Authentiek

Zondag, 25 juli, 2021

Geschreven door: Onno Zijlstra
Artikel door: Maarten Doorman

In tijden van massamedia, egocultuur en consumentisme

[Recensie] We zijn geobsedeerd door het authentieke. Alles moet echt zijn, oprecht, natuurlijk, eerlijk, waarachtig en oorspronkelijk. Een hartstochtelijk verdediger van authenticiteit is de Canadese filosoof Charles Taylor en zijn laatste Nederlandse profeet is Onno Zijlstra, blijkens zijn pleidooi voor het authentieke in onze tijd. Volgens hem is het verlangen naar eigenheid en oorspronkelijkheid niet te reduceren tot het narcisme van verwende consumenten en gebruikers van social media.

De verdwijnende mens

Al sinds Jean-Jacques Rousseau in de achttiende eeuw de eenvoud van het platteland, de onschuld van het kind en de zuiverheid van de natuur confronteerde met de verwerpelijkheid van onze hypocriete beschaving voelen we ons in de westerse wereld vervreemd van onszelf, van wie wij eigenlijk zijn. In de negentiende eeuw deed Karl Marx daar nog een schepje bovenop door te laten zien hoe de kapitalistische productiewijze de mens die eigenheid ontfutselde. De persoonlijke inzet en individuele toewijding van de werknemer verdwenen in een anoniem product en de kapitalist streek de winst op over de rug van arbeiders aan de lopende band.

In de vorige eeuw betoogde een nieuwe stoet filosofen dat een authentiek leven er voor de mens niet in zat. Van Heideggers analyses van ons oneigenlijke bestaan tot het wanhopige mensbeeld van Gauloises paffende Franse existentialisten als Jean-Paul Sartre of Albert Camus. De laatste riep het beeld van Sisyphus op, volgens de mythe veroordeeld tot het steeds opnieuw tegen een helling omhoog rollen van een steen. De suggestie dat inzicht in deze absurditeit nog enig soelaas bood werd door een reeks andere Franse filosofen al snel om zeep geholpen. Gewoon jezelf kunnen zijn, zoals een verkiezingsleus van de VVD in de jaren tachtig luidde, bleek namelijk een illusie.

C2W

Ons echte zelf bleek slechts een product van maatschappelijke structuren, van de taal, van masculiene waarden en andere psychologische mechanismen en wie dacht dat hij zich aan zulke disciplinering kon onttrekken moest er nog maar eens een boek van Michel Foucault op naslaan. Die schreef in 1966 in De woorden en de dingen dat de mens zou worden uitgewist als een in zand getekend gelaat aan de vloedlijn van de zee. Dus hoezo, authentiek? Toch slaagde dit leger aan filosofen er niet in het veelkoppige monster van het verlangen naar het natuurlijke en naar ons ware zelf te verslaan, sterker, het staat nog altijd op de agenda. Misschien komt dit doordat mensen zich de laatste decennia met het toegenomen mediagebruik vervreemder voelen dan ooit tevoren. Wat wij echt zijn verdwijnt steeds meer in het beeldscherm en in de ons omhelzende digitale wereld waarvan alleen de dood ons scheidt.

Valt er nog iets van ons werkelijke zelf te redden voordat het opkomend tij van Big Tech ons in een volgende golf wegspoelt als dat gelaat van Foucault?

Ik ben ingebed, dus ik ben.

Zijlstra doet een welwillende poging. Hij sluit aan bij Charles Taylors verzet tegen Amerikaanse cultuurcritici als Christopher Lasch die het verlangen naar authenticiteit in The Culture of Narcissism (1979) wegzette als zelfingenomenheid van een drugs gebruikende erop los consumerende Woodstockgeneratie.

Maar authentiek zijn hoeft helemaal niet te betekenen dat je alleen lekker jezelf wilt zijn en geen interesse hebt in de wereld om je heen. Integendeel, menen Taylor en Zijlstra; juist het ingebed zijn in een gemeenschap of in religie is een vorm van authentiek bestaan en ook wanneer je trouw bent aan jezelf sluit dat een verhouding tot de ander niet uit. Toch worstelt Zijlstra met twee hardnekkige problemen waar filosofen nog geen overtuigend antwoord op hebben. Om te beginnen manifesteert het authentieke zich sterk bij partijen met een programma dat terugvalt op enghartig nationalisme, op een samenleving waarin wat anders is wordt uitgesloten, op nostalgie die in het beste geval een fijn en gezellig, zij het grotendeels verzonnen verleden voortovert.

Authentiek zijn hoeft helemaal niet te betekenen dat je alleen lekker jezelf wilt zijn en geen interesse hebt in de wereld om je heen. Een fundamenteler probleem van authenticiteit is echter de wonderlijke paradox, dat verlangen naar authenticiteit telkens het omgekeerde oproept en wel meteen vanaf Rousseau. Zijn Bekentenissen (1782) leken ongemeen openhartig. “Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is,” begon hij, “en die mens, dat ben ik zelf.” Hij beschreef vervolgens hoe hij als jongeman asperges, appels, gereedschap en flessen witte wijn achteroverdrukte en hoe hij zich bij een put waar meisjes water haalden aan exhibitionisme overgaf.

Maar tijdgenoten kregen al snel door dat dit vertoon van openhartigheid vol leugens zat. Eigenlijk schuilt de onoprechtheid reeds in het verlangen de eigen eerlijkheid aan anderen te willen tonen. We merken het dagelijks op tv, waar echtheid en spontaniteit een belangrijk criterium zijn om mensen aan het woord te laten. De authenticiteit van Boer zoekt vrouw is echter tot in de puntjes geregisseerd. Politici nemen spindoctors en mediatrainers in de hand om waarachtig over te komen, want daarop worden ze meer afgerekend dan op de door hen verwoorde opvattingen. Jongeren weten feilloos hoe ze op tiktok en snapchat authentiek kunnen zijn, niet door spontaan te zijn maar door zich als spontaan te presenteren. Ook toerisme biedt een leerzaam schouwspel. Zo gauw er weer gevlogen mag worden verkleden mannen en vrouwen in Marken en Volendam zich weer als Markenaren en Volendammers om aan het verlangen naar authenticeit van Chinese en Amerikaanse toeristen te voldoen. De paradox wordt met duivels plezier uitgewerkt in Ilja Leonard Pfeijffers roman

Eerder verschenen in Ifilosofie

Boeken van deze Auteur:

Het leven als schipbreuk

Authentiek