Acid for the children

Donderdag, 5 maart, 2020

Geschreven door: Flea
Artikel door: Teske Wortman

Zoektocht naar muziek en jezelf

[Recensie] In Acid for the Children zet Michael Peter Balzary de eerste twintig jaar van zijn bewogen leven uiteen. Als de naam van de schrijver je onbekend in de oren klinkt kan dat kloppen, hij staat namelijk beter bekend als Flea, de bassist van de Red Hot Chili Peppers. Op jonge leeftijd verhuisden Flea en zijn familie van Melbourne naar New York. Na de scheiding van zijn ouders ging zijn vader terug naar Australië en trok Flea samen met zijn zus in bij zijn moeder en haar nieuwe vriend, een jazzmuzikant. Later ruilde de familie New York in voor Los Angeles, waar de zoektocht naar muziek echt van start ging.

Flea heeft zijn levensverhaal op papier gezet in een bijzondere schrijfstijl, die heel aangrijpend is. Dat zie je sterk terug in bijvoorbeeld deze zin:

“Ik zag hem miserabel afdalen in dat valse paradijs van het junkiedom en voelde onvoldoende van zijn pijn, in plaats daarvan was ik bezig met wat belangrijk was voor MIJ.”

Door de korte hoofdstukken is het een overzichtelijk boek en samen met de toegankelijke schrijfstijl is het een verhaal dat de gemiddelde lezer makkelijk wegleest. Het chronologisch vertelde verhaal is verteld in simpele spreektaal met grove randjes en wordt van tijd tot tijd onderbroken door poëtische gedachtenspinsels, een combinatie die verrassend goed werkt. Niet alleen zijn leven wordt omschreven, ook hoe hij de wereld toen zag en nu ziet, wordt besproken. Het verhaal volgt een pad dat vrijwel alle autobiografieën van beroemde muzikanten lijken te volgen: een moeilijke jeugd, buitenbeentje zijn, drugsproblemen en wilde feesten. Zoiets is voor de gemiddelde burger wellicht lastig voor te stellen, maar dankzij Flea snap je het toch.

TijdvoorTijdschriften

“Ik moet die groove zijn en niets anders, fuck de wereld zodat ik de wereld op kan beuren.”

Door zijn openheid en bescheidenheid heeft het verhaal een heel andere lading dan de meeste autobiografieën van muzikanten en voelt het toch origineel. Met zijn spirituele observaties overstijgt hij het stappenplan van de geteisterde artiest en laat daardoor niet zijn leven zien als dat van de bassist van de Red Hot Chili Peppers maar van een individu. Zijn genuanceerde kijk op dingen maakt dat zijn wereldbeeld de lezer transporteert naar een perspectief waarin dingen nooit zwart of wit zijn.

Het boek is erg interessant voor lezers die meer te weten willen komen van de ondergrondse muziekcultuur in LA tijdens de jaren ’70 en ’80 waarin Flea opgroeide. Hij weidt uit over de ontdekkingen die hij op muziekgebied deed in die tijd en wat voor vreemde figuren hij tegen het lijf liep. Hoewel er veel vermakelijke mensen voorbij komen die een bijzondere sfeer creëren, is dat ook iets dat het verhaal onoverzichtelijk maakt. Al die vreemde vogels hebben namelijk vreemde namen en doen nog vreemdere dingen, wat ze moeilijk te onderscheiden maakt.

De titel van het boek is overgenomen van The Too Free Stooges gelijknamige nummer. Naast de verwijzing naar het nummer, is het ook een passende titel voor het boek i.v.m. de hoeveelheid drugs die Flea als kind heeft gedaan.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles

Acid for the Children