Dat soort vrienden

Zaterdag, 29 oktober, 2022

Geschreven door: Meg Rosoff
Artikel door: Jaap Friso

Geen enkele vriend kan je alles geven

[Recensie] Het is altijd warm in de eerste twee delen van de broeierige zomertrilogie van Meg Rosoff. Dat was zo in De Godden broers en ook in Dat soort vrienden vallen de mussen bij voortduring van het dak. Waar het eerste boek zich afspeelde aan de kust van Suffolk, is hier het New York van 1983 tijdens het prille begin van de aids-epidemie het decor. De boeken hebben maar heel losjes met elkaar te maken, dus ze zijn volledig los van elkaar te lezen.

“Aids wist waar je woonde” is te lezen in de eerste alinea waarin de 18-jarige Beth arriveert in de stad waar ze stage gaat lopen bij een grote krant. Die plek heeft ze verdiend nadat haar artikel voor de schoolkrant over fraude en misstanden bij de toelating van leerlingen landelijks nieuws werd. Ze komt terecht op een kleine muffe kamer en ontdekt de dynamiek van het grote stadsleven.

Dat soort vrienden leest als een ontleding van vriendschap met Beth als een observator. Ze registreert wat er gebeurt, zonder dat ze er altijd precies haar vinger op kan leggen. “Geen enkele vriend kan je alles geven”, constateert ze. Dat geldt voor de vriend van haar huisgenote met wie ze vreemde gesprekken voert en af en toe naar bed gaat. Maar vooral voor Edie, de andere vrouwelijke stagiaire uit het kwartet leerlingen, met wie Beth een gecompliceerde vriendschap onderhoudt die haar veel brengt, maar uiteindelijk vooral dubbele gevoelens. Edie is bezitterig, egocentrisch en drinkt teveel en lijkt Beth min of meer te gebruiken, die de mengeling van aantrekkingskracht en verraad ook weer niet helemaal onprettig vindt. Ze blijft met wrok en schuldgevoel achter.

Rosoff constateert dat Beth “is gesmeed in de vlam van een New Yorkse zomer” en er uiteindelijk sterker is uitgekomen. Ze maakt van alles voor de eerste keer mee en de successen en rampen volgen elkaar in sneltreinvaart op.  Dat soort vrienden staat, zoals Rosoff toevertrouwd, vol sterke dialogen en beschrijvingen, vooral van de overrompelende stad die volgens de auteur beter de leus ‘Seks en dood (en bagels)’ kan dragen dan ‘I love New York’. De karakters zijn net als in De Godden Broers fascinerend, mysterieus en weerbarstig, maar komen niet allemaal uit de verf. Vooral de mannelijke stagiaires, die een belangrijke bijrol vervullen, hadden meer reliëf mogen krijgen.

Wordt Vervolgd

Beth daarentegen, met haar zwarte humor en fatalistische analyses, draagt het boek met verve en en berust in deze vaststelling: 

“Wat je ziet is niet wat je krijgt, wat je ziet is alleen wat je ziet”.

Eerder verschenen op JaapLeest

Boeken van deze Auteur:

Dat soort vrienden

De Godden broers

Goeie ouwe George