Boek van de maand - In gesprek met ... José Kruijer

Donderdag, 26 juli, 2018

Geschreven door: José Kruijer
Artikel door: Roelant De By






De
locatie is eetcafé Zilte Zoen in Schoorl, pal tegenover een enorm duin dat
midden in het stadje ligt. Het ‘Klimduin’ zoals het liefkozend genoemd wordt,
speelt een rol in het nieuwe boek van José Kruijer, ‘Manzanilla’. We zitten buiten op het terras aan de cappuccino. Een
onvervalste Noord-Hollandse tongval verraadt haar afkomst: geboren en getogen
in Heerhugowaard, vlakbij Alkmaar. De avond voor ons interview was de officiële
boekpresentatie. De mooie jurk die ze nu aan heeft, was speciaal daarvoor
gekocht. Prachtige kleuren, net als de voorkant van haar boek, ‘Manzanilla’.
José:
‘Ik wilde gewoon een krachtige titel hebben. Er zit een tropisch tintje in, het
boek gaat ook over Curaçao. Die manzanillaboom met die giftige vruchten, daar
kun je wel wat mee. Met die titel kon de ontwerper meteen een sprekende cover
maken met mooie kleuren. Weet je wat het is? Je kan denken aan een andere titel,
omdat je het liefst een titel wil die er nog niet is. Maar je moet wel de titel
kiezen die er het beste bij past. Qua genre zou ik zeggen: spannende roman. Het
is deels ook feel-good, en ook de achtergrond waarom mensen zo denken en doen
vind ik interessant. Maar ‘spannende roman’ omschrijft mijn boek het beste.’
‘Mijn
hele leven woon ik al in deze regio. Hier ben ik getrouwd en hier groeien mijn
twee puberzonen op; ze zijn 13 en 16. Na de HAVO heb ik de PABO gedaan. Ik sta al
23 jaar voor de klas. Ik wilde altijd al juf worden. Of journalist; iets
creatiefs met tijdschriften. Mijn vorige boek speelde zich af in de
tijdschriftenwereld. Dit boek heeft de basisschool als achtergrond. Vroeger was
ik altijd al druk met schooltje spelen. Ik had een map met 300 namen. Ik leefde
daarvoor; was er altijd mee bezig. De tijdschriften wereld is ook wel iets dat ik heel leuk vind. Bij mijn vorige
boek heeft de uitgeverij contact gezocht met de redactie van de Telegraaf voor
mijn research. Ik werd gekoppeld aan de hoofdredacteur zelf, Marieke ’t Hart,
en mocht de hele dag met haar meelopen. Alles mocht ik zien en horen, maar ik
mocht niks naar buiten brengen van wat er verteld werd, natuurlijk. Het gaat om
bekende Nederlanders, over het opzetten van nieuwe dingen enzovoorts. Zij
zetten zoveel nieuwe dingen op! Dat was helemaal super. Geweldige ervaring. Ik
merkte hoe belangrijk het is om veel van de achtergrond te weten. Bij mijn
nieuwe boek leek het me daarom een goed idee dat in ieder geval één iemand zou werken
op een school. Daar weet ik zelf alles van. Maar dan moet je natuurlijk
oppassen dat er niets herkenbaars in komt te staan. Dus wat betreft collega’s,
ouders en kinderen is alles fictie, maar ik hoor natuurlijk ook veel van
collega’s van andere scholen en van andere ouders. Verder houd ik qua
personages erg van uitgesproken types. Daar kun je je heerlijk op uitleven.
Zodoende werken er wat spraakmakende mensen op die fictieve school. Nu werken
er sowieso heel weinig mannen op de basisschool. Van alle leerkrachten op mijn
school zijn er slechts een paar mannen. In je boek kun je dat lekker
uitvergroten. Een boek is niet leuk als het over normale types gaat zoals jij
en ik. Er moet altijd wel iets bijzonders zijn. Een school met alleen maar
brave kinderen en enthousiaste ouders is geen geloofwaardige wereld.’






Er
is nog iets leuks op mijn pad gekomen toen de uitgeverij contact heeft gezocht
met Prima Onderwijs, dat is het grootste platform voor mensen die werken in het
basis en voortgezet onderwijs. Die
geven een magazine uit. Dat wordt in een oplage van 160.000 verspreid. Dat gaat
meestal over nieuwe leermethodes en achtergronden. Maar toen stelde ik voor dat
het misschien wel eens leuk zou zijn als er ook iets over achtergrond en
hobby’s van leerkrachten in zou komen te staan. Dat vonden ze onwijs leuk. Mijn
uitgeverij heeft het verder geregeld. Nu hebben ze afgelopen weekend drie
hoofdstukken uit mijn boek geplaatst, die vooral allemaal over het onderwijs
gaan. Met een winactie erbij. Dat is natuurlijk superleuk. Dat is ook je
doelgroep. Je stelt je wel kwetsbaar op natuurlijk; onderwijs mensen zijn
kritische mensen. Maar de voorbeelden die ik gebruikt heb, kunnen echt op
iedere school gebeuren. Ik vind het zelf ook altijd leuk om iets te lezen over
het onderwijs, wat er leeft, waar ze het over hebben. Ons werk bestaat
tegenwoordig niet alleen meer uit lesgeven; er is een groot deel opvoeding en
maatschappelijk werk bij gekomen. Ik zie het wel als heel positief. Voor mij
kun je het onderwijs als roeping zien. Ik werk op een Jenaplanschool. Dan
zitten kinderen drie jaar bij je in de klas. Ongeacht hun thuissituatie zijn ze
dan altijd een keer de jongste, de middelste en de oudste in de klas. Ze leren
ook heel veel van elkaar.’
‘Kijk,
ik schrijf heel graag, maar na een paar dagen in je uppie zitten en op jezelf
aangewezen zijn, verlang ik weer naar de reuring van onder de mensen zijn. Het
schrijfproces is eenzaam, vooral in het begin, maar op school ben je bezig als
team. Die afwisseling is heel erg leuk. Mijn inspiratie krijg ik ook vanuit
school. Ik kom zoveel mensen en kinderen tegen; ik hoor zoveel. Dat zijn geen
dingen die je letterlijk gebruikt, maar je denkt wel in de trend van: oh, zo
gaat het dus daar. Daar kun je altijd wel weer iets mee. Ik heb altijd wel
ideeën. Ik heb altijd mijn aantekeningenboekje bij me, zodat ik iets
opmerkelijks meteen kan noteren. Kortom, het schrijven kan ik er heel goed bij
doen. Het geeft mij zoveel energie. Ik ben blij dat ik hieraan begonnen ben.
Maar ik zie dat je allemaal plakkers in mijn boek gestopt hebt. Daar ben ik wel
onwijs benieuwd naar. Vind je het echt een vrouwenboek?’





Roelant:
‘Ehm, ja, dat wel. Als je de hoofdpersoon neemt, Hester. Je hebt van haar een
gezette vrouw gemaakt, die heel onzeker is. Ze is niet blij met haar figuur; ze
denkt de hele tijd dat haar man vreemdgaat. Ze droomt er zelfs van dat haar man
seks heeft met haar eigen zus. Dat zijn toch wel heel erg vrouwelijke dingen.
Dat zou een man nooit denken.’
Jose:
‘Nee, dat is wel zo. Het is meer dat een personage vaak een ontwikkeling
doormaakt in een boek. Bijvoorbeeld van onzeker naar zelfstandig. Of zoals in mijn
vorige boek dat de carrièrevrouw erachter komt dat het alleen wonen en alleen
maar werken het ook niet helemaal was. Ik vind het mooi als iemand een
ontwikkeling doormaakt en dat je aan het einde van een boek denkt: ze heeft er
iets van geleerd. Zo gaat het in dit boek ook. Er zijn heel veel mensen die
rond de veertig zijn en denken: is dit alles? Daar staan de
(vrouwen)tijdschriften mee vol. Dat is herkenbaar voor heel veel mensen. Dat
zij in het verleden iets heeft meegemaakt en dat wegstopt. Uiteindelijk blijven
dingen je altijd achtervolgen.’
Roelant:
‘Welke schrijvers lees jij zelf graag?’
José:
‘Nou, ik hou vooral van zoiets als dit; wat ik zelf geschreven heb [glimlacht];
iets wat lekker wegleest, maar wel met inhoud. Met name Nederlandse
schrijfsters, Esther Verhoef bijvoorbeeld. Maar ik lees ook graag boeken die op
waarheid gebaseerd zijn, zoals Zondagskind
van Judith Visser. Ook boeken met humor vind ik leuk, Roos Schlikker, Sylvia
Witteman. Herkenbare dingen, daar schrijf ik zelf ook het liefste over.’
Dank
je wel, José, voor dit prettige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter De Perfecte Buren

Lees hier de RECENSIE van ‘Manzanilla’

Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Schrijven Magazine

Manzanilla