Boek van de Maand - Roelant meets... Johnny Bollé

Donderdag, 28 mei, 2020

Geschreven door: Johnny Bollé
Artikel door: Roelant De By

 

Naar goede gewoonte sluiten we ons Boek van de Maand af met een interview met de betreffende auteur. Helaas kon onze Roelant niet naar Vlaanderen ivm corona dus ging dit gesprek door via FaceTime. Lees hieronder wat je al wist (en misschien nog niet wist) van Johnny Bollé, auteur van Hij noemde me Duivelskind, Bloedmaan en Egyptisch Blauw.

Meegedaan met de winactie?
Kijk dan vlug onderaan het interview.

Deze maand verscheen het derde boek van de Antwerpenaar Jonny Bollé in minder dan twee jaar tijd. Dat is een bijzonder hoog tempo. Een mooi moment om hem even te spreken. Dat gebeurt via FaceTime.

Awater

Roelant: ‘Hallo Johnny, allereerst proficiat met het uitkomen van je derde boek, Hij noemde mij Duivelskind. Al je boeken zijn uitgegeven door verschillende uitgeverijen. Hoe komt dat zo?’

Johnny: ‘Mijn debuut, Egyptisch Blauw, kwam tot stand via een wedstrijd die was georganiseerd door uitgeverij Schrijverspunt. Die wedstrijd won ik, zodat ik bij hun mijn boek mocht uitgeven. Dat was makkelijk om daarbij te starten. Hun formule is echter print on demand. Vanuit de uitgeverij doen ze erg weinig om het boek onder de aandacht te brengen. Toen ben ik bij uitgeverij ISJB gekomen voor mijn volgende boek, Bloedmaan. Dat ging eigenlijk heel goed en werkte perfect, maar ik wou liever een Belgische uitgever omdat ik dacht dat, met name op het oog van de boekenbeurs, dat beter zou verlopen. Dus vandaar dat ik nu bij uitgeverij Kramat terecht ben gekomen.’

Roelant: ‘Wat me opviel was dat jouw vorige uitgever, ISJB, openlijk jouw nieuwe boek aanprees op de sociale media. Helaas niet bij ons, zeiden ze erbij. Dat vind ik heel sympathiek.’

Johnny: ‘Ja, heel erg leuk. Dat is ook een heel vriendelijke man, die van ISBJ. Die blijft me steunen. We blijven natuurlijk bij Bloedmaan altijd samenwerken. Dat boek loopt nog altijd heel goed. Het is ook in beider voordeel dat dat blijft werken.’

Roelant: ‘Als ik je laatste twee boeken met elkaar vergelijk (de eerste heb ik nog niet gelezen) dan valt me op dat je een ander soort thriller schrijft. Met name het begin is meer Feelgood. Pas later komt de spanning erin. En die loopt dan lekker op. Kortom een aparte opbouw.’

Johnny: ‘Mijn boeken zijn zeker geen feelgood boeken. Wat wel klopt is dat de spanning in mijn boeken afkomstig is van de vele plottwists. Vooral met Duivelskind wilde ik het een beetje anders doen dan anders. Ik wilde graag het verhaal opbouwen vanuit het standpunt van de drie hoofdpersonages. Hierdoor wordt door iedereen puzzelstukjes aangereikt waardoor de puzzel compleet wordt. Een auteur als Esther Verhoef, daar hou ik van. Originele insteek heeft ze. Voor ik aan een boek schrijven begin, heb ik het hele verhaal voor me, compleet met alle twists erin. Pas daarna begin ik met schrijven. Ik wil per week 3500 woorden schrijven. Dat is goed te doen naast mijn job.’

 width=

Roelant: ‘Heb je grote vellen met schema’s en tijdlijn aan de muur hangen?’

Johnny: ‘Nee, dat zou mijn partner niet appreciëren, denk ik. Ik schrijf alles in een schriftje. Van daaruit werk ik het uit. Ik heb geen aparte schrijfruimte. Ik gebruik de woonkamer daarvoor. Aangezien mijn partner en ik veelal op verschillende tijden aan het werk zijn, blijft er ruimte over om daar ongestoord te schrijven.’

Roelant: ‘In het dagelijks leven, buiten deze rare Coronatijd om, ben je fitness instructeur las ik.’

Johnny: ‘Klopt, ik geef groepslessen op de sportschool en ben daarnaast ook personal trainer en fitness manager. Ik ben in Antwerpen geboren en heb een opleiding gedaan tot klinisch laborant. Daar verder in gewerkt. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in sport en in schrijven. Dat sporten is zo’n twintig jaar geleden als bijberoep voor mij begonnen toen ik aangenomen werd op de sportschool om daar lessen te gaan geven. Langzaamaan is dat bijberoep mijn hoofdberoep geworden. Nu ben ik de laatste tien jaar voltijds sportinstructeur. Het schrijven heb ik altijd al wel gedaan. Maar ik was daar vroeger heel onzeker over. Ik dacht wie wil dit nou lezen? Dat is pas echt begonnen met een schrijverswedstrijd. De opdracht was om het schrijven van een verhaal van vijfenvijftig woorden.’

[Johnny stuurt me zijn winnende verhaal op. Het is een erg goed, mooi beknopt verhaal met een prachtige twist op het eind]

‘Hierdoor kreeg ik meer zelfvertrouwen om verdere verhalen en zelfs een heel boek te gaan schrijven. Dat werd Egyptisch Blauw. [lachend] Het gegeven van dat boek zat al dertig jaar in mijn hoofd. Het winnen van die wedstrijd heeft mij gepusht om door te gaan en heeft tevens deuren geopend om mijn geschreven boeken uit te laten geven. Door het winnen van wedstrijden en mooie recensies ben ik natuurlijk heel trots, maar helaas geldt voor mij ook dat ik snel ontgoocheld ben als het tegenzit, zoals het krijgen van minder goede recensies bijvoorbeeld.’

Roelant: ‘In je twee laatste boeken komt je werk in de sportschool duidelijk tot uiting. Het is een wereld die je goed kent natuurlijk, maar wel eentje die heel erg gericht is op uiterlijk. Iedereen kijkt naar elkaar.’

Johnny: ‘Dat is inherent aan de fitness branche. De mensen gaan ten eerste vooral naar de sportschool omdat ze gezond willen zijn, maar bij sommigen draait het ook om het uiterlijk, en daar is niks mis mee.’

Roelant: ‘Vooral de vrouwen zijn voornamelijk met hun uiterlijk bezig. Voor de setting waarin ze zitten, de sportschool of de modellenwereld, heel normaal, maar ze komen wel wat leeg over.’

Johnny: [lachend] ‘Het zijn voor mij gewoon interessante karakters om over te schrijven. Het zijn ook de fictieve karakters die in mijn verhaal passen. Voor mij heeft het niets met de realiteit te maken.’

Roelant: ‘De mannen zijn veel interessanter in je boeken.’

Johnny: [aarzelend] ‘Tja, mijn partner is ook een man. Misschien vandaar dat ik die kant wat meer belicht. Ik ben echter van mening dat ook de vrouwelijke karakters in mijn boeken best wel interessant zijn weergegeven. Het zou misschien makkelijker of toegankelijker zijn om over man-vrouw te schrijven, echter wil ik me niet beperken tot slechts een onderdeel van onze moderne maatschappij. Een man-man relatie is natuurlijk gemakkelijker voor mij om neer te schrijven, maar zoals ik al zei, is dit ondergeschikt aan het verhaal. Trouwens in mijn volgende boek zijn het de vrouwelijke karakters die de hoofdrol krijgen.’

Roelant: ‘Je geeft de homo-emancipatie een goed podium op deze manier. Het is juist sterk van je om het zo volstrekt normaal weer te geven. Je laat een van de vrouwen in jouw boek tegen Simon zeggen: Jij voor de mannen? Ha, laat me niet lachen. Alsof ze hiermee bedoelt dat Simon zowel op mannen als op vrouwen zou vallen.’

Johnny: ‘Neen, dat bedoel ik helemaal niet. De ene man komt nu eenmaal anders over dan de andere, en is meestal achtergrond gebonden. Ik heb zelf vroeger ook vriendinnen gehad. Dat werd van je verwacht. Maar dat ging nooit zo ver met die meisjes. Daar viel ik totaal niet voor. Dat zat gewoon niet in me. Maar ook hier is Simon slechts een fictief karakter.’

Roelant: ‘Wat mij is opgevallen in beide boeken is de manier waarop je over moeders schrijft. Vaders zijn meestal afwezig of niet in beeld, maar moeders komen er niet goed af in jouw verhalen. Ik geef enkele voorbeelden:

Uit Duivelskind: Voor mij was het duidelijk dat moeder haar slechte genen aan mij en aan Isis had doorgegeven. (pag.57)
Je hoeft voor niemand bang te zijn. Zeker niet voor je moeder. Voor geen enkele vrouw. Vrouwen zijn slecht. (pag. 142)
Ik heb mijn hele leven de verkeerde keuzes gemaakt (zegt een moeder op pag. 251)
Of in Bloedmaan:
Mijn moeder is een monster (pag. 113)
Mijn moeder heeft haar verdiende loon gekregen (pag. 282)
Dit zijn geen beschrijvingen van lieve moeders, over de vaders wordt helemaal niet gesproken.’

Johnny: [aarzelend lachend] ‘Tja, als je dat zo uit de context achter elkaar zet, kan je dat natuurlijk stellen. Maar in het verhaal en de plots zijn deze gewoon organisch gegroeid. Het is niet speciaal bewust zo gedaan. Het komt niet overeen met de band die ik zelf met mijn moeder heb of zo.

 width=

Roelant: ‘Heb je broers, zussen?’

Johnny: ‘Een oudere broer en een tien jaar jongere zus.’

Roelant: ‘Precies als de gezinssamenstelling in je nieuwe boek!’

Johnny: ‘De samenstelling misschien wel, maar niet de karakters van mijn familie. Het blijft nu eenmaal fictie.’

Roelant: ‘In je boeken stel je je ook fel op tegen drugs en drank. Daar hou je zelf vast ook niet van, als sportman zijnde?’

Johnny: [lachend] ‘Eigenlijk niet.’

Roelant: ‘Je laat een van je personages zelfs zeggen: Ik heb me nooit iets van die nacht kunnen herinneren. Ik heb mezelf toen beloofd om nooit meer drugs te nemen… Ik haat het om de controle over mijzelf te verliezen.’

Johnny: ‘Ja, dat vind ik vreselijk. Ik heb te veel ellende van drank en drugs gezien. Ik hou me daar verre van. Alles wat ik doe pak ik serieus aan. Ik besteed er heel veel tijd aan. Bij schrijven is dat niet anders. Ik volg ook een cursus foutloos Nederlands schrijven.’

Roelant: ‘Daar heb je een redacteur voor, toch?’

Johnny: ‘Dat is wel zo, maar ik wil graag iets afleveren wat bijna perfect is. Wanneer ik daarin fouten maak, stoort mij dat.’

Roelant: ‘Je kunt ook té streng voor jezelf zijn…’

Johnny: ‘Dat is ook misschien iets van de wereld van de fitness en de trainers. Die zijn ook heel streng voor zichzelf. Dat vergt een grote discipline. Ik loop halve marathons. Dan moet je wel gedisciplineerd zijn.’

Dank je wel voor dit interview, Johnny.

Roelant
Perfecte Buren

 

 width=

 

De juiste oplossing op de vraag Wat wordt er in de keel van het slachtoffer geduwd? was een (antieke, ijzeren) sleutel.

Proficiat Karen Steyaert – Pascalle Verstallen – Marij Brand – Anita Wilmsen – Willem de Wal!
Jullie hebben – dankzij Kramat – elk een exemplaar gewonnen. De uitgever zorgt voor de verzending.

 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.


Laat hier je reactie achter:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Alleen inhoudelijke reacties die gaan over het besproken boek en/of de recensie worden geplaatst.