Boek van de Maand - Roelant meets... Pjotr Vreeswijk

Donderdag, 26 september, 2019

Geschreven door: Pjotr Vreeswijk
Artikel door: Roelant De By

 

De schrijver van ons boek van de maand Schaduwstrijder is Pjotr Vreeswijk. In het dagelijks leven werkt hij bij de politie in Den Haag. De actiethriller is zijn handelsmerk. Ook ons gesprek heeft een hoog testosterongehalte met heel veel humor erin. Voor ons interview hebben we het Van der Valk hotel bij Schiphol als locatie gekozen. Op mijn vraag of hij hier al eerder is geweest, steekt Pjotr meteen van wal met een heerlijk onvervalst Haagse tongval.

Pjotr: ‘Ik was vroeger niet zo dol op vliegen. Maar ik had een vakantie geboekt met een vriendin. Eigenlijk stond ik al op het punt van uitmaken, maar ja, we hadden geboekt. Komen we op Schiphol bij dat vliegtuig aan, is er een motor kapot. Zitten ze met schroevendraaiers aan dat ding te hannesen. Zoiets geeft mij niet zoveel vertrouwen. Moesten we erin, dan er weer uit. Op een gegeven moment kwam er een brancard aan, had iemand een hartaanval gekregen. Uiteindelijk moesten we er weer in, gingen ze testdraaien. Toen ben ik uitgestapt. Als ik in een vliegtuig stap, moeten ze niet eerst met draden bezig zijn. Toen hebben we één avondje hier in dit hotel geslapen. Daarna was het ook over.’

 width=

Roelant: ‘Vertel eens, hoe is je loopbaan gegaan?’

Pjotr: ‘ Wel grappig. Ik ben jaren barman geweest en dat was één groot feest. maar ik heb geen fijne jeugd gehad. Toen ik vier was, zijn mijn ouders gescheiden. Mijn moeder hertrouwde met een echte zeebonk. Ruwe bolster, maar die blanke pit heb ik nooit gezien. We waren zo’n samengesteld gezin en ik was de pispaal. Vreselijk. Zodra ik in dienst mocht gaan, ben ik daar meteen vijf, zes jaar gebleven. Gestationeerd in Duitsland. Geweldige tijd gehad daar. Daar kreeg ik pas een echt familiegevoel, iets wat ik thuis nooit heb gehad. Het was een warm bad. Toen ik daar weg ging heb ik jarenlang over die basis gedroomd. Ik ben daar heel gelukkig geweest. Daarna ben ik terug naar Nederland gegaan en ben ik in de horeca gaan werken, een jaartje of zes. Jaren van plezier!
Mooie tijd gehad. Tot diep in de nacht, iedere nacht. Ik heb geen heimwee naar die tijd of zo. Ik was jong; ik moet er nu niet meer aan denken. Ik heb gewoon een gezin. Ik ben gezinsmannetje geworden uiteindelijk en dat is beter ook.’

Roelant: ‘Maar je had het niet willen missen, die tijd?’

Pjotr: ‘Nee, nee. Ik heb heel veel geld verdiend in die tijd, maar dat ging er twee keer zo snel weer uit. Dan denk ik alleen: had ik het maar een beetje anders verdeeld. Maar het zijn mooie herinneringen, ik had het niet willen missen.’

Roelant: ‘Maar wat me verbaast is dat er van die dingen niets terugkomt in je boeken.’

Pjotr: ‘Klopt, daar heb je helemaal gelijk in. Het is super braaf. Komt eigenlijk geen seks in voor. Heel netjes. Daar heb ik wel een verklaring voor. (Heel hard geweld vind ik ook niks) Dat is omdat dat er al zoveel is. En ik vind romantiek ook de vaart afremmen in een thriller. Het is meer entertainment, ik wil er geen signaal mee afgeven of zo. Absoluut nooit mijn idee geweest. Op een gegeven moment vond ik wat oude multomapjes van vroeger waar ik verhaaltjes in had geschreven. Ik ging eigenlijk terug naar iets wat ik als kind deed.’

Roelant: ‘Wat voor verhaaltjes waren dat?’

Pjotr: ‘Dat waren horrorverhaaltjes, heel kinderlijk. Ik maakte er ook tekeningetjes bij. Mijn boeken zijn wel geïnspireerd op de boekjes van geheim agent Lennet. Als schrijver wil ik wel blijven groeien. Dit boek speelt zich overal af, op plaatsen waar ik niet ben geweest. Dat is tegenwoordig met dat internet niet zo’n probleem meer. Weet je wanneer dat moeilijk was? Met die Winnetou verhalen, die Duitser, Karl May. Die was nog nooit in Amerika geweest. Dan moet je heel vindingrijk zijn of research doen. Ik pak gewoon mijn telefoon of laptop en zoek alles op. Ik kies ervoor om qua research altijd in de bovenkant te blijven. Stukje politie-ervaring, stukje hoe ik met mensen omga in uniform.’

 

 width=

Roelant: ‘Een grappig voorbeeld daarvan vind ik dat je bij een observatie beschrijft hoe de agenten urineren in een fles. Zoiets lees je nooit!’

Pjotr: ‘Ja, dat heb ik zelf gedaan. Dat soort dingetjes probeer ik erin mee te nemen. Ik heb in zo’n busje gezeten. Koud! Gesprekken aftappen te midden van pizzadozen en andere narigheid die je maar zit te eten. Ik heb er een beetje een soort dingetje van gemaakt. Aan de ene kant ben ik dan politieagent en laat ik in het midden wat ik doe, en aan de andere kant schrijf ik dit soort verhalen. Dat ontwikkelt zich. Jij geeft aan dat je dat leuk vindt om te lezen. Ik heb nu alweer plannen om daar nét wat meer mee te gaan doen.’

Roelant: ‘Wat zijn jouw voorbeelden als schrijver?’

Pjotr: ‘Clive Custler lees ik graag. Robert Ludlum, maar die wordt snel te technisch.’

Roelant: ‘Maar die wereldomvattende complotten heb je gemeen met hem.’

Pjotr: ‘Klopt, maar ik heb het eigenlijk allemaal voor mijzelf gedaan, omdat ik dat zelf wilde lezen. Kijk die boeken van Ludlum, allemaal gelezen, helemaal te gek, maar daar moet je zo je kop bij houden. Ik sloeg altijd hele trossen over. Ja, nou weet ik het wel van die deur. Weet je wel? Dan scande ik het, oh hij heb het er nog steeds over. Ik hoef niet te weten hoe diep zo’n duikboot precies kan. En helemaal niet over krachten en Newtons. Dat wil ik in mijn boeken eruit laten. Maar voor de rest is het dat wereldje en dat vind ik gaaf. Het is een avontuur. Maar neem nou een Custler, een heel gave schrijver, een echte zeebonk. Ik lees hem graag maar die schrijft soms dingen dat ik denk, ja weet je, dat kan echt niet. Dat is zo vreselijk over de top. Dat probeer ik dan zelf een beetje af te remmen. Ik wil wel dat het enigszins klopt. Neem nou Schaduwstrijder. Daar heb ik het over een wapen dat niet bestaat, dus kan ik schrijven wat ik wil.’

Roelant: ‘Bij die Schaduwstrijders moet ik erg denken aan films als the Matrix en Terminator.’

 width=

Pjotr: ‘Grappig dat je daaraan moet denken. Ik heb daar geen seconde aan gedacht. Maar met dat gegeven heb ik wel heel erg geworsteld. Wanneer kunnen die lui herstellen als ze neergeschoten zijn en wanneer is het klaar? Ik heb geprobeerd om dat aan te geven, maar ik wil het ook niet allemaal uitleggen in het boek. Ik laat dingen ook voor wat ze zijn. Op een gegeven moment wordt een man door zijn oog heen geschoten. Kijk, door de hersens heen is het gewoon klaar, wie je ook bent. Maar die man die uit het raam dondert, die is er gewoon nog. Die gast kan zich regenereren door die stoffen. Het is donkere materie.’

Roelant: ‘Dat is niet medisch, hahaha.’

Pjotr: ‘Nee, maar weet je wat het is? Dan moet je non-fictie pakken, dan lees je over dingen die echt gebeurd zijn. Ik vind daar zelf echt geen hol aan. Ook politieverhalen non-fictie vind ik niet leuk om te doen. Daar ben ik de hele dag al mee bezig. Als ik doorschrijf over wat ik op mijn werk meemaak en ik breng dat naar huis dan kom ik niet los van mijn werk. Maar ik heb wel vage plannen om een keer een politiethriller te schrijven. En dat dan ook een lokale tint geven, regio Den Haag. Bij de politie werken is heel prettig. Ik zocht naar dat oude familiegevoel van mijn diensttijd. En dat heb ik een klein beetje teruggekregen bij de politie. Mijn blauwe familie, zeg maar. Mijn vrouw heb ik bij de politie ontmoet.’

Roelant: ‘Liefde op het werk.’

Pjotr: ‘Ja, dat ging een beetje anders, maar feitelijk wel. We kennen elkaar nu al 17 jaar. Van collega’s en maatjes zijn we een stel geworden. Dat blijkt toch de sterkste relatie die ik ooit gehad heb. We zijn een goed team samen. Heel hecht gezin, twee bloedjes van kinderen (zoon van elf, dochter van vijf). Als gezin ondernemen we ook gave dingen. Gaan op reis, beleven avonturen. We reizen de hele wereld af met z’n vieren. Ik vind dat goud. Ik heb geen verwachtingen van andere mensen, alles wat komt is meegenomen. Mijn gezin is het allerbelangrijkste voor me.’

Dank je wel voor dit bijzonder gezellige interview.

Roelant – Vliegende reporter voor De Perfecte Buren

 

Eerder verschenen op Perfecte Buren.