Bijbel

Zondag, 30 juli, 2017

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Jona Lendering

OERBOEKEN: De Bijbel

Een inleiding (deel 4)

Als je de Bijbel wilt lezen, hoe pak je dat dan aan, waar moet je beginnen? Classicus Jona Lendering geeft komende zondagen tips. Vandaag deel 4. De Messias

Ik heb in drie eerdere stukken (zie onder) een overzicht gegeven van de joodse literatuur. Een complex geheel, dat ik ook als een leeslijstje zal samenvatten. Voor ik dat doe, nog even overzicht van teksten die illustreren hoe uit het Tempeljodendom – het jodendom dus waarin alles draaide rond de tempel in Jeruzalem – twee nieuwe godsdiensten voortkwamen: het rabbijnse jodendom en het christendom. En dat brengt ons onvermijdelijk bij een van de lastigste thema’s uit de joodse gedachtewereld: de messias.

Nadat de Hasmonese dynastie rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. de macht in Judea overnam, waren er Joden die eraan herinnerden dat de monarchie was beloofd aan de afstammelingen van koning David. Andere Joden hadden kritiek op de al te libertijnse levenswijze van hun vorsten en de corrupt geachte eredienst in de tempel. Zo ontstond in de vroege eerste eeuw v.Chr. het messianisme: de verwachting dat een ideale heerser in de nabije toekomst Israël zou herstellen, politiek of spiritueel. In de Psalmen van Salomo wordt het profiel geschetst van de komende zoon van David. De Gelijkenissen van Henoch, die zijn geschreven in de vroege eerste eeuw na Christus, bewijzen dat het mogelijk was de messias gelijk te stellen aan de in Daniël genoemde Mensenzoon, die al vóór de Schepping bestond en het Laatste Oordeel zou vellen.

Nederlandse Natuurkundige Vereniging

Deze identificatie zou in het christendom min of meer standaard zijn en het is aannemelijk dat Jezus zichzelf ook zo heeft bezien. Ook andere bronnen schrijven aan de plattelandsmessias uit Nazaret niet geringe kwalificaties toe. De auteur van het Johannesevangelie stelt hem gelijk aan het pre-existente “Woord van God” dat zelf goddelijk was.

Interessant is Paulus, de oudst beschikbare christelijke auteur. Schrijvend rond het jaar 50 kon hij bij zijn correspondenten veronderstellen dat ook zij geloofden dat Jezus een hemeling was geweest, voor de zonden van zijn volgelingen was gestorven, uit de dood was opgewekt en verheerlijkt. Voor veel christenen waren niet de eigenlijke halachische opvattingen van Jezus belangrijk, maar draaide het om metafysische ideeën die betekenis gaven aan de kruisdood.

Dit is dan ook de voornaamste thematiek van de teksten die zijn opgenomen in het Nieuwe Testament. De auteur van het evangelie van Marcus presenteert de ogenschijnlijke menselijke mislukking als iets dat in feite een door de tijdgenoten niet goed begrepen overwinning was. Mattheüs en Lukas schrijven tegen een achtergrond waarin veel mensen niet wilden aannemen dat Jezus de messias was geweest en gaan daar op verschillende manieren mee om. Mattheüs presenteert Jezus nadrukkelijk als joods – de Bergrede is een antwoord aan Mozes – terwijl Lukas de nadruk legt op het universalisme. Bij Johannes lijkt de breuk met de andere joden zich te hebben voltrokken.

Als u nog nooit iets las uit het Nieuwe Testament, adviseer ik u te beginnen met het evangelie van Lukas. Voeg er eventueel de Didache aan toe, een korte tekst die het leven van de vroegste christelijke gelovigen documenteert. Dit is de enige buitenbijbelse tekst die ik opneem in mijn lijstje, want ze is heel toegankelijk, wat van andere niet-bijbelse joodse religieuze literatuur niet kan worden gezegd.

In 70 n.Chr. werd de tempel verwoest, waarmee de Joodse godsdienst werd beroofd van een van zijn twee traditionele zwaartepunten. Verschillende teksten, zoals 4 Ezra en de Joodse Oorlog van Flavius Josephus, dienden om met de catastrofe in het reine te komen. Het andere zwaartepunt van de joodse religie, de bestudering van de heilige schrift, werd echter niet wezenlijk aangetast door de ondergang van Jeruzalem. In de loop van de tweede eeuw legden rabbijnen de mondelinge uitlegtradities steeds vaker op schrift vast, een proces dat culmineerde in de door Yehuda ha-Nasi aangelegde verzameling die bekendstaat als de Misjna: een traktatenverzameling die bewees dat God niet vér van de Joden stond, maar in elk aspect van het dagelijks leven was te vinden. Latere optekeningen van de rabbijnse wijsheid zijn de Tosefta en de Palestijnse en Babylonische Talmoed.

Om u de waarheid te zeggen: het is allemaal even interessant als ontoegankelijk. Bij het schrijven van dit stukje moest ik denken aan de grappige scène uit het boek Esther, die de slaap niet kan vatten en zich daarom laat voorlezen uit een saai boek. Toch is de Misjna echt boeiend. Je moet er echter een inleidende cursus voor hebben gedaan voordat je er wegwijs bent. Bij de Stichting Pardes zullen ze u graag helpen.

Een andere ontwikkeling in de tweede eeuw n.Chr. is het ontstaan van een canon. Zowel de rabbijnen als de christelijke leiders bediscussieerden welke teksten de gelovige met vrucht kon bestuderen. De rabbijnen gaven de voorkeur aan de lijst die nog altijd de Bijbel vormt. Daarin ontbreken dus cruciale geschriften als de voor het ontstaan van het christendom zeer belangrijke Henochitische literatuur en teksten als Enige Werken der Wet. Wat ze niet selecteerden, wordt tegenwoordig aangeduid als “pseudepigrafisch”. Vrijwel al deze teksten zijn geschreven in het Hebreeuws.

De vroege christelijke leiders gaven een voorkeur aan de Griekstalige Septuagint, die anderhalf millennium lang de dominante Bijbel was voor het christendom. Daaraan voegden ze het Nieuwe Testament toe. Welbeschouwd vormden deze twee canons het einde van een religieuze traditie die altijd gekenmerkt was geweest door pluriformiteit. Voor beide verzamelingen is dezelfde naam in zwang geraakt: Bijbel.

Eerder verschenen op https://mainzerbeobachter.com/

Lees hier deel 1, deel 2 en deel 3


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.