Can a City Be Sustainable?

Maandag, 17 oktober, 2016

Geschreven door: Worldwatch Institute
Artikel door: Rijkert Knoppers

Deel 2: Een stad honderd procent duurzaam, kan dat?

Dit is het tweede artikel in een reeks van wetenschaps- en techniekjournalist Rijkert Knoppers over verschillende aspecten van de duurzaamheid van moderne steden. Deel 2: Een stad: honderd procent duurzaam, kan dat?

[Recensie] Kan een stad voor haar energievoorziening volledig afhankelijk zijn van duurzame bronnen? Dat vroegen twee medewerkers van het Amerikaanse Worldwatch Institute zich af in het onlangs verschenen jaarboek, Can a City Be Sustainable?, dat volledig gewijd is aan duurzame steden. Dat er steden zijn, die in elk geval van plan zijn om 100 procent duurzaam te zijn, zal niemand verwonderen.

Neem bijvoorbeeld de Canadese stad Vancouver. Afgelopen november 2015 haalde het stadsbestuur de internationale pers met het plan om in 2050 zowel wat betreft de elektriciteitsopwekking, de verwarming en koeling van de stad en het transport uitsluitend duurzame energiebronnen te gebruiken. Hierbij borduurt de stad van 115 vierkante kilometer en ruim 600.000 inwoners voort op een belangrijke strategische maatregel uit 2010 om warmte uit het rioleringsstelsel te gebruiken voor het verwarmen van woningen. Vanaf 2012 stimuleert de overheid het gebruik van stadsverwarmingssystemen, wat aanzienlijk zuiniger is dan het gebruik van aardgas of elektriciteit voor verwarmingsdoeleinden.

Maar Vancouver is niet de enige stad die een hoog duurzaamheidsniveau nastreeft. Kijken we alleen naar een duurzaam elektriciteitsgebruik, dan zien we bijvoorbeeld dat Aspen (6.600 inwoners) in de Verenigde Staten al sinds een jaar geheel gebruik maakt van schone elektriciteitsbronnen, het Zweedse Malmø zal de 100 procent doelstelling naar verwachting in 2030 halen en de Duitse stad München al in 2025. Amsterdam bevindt zich aan de onderkant van de top tien met als streefdoel om in het jaar 2040 de helft van de benodigde elektriciteit duurzaam op te wekken. Maar dat is niet het enige, de Nederlandse hoofdstad wil tegen die tijd ook dat 60 tot 90 procent van het transport van duurzame bronnen gebruik maakt. De relatief kleine Duitse stad Ulm (120.714 inwoners) loopt internationaal het verste voorop, niet alleen zal de elektriciteitsvoorziening in 2020 volledig duurzaam zijn, in 2030 zal ook de verwarming en koeling en het transport milieuvriendelijk verlopen. “Maar de doelstellingen en resultaten zijn continu aan veranderingen onderhevig,” waarschuwt het jaarboek van het Worldwatch Institute, wie de meest actuele informatie wil hebben kan het beste bij de lokale overheden van de betreffende steden gaan informeren.

Wordt Vervolgd

Zonaanbod

De vraag is natuurlijk of het verantwoord is om de energieprestaties van verschillende steden onderling te vergelijken. Een stad in bergachtig gebied in de buurt van een grote waterkrachtcentrale zal ongetwijfeld gemakkelijker aan haar schone stroom kunnen komen dan een noordelijk gelegen stad die voor haar zonnepanelen afhankelijk is van een relatief geringe hoeveelheid zonaanbod. Toch is het van belang zich hier niet al te gemakkelijk bij neer te leggen, aldus de auteurs in dit goed gedocumenteerde artikel, al was het maar omdat steden vaak veel duurzamer kunnen functioneren dan hun huidige praktijk: “Het (Amerikaanse, RK) Institute for Local Self-Reliance schat dat het installeren van zonnecollectoren op de daken van alleen al de overheidsgebouwen van ruwweg 200 Amerikaanse steden met meer dan 100.000 inwoners meer dan 5 gigawatt elektriciteit zou kunnen opwekken. (…) New York City zou kunnen ondersteunen dat er ruim 400 megawatt (MW) aan zonnecapaciteit op haar openbare gebouwen komt te liggen, een aantal dat de algemene doelstelling van het huidige 10-jarenplan van 350 MW overschrijdt.”

Het gebruik van stadsverwarmingsinstallaties zou in dit opzicht wel veelbelovend kunnen zijn. Zowel de distributie van stoom, heet of koud water kan veel energiewinst opleveren ten opzichte van het installeren van de individuele installaties in de afzonderlijke gebouwen. Kopenhagen, met het grootste stadsverwarmingsnetwerk ter wereld is in dit verband een lichtend voorbeeld, tussen 2005 en 2011 wist de stad de uitstoot van CO2–emissies met 21 procent te reduceren. Maar ook andere Europese steden scoren op dit gebied goed, met name wanneer de netwerken hun warmte halen uit grootschalige thermische zonnecentrales, zoals in Oostenrijk, Denemarken, Duitsland en Zweden soms het geval is. Maar op dit punt schiet het boek wel enigszins tekort, door alleen de technische mogelijkheden te benaderen, en niet in te gaan op de sociale consequenties van het aangesloten zijn op centrale warmtenetten. Want lang niet altijd zijn bewoners gecharmeerd van een dergelijk systeem, bijvoorbeeld omdat het relatief duur is, of omdat er geen keuzevrijheid is.

Eerder verschenen op Duurzaam Gebouwd