Als ze maar gelukkig worden

Dinsdag, 1 november, 2022

Geschreven door: Marilse Eerkens
Artikel door: Roeland Dobbelaer

Opvoeden is ook een politieke daad

[Recensie] Onze vier kinderen zijn inmiddels de echte opvoedleeftijd voorbij, de jongste is achttien. Of onze opvoeding gelukt is, daar moet het viertal maar over oordelen. Had ik het beter kunnen doen? Ongetwijfeld. Ik had er in ieder geval wat meer over kunnen lezen. Terwijl ik Als ze maar gelukkig worden lees van journalist en sociaal psycholoog Marilse Eerkens, realiseer ik me dat ik de afgelopen 25 jaar maar een paar boeken over opvoeding heb gelezen.

En er zijn nogal wat nieuwe inzichten, zo leert het boek van Eerkens me. De beste stijl van opvoeden houdt volgens haar het midden tussen het hele strenge, maar weinig veilige autoritaire opvoeden enerzijds en anderzijds de vrije opvoeding waarbij een kind alles zelf mag bepalen. Deze ‘tussen manier’ van opvoeden is de ‘autoritatieve’ manier van opvoeden, zowel betrokken en liefdevol is, maar ook veeleisend en sturend. Het beste uit twee werelden zou je kunnen zeggen. Deze opvoeding betekent volgens Eerkens “dat je aan de ene kant veel verwacht van kinderen – dat ze zich sociaal gedragen bijvoorbeeld, een bepaalde inzet laten zien en zich waar mogelijk zelfstandig opstellen – maar dat je ze tegelijkertijd met veel begrip en warmte ondersteunt” (pag. 57).

Derde weg opvoeden
De autoritatieve opvoeding dus, niet te soft, maar zeker niet te hard. De enige vraag die ik bij deze term had of Eerkens er niet een uitspreekvriendelijke term voor kunnen bedenken. Ik stel deze voor: ‘De derde weg opvoeding’.

Uitgebreid vertelt Eerkens hoe deze opvoeding er uitziet. Het gaat er om een warme band met je kind op te bouwen, je te verplaatsen in de gevoelens, wensen en ideeën van je kinderen, niet om gedwee altijd de kinderwens te volgen, maar wel om ze te snappen. Dan kun je beter rekening met ze houden en het uitleggen als iets wat ze willen, niet kan. Daarnaast is het belangrijk dat kinderen zich veilig voelen, het gevoel hebben van een warm nest, en dat ze zien dat het goed zit tussen de ouders. Tenslotte helpt de ‘Derde weg opvoeding’ kinderen om te begrijpen hoe andere mensen en de wereld in elkaar zitten. Veel praten is daarvoor nodig, voorlezen, museumbezoek, kunst en filosoferen met kinderen helpen ook. Door als ouder open vragen te stellen en dus niet altijd de antwoorden al geven, leren kinderen nadenken over zichzelf en de wereld om hen heen.

Foodlog

Het lijken allemaal open deuren, maar dat zijn ze niet. Uit onderzoek blijkt dat 43% van de mensen een ‘niet-veilige gehechtheidsrelatie’ heeft met zijn of haar ouders, wat tot allerlei psychische problemen kan leiden. In veel opvoedingen gaat het dus op dit gebied mis. Eerkens wijdt dat onder andere aan de individualistische samenleving, waarin behoefte aan erkenning en de angst die niet te krijgen dominant is, veel dominanter dan in een samenleving die meer collectivistisch is ingesteld. En dit is een voedingsbodem voor narcisme, eenvoudig gezegd: ieder voor zich. Uit onderzoek onder jongeren in Amerika blijkt dat studenten de afgelopen dertig jaar minder empathisch zijn geworden en meer narcistisch.

Softies
Ook haalt Eerkens de Britse psychotherapeut Sue Gerhardt aan die stelt dat ouders te vaak bang zijn om van hun kinderen ‘softies’ te maken. Hoe vaak krijgen kinderen niet te horen: stel je niet aan, doe beter je best, ben jij nou een kerel, vul maar in. Daarmee creëer je geen stabiele zorgzame volwassenen. En dat is wat Eerkens wil. In het begin van het boek formuleert ze de doelen van een goede opvoeding als volgt:

  • Een goed ontwikkeld empathisch vermogen
  • Het vermogen om kritisch en zelfstandig na te denken
  • Maatschappelijke betrokkenheid en kennis van onze democratische waarden
  • Veerkracht en doorzettingsvermogen
  • Het vermogen om creatief te zijn in doen en denken

Prachtige doelen. Maar waarom deze? Waarom niet: gehoorzaam zijn en het kunnen volgen van een leider? Of helemaal het tegenovergestelde: in staat zijn eigen doelen te realiseren? Ik zei al niet al te veel opvoedingsboeken te hebben gelezen, maar ik had niet verwacht zoveel politieke analyse in een opvoedingsboek tegen te komen. Niet dat ik dat erg vind, het boek van Eerkens is hierdoor juist sterker. En dan heb ik het nog niet eens over de delen van het boek waarin ze beschrijft hoe onder druk van de politiek, de jeugdzorg en het onderwijs steeds meer zijn uitgekleed vanwege nuts denken en kostenbesparingen. Schrikbarend.  

Trump
Nee, ik bedoel de politieke agenda die onder het boek ligt. Eerkens staat voor een open samenleving, voor een sterkte democratie met alle vrijheden en rechtvaardigheid die daarbij horen. Ze constateert dat deze samenleving aan alle kanten wordt bedreigd. Ze schrijft: “Om onze maatschappij en uiteindelijk ook onze aarde leefbaar te houden zullen we […] moeten investeren in de ontwikkeling van het empathisch vermogen van onze kinderen” (pag. 89). En: “Zonder empathie zouden we, kortom, leven in een maatschappij met veel bange, ongezonde, wantrouwige en ongelukkig mensen die erg worden opgeslokt door hun eigen leed en zich moeilijk kunnen verplaatsen in een ander” (pag. 88-89). Plak deze kenmerken eens op de achterban van Trump. En meer algemeen op de republikeinen in de VS die bij de Midterms volgende week dreigen te winnen. Dan realiseer je je dat Eerkens boek dertig jaar geleden geschreven had moeten zijn. Want laten we wel wezen, het is de huidige generatie ouders die het verknald heeft, niet de kinderen. Eerkens schrijft in het begin van Als ze maar gelukkig zijn: “Kinderen leren namelijk vooral van wat wij doen, niet van wat we zeggen” (pag. 13). En zo leert het boek van Eerkens mij dat opvoeden ook een politieke daad is: een goede opvoeding levert ook een goede samenleving op. Ik hoop dat het nog niet te laat is.

Op 9 november is Marilse Eerkens een van de gasten bij Bazarow.LIVE. Roeland Dobbelaer praat met haar over boek en over de politieke implicaties van opvoeden. Kijk hier voor meer informatie.