Chasin’ the Bird. The Life and Legacy of Charlie Parker

Donderdag, 28 juli, 2022

Geschreven door: Brian Priestly
Artikel door: Quis leget haec?

Het leven en werk van Charlie Parker

[Recensie] Chasin’ the Bird. The Life and Legacy of Charlie Parker van Brian Priestley is een soort biografie over de legendarische altsaxofoonspeler Charlie Parker, wiens bijnaam ‘Bird’ of ‘Yardbird’ was. Het is geen dik boek, 198 pagina’s in totaal, waarvan de pagina’s 139-199 bestaan uit een uitgebreide discografie, waarin al zijn uitgekomen muziek is opgenomen.

Dat laatste is mooi, maar dan blijft er voor de levensbeschrijving van zo’n jazzgrootheid niet veel ruimte over en dat viel mij dan ook tegen. Misschien moet ik de biografie van Stanley Crouch over Parker maar eens proberen, die telt zo’n 384 pagina’s.

Wat mij bewoog om toch dit boek te lezen is wordt door de auteur toegelicht voor in het boek en is iets waar ik zelf erg nieuwsgierig naar ben;

“…Parker’s music contained the seeds of so much that followed it. This, however, becomes blindingly obvious after such a listener has spent sufficient study on the altoist’s recordings to realize that he was light-years ahead of all but a handful of his contemporaries. The purpose of this book is to make that fact clear, and also to relate his musical development to his private life.”

Schrijven Magazine

Uiteraard heb ik veel van Parker’s muziek beluisterd, maar zo ‘obvious’ is het voor mij nog niet, ook niet na het lezen van dit boek; daar kom ik nog op terug. Het kan ook goed dat ik mij nog meer in zijn muziek moet verdiepen natuurlijk.

Zo kwam voor mij niet heel goed uit dit boek naar voren hoe Parker zo virtuoos is geworden. We lezen iets over zijn eerste pogingen gedurende zijn jeugd in Kansas City. Wat wel duidelijk wordt is dat hij de smaak te pakken krijgt van de saxofoon en naar eigen zeggen elf tot vijftien uur per dag oefent. Dat mag wellicht wat overdreven zijn, maar feit is dat om een zo’n smetteloze techniek te verkrijgen heel veel training nodig is. Bovendien zijn er verhalen dat Parker met een aan hem uitgeleende klarinet praktisch direct uit de voeten kon. Hij was ongehoord muzikaal en bovendien gezegend met een ‘fotografisch’ geheugen voor muziek. Hij ging zijn eigen stijl ontwikkelen;

“The ability to play improvised phrases at double the original tempo of the piece…was to become one of the distinguishing characteristics of Charlie’s mature style. Equally…he was in later years famous for the integration of melodic quotations during an improvisation on another tune.”

Hij speelt in bands en komt uiteindelijk in New York uit. Zijn privéleven loopt niet over rozen. Hij trouwt twee keer en krijgt twee kinderen, waarvan er één jong overlijdt aan cystic fibrosis. Hij raakt in zijn tienerjaren al verslaafd en zou zijn leven lang met heroïne- en alcoholverslavingen worstelen. Ook belandt hij meerdere keren in een psychiatrische inrichtng, onder meer na één van zijn twee zelfmoordpogingen.

Dat laatste, hoe dat turbulente leven relateert aan zijn muziek komt voor mij niet helemaal uit de verf. Ik lees wel hoe het zijn leven beïnvloed en wat het met hem en zijn omgeving doet. Zo was hij een keer zoek toen hij moest optreden met trompettist Dizzy Gillespie. De producers van het concert herinnerden zich in een later gegeven interview, dat Parker lag te slapen in zijn bad. Gevloerd door alcohol, omdat hij in die tijd excessief dronk om de behoefte aan heroïne te verdringen;

“We went to his room [at the Dewey Square] and broke down the bathroom door. We got him out of the tub, dried him, dressed him, got him in a cab, stuck the horn in his hands, and pushed him from the wings on to the stage. The result, which was recorded, can be heard on a record today. It is unbelievable in its speed, ideas, and artistry.”

Daar ligt dus een stuk van zijn magie. Hij kon bijna altijd leveren en beter dan de rest. Zijn verslavingen worden hem wel fataal, hij overlijdt in het appartement van de jazz-barones en mecenas Pannonica de Koeningswarter, die hier en hier ook al ter sprake kwam. Hij was 34 jaar, de arts die zijn dood vaststelde schatte hem op 53.

De auteur is met Parker’s dood nog niet klaar met dit boek want dan hebben we goed 100 pagina’s gehad en dat blijft wat mager voor zo’n bewogen leven. Dan volgt er een analyse van Parker’s muziek en daar ligt een deel van de verklaring waarom zijn muziek zo virtuoos was, maar die mij af en toe toch wat ver ging. Er worden notenvoorbeelden gegeven en veel voorbeelden en ik heb getracht het verschil te ontdekken tussen de eerste, vijfde en negende maten van Parker’s nummers Bongo Beep en Bongo Bop, maar daar moet ik gewoon meer tijd in steken of een boek tegenkomen waarin de voorbeelden in wat meer hapklare brokken opgeleverd worden. Een hedendaagse biografie met bijbehorende Spotify-lijst zou ideaal zijn natuurlijk. Voorlopig pak ik toch dit boek er af en toe bij, om het voor mij wat meer ‘obvious’ te maken waarin de grootsheid van zijn muziek ligt. Dat het soms duizelingwekkend snel is en vaak mooi om te beluisteren, dat hoor ik wel.

Eerder verschenen op Quis leget haec