachtig, helder beeld naar voren van een bijna dode boom waaraan toch weer nieuw leven ontspruit. Je ziet de takken openbarsten, en dat is precies wat de ‘ik’ wil met woorden: ineens zijn daar de kamers, het huis en het bed.

De bundel is veelzijdig. Van landschappen valt de lezer in orakels, muziek, kunst, gedachten over een naderende dood, een miljoenpoot die over de Chinese muur kruipt, de wens van Vivaldi om een dochter te hebben, de vleugelnootboom bij het Rijksmuseum, eindigend in twee prozagedichten, en dan heb ik het meeste nog niet genoemd. Het leven trekt in vogelvlucht aan de lezer voorbij en de gedichten roepen emotie op. Emotie is ‘in beweging brengen’. Ekkers’ poëzie is een en al beweging:

“Wending

De stilte voor de storm, vlak voor
de omslag, waar de veerkracht
is afgenomen, waar je snakt
naar verandering, nu of nooit.

Keer mij om, woel mijn grond los
met je kouter aan de voorkant
van je ploegboom, snij met je schaar
de zode van onderen los en keer
hem met gebogen ijzeren ritser.”

Dit gedicht is exemplarisch voor wat er in het hoofd van de lezer gebeurt. Natuurlijk lees je het ook als verlangen van de ik, die omgewoeld wil worden, maar de ik is ook de lezer die in beweging wordt gebracht. We kunnen niet stil blijven staan bij alles wat om ons heen gebeurt. Wij worden door elkaar geschud en omgekeerd: hop over de sofa. Voor je het weet, is het voorbij, ben je over de rand van het leven gekukeld. De bundel is een ‘raadsel, stil, wit, met oneindige vormen, ontvouwend bewustzijn.’

Eerder verschenen op Tzum

Recensie door: Roeland Dobbelaer

Lui lezen

[Column] Hoe lezen mensen, hoe lees ik zelf? Aandachtig, elke zin, paragraaf of pagina twee keer, of juist snel, pagina’s maken, zoals in meters maken. Ik ben een grote innemer als het om boeken gaat. Gulzig, alles lezen, alles weten. Gun mezelf niet altijd de tijd om elk woord, elke zin, elke gedachte die langskomt tot me te nemen. Er liggen nog zoveel andere boeken te wachten. Als ik recenseer lees ik zorgvuldiger, dan annoteer ik, altijd een potlood bij de hand. Zinnen onderstrepen, van commentaar voorzien, in mijn volstrekt onleesbare handschrift (de mensen die mijn boeken erven zullen zich er nog het hoofd over breken). Deze zomer ontdekte ik nog een aspect van mijn manier van lezen. Ik moet bekennen: ik ben ook een luie, gemakzuchtige lezer.

Zo las ik de verhalenbundel Namen en gezichten van de bijna vergeten maar belangrijke Nederlandse schrijver Frans Kellendonk (1951-1990). Kellendonk was een zuinige schrijver. In tegenstelling tot zijn generatiegenoot A.F.Th. van der Heijden, die al jaren een wedstrijdje ‘wie schrijft het dikste boek’ speelt, leverde Kellendonk dunne boeken af, meestal van minder dan 200 pagina’s. Zijn schrijfstijl is compact, afgemeten, geen woord te veel. Dat vergt aandachtig lezen, bij Kellendonk kun je geen zin missen; bij Van der Heijden kun je hele hoofdstukken overslaan.

Namen en gezichten bevat een aantal prachtige verhalen, droevige verhalen tegelijkertijd. Leegte zou je het thema van de bundel kunnen noemen. Het gaat allemaal om mensen die wat missen in hun leven: vriendschap, liefde, werk, een doel. Zo is er in het openingsverhaal Buitenlandse dienst een werkloze leraar, Job, die van zijn schamele uitkering een illegale vluchteling uit Egypte, Gamal genaamd, bij hem laat poetsen. Elke keer als Gamal is geweest moet Job zijn hele appartement herschikken. Gamal heeft van alles verplaatst. “Mijn afgestofte prullaria zijn ongevoelig, beledigend fout teruggezet.”

Gamal werkt als een bezetene en beschouwt de werkloze ik-figuur als een uitbuitende kapitalist. Job is verbolgen hierover omdat hij zich net als Gamal een vreemdeling voelt: “Ik woon dan nog wel in mijn eigen huis, maar ik ben verstoten uit de samenleving.” Job weet dat hij nooit echt contact met Gamal zal krijgen, de kloof is niet te overbruggen. En zo houden ze hun “economie op menselijke schaal” in stand.

Na lezing van de bundel ben ik tevreden met mezelf. Ik denk dat ik het boek snap, dat ik Kellendonk snap. Kellendonk, die we veel vaker moeten lezen. Niemand wist zo goed zout in de wonde van de moderne samenleving te strooien, waarin zingeving ontbreekt.

Op naar het volgende boek. Minder voldoening beleefde ik aan de laatste gedichtenbundel van de in juni jongstleden overleden Remco Ekkers, Hop over de sofa. Ik kwam in het voorjaar maar niet ‘in’ de bundel. Na herlezing deze vakantie en mijn ervaring met Kellendonks verhalen, snap ik waarom. Hop over de sofa begint met een aantal gruwelijke gedichten over de actualiteit. Gedichten over zelfmoordenaars met bommengordels, wraak, afrekeningen brengen bloed op de pagina’s. Ekkers dicht in Aanslag: “Sommige hoofden van lijken / omwonden met plakband / soms een karton met zwarte tekst / ‘afgestraft’, neergesmakt als vuile was.”

Ik denk: “Helder. Ekkers wil een statement maken, de wereld is verrot, al dat geweld.” Geïnteresseerd lees ik verder. Maar al snel slaat de sfeer in de bundel om. Dan gaan we van de grote wereld en het grote leed, naar het kleine en persoonlijke. Mooi en ontroerend is het gedicht Bloeding over een vader op het schoolplein die op zijn dochter wacht: “[…] Hij groette alle vaders en moeders / omdat hij niet wist of hij ze kende / maar de hand van zijn dochter / in de zijne kende hij heel goed.” Dan volgen er gedichten over ouder worden en zijn, en afscheid nemen. Verderop in de bundel komt de filosoof Ekkers langs en bevraagt hij zaken als de verhouding tussen lichaam en geest, en de dood. En daarna neemt astronoom Ekkers het over. Hij zegt in Het juiste moment: “Wat is het probleem als iets altijd heeft bestaan? / Drijven de sterren als schuim op de golven / van een donkere zee? // Zijn wij gekomen / juist op het moment / dat wij de vluchtende / sterrenstelsels nog kunnen zien?”

Dan zijn er nog vier mooie gedichten over orakels. En ook liefdesgedichten ontbreken niet.

Wat wil Ekkers met de bundel, wat is het thema? Waar zit de verbinding tussen al deze gedachten? Ik merk dat het me frustreert. “Wat wil je nu?”, bijt ik de dichter toe. “Aantonen dat het universum complex is, dat er een veelheid van thema’s is, die allen benoemd moeten worden. Was je dan zo’n rusteloze ziel dat je het hele universum in één bundel wil duiden?” De dichter zwijgt en ik druip af. Terwijl ik in Bretagne een wandeling maak denk ik er verder over na, realiseer me pas dan wat er aan de hand is: Ik ben een middelmatig soort lezer. Ik wil dat het me gemakkelijk wordt gemaakt. Niet te moeilijk, geen tegenstrijdige boodschappen, één thema graag. Nee, natuurlijk kan de dichter er niet naast zitten. Het ligt aan mij. O, wat erg. Ik ben niets anders dan een luie, gemakzuchtige lezer.

Terwijl ik die avond Hop over de sofa nogmaals oppak, spreekt Ekkers me met het gedicht Beeldend bestraffend toe:

[…]

“De oppervlakte laat zich lezen
als een proces, alles breekt naar
de dood, maar alles begint weer
in een andere vorm, het gaat niet
om mijn ik, vingerafdruk.

Ik heb een gevoel, een emotie
die ik doorgeef tot de aarde
ons zonnestelsel verbrandt
ontploft, sterrenstof vormt
voor nieuwe planeten.”

Prevelend beloof ik de dichter beterschap.

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

Lees ook deel II in dit zelfonderzoek: Ethisch Lezen

Samenvatting

Hop over de sofa lijkt een opgewekte of komische titel, maar er gaat een gruwelijke werkelijkheid achter schuil in het klein en in het groot. De dichter verwondert zich over het kwaad in de wereld, over ongerijmdheden, over vreemde toevalligheden, maar ook over liefde.

Alle mensen die hebben bestaan

zijn vergeten op enkelen na.

Ik vraag me af waarom

ze hebben geleefd en of het van belang

was voor henzelf dat ze hebben geleefd

maar dan toch om het leven zelf

voort te duwen tot meer bewustzijn.

Er zijn plaatsen op de wereld

waar de namen van de gestorvenen

zijn gegraveerd, in steen gehakt

om ze te kunnen behouden, hoe lang nog?

Als iemand belt en zegt dat ik moet

komen, hoe ver, het maakt niet uit.

Is liefde de wijsheid van het samen

voorbijgaan, zoals alles voorbij gaat?

‘Remco Ekkers is een denkend dichter. Hij schuwt de grote thema’s niet, maar hij kan daarbij bij het kleine alledaagse beginnen, waarna hij zich naar universele overwegingen toedicht waarbij hij alle middelen inzet, die de poëzie hem aanreikt. Soms krijgen zijn gedichten een strakke vorm, dan zijn ze weer meer parlando, een andere keer stuwt het rijm het gedicht.’

Ineke Holzhaus

Toon meer Toon minder
€ 17,50

Verwachte leverdatum: donderdag 28 oktober


Taal
Nederlands
Bindwijze
Paperback
ISBN
9789493170421
Verschijningsdatum
maart 2021
Druk
1
Aantal pagina's
96 pagina's
Illustraties
Ja
Nurcode
306: Poezie
Categorieën

Auteur
Uitgever
Kleine Uil, Uitgeverij

Service & contact

Heb je ons nodig? Onze klantenservice helpt je graag verder

Klantenservice

Gratis bezorging

vanaf € 17,50

Retourneren

retourneer je artikel

Op werkdagen voor 23:00 besteld

morgen in huis

Stevig verpakt

bezorgd door PostNL

Veilig en snel winkelen

Betaalmogelijkheden