Boek van de maand - Roelant meets ... Heleen van der Kemp

Donderdag, 28 maart, 2019

Geschreven door: Heleen van der Kemp
Artikel door: Roelant De By




Roelant meets Heleen – vlug lezen, want de winnaars die een exemplaar Voor de meisjes winnen, vind je onderaan dit mooie interview !!

In de
aanloop naar het interview met Heleen van der Kemp ben ik mijn boekenkast
doorgegaan en vond daar haar eerste twee boeken (Blond 15 en Afrekening,
beide uitgegeven door Verbum/de Crime Compagnie in respectievelijk 2010 en 2011).
Mijn notities van acht jaar geleden waren: goed boek, sympathiek en een erg
sterk einde. Daarna volgden bij uitgeverij Cargo Onschendbaar (2013) en Bijwerking
(2015). En dan is nu net verschenen Voor
de Meisjes
(2019). Een mooi moment om Heleen wat vragen te gaan stellen. We
hebben afgesproken in de lunchpauze van haar werk, op het hoofdkantoor van
Randstad, in Diemen. Tegenover me zit een mooie, jonge vrouw met veel humor die
praat met een licht Oost-Nederlands accent.
Heleen:
‘Ik kom uit de Achterhoek, uit Dinxperlo. Geboren in Doetinchem. Daar in die
omgeving gewoond en naar school gegaan. Geen broertjes of zusjes. Na de
middelbare school in Silvolde wilde ik eigenlijk huisarts worden. Toen ik daar
voor uitgeloot werd, ben ik bedrijfscommunicatie gaan studeren in Nijmegen. Na
mijn studie ben ik in Utrecht gaan wonen. Nu woon ik alweer een jaar of tien in
Ouderkerk, mijn vriend Martin achterna. Die heb ik in 2007 ontmoet.’
Roelant:
‘Heb je die in Utrecht leren kennen?’ 
Heleen:
‘Nee, die heb ik online ontmoet.’
Roelant:
‘Online! Precies waar je de moeders voor waarschuwt in je boek!’
Heleen:
‘Ja, joh. [lachend] Ik heb zelf ook de interessantste dingen gedaan. Maar toen
was ik al wel boven de dertig. Toen wist ik wat beter wat ik aan het doen was.
Maar dan nog is het een rare wereld.’
Roelant:
‘Ik denk meteen aan die geweldige scène uit je nieuwe boek dat Jean een Tinder
date heeft met ene Katja.’
Heleen:
‘Ja, dat heb ik als een van de eerste dingen geschreven. Vond ik zelf ook een
leuk stukje. Dat mocht niet sneuvelen in de eindversie.’
Roelant:
‘Spreek je daar uit eigen ervaring?’
Heleen
[lachend]: ’Nee, maar ik hoor wel veel verhalen van vriendinnen. Zelfs een veel
oudere kennis doet het en is er erg handig mee geworden.’





Roelant:
‘Vandaar die passage hierover. Ik citeer:
“Hoe oud je ook werd, de liefde bleef
een prachtig aspect van het leven. Jonge mensen dachten dat het leven zo
ongeveer ophield na je vijftigste, maar niks was minder waar. Hij vond daten op
latere leeftijd heerlijk.”
Heleen:
‘Bij oudere mensen is het een heel goed middel. Het draait dan veel minder puur
om seks waar het bij jongeren vooral om gaat. Die verhalen hoor ik dan van een
vriendin van me. Die knapt daar soms op af, maar gaat er na een tijdje toch
weer mee aan de slag. Daar heb ik Katja in mijn boek losjes op gebaseerd. Die
oudere kennis heeft juist positieve ervaringen met online daten grappig
genoeg.’
Roelant:
‘Jaren geleden, toen je pas twee boeken had geschreven, heb ik in een interview
met jou gelezen dat je eraan twijfelde om te stoppen met schrijven als je niet
wat meer bekendheid zou krijgen. Dat vond ik destijds nogal een uitspraak. Heb
ik altijd onthouden, maar kan het niet meer terugvinden op internet. Klopt die
uitspraak, heb ik dat goed onthouden?’
Heleen:
‘Ja, dat klopt. Nou, er zit natuurlijk wel een verhaal achter. Het is zo
ontzettend veel werk, een boek schrijven. Het is zo’n aanslag op je sociale
leven, vooral als je ook nog kleine kinderen hebt en vier dagen per week werkt.
Het is een heftig ding eigenlijk, een boek schrijven. Het gaat me helemaal niet
om het geld, totaal niet, maar wel om het lezerspubliek. Ik wil graag een
groeiend aantal lezers met mijn verhalen raken of vermaken. Bij ieder boek
twijfel ik of ik de inspanning weer wil leveren, maar de drang om te creëren
blijft het winnen. En inmiddels heb ik ook flink wat lezers. De aanhouder
wint…’
Roelant:
‘En daar ben ik blij om! Zo’n prachtig boek als Voor de Meisjes had ik niet willen missen! Waarom heeft het zo lang
geduurd voordat je nieuwe boek uitkwam?’
Heleen:
‘Simpelweg omdat er naast mijn drukke baan en mijn gezinsleven met twee kleine
kinderen niet zoveel tijd over blijft om te schrijven. Dat je er een tijd over
doet, heeft echter ook voordelen heb ik gemerkt. Ik schrijf afzonderlijke
scènes en vlecht die dan in elkaar. De scène van Jean en zijn broer in de
stripclub heb ik ook al een tijd geleden geschreven. Later ingevoegd.’
Roelant:
’Een leuke zin uit jouw boek vind ik ook deze:
“Het moederlijke was heel fijn, maar
niet wat hij zocht in de liefde.”
Dat
lijkt me typisch iets over jezelf te zeggen. Ben jij niet zo’n moederlijk
type?’
Heleen:
[lachend] ‘Nee, dat klopt, totaal niet. Martin zou dat vermoedelijk best wel
fijn vinden als ik wat meer verzorgend zou zijn, maar dat ben ik echt niet. Ik
ben wel lief hoor, maar ik ben niet zorgzaam. Dat zijn twee heel verschillende
dingen, hahaha.’





Roelant:
‘Jouw boek staat vol met prachtige zinnen en observaties. Ik kwam bijna
plakkers te kort om ze allemaal aan te geven. Een voorbeeld: als de oude
Manfred zijn nieuwe vrouw aan zijn huishoudster voorstelt:
“Die vrouw had bijna licht gegeven, zo
mooi was ze geweest en zo lief ook. Een combinatie die Manfreds hart had
gestolen en dat van haar had gebroken.”
Dat
vind ik zo’n mooie zin!’
Heleen:
[beetje meewarig] ‘Ja, dank je. Ik vind het heel leuk dat je dat eruit pikt.
Dat zijn van die schrijfdingen die echt uit jezelf komen. Het is een voordeel
gebleken om wat langer over een boek te doen. De personages zitten helemaal in
je en je kunt er later nog wat kleine dingen aan toevoegen. Dat is mijn groei,
als auteur, als ik naar de hele lijn kijk. Ik moet de tijd nemen.’
Roelant:
‘Je beschrijft hoe Anna bezig is met haar “zweefteef business”. Heb je daar
zelf ook niks mee?’
Heleen:
[lachend] ‘Jawel! Nou misschien gaat het uiteindelijk nergens over, maar ik
vind het wel heel interessant. Als twintiger was ik zelf best een beetje
zoekende. Met de overgang van studeren naar werken, van de veilige wereld naar
de dagelijkse realiteit, heb ik wat last gehad van spanningsklachten en me down
voelen. Ik was een prototype van een jonge, burn-out gevoelige vrouw, waar je
er heel veel van hebt. Toen ben ik best wat gaan zoeken in het alternatieve
circuit. Handlezers, iriscopisten, haptonomen, re-birthing; ik heb van alles
wel gedaan. Ik moet je zeggen dat dat een enorme bron van inspiratie is voor
mijn schijven. Bijvoorbeeld in mijn boek Onschendbaar
zit een paragnost. Die dingen komen wel steeds terug, ja. Daar heb ik zelf
niet zo bij stil gestaan, hahaha. Ik ben Katholiek opgevoed, maar niet meer
praktiserend. Ik geloof wel in “iets”, maar wat dat precies is, geen idee. Ik
heb ook wel een paar ervaringen gehad waarvan ik denk, tja, dat is toch wel
apart. Dingen met vorige levens enzo. Ik geloof wel in reïncarnatie-achtige
taferelen. [lacht uitbundig] Die zweefteef, ik ben er zelf gewoon een!’
Roelant:
‘In je boek laat je Ageeth verzuchten dat mensen tegenwoordig te snel gaan
scheiden. Dat vind je zelf ook?’
Heleen:
[bedachtzaam] ‘Ja, eigenlijk wel. Soms is het gewoon heel goed als mensen uit
elkaar gaan; dan denk je zelfs: had dat maar veel eerder gedaan. Maar als je bijvoorbeeld
jonge kinderen hebt dan verandert je leven zo drastisch. Ik vind het heel
heftig, kinderen krijgen. Je relatie met je partner verandert. Je leert elkaar
zo anders kennen. Kinderen brengen mooie dingen naar boven, maar ook hele
heftige oude patronen van jezelf komen tevoorschijn. En als partners moet je
daar dan maar mee dealen. Dat zijn soms moeilijke episodes waarvan je achteraf
blij bent dat je relatie dat soort momenten overleeft. Nu zijn we gelukkig heel
happy. Maar ik denk dat ik vanuit dát gevoel geschreven heb dat mensen niet zo
snel uit elkaar moeten gaan. Want als je ziet dat mensen uit elkaar zijn gegaan
en co-ouderschap hebben, merk je dat je daar niet gelukkiger van wordt. Het is
hard werken, een relatie, maar als je het wél voor elkaar krijgt, is het heel
mooi.
Schrijven
en kinderen gaat ook niet heel makkelijk samen. Als schrijver ben je sowieso
heel erg naar binnen gekeerd. Als ik in de kamer zit te schrijven, dan kan ik
me redelijk goed afsluiten. Maar dan ben ik er eigenlijk niet. Ik zou net zo
goed met een enorme koptelefoon op kunnen zitten. Niet bepaald gezellig voor
het gezin…’




Roelant:
‘Jouw hoofdpersoon, de rechercheur Nina, is een stoere vrouw. Je schrijft op
een gegeven moment als ze uitgedaagd wordt door Vermeer met de opmerking: Vraag
het haar, zoek het uit. Dat is toch uw werk? Nina antwoord in zichzelf: Dat is
zeker mijn werk. Let maar eens op.
Ben
je zelf ook zo stoer?’
Heleen:
‘Nee, ik ben zelf wat verlegen van aard. Verlegener dan ik zou willen zijn.
Naarmate ik ouder word, gaat dat wel beter, maar ik houd me best vaak in. Laat niet merken wat ik voel of denk. Of dan
bedenk ik me pas veel later wat ik had moeten zeggen, soms pas de volgende dag.
Maar dan is het moment weg natuurlijk. Daarom is het lekker om een stoere vrouw
neer te zetten, zoals Nina in dit boek of Britt in vorige boeken. Daarnaast zijn
er dingen als de liefde voor het hardlopen en de gevoeligheid voor licht die ik
zelf met Nina deel. Ik denk ook dat als een mens slecht doet, dat die dan op
een gegeven moment de rekening krijgt. Gaat het zo vooral in boeken, zeg je?
[lachend] Ik denk dat mijn boeken ook wel een beetje zo aflopen. Er zit een
hang naar rechtvaardigheid in. Als dat niet door de rechterlijke macht gedaan
wordt, maak ik het zelf af. Twee sporen beleid.’
Roelant:
‘Prachtig hoe je dat getuigenbeschermingsprogramma in je boek hebt verweven.
Dat is nu met de kroongetuigen in de zaak Holleeder een heel actueel thema.’
Heleen:
‘Daar heb ik veel research naar gedaan. Het blijft fictie, maar ik heb de
werkelijkheid zo goed mogelijk proberen te benaderen.’
  
Dank
je wel, Heleen, voor dit bijzonder gezellige interview.
Roelant
de By – vliegende reporter  van De
Perfecte Buren.

Lees HIER de recensie van ‘Voor de meisjes’

De winnaars van de bookflash van dit boek zijn : Kim Berly
– Hilma Berveling – Fabienne Vanlaeke – Marijke Boulet – Marloes Broekmans



Eerder verschenen op Perfecte Buren.

Pf