Angrynomics - Six Faces of Globalization - Vrij

Dinsdag, 19 april, 2022

Geschreven door: Lea Ypi
Artikel door: Pieter Pekelharing

We staan aan het begin – drie boeken over globalisering

[Recensie] In economische modellen wordt steevast uitgegaan van ‘nutsmaximaliserende actoren’. De modellen zijn zo abstract dat er zelden gewag wordt gemaakt van de klasse waaruit deze actoren afkomstig zijn, wat hun huidskleur is, of het om mannen, vrouwen of transgenders gaat, hoe hoog of laag ze zijn opgeleid, of tot welke generatie ze behoren. Als je daar anno 2022 rekening mee houdt, verandert economics al snel in angrynomics, aldus economen Eric Lonergan en Mark Blyth, die hun boek deze titel gaven.
Want dan zie je ineens hoe groot de machtsverschillen tussen deze ‘actoren’ zijn, inclusief de zorgen, angsten, onzekerheden en woede die daarmee gepaard kunnen gaan. Louter door een economische bril bezien valt niet goed te begrijpen hoe de spanningen in een samenleving kunnen toenemen terwijl het inkomen per hoofd van de bevolking stijgt. En begrijp je ook niet waarom het nationalisme zoveel aantrekkingskracht bezit in een tijd dat globalisering zoveel mensen in Westerse landen rijker heeft gemaakt. En is het tot slot een raadsel waarom uitgerekend gepensioneerden, wier inkomen afhankelijk is van het aantal werkenden dat belasting betaalt, immigratie sterker afwijzen dan welke andere groep ook.
Snijden deze ‘actoren’ zich in de vingers? Hoe kan het dat de economische welvaart groeide terwijl het met het vertrouwen in de politiek bergaf ging? Waarom zijn grote groepen mensen zo boos – denk aan de opstand van de gele hesjes, aan Brexit, de bezetting van het Capitool in de VS of de rellen in Nederland tijdens de lockdown?

Moreel appèl
Onlangs legde een van de auteurs van Angrynomics uit dat ze min of meer per toeval op het fenomeen van de woede stuitten: “We hadden ongeveer een jaar nodig om dat in ons economisch denken te incorporeren.” Pas daarna konden ze een boek over markten schrijven die niet bij de modellen aansloot, maar bij de werkelijkheid. De auteurs maken een onderscheid tussen twee soorten woede: (1) publieke versus private verbolgenheid enerzijds, (2) morele versus tribale verontwaardiging anderzijds. Private woede slaat naar binnen en veroorzaakt individuele stress, bitterheid of schaamte. Publieke woede, daarentegen, keert zich naar buiten, begeeft zich in de openbare ruimte en zoekt instemming van anderen. Dat kan vooral bevestiging van de eigen groep zijn, maar het kan ook om een moreel appel op iedereen gaan.

Stammenstrijd
Zo’n onderscheid is natuurlijk vaag en vloeiend. Meestal gaat het om een combinatie van beide. Maar het maakt nogal wat uit of je de rijen poogt te sluiten en het ‘wij’ tegenover ‘zij’ wordt, of dat je voortdurend de adhesie van allen blijft zoeken. In het eerste geval doe je een beroep op loyaliteit en commitment, in het tweede zijn argumenten je belangrijkste overtuigingsmiddel.
Dat maakt publieke woede tweezijdig. Het kan ontaarden in ordinaire stammenstrijd, waarbij leiders inzet en trouw van de eigen groep eisen en het vooropstellen van het eigen belang de toon zet. Op die manier dreigt in de samenleving een waaier van boze minderheden te ontstaan. Maar het kan ook om bewegingen gaan die brede instemming zoeken en consequent een beroep doen op het algemeen belang. Dat is wat de auteurs ‘morele verontwaardiging’ noemen.
Het gaat om onrecht waarvoor publieke erkenning wordt gevraagd. Dat kan variëren van zorgen over klimaatopwarming tot verontwaardiging over scheefgroei in Nederland. “De uitdaging voor de politiek van vandaag,” aldus de auteurs, “is om goed te luisteren naar de legitieme woede van morele verontwaardiging en deze te herstellen, en […] te voorkomen dat politiek verwordt tot stammenstrijd.”
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want als er iets ontbreekt in onze democratie, dan is dat het geloof in een gemeenschappelijk perspectief, een gedeeld verhaal over waar we heen gaan en vandaan komen, wat goed en wat slecht is, wie de winnaars en verliezers en wie good guys en bad guys zijn. Maar is zo’n perspectief, een gedeelde diagnose wat er aan de hand is, nog mogelijk? Sommigen menen van niet.

Globalisering: niet één, maar zes verhalen
In hun Six Faces of Globalization (2021) maken Anthea Robert en Nicolas Lamp duidelijk dat er in westerse samenlevingen op dit moment minstens zes verhalen circuleren over wat er de laatste decennia aan de hand is. Eens gevierd als een onstuitbare kracht die de hele wereld Westers, welvarend en liberaal zou maken, is het Grote Verhaal over globalisering in een caleidoscoop veranderd waar elke draai aan de kijker een nieuwe visie en de plot voor een ander verhaal oplevert.
Ten eerste is daar nog altijd het perspectief van de gevestigden. In dit verhaal ziet men alleen maar vooruitgang en zijn er geen verliezers. Globalisering heeft markten efficiënter en bedrijven innovatiever gemaakt. De technologie gaat met sprongen vooruit. Schaalvergroting leidt tot hogere productiviteit. De economie groeit. Ieder krijgt een groter stukje van de taart en de armoede in de wereld neemt af. Door vrijhandel, economische liberalisering, het terugsnoeien van de staat en de creatie van internationale instituties als de Wereldbank, het IMF en de wereldhandsorganisatie zijn vormen van internationale arbeidsdeling ontstaan waar de hele wereld van profiteert.
Consumenten kunnen nu meer voedsel, gadgets en diensten kopen dan ooit te voren. De samenleving zal steeds homogener worden. Zeker, flinke aantallen werkers kunnen hun baan verliezen. Regio’s kunnen achterblijven. Burgers krijgen minder beslissingsmacht. Het bestuur zal steeds technocratischer worden. Maar voor zover er verliezers zijn, kunnen die ruimschoots – desnoods via een basisinkomen – met geld gecompenseerd worden.

De andere vijf verhalen focussen op degenen die in het bovenstaande narratief aan het kortste eind trekken. Zelfs al groeit de economie en wordt de taart in absolute zin groter, de stukken worden steeds ongelijker verdeeld. Ook al worden spullen goedkoper en gaan mensen er als consument op vooruit, en ook al mogen degenen die hun baan verliezen op bijstand en steun rekenen, het doet je wat als de fabriek waar je jaren lang hebt gewerkt sluit, de buurt zienderogen achteruit gaat, jongeren uit de streek wegtrekken, families uiteenvallen en je na eindeloos solliciteren een slechter betaalde baan vindt, waar je ook nog eens nauwelijks gekwalificeerd voor bent. Dan wordt duidelijk dat allerlei bronnen van welstand niet voor geld te koop zijn, dat ‘economische groei’ wel degelijk gepaard kan gaan met verlies en dat globalisering – alle succesverhalen ten spijt – een spoor van bitterheid en rancune door de wereld kan trekken.

Obstakels
De verhalen die in Six faces of Globalization aan de orde komen hebben stuk voor stuk met globaliseringsverlies te maken. Echter de plot verschilt. Verlies en remedie worden anders gedefinieerd. In elk narratief verschijnen nieuwe spelers op het toneel en zien de te overwinnen obstakels er net even anders uit. Al stoelen de verhalen op dezelfde feiten en cijfers, ze plaatsen deze in een ander licht en trekken daar soms radicaal verschillende conclusies uit.
Naast het de globalisering ophemelende verhaal van de neoliberale elite onderscheiden de auteurs achtereenvolgens: (1) een globalisering en economische groei afwijzend verhaal, waarin ‘de planeet’ de grote verliezer is -denk aan klimaatopwarming; (2) een rechts populistisch verhaal, waarin ‘de natie’ aan het kortste eind trekt en take back control de remedie is denk aan Forum voor Democratie, Brexit of make America great again; (3) een links populistisch verhaal waarin ‘klassen’ en dan vooral de arbeidersklasse en lagere middenklassen in Westerse landen de grote verliezers zijn en een green new deal soelaas moet bieden; (4) een zich tegen multinationals en grote (tech)bedrijven kerend verhaal, waarin arbeiders en gemeenschappen wereldwijd de verliezers zijn en hervorming van de instituties van de wereldmarkt de belangrijkste oplossing is; en tot slot (5) een geopolitiek verhaal waarin van de grote mogendheden vooral het Westen aan macht en prestige dreigt in te boeten en diplomatie plus realistische machtspolitiek voor het gewenste militaire en ideologische evenwicht moet zorgen.

Koloniaal onrecht
Kortom, geef een draai aan de caleidoscoop en het beeld op globalisering verandert. In plausibiliteit doen de verhalen niet voor elkaar onder. In elk gaat de aandacht uit naar misstanden of gevaren waaraan in de andere geen of te weinig aandacht wordt besteed. Elk dreigt een boze of bezorgde minderheid te genereren die herstel of erkenning van geleden onrecht eist. Ieder ziet de splinter in een anders oog, maar niet de balk in zijn eigen. De auteurs wijzen er nadrukkelijk op dat al deze verhalen van Westerse snit zijn. In Azië werden miljoenen uit de armoede getild en groeide de middenklasse. Daar is het perspectief op globalisering heel anders. Wat de auteurs echter vergeten te vermelden is dat al deze verhalen ook ‘wit’ zijn. Niemand die het over de noodzaak van ‘dekolonisatie’ heeft en ons attent maakt op de wijze waarop de ongelijkheid tussen bijvoorbeeld wit en zwart, man en vrouw en hetero of homo diep is doorgedrongen in de psyche en in de instituties van de samenleving en er nog een lange strijd nodig is om ons van dit soort vooroordelen te bevrijden en koloniaal onrecht recht te zetten.

Boekenkrant

Samenvattend zijn het nu eens burgers, dan weer producenten, dan consumenten, dan laag opgeleiden en dan weer mensen met een andere huidskleur of lhbtiq+ers die er bekaaid van afkomen. Er is geen Groot Verhaal meer, met één winnaar of verliezer, maar een breed scala winnaars en verliezers. Economische groei kan niet alle verliezers compenseren, maar winst in de strijd tegen klimaatopwarming kan dat ook niet.
De kunst is te voorkomen dat deze verhalen in zes bubbels met eindeloos herhaalde mantra’s veranderen. Dat kan alleen door beter naar elkaar te luisteren, de overlappingen in de verhalen te benoemen en waar dat kan coalities te sluiten. Het hele idee dat men moeilijke politieke overwegingen kan mijden door de waarden die mensen aanhangen langs eenzelfde meetlaat te leggen blijkt een illusie. Welvaart is een begrip dat van onverenigbare waarden aan elkaar hangt. Ze valt nooit perfect te realiseren. In de politiek gaat het dan ook niet om de keuze tussen goed en kwaad, maar zullen we altijd moeten kiezen tussen kleinere en grotere kwaden.

Liberalisme als voltooide tijd
In een luttel aantal maanden werd het in 2021 verschenen boek boek Free: Coming of Age at the end of history van Lea Ypi een bestseller. Het is al in veel talen vertaald, waaronder het Nederlands. Ypi doceert aan de London School of Economics en werd in Albanië geboren. Het boek gaat over haar jeugd en beschrijft hoe ze als kind in een socialistisch land opgroeit, vervolgens als puber de transformatie naar een ‘opkomende economie’ meemaakt en haar land onder leiding van economische raadgevers, geheel volgens neoliberaal recept, na heftige politieke en economische crises, in een Westerse liberale markteconomie verandert. En daarmee volgens velen het eindstadium van de geschiedenis bereikt: beter dan dat kan het niet worden.

Albanië
Het Leidmotief van het boek is vrijheid. Want dát, meer dan economische voorspoed, is wat het socialisme volgens Ypi beloofde -gelijke vrijheid van, door en voor allen. Als kind voelt Lea zich zo vrij als een vogeltje. Haar lerares Nora is een overtuigde socialist. Lea is goed op school, doet mee aan discussieavonden, volgt schaak- en dansles na schooltijd en weet niet beter dan dat ze in een vrij, voorbeeldig en vooruitstrevend land woont.
Alleen haar ouders en grootmoeder, die gedragen zich soms raar. Ze zijn duidelijk niet zo enthousiast over het regime als Lea en Nora. Langzaam maar zeker wordt Lea zich bewust van de politieke spanningen in het land en dringt de portee tot haar door van wat haar familie in hun geheimtaal voor haar verborgen hield: nieuws over verwanten of kennissen die waren opgepakt, zonder enig proces in gevangenissen verdwenen of op raadselachtige wijze waren omgekomen.
Tijdens haar eindexamenjaar op de middelbare school breken overal in Albanië rellen en opstanden uit. Wekenlang hoort Lea de kogels om haar huis fluiten. Duizenden Albanezen proberen het land uit te vluchten.
Nadat de socialistische regering verjaagd is, hoort Lea juichende verhalen over hoe Albanië nu voor het eerst echt een vrij land is geworden. Burgers die niet vertrokken zijn en wat spaargeld overhebben slaan op de ‘vrije markt’ aan het speculeren. Met het gevolg dat duizenden families in armoe vervallen.

Onstuitbaar
Lea’s moeder ontpopt zich als een neoliberaal avant la lettre en voelt zich in haar element: eindelijk van de staat verlost, eindelijk ruimte voor particulier initiatief en eigen verantwoordelijkheid, eindelijk een leven waarin niemand je vertelt wat je moet doen. Ook al trekt haar moeder in het begin elk half jaar naar Italië om daar als huishoudster het familie inkomen aan te vullen, van haar geen klachten.
Haar vader, daarentegen, blijft ondanks het socialistische debacle linkse sympathieën koesteren. Hij gaat de politiek in, wordt enige tijd later CEO van een groot havenbedrijf en moet tot zijn afgrijzen honderden Roma hun congé geven.
Prachtig, die markt en de eigen verantwoordelijkheid. Maar wat als dat betekent dat je vader honderden mensen moet ontslaan, omdat ze buiten hun schuld om op de vrije markt overbodig zijn geworden? Wat als blijkt dat in een liberale democratie de vrijheid van de ene groep regelmatig ten koste van de vrijheid van andere gaat? Wat als de ongelijkheid onstuitbaar toeneemt? En wat als maatschappelijke solidariteit bij de ophemeling van ieders individuele vrijheidsproject vaak ver te zoeken is?

Marx
Als één ding uit Ypi’s boek duidelijk wordt dan is het wel hoe hovaardig het geloof van al die westerse raadgevers was, dat ze Albanezen en de voormalige bewoners van het Oostblok naar de best mogelijke van alle werelden begeleidden. Ja, het reëel bestaande socialisme is op een debacle uitgelopen, maar dat vormt geen reden te geloven dat het alternatief daarop, de Westerse (neo)liberale samenleving, het eindstadium van de geschiedenis vormt. Integendeel, we leven juist in een tijd waarin het streven naar individuele vrijheid zich tegen de gemeenschap keert en de collectieve voorwaarden voor onze vrijheid dreigt te ondermijnen.
Niet voor niets draagt Lea haar boek op aan haar grootmoeder Nini. Wat Lea imponeerde was hoe haar grootmoeder onder alle omstandigheden haar waardigheid behield. Ze liet zich nooit haar morele verantwoordelijkheid afnemen voor wat ze deed of naliet. Haar vrijheid was haar waardigheid. Die twee waren voor haar onlosmakelijk verbonden.
Van Nini leerde Lea hoe belangrijk de uitspraak van Marx is dat mensen te allen tijde hun geschiedenis maken, ook al is dat onder condities waar ze niet zelf voor gekozen hebben. Om die te veranderen en te verbeteren hebben we volgens Ypi stof voor nieuwe ideeën en dromen nodig. Haar boek lezend besef je: we staan niet aan het eind van de geschiedenis maar aan het begin.

Eerder verschenen in De Helling