Alledaagse mijmeringen

Zondag, 30 januari, 2022

Geschreven door: Cornelis Verhoeven
Artikel door: Roeland Dobbelaer

Heelheid

[Column] In het literaire tijdschrift De Gids schreef filosoof en schrijver Jannah Loontjens deze zomer een interessant artikel over de tegenstelling tussen lichaam en geest. Ze vertelde dat ze ondanks haar status als gevestigd denker en auteur altijd maar weer wordt aangesproken op het feit dat ze een vrouw (lichaam) is die nadenkt (geest). Tijdens een bijeenkomst in een kerkje in Friesland maakte de voorzitter van de bijeenkomst het zo bont te melden dat het fijn was dat de spreker van de avond ook nog eens mooi was om naar te kijken.

Loontjens gaat in op dit denken in tegenstellingen en stelt dat dit onderscheid “dieper in ons denken geworteld zit dan we doorhebben. Dit onderscheid sleept namelijk nog een heel aantal andere dualismen met zich mee. Zo worden gevoelens en hartstochten aan de lichaamskant geschaard en intellect aan de kant van de geest. Onrust, lust, verlangen, chaos […] worden aan de invloed van de lichaamssappen, organen en hormonen toegeschreven. Beheersing, overzicht en controle aan de geest.”

En de vrouw, vervolgt Loontjens, wordt aan de lichaamskant geplaatst. Maar mannen, die zijn rationeel en stabiel. En hier kun je nog andere tegenstellingen aan toevoegen, zoals zwart versus wit, homo versus hetero dier versus mens, natuur versus cultuur, waarin homoseksualiteit, zwarte mensen, dieren en de natuur aan de emotioneel wilde, lichamelijke kant zitten, en heteroseksualiteit, witte mensen en cultuur aan de beheerste en rationele kant. Tegenstellingen die eeuwenlang zijn gecultiveerd en waardoor witte hetero mannen al eeuwen bepalen wat er gebeurt met vrouwen, LGBTQ-ers, mensen van kleur, dieren en de natuur met als gevolg seksisme, allerlei vormen van discriminatie en racisme, de bio-industrie en klimaatopwarming.

Ik moest bij het lezen van Alledaagse mijmeringen  Een keuze uit onuitgegeven essays 1953-1956 van de filosoof Cornelis Verhoeven, nu twintig jaar geleden overleden, voortdurend aan het artikel van Loontjens denken. Verhoeven had een grote naam als een eigenzinnige denker, die naast zijn academisch werk ook aan de lopende band artikelen en boeken schreef waarin hij aan de hand van een woord of zin zijn filosofische gedachten – mijmeringen – de vrije loop laat. Verhoeven was een buitengewone aimabele man, zacht en vriendelijk, hij steunde waar hij kon de letteren en de filosofie. Hij was de eerste hoogleraar dit zitting nam in het comité van aanbeveling bij de start van Filosofie Magazine, dit jaar dertig jaar geleden. Coen Simon, de huidige hoofdredacteur van Filosofie Magazine vertelt in zijn redactioneel van juni hoe hij colleges volgde bij Verhoeven: Verhoeven maakte “niet alleen zoveel indruk […] op mij en mijn medestudenten vanwege zijn P.C. Hooft-prijs, zijn ironische blik, de snit van zijn pakken en de sigaretten zonder filter die hij in de pauzes rookte, maar vooral omdat hij zo mooi zacht en begeesterd sprak.”  

Hereditas Nexus

Spreken kon hij inderdaad prachtig, maar van zijn werk was ik nooit zo gecharmeerd. Dat had twee redenen. Op de eerste plaats was Verhoeven een classicus: begonnen als leraar klassieke talen vertaalde hij diverse auteurs uit de oudheid en schreef hij er veel over. Een domein waar ik me als jongeman niet al te veel mee bezig hield. Op de tweede plaats was er zijn stijl in essays: het zijn vaak niet meer dat gedachten, aforismen, losse flodders. Verhoeven schreef op wat hij zat te ‘prakkiseren’. Omdat er in die tijd weinig publieksfilosofen waren, was een kinderhand snel gevuld, en genoot hij grote populariteit. Maar ik vond zijn schrijfsel ongeordend, vaak opendeuren, gebbetjes, niet boeiend. Ik wil wat leren, bij Verhoeven leek het juist dat hij wilde voorkomen dat we wat zouden weten. Vanuit een Postmodern standpunt misschien dragelijk, maar niet voor mij destijds.

Met het lezen van Alledaagse mijmeringen de afgelopen weken vond ik nog een derde reden waardoor ik zijn werk minder apprecieer. Als een volleerde Plato uit de polder dacht Verhoeven vanuit tegenstellingen. Als hij een probleem aanpakte, dan probeerde hij dat aan de hand van een tegenstelling te verklaren. In Mijmeringen kwam ik onder meer tegen: mensen die het hebben versus mensen die het niet hebben, mensen die authentiek denken versus mensen die niet authentiek denken, volwassen versus onvolwassen, primitief versus ontwikkeld, melancholie versus eros en levenslust, godsdienst versus immoraliteit, prostitutie versus normale seksualiteit, ketters versus gelovigen, mysterie versus geheim, pessimisme versus optimisme, praktisch denken versus het eigenlijke denken wat weer uit te splitsen is in de tegenstelling mystiek versus rationeel denken (filosofie), etc. etc.

Dit denken in tegenstellingen, in dichotomieën, is al eeuwen oud, begonnen bij de Grieken die als eerste op een rationele manier de wereld probeerden te verklaren. Logisch dat de classicus Verhoeven zich hiervan bedient, maar is het nog wenselijk? Met tegenstellingen kom je een eind, maar aan dit dwangmatig classificeren zit ook een groot nadeel, zo betoogde Loontjens in De Gids al. Je geeft een nieuwe structuur aan de werkelijkheid waarin het ene deel van een tegenstelling altijd beter, hoger wordt gewaardeerd dan het andere deel. Dan gaat het meteen al om macht en machtsmisbruik.

Verhoevens trucje is dan om bij elke tegenstelling min of meer te stellen dat het een niet zonder het andere kan. En klaar is Cornelis. Wat we moeten doen met deze Verhoeveniaanse mijmeringen en spitsvondigheden blijft vaag. Ik neem ze voor kennis aan en wil zeker Verhoeven niet verantwoordelijk houden voor de grote problemen die er zijn, maar ik zoek meer naar denkers die de verbinding beogen: niet man versus vrouw, wit versus zwart, niet hetero versus homo, niet mens versus dier. We zijn allemaal wezens op deze planeet, allemaal even waardevol, allemaal in ieder geval méér dan de ‘slechte’ of ‘zwakke’ of ‘irrationele’ helft van een tegenstelling. Govert Derix heeft het in zijn roman De boom over de opdracht te komen tot “een verdrag tussen alle levensvormen”.  Een sympathiek streven. Met de grote uitdagingen waarvoor we staan moeten we leren de heelheid te zien en niet langer nadruk leggen op de vermeende onderlinge tegenstellingen. 

Eerder verschenen in Bazarow Magazine

Bij uitgeverij Damon verschijnt in februari deel twee van Verhoevens onuitgegeven mijmeringen. 

Boeken van deze Auteur:

Kleine denkoefeningen

Alledaagse mijmeringen