Als je ze kent

Dinsdag, 19 juli, 2022

Geschreven door: Fieke Gosselaar
Artikel door: Jannie Trouwborst

Fieke Gosselaar heeft onzichtbare armoede zichtbaar gemaakt op een manier die overtuigt en raakt. Laten we wat meer naar elkaar omkijken.

[Recensie] In 2018 verscheen de eerste roman van Fieke Gosselaar: Het land houdt van stilte. Het Groninger landschap speelt daar een belangrijke rol in. Als je ze kent speelt in een stadswijk, maar voor de trefzekerheid maakt dat geen verschil. Het verhaal dat Fieke Gosselaar wil vertellen over armoede, eenzaamheid en onbegrip sluit er naadloos op aan.

Achtergrond
Fieke Gosselaar (Finsterwolde, 1982) is strafrechtjurist bij de Rechtbank Noord-Nederland. In haar beroep komt ze in aanraking met mensen die door hun armoede in schulden raken en dan voor de rechter moeten verschijnen. Hoewel ze het in het boek niet noemt, speelt het verhaal van Als je ze kent zich af in de Groninger Oosterparkwijk. Heel specifiek in de Hortensialaan, de straat waar Fieke Gosselaar tot drie jaar geleden woonde en waar ze van is gaan houden.

“Als je in een straat als de Hortensialaan woont, leer je mensen kennen die in armoede leven. Als je er in de supermarkt komt, kun je het zien. Op mijn werk op de rechtbank kom ik het ook tegen. Als ik een boete voor iets krijg of jij, dan betalen we die. Mensen die geen geld hebben, komen voor de rechter. Dat ging in mijn hoofd spelen en daar wou ik wat mee doen.

Ik wilde geen clichéverhaal over een probleemwijk, ik wilde de leefsituatie in zo’n straat positief naar voren brengen. Het hoofdpersonage is bijna uit de schulden en dat past goed bij dat verhaal.” (Uit: interview met RTV Noord).”

Trouw

Armoede en noaberschap
Met de titel van het boek, Als je ze kent, suggereert Fieke Gosseling dat achter elk mens een verhaal zit en dat je, als je dat kent, niet meer zo snel zult oordelen. Het verhaal begint met de raadselachtige dood van de overbuurman van de hoofdpersoon Nora. Door een verbroken relatie blijft Nora met een hoge schuld zitten en moet ze van heel weinig leven. Uit schaamte en boos over onbegrip heeft ze zich teruggetrokken en heeft vrijwel geen contacten: niet met de familie, niet met de oude vrienden, niet met de buurt. Door de dramatische gebeurtenis komt daar verandering in. Langzamerhand ontstaan er voorzichtig contacten en als ze zich ook nog in gaat zetten voor het opruimen van zwerfvuil neemt haar leven een wending.

Fieke Gosselaar toont ons gewone mensen in een gewone straat. Via Nora laat ze indringend zien wat het betekent als je in armoede moet leven. Van de overige buurtbewoners wordt de oorzaak van hun armoede of manier van leven niet uitgediept. Dat hoeft ook niet, met enkele woorden vermoedt de lezer ook wel welke problemen er achter hun voordeur schuilen die het leven zwaar maken. Ze beschrijft hen met warmte en mededogen.

Spanningsboog
De rode draad waar omheen het verhaal is opgebouwd, is een verklaring te vinden voor de dood van de overbuurman. Aan het einde van het boek is nog steeds niet helemaal duidelijk wat er is gebeurd, al zijn er wat vage aanwijzingen en vermoedens. Maar het is ook niet belangrijk. Als Nora al zijn spullen in een vuilcontainer ziet liggen, beseft ze dat ze niets van hem wist. Dat ook dit mens liefgehad heeft, gedroomd heeft over een toekomst, verdriet en pijn kende. Zijn dood heeft betekenis voor haar nieuwe kijk op het leven.

Met deze tweede roman heeft Fieke Gosselaar een goede opvolger geschreven voor Het land houdt van stilte. Een andere setting, een ander thema, maar wederom goed geslaagd.

Eerder verschenen op Mijn Boekenkast