Alles voor allen

Zondag, 22 januari, 2017

Geschreven door: Huub Oosterhuis
Artikel door: Wolter Huttinga

Allemaal vintage Oosterhuis

Recensie van Huub Oosterhuis: Alles voor allen. Een nieuwe catechismus.

De auteur

Voor welke Trouw-lezer moet ik Huub Oosterhuis nog introduceren? Dichter, theoloog, ex-jezuïet, voormalig priester, vader van Trijntje. Kerkvernieuwer vanaf de jaren zestig. Behalve de ‘Paus van Amsterdam’ zou je hem ook de godfather van het fenomeen studentenekklesia kunnen noemen. Met Kerst las u een aangrijpend gedicht van hem op de voorpagina van deze krant [Trouw, 24-12-2016/red.]

Thematiek

Wordt Vervolgd

Een nieuwe catechismus? Dat klinkt wat erg pretentieus. In de eerste plaats zijn de teksten in dit boek niet nieuw, maar zijn ze door Kees Kok uit het werk van Oosterhuis samengesteld. In de tweede plaats doet de term catechismus een heldere geloofs-systematiek vermoeden die je hier niet zult vinden. ‘Een andere catechismus’, zet Kok dan ook terecht boven zijn inleiding. Het is een alternatieve catechismus die klinkt als een verzameling doordachte meditaties.

Tegelijk is het best interessant om het denken van Huub Oosterhuis hier eens op een min of meer geordende wijze onder ogen te krijgen. Ondanks de herhaaldelijk geuite aversie tegen klassieke dogmatiek is het boek toch in een klassieke dogmatische volgorde gevat, van God naar Jezus naar geloof en Kerk, eindigend bij de nieuwe wereld. Uiteraard alles in die typische Huub Oosterhuis-stijl: de theologische thema’s steeds ‘gelouterd’ in het bad der Schriften, met name de ‘joodse bijbel’, met voortdurende aandacht voor gerechtigheid, solidariteit en medemenselijkheid. Het is allemaal vintage Oosterhuis, op ieder bladzijde door en door herkenbaar.

Bevrijdingstheologie

Het belangrijkste ‘bad’ waar de klassieke theologie bij Oosterhuis doorheen gaat is dat van de bevrijdingstheologie uit de jaren zestig en zeventig. Daarin is hij oer-consequent. God is op zich onkenbaar, maar hij geeft ons zijn naam, ‘ik-zal-er-zijn’, en die naam betekent bevrijding: “Wij moeten proberen het woord ‘god’ op te laden vanuit het Bijbelse uittocht- en bevrijdingsverhaal.” Oosterhuis is dus wars van alle metafysische speculatie. Of God ‘bestaat’ en of de opstanding ‘echt gebeurd’ is doet er niet zo toe. De zinnige vragen zijn voor hem: bestaan wij eigenlijk wel, staan wij op tegen onrecht en gebeurt al dat goddelijke door ons heen?

Mooie zin

Over Maria, de moeder van Jezus: “Zij staat voor al die onbekende, van elkaar niet wetende enkelingen die zonder macht en aanzien zijn, zonder invloed op de geschiedenis; wier stem niet telt, wier mensenkennis en levenservaring geen nieuwe inzichten teweegbrengen, en wier leed en levensoffer geen enkel kwaad tegenhouden, geen schuld wegnemen, kortom, niets veranderen aan de loop der feiten. Mensen die niets voortbrengen dan de zuiverheid van hun hart: zij zouden bereid zijn voor een nieuwe wereld door de afgrond te gaan. Naamloos zijn ze overgeleverd aan deze oude wereld, een menigte die niemand tellen kan.” Heerlijk, net Ramses Shaffy die de Bijbel leest.

Reden om dit boek niet te lezen

Soms doet de bevrijdings-theologische laag te gekunsteld aan. Volgens de Bijbel is de mens bijvoorbeeld ‘beeld van God’. Wat dat precies betekent is een open discussie van alle eeuwen. Oosterhuis’ duit in het zakje: “De Bevrijder-God is de God die mensen schept naar zijn beeld. In het licht van de Schrift kan dat niets anders betekenen dan ‘hij schiep hen zo dat zij elkaar kunnen bevrijden’”. Zou de Bijbel over méér kunnen gaan dan over bevrijding en uittocht? Zou de christelijke traditie niet andere geluiden voort hebben gebracht die we zonder rancune weer kunnen beluisteren? Op zijn beste momenten speelt Oosterhuis het klassieke belijden niet uit tegen de nadruk op sociale gerechtigheid. Voorspelbaarheid en eenzijdigheid liggen anders op de loer.

Reden om dit boek wel te lezen

Maar net als je denkt: “Ja ja, dat bevrijdingskader domineert de boel wel heel eenzijdig, mijnheer Oosterhuis”, lees je weer zo’n uitspraak van Jezus of een zin uit de Thora en je denkt: “Is het evangelie inderdaad iets anders dan gerechtigheid en barmhartigheid doen?”

Daarbij weet Oosterhuis het moralisme te vermijden. Hij heeft steeds een milde, pastorale blik op de mens, op ‘menselijkheid’. Hij weet dat we maar wat aanrommelen. Maar toch gaat steeds weer die Schrift open en nodigt hij je uit te luisteren.

Dit boek is een bescheiden monument voor een geluid in de kerken dat ook wel een monumentje verdient. Oosterhuis creëerde een nieuwe geloofstaal voor velen, geïnspireerd door de Bijbeltaal zelf en leunend op Joodse denkers. Je kunt dit verhaal aan de kant gooien, maar veel meer dan een zelfgenoegzame christelijke huls hou je dan niet over.

Eerder verschenen in Trouw


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.